ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Scolioseoperatie

Uitleg over de operatie

Bij een scolioseoperatie wordt de rug rechtgezet met behulp van twee metalen staven aan de achter- of voorkant van de wervelkolom. De orthopeed heeft in overleg met u besloten dat uw kind deze rugoperatie zal ondergaan. Hier vindt u alle informatie over de operatie, de voorbereiding op de opname en de eerste tijd thuis.

Dit voorlichtingsmateriaal is bedoeld om de informatie die u mondeling van de orthopeed heeft gekregen, thuis nog eens rustig na te kunnen lezen. Wij raden u aan om dit dossier mee te nemen bij elk poliklinisch bezoek en vooral tijdens de ziekenhuisopname van uw kind.

Uitleg

Een operatie aan de bocht in je wervelkolom

Je komt in Isala voor een operatie aan je rug. Tijdens de operatie probeert de dokter de bocht in je wervelkolom zoveel mogelijk recht te maken. Dat heet een spondylodese-operatie.

Scoliose

Een scoliose is een zijwaartse bocht van de wervelkolom. Als je groeit kan deze bocht erger worden. Je kunt dan ook klachten krijgen, bijvoorbeeld pijn of moeite met ademen. Een van de mogelijkheden om de klachten te voorkomen of te verhelpen is een operatie.
De operatie vindt meestal via je rug (aan de achterkant) plaats. Heel af en toe ook via je borstkas. De dokter kijkt goed waar de bocht in jouw rug zit en bepaalt dan hoe de operatie bij jou gaat.

De wervelkolom

De wervelkolom is een soort ketting van botjes (wervels) die door je rug loopt. Hij begint boven in je nek en loopt helemaal door tot aan je stuitje. De schouderbladen, de ribben en het bekken zitten aan de wervelkolom vast. Ook veel belangrijke spieren zitten eraan vast.

De wervelkolom bestaat uit 26 wervels. Ze passen als puzzelstukjes boven op elkaar. Je hebt allerlei verschillende wervels:

  • zeven nekwervels
  • twaalf borstwervels
  • vijf lendenwervels
  • een heiligbeen
  • een staartbeentje (stuitje).

Tussen elke twee wervels zit een schijf van zachter materiaal (een tussenwervelschijf). Dat is een soort schokdemper. Het zorgt ervoor dat je wervels niet zo snel slijten en dat ze soepel kunnen bewegen. De wervelkolom is hol, binnenin zit het ruggenmerg. Dat is een lange zenuwkabel. Vanuit het ruggenmerg lopen zenuwen naar de rest van het lichaam.

Bij iedereen zitten in de wervelkolom van opzij gezien een aantal bochten, naar voren en naar achteren, dat is normaal. Als je scoliose hebt, heb je een bocht in zijwaartse richting. Dat is een abnormale bocht in je rug. Die bocht loopt naar links of rechts.

 
Afbeelding 1 Voor en na een rugoperatie met een scoliose

Zij houden Nederland in leven

In de medische serie 'Zij houden Nederland in leven' (ZHNL) op NPO 1, volgt de EO 24 uur lang met verschillende cameraploegen overal in ons land patiënten en hun zorgverleners bij de meest spraakmakende, innovatieve en levensreddende operaties of behandelingen. Voor de derde aflevering was het programma op bezoek bij Isala om een ingrijpende rugoperatie vast te leggen bij een meisje dat een scoliose heeft.

 

 

Vóór de operatie

De orthopedisch chirurg heeft samen met jou en je ouders of verzorgers besloten dat een operatie kan helpen. Een tijdje voor de operatie heb je een afspraak in het ziekenhuis voor een preoperatief onderzoek. Dat is een spreekuur voor een operatie onder narcose bij de anesthesist.

Narcose

Narcose wil zeggen dat je gaat “slapen” met behulp van medicijnen via een infuus. Je voelt niks van de operatie. We noemen dit slapen, maar eigenlijk is het geen gewone slaap. Als je onder narcose bent, kun je namelijk niet uit jezelf wakker worden. Na de operatie heb je een beetje een gevoelige keel en kun je je een beetje misselijk voelen. Dat mag je tegen de verpleegkundige zeggen, want je kunt er medicijnen voor krijgen.

De Anesthesist

De anesthesist is de dokter die jou de slaapmedicijnen gaat geven. Hij zorgt voor jou als je onder narcose bent en hij zorgt er ook voor dat je weer wakker wordt als de operatie klaar is. We noemen hem ook wel eens de slaapdokter. Het kan zijn dat je bij de operatie een andere dokter hebt dan die je tijdens het preoperatief onderzoek hebt gezien.
Het is belangrijk dat je het volgende meeneemt:

  • geldig identiteitsbewijs
  • actuele verstrekkinglijst van medicijnen die je gebruikt
  • volledig ingevulde vragenlijst (ook achterkant)
Tijdens het preoperatief onderzoek heb je samen met je ouders een gesprek met een verpleegkundige en met de anesthesist zelf. Welke medicijnen je gebruikt, wordt door de apothekersassistente met je besproken.
 
Wat gebeurt er tijdens het preoperatief onderzoek?
Bij het preoperatief onderzoek willen ze van alles weten over je gezondheid. Bijvoorbeeld:
  • Welke ziektes je hebt gehad en er in de familie zijn?
  • Of je in contact geweest bent met kinderziektes of andere besmettelijke ziektes?
  • Of je verkouden/ ziek bent?
  • Je gewicht, lengte en soms je bloeddruk of je hartslag worden gemeten.
  • Meestal wil de dokter nog even luisteren naar hart en longen of aanvullende onderzoeken afspreken.
  • Ze bespreken met jou en je ouders:
  • Hoe het gaat als je onder narcose gaat en waarom je niet mag eten of drinken voor de operatie.
  • Hoe jij de narcose krijgt.
  • Wat jou kan helpen als je pijn hebt of bang bent.
  • Dat je geen sieraden of nagellak mag dragen.
  • Als je tegen de narcose opziet, vertel het dan tijdens het bezoek voor het preoperatief onderzoek, tegen de verpleegkundige of de anesthesist.

Voor ouders en verzorgers: medicijnen

(Kinder-) aspirine is een pijnstiller die het bloed verdunt. Daardoor is er meer kans op nabloedingen. Geef uw kind daarom minstens twee weken voor de operatie geen (kinder-) aspirine. Als uw kind een pijnstiller nodig heeft, kunt u wel (kinder-) paracetamol geven.
 
Krijgt uw kind acetylsalicylzuur of carbasalaatcalcium op dokters voorschrift? Overleg dan met uw orthopedisch chirurg of uw kind deze medicijnen mag blijven gebruiken.
 
Kort voor de operatie mag uw kind geen vaccinatie krijgen. We houden de volgende periode aan:
Twee dagen voor de operatie geen DKTP- en meningokokken vaccinatie.
Twee weken voor de operatie geen BMR vaccinatie.

Revalidatiearts

Ook kan het zijn dat je voor de operatie een afspraak krijgt bij de revalidatiearts. De revalidatiearts maakt samen met jou en je ouders een inschatting of er bijzonderheden zijn waar rekening mee gehouden moet worden tijdens de ziekenhuisopname of tijdens het herstel als je weer thuis bent.
Naar het ziekenhuis voor de operatie

Opname

Eén dag voor de operatie word je opgenomen op de kinderafdeling. Je krijgt een rondleiding. Een verpleegkundige vertelt je alles over de gang van zaken op de verpleegafdeling. Als je wilt mag je samen met je ouders al even op de Intensive care kijken, daar slaap je de eerste nacht na de operatie.
Misschien vind je het fijn om alvast de voorbereidingsspullen te bekijken, dat kan ook op de afdeling. De fysiotherapeut komt ook voor de operatie langs, hij of zij geeft uitleg over ademhalingsoefeningen, je houding in bed en over de wijze waarop je na de operatie met de fysiotherapeut oefent om weer uit bed komen.

Nuchter voor de operatie

Om ernstige complicaties zoals longontsteking te voorkomen, moet je voor de operatie nuchter zijn. Ouders en begeleiders vragen wij uitdrukkelijk hierop attent te zijn. Is uw kind niet nuchter, dan kan de operatie niet doorgaan en wordt deze uitgesteld. De afdeling kan uw operatie in rekening brengen.
Let op
Voor een operatie moet je nuchter zijn om ernstige complicaties te voorkomen.
Dit houdt in:
- Vanaf zes uur voor de opname in het ziekenhuis niets meer eten.
- Tot twee uur vóór de opname alleen heldere vloeibare dranken gebruiken (thee, water of appelsap).
- Vanaf twee uur voor de opname in het ziekenhuis niets meer drinken.

Voorbeeld
Je wordt om 15.00 uur geopereerd. Dit wordt ook wel de opnametijd genoemd. U mag dan vanaf 09.00 uur niets meer eten. Vanaf 13.00 uur mag je niets meer drinken.
De begeleidende ouder wordt geadviseerd zelf van tevoren wel goed te eten. De ervaring heeft geleerd dat spanning in combinatie met een lege maag de kans op flauwvallen vergroot. Wees dus niet solidair nuchter met uw kind.
Mocht uw kind na de genoemde tijden toch gegeten en gedronken hebben, belt u dan zo spoedig mogelijk het volgende telefoonnummer: (038) 424 23 14. Meer informatie vindt u in de patiëntenfolder 'Verdoving (anesthesie)'. Lees deze folder aandachtig door.

Medicijnen

Om ervoor te zorgen dat je na de operatie zo min mogelijk pijn hebt, krijg je van te voren een paar tabletten of zetpillen. We weten dan zeker dat ze tijdens de operatie goed zijn ingewerkt.

Naar de operatiekamer

Voordat je naar de operatiekamer gaat, krijg je een operatiejasje aan en een naambandje om je arm. Een verpleegkundige en soms een pedagogisch medewerker, brengen je in je bed naar de operatie-afdeling. Je vader, moeder of verzorger mogen mee, ze blijven bij je totdat je slaapt.

Infuus

Tijdens de operatie is het nodig dat je vocht toegediend krijgt. Dat doen we via een infuus. De anesthesist brengt het infuus in.

Wat is een infuus?

Een infuus is een dun plastic buisje dat in je ader zit. Via een infuus kun je vocht, bloed of medicijnen krijgen. Ook nemen we via het infuus wat bloed af voor onderzoek.
Als je een infuus nodig hebt, krijg je eerst een prik in je hand of je arm. Na de prik blijft het buisje in je ader zitten. Een prik kan pijn doen. Daarom kun je een uur van te voren een pleister met zalf krijgen op de plek waar geprikt gaat worden. Deze zalf verdooft de huid, je voelt er dan minder van.

De operatie

Als alle voorbereidingen klaar zijn, begint de operatie. De chirurg maakt een wond op de rug. Tijdens de operatie maakt hij de bocht in jouw wervelkolom zo recht mogelijk. De wervelkolom wordt vastgezet met behulp van staven en schroeven. Op sommige plaatsen schraapt de chirurg wat bot van de wervels. De chirurg plaatst dit bot langs de wervelkolom. Dit zorgt ervoor dat alles stevig vastgroeit. Op de röntgenfoto’s kun je zien hoe de wervelkolom er voor en na de operatie uit ziet.

Als de operatie klaar is, legt de chirurg nog een slangetje (wonddrain) in de wond. Dit slangetje voert het wondvocht af. Het wondvocht wordt opgevangen in een pot. Deze wonddrain wordt over het algemeen 24 uur na de operatie eruit gehaald.

Complicaties

Zelfs als de operatie helemaal goed is gedaan kunnen er problemen ontstaan. Zulke problemen noemen we complicaties. Een spondylodese-operatie is best veilig. Heel soms kan er toch iets mis gaan. Er bestaat een kans dat je een paar dagen na de operatie een ontsteking (infectie) krijgt. Deze ontsteking is meestal goed te behandelen met medicijnen.
 
Om de bocht in de wervelkolom recht te zetten, opereren we vlakbij het ruggenmerg en de zenuwen. Het ruggenmerg en de zenuwen kunnen hierdoor geïrriteerd raken. De chirurg controleert dit met behulp van speciale apparaten. Toch is er altijd een heel kleine kans dat het ruggenmerg of de zenuwen beschadigen. Hierdoor kunnen de armen of benen verlamd zijn of pijn doen. Dit komt gelukkig bijna niet voor.
De mogelijkheid bestaat dat de gecorrigeerde bocht in de wervelkolom niet goed vastgroeit. Dat noemen we een pseudartrose. Ook dit is zeldzaam. Om dit te voorkomen mag je de eerste maanden niet sporten.

Na de operatie

De Intensive care

Meteen na de operatie ga je naar de uitslaapkamer en dan naar de Intensive care (IC). We letten daar extra goed op je. Vaak ben je nog erg slaperig als je daar komt. Je ouders of verzorgers mogen daar bij je zijn.
Na de operatie lig je gewoon op je rug. Op de uitslaapkamer en IC vragen we regelmatig aan je of het goed voelt als we je armen en benen aanraken. We willen ook weten of je je armen en benen al weer kunt bewegen en hoeveel pijn je hebt. Je kunt de pijn een cijfer geven. 0 = geen pijn en 10 is het ergst. Als je veel pijn hebt, kun je daar extra medicijnen voor krijgen.

Als het nodig is komt een fysiotherapeut langs om ademhalingsoefeningen met je te doen. Je kunt dan ook een oefenapparaatje krijgen om het inademen te stimuleren. De oefeningen zijn erg belangrijk. Zij kunnen voorkomen dat er een longontsteking ontstaat. Soms krijg je ook wat extra zuurstof toegediend door een klein slangetje in je neus.

Naar het Amalia kindercentrum

Als alles goed gaat mag je weer naar de kinderafdeling (of andere verpleegafdeling), dat is meestal de eerste dag na de operatie. Lees alvast meer over het Amalia kindercentrum.
De eerste dag na de operatie lig je op je rug met een kussen onder je benen. Als het gaat, mag je al even op de rand van het bed zitten met hulp van de fysiotherapeut. Draaien in bed mag onder begeleiding van een verpleegkundige of een fysiotherapeut.

De verpleegkundige op de afdeling zorgt ervoor dat je voldoende medicijnen krijgt tegen de pijn. Kort na de operatie werken de darmen vaak minder goed. Je moet daarom in het begin rustig aan doen met eten en drinken. De verpleegkundige op de afdeling vertelt wat je mag drinken en (later) mag eten.

Uit bed

Vanaf de eerste of tweede dag ga je onder begeleiding van de fysiotherapeut op de rand van je bed zitten, in de stoel zitten en rondlopen. Als dat goed gaat, mag je steeds meer zelf doen. De verpleegkundige, fysiotherapeut en de dokter vertellen je verder wat je wel en niet mag doen. Onder het kopje “wat mag je wel” en “wat mag je niet” verderop in deze folder staan meer leefregels.

De wond

Vanaf de 3e dag na de operatie mag je weer douchen. De wond is gehecht met oplosbare hechtingen, deze hoeven niet verwijderd te worden.

Controle röntgenfoto

Voor je naar huis gaat maken we ter controle een röntgenfoto van je wervelkolom.

Naar huis (ontslag)

Meestal blijf je vijf tot zeven dagen in het ziekenhuis. Daarna mag je naar huis. Soms vindt de dokter het beter dat je nog wat langer blijft. Als dat zo is, bespreekt hij dat met jou en met je ouders of verzorgers.
Je krijgt geen gips of korset om je rug. In principe krijg je geen fysiotherapeutische nabehandeling, je rug moet eerst vastgroeien. Je krijgt standaard controle afspraken mee bij de orthopedisch chirurg en eventueel bij de revalidatiearts.

Complicaties thuis

Wat te doen bij complicaties? Ondanks alle zorg rondom de operatie, kunnen er thuis soms toch nog complicaties optreden zoals:
  • De wond gaat lekken. Let op: als de wond lekt of als er een verdenking is van een infectie van de wond, mag je nooit beginnen met antibiotica zonder dat je beoordeeld bent in Isala.
  • Het wondgebied wordt steeds dikker, roder, warmer.
  • De wond gaat steeds meer pijn doen.
  • Je hebt hoge koorts.

 

Als je één of meer van de bovenstaande complicaties hebt, dan neem je contact op met de orthopedisch chirurg. Je kunt hem bereiken via zijn secretaresse op maandag tot en met vrijdag tussen 8.30 en 17.00 uur via telefoonnummer (038) 424 56 56.
 
‘s Avonds en ‘s nachts en in het weekend kun je bij bovenstaande complicaties contact opnemen met de Spoedeisende hulp via telefoonnummer (038) 424 50 00
bereikbaar 24 uur per dag, 7 dagen per week .

Vragen?

Als je na ontslag nog vragen of andere problemen hebt, dan kun je contact opnemen met de afdeling Orthopedie via telefoonnummer (038) 424 56 56.

Wat mag je wel, wat mag je niet?

Leefregels voor schoolgaande kinderen na de operatie.
  • Na 3 tot 6 weken mag je weer naar school. Voor jou en je ouders of verzorgers is het belangrijk om goede voorbereidingen te treffen.
  • In totaal duurt het zo’n 6 maanden voordat jouw rug helemaal genezen is. In deze periode mag je wel geleidelijk al wat activiteiten opbouwen.

De volgende adviezen gelden:

  • Probeer draaibewegingen van de romp (je bovenlichaam) te vermijden. Die beweging maak je bijvoorbeeld als je iets wilt bespreken met een klasgenoot die achter je zit. Het is beter om je heupen en schouders gelijktijdig te draaien.
  • Maak geen holle of bolle rug, dus niet bukken en geen overstrekkende bewegingen met je armen maken. Daardoor wordt je rug extra belast.
  • De eerste 6 maanden niet op je buik liggen, op je rug liggen is het beste.
  • De eerste 3 maanden na de operatie niet fietsen of bromfiets rijden (zeker niet achterop).
  • Gebruik van het openbare vervoer wordt ontraden.
  • Niet langdurig staan, slenteren of hardlopen.
  • Niet onderuitgezakt zitten, maar rechtop of met steun in de rug (kussen) en niet te lang achter elkaar zitten (langzaam opbouwen).
  • Tot 3 maanden niets dragen of tillen dat zwaarder is dan 2 tot 5 kg, vanaf 3 maanden mag je dit opbouwen tot maximaal 10 kilo.
  • Niet zwemmen of paardrijden.
  • Niet sporten. Dit mag pas weer na toestemming van de orthopedisch chirurg, gemiddeld mag dit na 6 maanden weer opgebouwd worden.  

Voor ouders en verzorgers: school

Bedenk dat u uw kind in het begin iedere dag met de auto naar school moet brengen en weer moet ophalen. Uw kind mag de eerste drie maanden niet fietsen en zeker niet achter op de fiets zitten.
Wij adviseren om van te voren een gesprek aan te vragen met de conrector of mentor van uw kind, vaak zijn er ook tijdelijke mogelijkheden in de zin van bijvoorbeeld digitaal lessen volgen, vanuit huis.
 
Maak goede afspraken over:
  • Opbouwend (in uren of dagdelen) beginnen met school.
  • Wisselen van houding: vraag of het mogelijk is om in de klas van zithouding naar stahouding te gaan (of andersom) bij vermoeidheid of pijn in de rug.
  • Wisselen van klaslokaal: vraag of uw kind wat meer tijd krijgt om te wisselen van klas en dit buiten de drukte te doen, bijvoorbeeld 5 minuten eerder uit de klas.
  • Goede uitleg aan de klasgenoten over de operatie en instructies over wat wel en niet mag:
    dus niet plotseling trekken of duwen!
  • Voor uw zoon of dochter geldt: vraag een klasgenoot om je schooltas te dragen. 

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle, Kampen of Heerde

Orthopedie
(038) 424 56 56 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.


31 augustus 2017 5807 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht