ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Bloedvatonderzoek via liesader

Onderzoek van aders in onderbuik

In de aders in de buik die zorgen voor de afvoer van bloed naar het hart zitten zogenaamde terugslagkleppen. Deze terugslagkleppen zorgen ervoor dat het bloed niet kan terugstromen naar de onderbuik. Als deze kleppen niet goed functioneren, kunnen spataders bij de geslachtsorganen ontstaan (vena spermatica bij mannen en vena ovarica bij vrouwen).

Uitleg

Om de bloedvaten in de onderbuik zichtbaar te maken gaat u voor een röntgenonderzoek (flebografie) naar het ziekenhuis (afdeling Radiologie). Omdat op gewone röntgenfoto’s bloedvaten niet te zien zijn, worden ze zichtbaar gemaakt door middel van een contrastvloeistof.

Dit middel wordt tijdens het maken van de röntgenfoto’s ingespoten. Hiervoor is het nodig dat er een slangetje in uw bloedvat komt te liggen waardoorheen de contrastvloeistof wordt gespoten. Het contrastmiddel verspreidt zich dan via de bloedsomloop in de bloedvaten en zo worden bloedvaten zichtbaar.

Als de radioloog tijdens het onderzoek een ader vindt die problemen veroorzaakt, probeert hij/zij deze ader af te sluiten (embolisatie). Het bloed stroomt dan via andere aders terug naar het hart.

Voorbereiding

Om ervoor te zorgen dat het onderzoek zo goed mogelijk verloopt, gelden de volgende instructies.

Niet ontharen
Vanaf zeven dagen voorafgaand aan het onderzoek mag u uw liezen niet meer zelf ontharen met tondeuse, scheermesje of ontharingscrème, omdat u hiermee het risico op infecties na de ingreep vergroot. Als de arts van mening is dat in uw situatie uw liezen toch onthaard moeten worden, dan gebeurt dit vlak voor het onderzoek met een speciale tondeuse.

Eten en drinken

  • Heeft u de afspraak in de ochtend, dan mag u een licht ontbijt gebruiken, dat wil zeggen: thee met een beschuit (zonder boter of beleg).
  • Bij een afspraak in de middag mag u een licht ontbijt (zie hierboven) en een lichte lunch gebruiken, bijvoorbeeld soep en vla.
  • Vanaf drie uur vóór het onderzoek mag u niets meer eten en drinken (nuchter blijven). Ook mag u niet meer roken. Noodzakelijke medicijnen mag u innemen met een beetje water.

Medicijnen?
Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, moet u dit melden aan uw behandelend arts. Hij/zij zal met u bespreken of en wanneer u hiermee moet stoppen.

Diabetes mellitus?
Gebruikt u het medicijn metformine voor diabetes mellitus? Dan is het afhankelijk van uw nierfunctie of u dit medicijn mag blijven gebruiken voor en tijdens het onderzoek. Uw nierfunctie wordt bepaald aan de hand van een vragenlijst die uw behandelend arts met u doorneemt.

Aan de hand van de uitslag van deze vragenlijst beslist uw behandelend arts of er aanvullend bloedonderzoek nodig is om uw nierfunctie te bepalen.

Andere medicijnen?

  • Alle andere medicijnen kunt u gewoon blijven gebruiken. In sommige gevallen wordt het gebruik van bepaalde plastabletten afgeraden.
  • Breng een lijstje mee van de medicijnen die u momenteel gebruikt om eventuele vergissingen te voorkomen.
  • Als u weet dat u overgevoelig (allergisch) bent voor bepaalde geneesmiddelen, pleisters en/of contrastvloeistof (zie hieronder), meld dit aan de verpleegkundige van de verpleegafdeling en aan de röntgenlaborant tijdens het onderzoek.

Contrastmiddel

Tijdens het onderzoek krijgt u een contrastmiddel in de bloedbaan ingespoten. Omdat de (geringe) kans bestaat dat u allergisch reageert op het contrastmiddel, verzoeken we u om onderstaande vragenlijst te printen, in te vullen en vóór het onderzoek in te leveren.

1. Heeft u een allergie?

Zo ja, welke?

O Ja

O Jodium
O Hooikoorts (neusbijholten)
O Luchtwegen (bronchitis/astma)
O Huid (eczeem)

O Nee

O Medicijnen
O Voedselallergie
O Pleisters
O Anders, namelijk

2. Heeft u ooit een onderzoek
ondergaan waarbij contrastvloeistof
in de bloedbaan gespoten werd, zoals
een CT-scan, I.V.P., angiografie, dotterbehandeling, hartkatheterisatie?

Heeft u toen een
overgevoeligheidsreactie (allergische)
reactie gekregen?

Zo ja, welke?

O Ja

 

 


O Ja

 


O Galbulten
O Jeuk
O Misselijkheid

O Nee

 

 

O Nee

 


O Ademnood
O Bloeddrukdaling
O Anders, namelijk

​3. Bent u hartpatiënt?

Gebruikt u medicijnen voor het hart?

Zo ja, welke?

Bij welke cardioloog ben u patiënt?

​O Ja

O Ja

​O Nee

O Nee

4. Bent u longpatiënt?

Gebruikt u medicijnen voor de longen?

Zo ja, welke?

Bij welke longarts bent u patiënt?​

​O Ja

O Ja

​O Nee

O Nee

 

5. Bent u suikerpatiënt?

Gebruikt u het medicijn metformine?

Zo ja, neem dan direct contact op met uw behandeld arts.
Het gebruik van metformine gaat namelijk niet samen met
het gebruik van het (jodiumhoudend)contrastmiddel. U moet daarom de dag van het onderzoek tot 48 uur na het onderzoek stoppen met het gebruik van metformine, anders kan het onderzoek niet doorgaan! ​

​O Ja

O Ja

​O Nee

O Nee

​6. Heeft u een slechte nierfunctie?​O Ja​O Nee
​7. Heeft u myelomatosis (ziekte van Kahler)?​O Ja​O Nee
8. Zijn er verder nog bijzonderheden waarvan u denkt dat die voor het onderzoek van belang zouden kunnen zijn? ​
​Naam:
​Geboortdatum:
​Datum:
​Handtekening:

 

Let op
Wanneer u zwanger bent of denkt te zijn, moet u dit altijd doorgeven aan de röntgenlaborant voordat het onderzoek begint.

Opname

Omdat er bij dit onderzoek een ader in de lies wordt aangeprikt, wordt u voor dit onderzoek een dag opgenomen. Afhankelijk van het verloop van het onderzoek mag u dezelfde of de volgende dag weer naar huis.

Vlak voor het onderzoek

Zorgt u ervoor dat u vóór het onderzoek nog even het toilet bezoekt? Op die manier kunt u een overvolle blaas tijdens het onderzoek voorkomen.

Als u erg nerveus bent voor het onderzoek, kunt u op de verpleegafdeling een half uur ervoor valium krijgen.

Onderzoek

Het onderzoek vindt plaats op de afdeling Radiologie (röntgenafdeling). Een radioloog (arts op de röntgenafdeling) voert het onderzoek uit. Een radiologisch laborant assisteert de radioloog hierbij, bijvoorbeeld door de materialen steriel aan te geven en de apparatuur te bedienen.

U gaat op uw rug op de onderzoekstafel liggen en u wordt toegedekt met een steriel laken. Onder plaatselijke verdoving prikt de radioloog één en mogelijk beide liesaders aan. Vervolgens brengt de radioloog via de lies/liezen een toegangsslangetje in.
Via dit toegangsslangetje kunnen de benodigde katheters (dunne slangetjes) ingebracht worden. De radioloog schuift de katheter via het toegangsslangetje in de ader op tot het te onderzoeken gebied.

Hier zult u weinig van merken omdat de ader aan de binnenkant ongevoelig is. Als de katheter op zijn plek ligt, spuit de radioloog de contrastvloeistof in waardoor de bloedvaten zichtbaar worden op het beeldscherm. Tegelijkertijd worden de foto’s gemaakt. De contrastvloeistof veroorzaakt een warm gevoel in uw onderbuik, dat vrij snel weer verdwijnt. Er zijn meerdere fotoseries.

Na het maken van de foto’s bekijkt de radioloog direct of er een behandeling (embolisatie) mogelijk is. Als dit het geval is, zal hij in de meeste gevallen gelijk tot behandeling overgaan.

Behandeling

Tijdens een embolisatie sluit de radioloog de ader waarvan de klep ‘lekt’, af met behulp van één of meer metalen veertjes (coils). Na het plaatsen van de coils maakt de radioloog controlefoto’s om te checken of de ader(s) voldoende afgesloten is (zijn).

Duur van het onderzoek

De duur van het onderzoek varieert van een half uur tot ongeveer anderhalf uur. Dit is afhankelijk van de mogelijkheid om te behandelen.

Risico’s

Het onderzoek verloopt meestal zonder problemen. Soms ontstaan er lichte complicaties, zoals een blauwe plek op de plaats waar het toegangsslangetje is ingebracht. Deze blauwe plek verdwijnt meestal vanzelf.

Na het onderzoek

Na het onderzoek verwijdert de radioloog of laborant de katheter en het toegangsslangetje uit het bloedvat. Daarna maakt hij het gaatje in de ader dicht. Dit doet hij door de lies met de hand af te drukken. Dit duurt ongeveer vijf minuten. Daarna krijgt u een drukverband en moet u (op de verpleegafdeling) één uur plat liggen. U mag niet draaien of overeind komen.

Na de bedrust mag u voorzichtig weer in beweging komen (mobiliseren); dat wil zeggen: op de gang lopen en het toilet bezoeken. De verpleegkundige op de afdeling verwijdert het drukverband als u weer
op de been bent.

Na het onderzoek (en de dag erna) is het belangrijk dat u extra drinkt: in ieder geval twee liter. Op die manier raakt u de contrastvloeistof weer snel kwijt uit uw lichaam.

Naar huis

Als alles normaal verloopt, mag u de dag van het onderzoek weer naar huis. We raden u af die dag zelf auto te rijden. Ook is het belangrijk dat u de eerste dag/nacht niet alleen thuis bent.

Uitslag van het onderzoek

De definitieve uitslag krijgt u van de arts die het onderzoek heeft aangevraagd. De controleafspraak op de polikliniek krijgt u meestal van de verpleegkundig specialist op de dag dat u weer naar huis gaat.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, dan kunt u terecht bij de medewerkers van de afdeling Radiologie. U kunt op werkdagen van 8.30 tot 16.30 uur ook telefonisch contact opnemen, t (038) 424 28 82.

Een aantal onderzoeken kent risico's en mogelijke bijwerkingen. Die heeft uw arts met u besproken. Deze risico's zijn afhankelijk van het type onderzoek. 

De radioloog en/of laborant vertelt tijdens het onderzoek steeds wat er gaat gebeuren. U kunt aan hen ook vragen stellen, vooraf en na afloop.


30 juni 2016 5959 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht