ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Kijkoperatie (artroscopie) in de schouder

Diagnose en behandeling van gewrichtsproblemen

Artroscopie staat voor: kijken in het gewricht. Kijkoperaties kunnen in veel gewrichten plaatsvinden. Hier vindt u meer informatie over de kijkoperatie in de schouder; de keuze, mogelijkheden, ingreep en nabehandeling.

De orthopedisch chirurg neemt samen met u het besluit om een artroscopie van de schouder te ondergaan. Voor een artroscopie wordt u opgenomen in het Behandelcentrum van Isala of op de afdeling Orthopedie. De artroscopie vindt plaats onder algehele narcose, vaak gecombineerd met plaatselijke verdoving. Deze laatste dient als pijnstilling na afloop van de operatie.

De orthopedisch chirurg maakt meestal twee kleine sneetjes - ongeveer een centimeter lang - in de huid rondom het schoudergewricht. Eén aan de voorkant van de schouder en één aan de achterzijde van de schouder, helemaal bovenaan de bovenarm.

Camera

Via het ene sneetje kan met een camera in het gewricht worden gekeken. Via het andere sneetje kunnen instrumenten naar binnen, waarmee de ingreep kan worden uitgevoerd. Het inbrengen van een vloeistof in de gewrichtsholte geeft de chirurg een beter zicht op het gewricht, zodat hij een duidelijker beeld krijgt van het probleem.

De arts spreekt meestal voor de operatie met u af of er - als dat mogelijk is - tijdens de artroscopie, direct een behandeling plaatsvindt. Een overzicht van mogelijke aandoeningen en de bijbehorende behandelingen, vindt u onder bij de paragraaf ‘Meest voorkomende ingrepen’.

Voordelen van een artroscopie

  • geen grote wond, slechts enkele kleine insteekopeningen
  • beter zicht op operatiegebied omdat structuren - van huid, spieren en pezen - in tact blijven
  • minder groot litteken, daardoor minder beschadiging van structuren
  • snellere wondgenezing
  • minder kans op nabloeding
  • minder kans op infectie
  • vaak minder pijn
  • minder littekenvorming.

Schouderklachten

Oorzaken van schouderklachten kunnen zijn:

  • intensieve belasting van de schouder
  • een ongeluk waarbij letsel is ontstaan
  • instabiliteit
  • gewrichtsslijtage
  • op oudere leeftijd kan de omvang van pezen, spieren en slijmbeurs, die zich tussen schouderblad en schoudergewricht bevinden, toenemen. Dit kan op den duur klachten veroorzaken.

Anatomie van de schouder

Het schoudergewricht is een kogelgewricht (zie afbeelding). De kom is onderdeel van het schouderblad. Het gewricht vormt de verbinding tussen arm en lichaam. De kop van de bovenarm is groot in vergelijking met de kom waarin deze draait. Het kapsel dat het gewricht omsluit, is vrij ruim. In het kapsel zitten de gewrichtsbanden die voor extra stevigheid zorgen.

Tussen het schouderdak (A) en de kop van de bovenarm (D) bevindt zich een ruimte. In deze ruimte ligt de zogenaamde rotator cuff, een bundel van spieren die stabiliteit aan het gewricht geeft en de arm doet bewegen.


Afbeelding 1. Anatomie van de schouder. 
 

Meest voorkomende ingrepen

Instabiliteit

De schouder is een gewricht met grote bewegingsuitslag. Soms is de beweeglijkheid te groot en spreken we van instabiliteit. Dit is meestal het gevolg van een ongeval, maar het komt ook voor als het bindweefsel te elastisch is. Het gevolg kan uiteindelijk zijn dat de kop van de schouder uit de kom schiet, we noemen dit ‘luxatie’ van de schouder.

Herhaaldelijke luxaties kunnen leiden tot verscheuring van het kapsel van het kommetje, maar ook tot beschadiging van de schouderkop. De behandeling bestaat uit het weer terughechten van het kapsel aan het kommetje. Eventueel gecombineerd met het opvullen van het botdefect aan de achterzijde met een pees die daar loopt.

Traumatische klachten

Dit zijn beschadigingen aan het gewricht of rond het gewricht die zijn veroorzaakt door een ongeval. Afhankelijk van de plaats en omvang van het letsel vindt behandeling plaats. Het meest voorkomend is het afscheuren van één van de pezen van het bot. De pees vormt de verbinding tussen de spier en het bot.

Als dit het geval is, wordt er in het bot een ‘ankertje’ geschroefd. Met hechtdraad wordt vervolgens de pees aan het ankertje gehecht. Deze groeit vervolgens weer aan het bot vast.

Het is meestal niet mogelijk om een botbreuk tijdens een artroscopie te herstellen. De orthopedisch chirurg bespreekt voorafgaand aan de artroscopie met u de mogelijkheden.

Cuff ruptuur (peesscheur)

Een cuff ruptuur is een scheur in een pees van de spieren die rondom het schoudergewricht liggen. De pees vormt de verbinding van de spier met het bot en zorgt ervoor dat bij het aanspannen de arm kan worden bewogen. Wanneer één of meer pezen stuk zijn, kunnen de bewegingsmogelijkheid en de kracht van de arm verminderd zijn.

Als de klachten niet afnemen (ondanks fysiotherapie) of als de beschadiging te groot is, dan is een artroscopie de aangewezen behandeling. Tijdens deze ingreep wordt de gescheurde pees gehecht. Als de pees is losgescheurd van het bot, wordt er een hersteloperatie uitgevoerd zoals eerder bij traumatische klachten is omschreven.

AC-artrosis

De afkorting AC staat voor Acromion Claviculeir gewricht. Dit gewricht bevindt zich tussen het schouderblad (A) en het sleutelbeen (F) (zie afbeelding 1). Tussen sleutelbeen en schouderblad zit een schijfje (meniscus) dat het stoten tussen de beide delen van het gewricht opvangt. Als het kraakbeen is beschadigd, veroorzaakt dit klachten.

Soms ontstaan door het verdwijnen van het kraakbeen vergroeiingen van het gewricht, osteofyten genoemd. Als er geen alternatieven meer zijn, kan tijdens een artroscopie het uiterste deel van het sleutelbeen worden verwijderd.

Impingementklachten

Het impingement syndroom bestaat uit een combinatie van defecten van het schoudergewricht, waarvan de hierboven genoemde AC-artrosis er één is. Verder spelen de pezen die tussen het schouderdak (A) en de kop van de bovenarm (D) liggen een rol (zie afbeelding 1).

Zij kunnen door overmatige wrijving leiden tot blijvende pijnklachten. Door de wrijving ontstaan irritatie en zwelling van de pezen. Met name bij patiënten waarbij de ruimte tussen schouderblad en de kop smal is, komt dit eerder voor. Ook de slijmbeurs (B) kan gaan ontsteken.

De klachten zijn soms het gevolg van langzaan ontstane slijtage van het schoudergewricht. Het syndroom doet zich dan ook vaker voor bij mensen die werk boven hun hoofd uitoefenen, zoals schilders en stukadoors. Maar ook bij het beoefenen van bepaalde sporten zoals zwemmen en volleybal komt het voor.

Het impingementsyndroom is met een artroscopie te behandelen als fysiotherapie onvoldoende succesvol is. De behandeling bestaat uit het vergroten van de ruimte tussen het schouderdak (A) en de kop van de bovenarm (D). Dit gebeurt door een klein deel van het bot aan de onderkant van het schouderdak te verwijderen.

Degeneratief schoudergewricht met botrandwoekeringen

Als de kraakbeenlaag van het gewricht minder van kwaliteit wordt, spreken we van artrose. Tijdens dit proces kunnen zich aan de randen van het gewricht vergroeiingen van het bot gaan vormen. Deze vervormingen worden osteotofyten genoemd.

De osteofyten kunnen pijnklachten geven en bewegingsbeperking veroorzaken. Door middel van de artroscopie kunnen de osteotofyten worden verwijderd en kan het beschadigde kraakbeen worden bijgewerkt. De ingreep stopt niet het slijtageproces, maar kan wel tot vermindering van de pijn en verbetering van de schouderfunctie leiden.

Frozen shoulder

De letterlijke vertaling van frozen shoulder is bevroren schouder. Hierbij zijn de pezen en het kapsel als het ware verstijfd. Meestal gaat hier een ontstekingsproces aan vooraf, waardoor verklevingen ontstaan. Dit heeft de stijfheid tot gevolg. Het is een aandoening die vaak vanzelf overgaat, maar het kan wel twee jaar duren.

Restverschijnselen, zoals beperkte beweeglijkheid, kunnen soms door een artroscopie worden verholpen. Een ingreep vindt in dit geval pas plaats als de aandoening niet vanzelf overgaat. Bij een te snelle operatieve ingreep bestaat het risico dat er nieuwe ontstekingsreacties ontstaan, die het probleem verergeren.

Voorbereiding

Tijdens uw bezoek aan de anesthesist hoort u of u naast de algehele narcose ook een plaatselijke verdoving krijgt. Ook bespreekt de anesthesist met of u uw eventuele gebruikelijke medicatie kunt blijven gebruiken of dat u met bepaalde medicijnen moet stoppen.

Soms is het nodig het operatiegebied te ontharen. Is dat het geval, dan wordt dit op de operatieafdeling gedaan. Om irritaties en infecties te voorkomen, is het raadzaam dit niet thuis te doen. Ook gebruik van bodylotion wordt om deze reden afgeraden.

Opname

Na de artroscopie verblijft u in principe een nacht in het ziekenhuis. De ingreep wordt vaak als pijnlijk ervaren, maar dit is uiteraard afhankelijk van de intensiteit van de ingreep.

Als pijnbestrijding krijgt u meestal een combinatie van paracetamol met diclofenac (of een andere pijnstiller als u overgevoelig bent voor deze medicatie).

Eenmaal thuis kunt u de pijnstillers langzaam afbouwen. Het is belangrijk om tijdens het afbouwen – waardoor de pijn mogelijk weer toeneemt – wel uw oefeningen te blijven doen. De fysiotherapeut neemt deze oefeningen het ziekenhuis met u door of u ontvangt instructies van uw behandelend arts.

Revalidatie en werkhervatting

Meestal moet u de eerste weken het gewricht ontlasten en mag u de arm niet actief gebruiken. In de meeste gevallen mag u alleen de oefeningen doen, zoals die in het ziekenhuis met u zijn doorgenomen.

Na twee weken volgt de eerste poliklinische controle. Er wordt dan bekeken in welke mate u actieve oefeningen met de arm kunt gaan doen. Vaak volgt hierna fysiotherapie voor thuis. Zes weken na de operatie volgt een tweede controle, waarbij wordt beslist of u de arm weer volledig mag gaan gebruiken.

Het totale revalidatieproces neemt zo’n drie tot zes maanden in beslag.

Wanneer u weer kunt werken en sporten, is afhankelijk van de mate waarop het schoudergewricht hierbij wordt belast. Ook de conditie van het gewricht en de spieren, voorafgaande aan de operatie, spelen hierbij een rol.

Meestal moet de tijd uitwijzen wat nog mogelijk is. Het is altijd raadzaam om met uw behandelend orthopeed tijdens de controles te overleggen wat uw mogelijkheden, maar ook uw beperkingen zijn.

Complicaties

Een niet vaak voorkomende complicatie is het optreden van een infectie. Tekenen hiervan zijn:

  • koorts
  • roodheid
  • toenemende pijn
  • toenemende wondlekkage.

Als u één van deze verschijnselen signaleert, neem dan contact op met de polikliniek Orthopedie. Ook een frozen shoulder kan het gevolg zijn van een operatieve ingreep. Het gebeurt niet vaak, maar in een enkel geval helaas wel. Zie ook de informatie onder ‘frozen shoulder’ bij de paragraaf ‘Meest voorkomende ingrepen’.

Zeer zelden treedt er zenuwuitval op; dit is dan meestal van tijdelijke aard. Na een operatie kan een bloedstolsel ontstaan in uw bloedvaten. Dit kan leiden tot een trombosebeen of longembolie. Om de kans te verlagen krijgt u na de ingreep bloedverdunnende middelen.

Meer informatie

De orthopeden van Isala zijn samen met regionale fysiotherapeuten vertegenwoordigd in het Schouder Netwerk Groot Zwolle. Op www.SNGZ.nl kunt u aanvullende informatie vinden over de behandeling van schouderproblematieken.

Ook vindt u informatie op de website van Zorg voor beweging van de beroepsvereniging van de Orthopedie Nederland.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle, Kampen of Heerde

Orthopedie
(038) 424 56 56 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Meppel of Steenwijk

Orthopedie
(0522) 23 32 41 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 16.30 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.


31 augustus 2017 5974 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht