ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Adviezen voor ouders met een baby met een obstetrisch plexus brachialis letsel (erbse parese)

De plexus brachialis (dit betekent zenuwvlechtwerk voor de arm) ontstaat uit 5 zenuwwortels uit het ruggenmerg. Na diverse vertakkingen eindigen zij als de armzenuwen hoog in de oksel. De verschillende delen van dit vlechtwerk hebben een eigen naam. In totaal zijn er 14 namen die ieder (afzonderlijk) een bepaalde plaats in de plexus aanduiden.

Elke plaats in de plexus vertegenwoordigt ook een functie. Bijvoorbeeld: de zenuwwortel C5 (betekent de vijfde nek-cervicale-zenuw) bestuurt voornamelijk de schouder en C6 de bicepsspier. Afhankelijk van welke zenuwen beschadigd zijn, zijn er verschillende functies van de arm van uw baby uitgevallen.

 

Ontstaan van een obstetrisch plexus brachialis letsel 

Tijdens de geboorte blijft soms de schouder onder het schaambeen steken (schouderverhaking). Hierdoor kan er een rekletsel van de plexus ontstaan. Factoren die een verhoogd risico geven op het ontstaan van een obstetrisch plexus brachialis letsel zijn:

  • vernauwing van het bekken
  • schouderverhaking (in combinatie met hoog geboortegewicht)
  • suikerziekte
  • verlossing met vacuümpomp
  • stuitligging (juist in combinatie met laag geboortegewicht).

Het obstetrisch plexusletsel komt bij 1-3 per 1000 kinderen voor en herstelt meestal spontaan. Bij 10 tot 15 procent van de baby's treedt echter geen of onvoldoende herstel op.

Hanteringsadviezen tijdens de eerste weken

Tijdens de bevalling zijn de nek en schouder van uw kind flink gekneusd geweest. De arm ligt slap naast het lichaam en uw kind kan pijn hebben bij verzorging. Zolang de arm slap is, is het verstandig om het te ondersteunen bij optillen en dragen.
Afhankelijk van de ernst van de aandoening zal de arm weer sterker worden.

Optillen

De aangedane arm is de eerste weken slap. Zorg ervoor dat deze niet plotseling naar beneden valt.


Til het kind met één hand onder de billen of in het kruis en de andere hand rond schouders en hoofd.

Dragen

Wanneer uw kind uit bed is, bijvoorbeeld bij het dragen en het voeden, kan ter bescherming het mouwtje worden vastgespeld op het truitje.

 

Slapen

Leg uw kind op de rug met het hoofd afwisselend naar links en rechts gedraaid. Ook kunt u uw kind op de niet-aangedane zijde leggen. Leg uw kind bij pijn de eerste twee weken niet op de aangedane zijde.

Verzorgen

Als uw kind pijn heeft, dan kunt u bij het aankleden eerst de aangedane arm in de mouw doen en bij het uitkleden de aangedane arm het laatst uit de mouw doen.
Ook kunt u hemdjes met een wijde hals of overslaghemdjes gebruiken. Als uw kind een rompertje aan heeft, dan kunt u deze via de benen aantrekken.

Spelen

Wanneer het kind op de rug ligt, bijvoorbeeld in de box of op uw schoot, is het goed dat de arm vrij kan bewegen.

Contact

Het is noodzakelijk dat uw kind zo snel mogelijk gezien wordt door een kinderfysiotherapeut die ervaring heeft met de behandeling van kinderen met deze aandoening. Daarvoor kunt u een afspraak maken op de eerstvolgende werkdag via de afdeling Fysiotherapie. Deze afdeling is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur via telefoonnummer (038) 424 23 05. 


14 april 2016 5768 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht