ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Dikkedarmoperatie: informatie over de opname

​Aan de dikke darm zijn veel soorten operaties mogelijk. De chirurg heeft met u besproken welke operatie u binnenkort zult ondergaan. Voor een voorspoedig en snel herstel is goede zorg voor en na de operatie belangrijk. Hier leest u daar meer over. Ook geven wij aan welke voorbereidingen u zelf kunt treffen.

Preoperatief onderzoek

Wanneer u op de opnamelijst geplaatst wordt voor een dikkedarmoperatie, wordt u doorverwezen naar de polikliniek Preoperatief onderzoek voor een gesprek met de anesthesioloog. De anesthesioloog is een medisch specialist die verantwoordelijk is voor de pijnbestrijding tijdens de operatie. Hij beoordeelt het risico van de anesthesie (narcose) en zal, als dat nodig is, aanvullend onderzoek laten verrichten om uw hart- en longfunctie in kaart te brengen. U kunt hierbij denken aan een bloedonderzoek, een hartfilmpje of een afspraak bij de cardioloog.

Op de polikliniek Preoperatief onderzoek wordt ook gekeken naar uw voedingstoestand. Als er tekenen zijn dat uw voedingstoestand niet optimaal is, wordt u verwezen naar de diëtist voor een advies en zult u speciale bijvoeding krijgen.

Dag van opname

U wordt de dag vóór de operatie of op de dag zelf opgenomen. Dit wordt per persoon bekeken. Meldt u zich op de afgesproken tijd bij de centrale balie in de centrale hal van het ziekenhuis. Een gastheer of – vrouw brengt u vervolgens naar de afdeling waar u een afspraak heeft.

De avond voor de operatie krijgt u een klysma om het laatste stuk van de darm leeg te maken. Als u pas na de middag wordt geopereerd, krijgt u ’s morgens voor de operatie een klysma.

U mag de dag vóór de operatie gewoon eten en drinken. Het is belangrijk dat u op deze dag voldoende drinkt, minstens anderhalve liter, uiteraard geen alcoholische dranken. Tot zes uur vóór de operatie mag u nog gewoon eten. Tot twee uur vóór de operatie mag u heldere dranken drinken.

Dag van de operatie

Vroeg in de ochtend van de operatie krijgt u enkele glazen drinkvoeding. Dit energieverrijkte drankje heet Fantomalt. Het bevat vooral voedende suikers. Als uw operatie ’s middags staat gepland, krijgt u ’s morgens ook nog een licht ontbijt. Ook mag u andere heldere dranken drinken tot twee uur vóór de operatie. Bent u diabetespatiënt, dan is Fantomalt niet geschikt voor u.

Narcose

U wordt in bed naar de operatieafdeling gebracht. De operatie gebeurt altijd onder algehele anesthesie (narcose). De narcose zal zo afgestemd zijn dat u niets merkt van de operatie. Voor de operatie brengt de anesthesioloog tussen de wervels een slangetje in (de zogeheten epidurale katheter) die het mogelijk maakt om de pijn optimaal te bestrijden. Ook krijgt u een infuus in uw arm. Dit draagt bij aan een beter herstel na de operatie.
De laatste tijd worden er steeds meer mensen laparoscopisch geopereerd. In die gevallen komt het soms voor dat er geen epidurale katheter wordt ingebracht. In dat geval gaat de pijnstilling post- operatief meestal met tabletten en een PCA-pomp (‘patient controlled analgesia’-pomp).

Blaaskatheter

Tijdens de operatie wordt een slangetje in uw blaas (blaaskatheter) ingebracht, omdat de blaas door de epidurale katheter niet meer zo goed kan functioneren. Dit geldt uiteraard alleen als een epidurale katheter is ingebracht. Er worden meestal geen maagslang (sonde) en geen wondslangetjes (drains) ingebracht.

Op de recovery

Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer (recovery) gebracht. De narcose is zodanig gebalanceerd toegediend dat u binnen een halfuur na het beëindigen van de operatie weer bij bewustzijn bent. U zult weinig tot geen pijn voelen. De narcose werkt niet lang na. De tijd die u op de recovery verblijft, is daardoor slechts enkele uren.

Terug op de afdeling

Pijnbestrijding

Na de operatie krijgt u, naast de pijnbestrijding via de epidurale katheter, ook 4x daags 2 tabletten paracetamol. Het is belangrijk dat u deze pijnstillers inneemt, ook als u geen pijn heeft. Om een goede indruk te krijgen van de mate van de pijnbestrijding zult u gevraagd worden bij te houden hoeveel pijn u ervaart met behulp van een zogenaamde pijnscore.

Infuus en katheter

Het infuus wordt op de eerste dag na de operatie weggehaald, als u in staat bent meer dan één liter vocht per dag te drinken. De blaaskatheter wordt, tegelijk met de epidurale katheter, vanaf de tweede dag na de operatie verwijderd, als de pijn na het stoppen van de epidurale katheter niet te hevig wordt.

Goed drinken

Bij terugkomst op de verpleegafdeling krijgt u een glas water. Om uw vochthuishouding weer op peil te brengen is het belangrijk dat u weer snel drinkt. Misselijkheid is de enige reden om niet te drinken. De anesthesioloog schrijft middelen voor om misselijkheid en braken tegen te gaan. Toch kan misselijkheid niet altijd voorkomen worden. Vooral de grootte van de operatie en de reactie van het lichaam op de operatiewond bepalen of u misselijk wordt. Als u niet misselijk bent, probeer dan minstens een halve liter te drinken na de operatie.

Beweging

Bewegen is niet alleen belangrijk om bloedstolling (trombose) te voorkomen, maar ook om verlies van spierkracht tegen te gaan. Daarnaast komen de darmen hierdoor eerder op gang. Bovendien kunt u beter ademhalen als u rechtop zit en dat verkleint bijvoorbeeld weer de kans op luchtweginfecties.

Na de operatie is het belangrijk dat u zo snel mogelijk weer in beweging komt. Daarom moet u nog dezelfde dag proberen eventjes rechtop in bed of in een stoel te zitten. Het kan voorkomen dat u zich duizelig voelt. Deze duizeligheid wordt veroorzaakt door een wat lagere bloeddruk. Uw bloeddruk is wat lager vanwege de plaatselijke verdoving via de epidurale katheter of door andere pijnstillende medicatie zoals morfine. De eerste keer dat u uit bed gaat, doet u dit onder begeleiding van een verpleegkundige.

De dagen na de operatie

Pijn

De epidurale katheter wordt op de tweede dag na de operatie verwijderd. Ook de blaaskatheter zal aan het einde van die dag verwijderd worden. Als de epidurale katheter verwijderd is, gaat u wel door met het gebruik van de andere pijnmedicijnen, waaronder paracetamol, en met het bijhouden van uw pijnscore. Als u behoefte heeft aan meer pijnstillers kunt u dit altijd aan de verpleegkundige doorgeven.

Eten

De eerste dag na de operatie mag u in principe alles weer eten, maar het is raadzaam om deze dag voor licht verteerbaar voedsel te kiezen. Het is belangrijk dat u goed naar uw lichaam luistert en dat u niet tegen uw zin eet als u nog geen trek heeft.

Bewegen

De dagen na de operatie probeert u enkele uren buiten bed door te brengen en een wandeling te maken over de afdeling. Uiteraard is een goede pijnbestrijding van groot belang om goed te kunnen bewegen. Geeft u daarom duidelijk aan wanneer pijn u belemmert om uit bed te komen. Wanneer u niet in staat bent uit bed te komen, probeer dan zo veel mogelijk rechtop in bed te zitten.

Eigen bijdrage aan herstel

Zoals vermeld proberen wij uw welbevinden na de operatie zo snel mogelijk te herstellen. Uw eigen actieve bijdrage is zeer belangrijk voor een goed herstel. Om u hierbij te helpen krijgt u op de opnamedag een zogeheten zorgkaart uitgereikt, die u bij ontslag weer inlevert bij de verpleegkundige. Op deze zorgkaart staat precies vermeld waar u op welke dag rekening mee moet houden. Zo kunt u deze zorgkaart gebruiken als handleiding op weg naar een beter en sneller herstel.

Complicaties

Na iedere operatie kunnen er complicaties optreden. Zo is er ook bij een operatie aan de dikke darm een kans op complicaties aanwezig zoals trombose, longontsteking, nabloeding en wondinfecties.

Wondinfecties

Wondinfecties zijn ontstekingen van de huid op de plaats van de hechtingen. De verschijnselen zijn roodheid van de huid of het lekken van wondvocht. Bij een operatie aan de dikke darm kan zich ook een specifieke complicatie voordoen, namelijk een zogenoemde naadlekkage. Naadlekkage is een lek op de plaats waar het zieke stuk van de darm is verwijderd. Door dit lek kan de inhoud van de darm in de buik lopen en dat kan tot ontstekingen leiden.

De symptomen die kunnen optreden zijn:

  • (hevige) buikpijn
  • bolle, gespannen buik
  • misselijkheid
  • braken
  • koorts.

Als er sprake is van een naadlekkage, zullen wij u opnieuw opereren. Er wordt dan in principe een stoma aangelegd.

Weer naar huis

U mag naar huis vanaf de derde dag na de operatie wanneer u aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • als u voelt dat u in staat bent om naar huis te gaan
  • als u ontlasting heeft gehad, of als de chirurg beoordeelt dat de darmen weer op gang zijn
  • als u weer normaal eten kunt verdragen
  • als u geen of weinig pijn meer heeft.

Uiteraard wordt de definitieve beslissing of u naar huis mag, in overleg met u, genomen door de zaalarts van de verpleegafdeling.

Extra zorg

Thuis heeft u in principe geen extra zorg nodig. Wel is het prettig als u de eerste twee weken wat hulp kunt krijgen van partner, familie of naasten. Zware huishoudelijke klussen zullen wellicht nog moeilijk zijn.

Operatiewond

De eerste week na het ontslag kunnen de wondjes of de grote buikwond nog gevoelig zijn of wat zwellen. Bij de eerste controle op de polikliniek zal het herstel van de wond worden gecontroleerd. De pijnklachten zullen nog niet weg zijn als u thuis bent. U zult merken dat u, wanneer u zich wat meer gaat inspannen, vermoedelijk wat meer pijnklachten krijgt. U kunt hiervoor 3 tot 4x daags 1 of 2 tabletten paracetamol gebruiken. U mag gewoon douchen met de wond.

Wanneer bellen?

Mocht u zich de eerste dagen thuis niet lekker voelen, dan kunt u de temperatuur opnemen. Bij stijging van de temperatuur boven 38 °C neemt u overdag contact op met de polikliniek Chirurgie. Buiten kantoortijden en in het weekend kunt u contact opnemen met de afdeling Spoedeisende hulp. Zij zijn er om u te helpen. Neem ook contact op wanneer uw toestand na enkele dagen achteruitgaat, bijvoorbeeld door buikpijn, braken of hevige rugpijn. Onder het kopje ‘Contact’ staan de contactgegevens.

Contact en verantwoording

Wij hopen u met deze tekst meer informatie te hebben gegeven over de gang van zaken rondom een dikkedarmoperatie. Wilt u een toelichting of heeft u nog vragen, leg die dan voor aan uw behandelend arts of de verpleegkundigen van de verpleegafdeling. Zij zijn u graag van dienst. Het kan handig zijn uw vragen van tevoren op te schrijven.

  • Het telefoonnummer van de verpleegafdeling is: (038) 424 54 41.
  • De polikliniek Abdominale chirurgie is bereikbaar op maandag t/m vrijdag tussen 8.30 en 17.00 uur op telefoonnummer: (038) 424 62 95.
  • Na 17.00 uur en in het weekend kunt u contact opnemen met de afdeling Spoedeisende hulp via (038) 424 50 00.

Verantwoording

Het beeldmateriaal is van KVPM Videoproducties.


26 mei 2017 5913 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht