ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Prostaatkanker (PID): H3 Bijlage Verwijderen van lymfklierweefsel

Patiënten Informatie Dossier

​Om de juiste behandeling te kunnen bepalen, is het belangrijk om te weten of er uitzaaiingen zijn in de lymfklieren rondom de prostaat. Uitzaaiingen in de lymfklieren kunnen niet goed met een scan worden waargenomen. Daarom zal de uroloog een operatie bij u uitvoeren waarbij de lymfklieren rondom de prostaat worden verwijderd. De patholoog onderzoekt deze klieren daarna in het laboratorium.

Tegenwoordig wordt deze ingreep meestal via een zogenoemde kijkoperatie gedaan. Bij de kijkoperatie maakt de uroloog vier kleine sneetjes van ongeveer één centimeter in de onderbuik. Door deze sneetjes kan de uroloog een heel kleine camera en operatie-instrumenten naar binnen brengen en de operatie uitvoeren. Het voordeel van deze methode is dat u vaak minder pijnklachten heeft na de operatie en dat het herstel sneller is.

In sommige gevallen is een kijkoperatie niet mogelijk. Als dit van te voren bekend is, bespreekt de uroloog dit met u. In andere gevallen kunnen (technische) problemen tijdens de operatie de uroloog doen besluiten toch via een grotere snee te opereren. De weggenomen klieren gaan naar het laboratorium voor weefselonderzoek.

Voor de operatie

Preoperatief onderzoek

Met uw behandelend uroloog heeft u besproken dat u een operatieve ingreep zult ondergaan. Als voorbereiding op de operatie, vindt er een preoperatief onderzoek plaats. De secretaresse van uw behandelend arts bespreekt met u hoe de afspraak op de polikliniek Preoperatief onderzoek gemaakt kan worden.

Tijdens het preoperatief onderzoek zal de anesthesioloog onder andere vragen of u al eerder geopereerd bent en of u medicijnen gebruikt. Als u medicijnen gebruikt, neemt u deze in de originele verpakking mee naar uw afspraak. Soms is aanvullend onderzoek nodig; de anesthesioloog bespreekt dit dan met u.

Meer informatie over het preoperatief onderzoek vindt u in ‘Anesthesie’, onderaan deze pagina. Bent u niet in de gelegenheid om dit voorlichtingsmateriaal te printen, dan doen wij dit graag voor u.

Oproep voor opname

Ongeveer een week vóór uw operatie neemt de planningscoördinator van de polikliniek Urologie telefonisch contact met u op. Als u telefonisch niet bereikbaar bent, stelt zij u schriftelijk op de hoogte. Zij geeft u de operatiedag en het opnametijdstip door.

Wanneer u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, zal zij namens de uroloog doorgeven wanneer u daarmee stopt. Ook zal zij u vragen om bij opname de medicijnen die u gebruikt, in originele verpakking mee te nemen naar het ziekenhuis. Heeft u hierover vragen, dan kunt u deze stellen aan de planningscoördinator via telefoonnummer (038) 424 24 36.

Voorbereiding op de operatie

Vóór de operatie is het de bedoeling dat u vanaf 24.00 uur ’s nachts nuchter bent. Als u later op de dag wordt geopereerd, kunt u ’s morgens een licht ontbijt (thee en beschuit) gebruiken. Een verpleegkundige of de planningscoördinator zal u hierover informeren.

Ter voorbereiding op uw opname kunt u daarnaast ‘Opname in Isala’ lezen.

Opname

Opnamedag

U wordt zo mogelijk op de dag van de operatie opgenomen op de
verpleegafdeling. De planningscoördinator bespreekt dit met u.

  • Op de opnamedag hebt u een gesprek met een verpleegkundige
    over de gang van zaken op de afdeling. Aansluitend krijgt u een korte
    rondleiding.
  • De medicijnen die u gebruikt en meegenomen heeft naar het
    ziekenhuis, kunt u afgeven aan de verpleegkundige. Zij zal vragen wie
    als contactpersoon voor u wil optreden.
  • De verpleegkundige zal u tijdens uw opnameperiode zo veel mogelijk
    begeleiden. Hebt u nog vragen over uw operatie of behandeling, stelt
    u deze dan gerust.
  • Op de operatiedag krijgt u ‘s ochtends medicijnen (premedicatie)
    voorgeschreven door de anesthesioloog, zodat u zich beter kunt
    ontspannen.
  • De verpleegkundige geeft u een prik (Fraxiparine) om trombose (bloedstolling) te voorkomen. Deze injecties krijgt u totdat u weer naar huis gaat.
  • Wanneer u aan de beurt bent, brengt een verpleegkundige u naar
    de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. U ontmoet hier de
    anesthesioloog. U hebt hem of een van zijn collega’s gesproken op de
    afdeling Preoperatief onderzoek en anesthesiologie.
  • In de voorbereidingsruimte helpen ze u op de operatietafel. Daarna
    wordt u naar de operatiekamer gereden.

Melden

Meldt u zich op de afgesproken tijd bij de centrale balie in de centrale hal van Isala. Een gastheer of vrouw brengt u vervolgens naar de verpleegafdeling. Daar heeft u een gesprek met de verpleegkundige over de gang van zaken op de afdeling. Aansluitend krijgt u een korte rondleiding. De medicijnen die u gebruikt en meegenomen heeft naar het ziekenhuis, kunt u afgeven aan de verpleegkundige. Zij zal vragen wie als contactpersoon voor u wilt optreden. De verpleegkundige zal u tijdens uw opnameperiode zo veel mogelijk begeleiden. Heeft u nog vragen over uw operatie of behandeling, stelt u deze gerust.

Operatie

Op de operatiedag krijgt u ’s ochtends vaak een tablet waarvan u wat slaperig wordt, zodat u zich beter kunt ontspannen (premedicatie). Wanneer u aan de beurt bent, brengt een verpleegkundige u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Hier ontmoet u de anesthesioloog. U heeft hem of één van zijn collega’s gesproken tijdens het preoperatief onderzoek. In de voorbereidingsruimte helpen zij u op de operatietafel. Daarna wordt u naar de operatiekamer gereden.

De operatie gebeurt altijd onder algehele anesthesie (narcose). Hiervoor krijgt u een infuus in uw arm. De narcose zal zo afgestemd zijn dat u niets merkt van de operatie. Tijdens de operatie krijgt u een katheter (slangetje) via de plasbuis in de blaas, waardoor de urine wordt afgevoerd. Soms krijgt u ook een slang in de wond (wonddrain) die het wondvocht afvoert. Via het infuus in uw arm krijgt u vocht en eventueel medicijnen toegediend. Gemiddeld duurt de operatie tweeënhalf uur.

Na de operatie

Na de operatie gaat u voor korte tijd naar de uitslaapkamer (recovery) waar u langzaam wakker wordt. Ongeveer een halfuur na het beëindigen van de operatie bent u weer bij bewustzijn. U zult weinig tot geen pijn ervaren. De anesthesie werkt niet lang na. De tijd die u daardoor op de uitslaapkamer verblijft, is daardoor beperkt tot enkele uren.

Als alle controles in orde zijn, geeft de anesthesist toestemming dat u terug naar de verpleegafdeling mag. De verpleegkundige van de afdeling haalt u op. Op de afdeling worden uw ademhaling, bloeddruk en hartslag ook gecontroleerd. Als u niet misselijk bent, mag u na de operatie weer water drinken.

Herstel

Dagelijks komt de uroloog of zijn assistent bij u langs om te kijken hoe het met u gaat en om eventuele vragen te beantwoorden. Als u een wonddrain heeft, wordt deze verwijderd als er weinig tot geen wondvocht meer uit de wond komt. Meestal is dit de eerste dag na de operatie. Het verband op de wondjes worden dan verwijderd. Als de wondjes droog zijn, hoeft er geen nieuw verband op.

Als u weer voldoende eet en drinkt, wordt het infuus de eerste dag na de operatie verwijderd. Ook de blaaskatheter wordt meestal de eerste dag na de operatie verwijderd.

Nadat deze katheter is verwijderd, kan een aantal dingen anders zijn dan u gewend bent:

  • U kunt ongewild wat urine verliezen.
  • Er kan nog wat bloed in uw urine voorkomen.
  • Soms kunt u niet plassen, terwijl u wel aandrang heeft.
  • Het plassen kan met kleine beetjes gaan en kan pijnlijk zijn.

Pijn

De arts heeft met de verpleegkundige besproken welke medicijnen u krijgt tegen de pijn. Blijft u ondanks deze medicijnen pijn houden, geeft u dat dan door aan een verpleegkundige. Zij zal u in overleg met de arts extra of andere medicijnen geven.

Weefselonderzoek

Meestal krijgt de uroloog de uitslag van het weefselonderzoek zeven werkdagen na de operatie. Hij zal deze met u bespreken tijdens het controlebezoek op de polikliniek Urologie. Dan zal ook de verdere behandeling met u besproken worden.

Weer naar huis

Afhankelijk van uw herstel kunt u twee tot drie dagen na de operatie weer naar huis. Dit hangt onder meer af van het feit of u een kijkoperatie of een ‘gewone’ operatie hebt gehad. De arts bespreekt dit met u.

De verpleegkundige zal uw contactpersoon van uw ontslag op de hoogte stellen, wanneer u dat zelf niet kunt. Ook bespreekt de verpleegkundige met u hoe laat u naar huis kunt. Daarnaast krijgt u de volgende papieren mee:

  • Een afspraak voor controle op de polikliniek van de uroloog, gecombineerd met een afspraak bij de regieverpleegkundige oncologie.
  • Een brief voor uw huisarts.

Nazorg

  • Om de wondjes goed te laten herstellen is het advies om de eerste zes weken na de operatie niet zwaar te tillen of te sporten.
  • De hechtingen zijn oplosbaar en gaan er dus vanzelf uit. U mag na de operatie weer gewoon douchen.

Lymfoedeem

Doordat er lymfeklieren verwijderd zijn, kan er na de operatie sprake zijn van vochtophopingen in de onderbuik, bovenbenen en/of het scrotum. U ziet dan dat er sprake is van een zwelling. Ook kan het gebied strak of zwaar aanvoelen. Dit noemen we lymfoedeem en het ontstaat doordat het lymfesysteem uit balans is. Dit gaat meestal vanzelf over. Indien het aanhoudt kan er lymfoedeemtherapie toegepast worden. U kunt zelf het volgende doen om het lymfoedeem te verminderen:

  • beweeg optimaal, maar overbelast niet: met name de kuitspieren en de voorvoet
  • afwisselend gewicht van hak naar voorvoet verplaatsen (hakken-tenen)
  • wiebelen met de tenen, vooral met de grote teen
  • voorkom lang stilzitten of stilstaan, want dan is de spierpomp niet actief
  • probeer te voorkomen dat u in een “knik” zit.

Bij twijfel en of vragen, neemt u dan gerust contact op met de regieverpleegkundige.


20 oktober 2016 5921 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht