ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Radiofrequente ablatie (RFA) bij een Barrett-slokdarm

Bij radiofrequente ablatie (ablatie betekent loslaten/wegbranden) wordt het meest oppervlakkige laagje van de slokdarmwand kortdurend sterk verhit met behulp van radiofrequente energie, waardoor dit laagje afsterft. Hierna treedt genezing van de slokdarm op en groeit het oorspronkelijke slijmvlies (het plaveiselcelepitheel) terug.

Om dit te bewerkstelligen krijgt u na de radiofrequente ablatie (RFA) speciale zuurremmende medicatie voorgeschreven. Op deze pagina leest u wat deze behandeling inhoudt en hoe u zich hierop kunt voorbereiden.

Endoscoop

De behandeling vindt plaats met behulp van een endoscoop. Een endoscoop is een flexibele slang met een doorsnede van een centimeter, met aan het uiteinde een camera, waarmee de maag-, darm- en leverarts uw slokdarm, maag en darmen kan bekijken. De arts ziet het beeld van de camera op een monitor. De endoscoop bevat naast een cameraatje ook een kanaal waar kleine operatie-instrumenten doorheen kunnen.

Bij wie wordt RFA toegepast?

RFA wordt toegepast bij patiënten met dysplasie of een voorstadium van kanker in de Barrett-slokdarm.

Als er sprake is van zichtbare afwijkingen in de slokdarm, worden deze in de meeste gevallen eerst verwijderd door middel van endoscopische resectie. Daarna vindt een RFA van het resterende Barrett-slijmvlies plaats.

Bij patiënten zónder zichtbare afwijkingen maar mét dysplasie wordt direct een RFA uitgevoerd.

Barrett-slokdarm

Bij een Barrett-slokdarm is het slijmvlies (de bekleding) van het onderste deel van de slokdarm veranderd. Een Barrett-slokdarm ontstaat wanneer maagzuur langdurig terugloopt in de slokdarm. Patiënten met een Barrett-slokdarm moeten zich regelmatig laten onderzoeken door middel van een endoscopie van de slokdarm. Zij hebben namelijk een verhoogd risico op slokdarmkanker.

Dysplasie

Abnormale groei van weefsel (dysplasie) wordt beschouwd als een voorstadium van kanker. Er is onderscheid tussen laaggradige dysplasie en hooggradige dysplasie. Dit onderscheid geeft de mate van onrust in de cellen aan. Bij hooggradige dysplasie is er sprake van meer onrust dan bij laaggradige dysplasie.

Voorbereiding

  • Om ervoor te zorgen dat er geen voedsel meer in uw slokdarm of maag aanwezig is tijdens de behandeling, is het nodig dat u ‘nuchter’ bent. Dit houdt in dat u de avond vóór het onderzoek vanaf 24.00 uur tot na de behandeling niet mag eten of drinken.
  • U wordt na de behandeling opgenomen op de afdeling Dagverpleging. Daarna mag u weer naar huis, tenzij de arts het beter vindt dat u een nacht ter observatie blijft. Neem daarom voor de zekerheid wat spulletjes mee voor de nacht. Het is belangrijk dat u uw medicijnen voor 24 uur meeneemt.
  • U krijgt tijdens de behandeling een slaapmiddel (sedatie). Het is belangrijk dat u de informatie over sedatie elders op deze website goed doorleest.
Let op
  • Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt zoals Sintrom(itis), Marcoumar, Ascal of Plavix, dan moet u tijdig contact opnemen met het ziekenhuis. Mogelijk moet u vóór de behandeling in overleg met uw arts tijdelijk met deze medicijnen stoppen. Weet u niet zeker weten of u bloedverdunnende medicatie gebruikt, neem dan contact op voor overleg.
  • Als u diabetes heeft of medicijnen gebruikt die u `s morgens in moet nemen, overleg dit dan vooraf met de arts.
  • Heeft u een kunstmatige hartklep, neem dan vóór de behandeling contact op met de arts die de RFA heeft aangevraagd.

Melden

Voor elke afspraak in het ziekenhuis meldt u zich met uw identiteitsbewijs (ID, paspoort of rijbewijs) aan bij een aanmeldzuil. Als u de stappen van aanmelden heeft doorlopen, verschijnt op het scherm hoe laat en bij welke afdeling u moet zijn. Ook ziet u op het scherm of er een wachttijd is bij het spreekuur. Alle afspraakgegevens worden geprint op uw afsprakenticket.

U hoeft pas kort voor het tijdstip van uw afspraak op de polikliniek te zijn. Tot die tijd kunt u plaatsnemen in de centrale hal of in de passage. Als het tijdstip van uw afspraak nadert, gaat u naar de polikliniek waar u een afspraak heeft. Daar aangekomen houdt u uw afsprakenticket opnieuw voor een aanmeldzuil. Op het scherm verschijnt in welke wachtruimte u plaats kunt nemen.

Verhinderd?

Wanneer u verhinderd bent uw afspraak na te komen, neemt u dan zo snel mogelijk contact op met de endoscopieafdeling. In uw plaats kan dan een andere patiënt geholpen worden.

Behandeling

De verpleegkundige van de endoscopieafdeling roept u op voor de behandeling. Hij/zij begeleidt u en assisteert de arts tijdens de RFA. Als u een gebitsprothese heeft, dan moet u die aan het begin van de behandeling uitdoen.

U krijgt een infuusnaaldje ingebracht. Ook krijgt u een drankje dat het schuimen van de maaginhoud tegengaat. Uw keel wordt verdoofd met een spray met een bananensmaak. Het sprayen van de keel wordt door de meeste patiënten als vervelend ervaren, maar het is van belang om braakreflexen zo veel mogelijk tegen te gaan.

U mag op de linkerzijde te gaan liggen. Uw bloeddruk wordt gemeten en u krijgt een knijper aan uw vinger om tijdens de behandeling uw hartslag en het zuurstofgehalte in uw bloed te controleren. Via het infuusnaaldje krijgt u een slaapmiddel (sedatie) en soms een pijnstiller toegediend. Dat maakt u tijdens de behandeling slaperig en ontspannen.

In beeld

U krijgt een bijtring tussen uw tanden (kaken) ter bescherming van de endoscoop. Vervolgens brengt de arts de endoscoop via uw mond in en vraagt u te slikken. Dit kan een vervelend gevoel geven. De endoscoop wordt voorzichtig opgeschoven. Na inspectie wordt het te behandelen gebied in beeld gebracht. De arts behandelt het weefsel.

Om het beste resultaat te bereiken zijn meestal meer RFA-behandelingen nodig met tussenpozen van twee à drie maanden. De behandeling gebeurt met een RFA-ballon of met een kleiner ablatieapparaatje dat op de endoscoop wordt bevestigd. Beide worden hierna toegelicht.

RFA-ballonbehandeling (HALO 360)

Bij de ballonbehandeling wordt eerst een ballon in uw slokdarm gebracht en voorzichtig opgeblazen. Op deze manier kan de doorsnede van de slokdarm worden gemeten om zo een RFA-behandelballon van de goede maat (diameter) te kiezen.

Vervolgens wordt de juiste behandelballon in uw slokdarm geplaatst en wordt ook de endoscoop ingebracht. Om de behandelballon is een dun metalen draad gewikkeld die warmte afgeeft. De RFA-ballon wordt gedurende ongeveer één seconde ingeschakeld waardoor de slokdarmwand wordt verhit.

Afhankelijk van de lengte van de Barrett-slokdarm wordt de ballon verplaatst en nogmaals verhit. Als de hele Barrett-slokdarm is behandeld, verwijdert de arts de ballon en maakt hij/zij het behandelde gebied schoon. Daarna wordt de procedure herhaald en worden met de endoscoop (digitale) foto’s genomen.

Afbeelding 1: RFA-ballonbehandeling 
 

RFA-behandeling met ablatie-apparaatje (HALO 90)

Als na de eerste behandeling met de RFA-ballon de slokdarm is genezen, zijn er meestal nog kleine gebieden Barrett-slijmvlies aanwezig. Dit komt doordat de RFA-ballon niet overal contact heeft gehad met de slokdarmwand.

Om deze resterende plekjes te behandelen is een ablatie-apparaatje op de endoscoop bevestigd. Aan dat apparaatje zit een metalen draadje dat warmte afgeeft. De arts brengt het apparaatje naar de te behandelen gebiedjes en schakelt het apparaatje in waardoor de slokdarmwand wordt verhit.

Als alle gebiedjes zijn behandeld, wordt het behandelde gebied schoongemaakt. Daarna wordt de procedure herhaald en worden met de endoscoop (digitale) foto’s genomen.

 
Afbeelding 2: RFA-behandeling met ablatie-apparaatje 
 

Na de behandeling

De behandeling duurt drie kwartier tot een uur. Na afloop wordt u naar de uitslaapkamer gebracht, waar u een tijdje nauwlettend wordt geobserveerd. De meeste patiënten gaan daarna weer naar huis, tenzij de arts anders adviseert.

U krijgt een informatieformulier mee naar huis met instructies voor de nazorg. Ook krijgt u een recept mee voor medicijnen die u na de behandeling moet innemen.

Pijnklachten

De eerste uren na de behandeling kunt u last hebben van een opgeblazen gevoel en pijn in de buik. Dit komt doordat er tijdens de behandeling lucht in het darmstelsel is geblazen.

Daarnaast kan er door de ontstane oppervlakkige brandwond een scherpe pijn ontstaan in uw bovenbuik of achter uw borstbeen. Meestal zakt deze pijn een aantal dagen na de behandeling af, maar soms kan de pijn één tot twee weken aanhouden.

Bij pijn mag u paracetamol innemen, maar los de medicijnen wel op in water. U mag maximaal acht tabletten van 500 mg per dag innemen. Als de paracetamol niet afdoende helpt, dan kunt u contact opnemen met de Endoscopieafdeling.

Medicatie

Om ervoor te zorgen dat de ontstane wond goed geneest, krijgt u medicijnen voorgeschreven. Deze medicijnen vermijden zo veel mogelijk de inwerking van het maagzuur op de wond. Het is daarom belangrijk dat u deze medicatie nauwgezet inneemt.

Dieet

Op de dag van de behandeling moet u een dieet volgen van water, limonade en eventueel wat lauwe thee of bouillon. De dag na het onderzoek mag u in principe alles weer eten en drinken. Begin echter met wat zachte etenswaar zoals vla, yoghurt en brood zonder korstjes. Ook is het raadzaam om te gekruid, te zuur en te heet voedsel de eerste twee weken te vermijden.

Controle

Ongeveer twee weken na de behandeling heeft u een belafspraak. Tijdens dit gesprek wordt doorgesproken hoe het op dat moment met u gaat en hoe het vervolg van de behandeling eruit ziet.

Zoals gezegd zijn doorgaans enkele behandelingen nodig, met tussenpozen van twee à drie maanden. Wanneer al het Barrettslijmvlies weg is, worden er kleine stukjes weefsel (biopten) weggenomen op de plek waar het Barrett-slijmvlies zat. De patholoog onderzoekt deze biopten nader onder de microscoop.

Mogelijke complicaties

Bij een RFA ontstaat een soort oppervlakkige brandwond in de slokdarm. De kans op complicaties is zeer klein. Behalve irritatie van de keel en pijn achter het borstbeen hebben patiënten meestal geen klachten na de behandeling.

In theorie kunnen er complicaties voorkomen, zoals een ernstige ontsteking van de slokdarm met de vorming van zweren en vernauwing van de slokdarm, een gaatje in de slokdarmwand (perforatie) en een beschadiging van keel of stembanden. De kans hierop is gelukkig zeer klein.

Klachten?

Neem direct contact op als:

  • u na het onderzoek klachten krijgt
  • u thuis na de behandeling bloed opbraakt of zwarte, teerachtige ontlasting heeft. Er kan sprake zijn van een late bloeding
  • u aanhoudende heftige pijn in de bovenbuik of achter het borstbeen en hoge koorts heeft. Ze kunnen duiden op een complicatie
  • het eten uw slokdarm niet goed wil passeren.

Tijdens kantooruren kunt direct contact opnemen met uw behandelend arts. Buiten kantooruren of als u behandelend arts niet kunt bereiken, kunt u vragen naar de dienstdoende maag-, darm- en leverarts.

Contact

Tijdens kantooruren neemt u direct contact op met uw behandelend arts. Belt u buiten kantooruren of kunt uw behandelend arts niet bereiken, vraagt u dan naar de dienstdoende maag-, darm- en leverarts.

Telefoonnummers:
(038) 424 33 20 (tijdens kantooruren van 8.30 tot 17.00 uur)
(038) 424 50 00 (buiten kantooruren)

Verhinderd?

Heeft u een afspraak, maar bent u verhinderd? Neem dan zo snel mogelijk contact op met de endoscopieafdeling. In uw plaats kan een andere patiënt geholpen worden.

Tot slot

Heeft u binnenkort een afspraak? Dan vindt u tijd en plaats waar u verwacht wordt in uw afspraakbevestiging.

Heeft u nog vragen, dan kunt u uiteraard contact opnemen met de endoscopieafdeling via telefoonnummer (038) 424 33 20 en vragen naar de Barrettverpleegkundige.

Voor extra informatie kunt u de site www.barrett.nl raadplegen.


16 augustus 2016 5978 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht