ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Operatie vanwege een kanaalvernauwing in de onderrug

Een kanaalvernauwing (stenose) van het lendenwervelkanaal veroorzaakt afklemming van de zenuw. Daardoor ontstaan klachten. Als die het doen en laten ernstig beperken, is operatie de enige manier om van de klachten af te komen. Hier kunt u meer lezen over de operatie zelf, de voorbereiding en nabehandeling. Deze informatie kunt u downloaden en meebrengen bij polikliniekbezoek en eventuele ziekenhuisopname.

Kanaalvernauwing

Op advies van uw arts heeft u besloten een operatie te ondergaan vanwege een kanaalvernauwing in de onderrug. Bij deze aandoening gaat het om een kanaalvernauwing (stenose) van het lendenwervelkanaal (lumbaal). Daarom wordt de aandoening ook wel een lumbale (kanaal)stenose genoemd. Door het lendenwervelkanaal lopen de zenuwbanen. De vernauwing veroorzaakt afklemming van de zenuw waardoor de klachten ontstaan (zie afbeelding 1). Dit is vooral pijn laag in de rug, uitstralend naar de benen. Klachten treden op na een eind te hebben gelopen of na enige tijd staan. De benen kunnen doof gaan aanvoelen en worden stuurloos (etalagebenen). Om de klachten te laten verminderen helpt het soms om gewoon op de zij te gaan liggen of met opgetrokken benen. Opmerkelijk is dat fietsen vaak nog prima gaat zonder noemenswaardige rug- of beenklachten.

 
Afbeelding 1: röntgenfoto van een kanaalvernauwing van het ledenwervelkanaal 
 

De grootte van het wervelkanaal is bij de geboorte al sterk verschillend en kan bepalend zijn voor de mate waarin klachten zich openbaren. Bij patiënten met een vernauwd wervelkanaal kunnen klachten al op jonge leeftijd beginnen, maar vaak openbaren de klachten zich op oudere leeftijd.

Anatomie van de wervelkolom

De wervelkolom (afbeelding 2) geeft niet alleen de stabiliteit aan de romp, maar in de wervelkolom lopen ook de zenuwbanen. De wervelkolom bestaat uit zeven nekwervels, twaalf borstwervels, vijf lende - of lumbale wervels en het heiligbeen (sacrum) met staartbeentje. Hier gaat het vooral over de lumbale wervels en het heiligbeen.

Tussen iedere twee wervels zit een tussenwervelschijf (zie afbeelding 3). Dat de wervelkolom makkelijk kan bewegen is te danken aan de tussenwervelschijf, maar ook aan de gewrichten die aan de zijkanten van de wervels zitten en de boven elkaar liggende wervels met elkaar verbinden. Dit zijn de zogenoemde facetgewrichtjes.

Verder wordt het wervelkanaal gevormd door wervelbogen (zie afbeelding 4) die vastzitten aan de wervellichamen. De wervelbogen worden met elkaar verbonden door banden, de zogenaamde gele ligamenten. De gele ligamenten bekleden het wervelkanaal ook aan de binnenkant.

De zenuwbanen zijn omhuld door het hersenvlies, gevuld met het hersenvocht (liquor). Het hersenvlies loopt door tot onder in het wervelkanaal. De liquor fungeert als schokdemper voor de zenuwbanen. Omringd door het hersenvlies verlaten de zenuwwortels, steeds links en rechts tussen twee wervels, het wervelkanaal.

 

 
Afbeelding 2: wervelkolom normaal
 
 
Afbeelding 3: bovenaanzicht tussenwervelschijf
 
 
 
Afbeelding 4: wervelbogen
 

Oorzaken van een vernauwing

Ouderdom brengt een bepaalde mate van slijtage (artrose) van de tussenwervelschijven en wervellichamen met zich mee; dit is een normaal proces. Als reactie hierop gaan het wervelbot en de facetgewrichten woekeren, waardoor een vernauwing optreedt in het wervelkanaal en bij de openingen waar de zenuwbanen de wervelkolom verlaten. Bovendien zijn ook de gele ligamenten verdikt, waardoor er binnen het vernauwde wervelkanaal nóg minder ruimte overblijft voor een vrije doorgang van de zenuwbanen. Zwaar werk en een langdurige slechte houding kunnen dit slijtageproces versnellen.

Onderzoek en diagnose

Behalve het doen van lichamelijk onderzoek en het bespreken van uw specifieke klachten, kan de orthopeed een CT-scan of MRI laten verrichten om de juiste diagnose en daarmee de juiste behandeling te kunnen bepalen. Als een van deze onderzoeken voor u van toepassing is, krijgt u hierover een informatiefolder uitgereikt. Deze folders zijn te vinden onderaan deze pagina.

Behandeling

Niet elke lumbale kanaalstenose hoeft te worden geopereerd. Alleen als de klachten uw doen en laten ernstig beperken, dan is operatie de enige manier om van de klachten af te komen. Om te opereren wordt de operatietechniek laminectomie toegepast. In het hoofdstuk ‘operatie’ wordt deze techniek besproken. De orthopeed bespreekt vóór de operatie met u of deze ingreep voor u van toepassing is.

Voorbereiding op de operatie

Preoperatief bureau

Voorafgaand aan de operatie heeft u een afspraak op het spreekuur van de anesthesist. Meestal gebeurt dit twee à vier weken vóór de operatie. De anesthesist bespreekt met u welke vorm van anesthesie (verdoving) bij u wordt toegepast tijdens de operatie. Bij rugoperaties is dat meestal algehele anesthesie (narcose).
Ook hoort u van de anesthesioloog of u uw thuismedicatie mag blijven gebruiken of dat u voorafgaand aan de operatie met bepaalde medicijnen (tijdelijk) moet stoppen.
Na het gesprek met de anesthesist krijgt u een brochure mee over anesthesie. U kunt onderaan deze pagina meer informatie vinden over anesthesie.

Blijf bewegen

Het is belangrijk dat uw conditie voorafgaand aan de operatie zo goed mogelijk op peil blijft. U kunt dit bereiken door binnen uw mogelijkheden zo veel mogelijk te blijven bewegen. Wandelen, fietsen en zwemmen zijn goede voorbeelden. Als u onder behandeling van een fysiotherapeut bent, kunt u met hem doornemen wat voor u goede oefeningen zijn.

Fysiotherapie regelen

U doet er verstandig aan een fysiotherapeut in uw eigen omgeving alvast in te lichten over uw operatie, zodat u ingepland kunt worden voor na de ingreep.

Zorg voor goed gewicht

Overgewicht heeft negatieve invloed op de wervelkolom en kan ertoe leiden dat uw klachten verergeren. Bovendien kan overgewicht het herstel na de ingreep vertragen. Het is daarom raadzaam af te vallen als u te zwaar bent. De huisarts kan u desgewenst doorverwijzen naar een diëtist.

Scheren/ontharen?

Als het operatiegebied moet worden geschoren, dan gebeurt dit op de operatieafdeling.

Niet roken

Onderzoek heeft aangetoond dat bij rokers het herstel na de operatie minder snel verloopt. We raden u daarom aan gedurende een langere tijd te stoppen met roken, en zeker in de herstelperiode. Mocht dat niet lukken, dan moet u in ieder geval in de uren vóór de operatie niet roken. De ademhalingswegen van rokers zijn vaak geïrriteerd en daardoor gevoeliger voor ontstekingen. Bovendien kan hoesten na de operatie erg pijnlijk zijn.

Dag van de operatie

In principe wordt u opgenomen op de dag van de operatie. U krijgt van de opnameplanning Orthopedie het tijdstip van uw opname en de tijd van de operatie door. U mag tot twee uur vóór het genoemde tijdstip nog drinken en tot zes uur voordat de operatie begint, nog een licht ontbijt nemen.

De verpleegkundige of zaalarts legt u de gang van zaken uit en vertelt onder andere hoe lang uw operatie gaat duren. Ook bereidt de verpleegkundige u voor op de operatie. Zo neemt zij met u door of zich de laatste tijd nog veranderingen in uw gezondheid hebben voorgedaan. Uw bloeddruk en hartslag worden gemeten. Eventueel krijgt u voorafgaand aan de operatie nog (pre)medicatie. Voor de operatie doet u een operatiejasje aan. Daarna wordt u in uw bed naar de operatieafdeling gebracht.

Operatie

De operatie wordt meestal uitgevoerd onder algehele anesthesie (narcose). U ligt hierbij op de buik, waarbij een rol onder uw buik wordt gelegd zodat de rug een beetje gekromd is. Zelf merkt u hier uiteraard niets van omdat u onder narcose bent.

Laminectomie

Tijdens de operatie schuift de orthopedisch chirurg de spieren weg zodat de wervels vrij komen te liggen. De wervelbogen of een deel daarvan worden verwijderd. Dit noemt men de laminectomie. Daarna worden de verdikte gele ligamenten verwijderd. Deze beide handelingen zorgen ervoor dat er weer voldoende ruimte in het wervelkanaal ontstaat.

Een laminectomie kan op één niveau worden uitgevoerd, meestal tussen de vierde en vijfde lumbale wervel, maar kan ook op meerdere niveaus plaatsvinden. In een enkel geval is het nodig om de onderlinge wervels aan elkaar vast te zetten (fixeren) door middel van staven en schroeven (spondylodese). Als dat voor u geldt, heeft uw orthopedisch chirurg dat met u besproken.
Als er behalve de kanaalstenose ook sprake is van een hernia, dan kan deze tijdens dezelfde operatie worden verwijderd.
Afhankelijk van de uitgebreidheid van de ingreep duurt de operatie ongeveer drie kwartier tot anderhalf uur.

Na de operatie

Als de operatie is afgerond, gaat u naar de uitslaapkamer. Een van de medewerkers informeert uw contactpersoon hierover. Op de uitslaapkamer komt u bij uit de narcose. Hartslag, bloedsomloop en andere lichaamsfuncties worden nauwkeurig in de gaten gehouden.
Na een periode van 1 à 2 uur op de uitslaapkamer gaat u terug naar de verpleegafdeling. Daar belt een van de verpleegkundigen opnieuw uw contactpersoon. Als u terug bent, mag u bezoek ontvangen.

Voorkómen van trombose

Enkele uren na de operatie begint u met bloedverdunnende injecties ter voorkoming van trombose (bloedstolling). Hiermee mag u stoppen op de dag dat u naar huis gaat. Als u al bloedverdunnende medicijnen gebruikt, houden we daarmee uiteraard rekening.

Pijn

Het is normaal dat u na de operatie pijn heeft. De pijn moet echter wel acceptabel voor u zijn. U krijgt daarom een standaard hoeveelheid pijnmedicijnen. De verpleegkundige zal u regelmatig vragen uw pijnbeleving uit te drukken in een cijfer tussen 1 en 10. De pijnstilling wordt aangepast op het cijfer dat u geeft. De verpleegkundige geeft u hierover verdere uitleg op de afdeling.
In de loop van de dagen vermindert de pijn en kunt u beginnen met het afbouwen van de pijnmedicatie. Het kan zijn dat het een aantal maanden duurt voordat u geen pijnstillers meer nodig heeft.

Fysiotherapie

Op de dag na de operatie komt de fysiotherapeut bij u langs. In eerste instantie kijkt hij/zij in welke mate uw klachten zijn veranderd ten opzichte van de situatie van vóór de operatie. De fysiotherapeut begeleidt u bij het herstel en geeft instructie/oefeningen voor:

  • het leren omgaan met uw beperkingen/mogelijkheden
  • hoe u moet gaan liggen en zitten
  • hoe u uit liggende en zittende houding moet gaan staan
  • het traplopen
  • hoe u kunt douchen, aankleden, knielen, tillen, etc.
  • hoe u uw loopafstand kunt uitbreiden (afhankelijk van uw klachten)
  • de mate waarin uw rug mag worden belast.

De eerste dagen na de ingreep mag u hoofdzakelijk liggen en lopen. Een houding die wordt afgeraden, is te lang zitten. Voor alle handelingen geldt dat u de rug niet mag buigen en de schouders niet mag draaien ten opzichte van uw bekken.

Afhankelijk van het aantal dagen dat u in het ziekenhuis verblijft, geeft de fysiotherapeut de instructies verspreid over de dagen. U krijgt de instructie zowel mondeling als schriftelijk.
De fysiotherapeut beslist mee over het moment waarop u naar huis kunt en zorgt voor een overdracht voor de fysiotherapeut in uw eigen omgeving. Als u weer thuis bent, gaat u de fysiotherapie die in het ziekenhuis is gestart, voortzetten.

Weer naar huis

De opnameduur varieert van één nacht tot enkele dagen. Dit is afhankelijk van uw herstel en de uitgebreidheid van de ingreep. Voordat u naar huis gaat moet u aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • zelfstandig in en uit bed kunnen komen
  • zelfstandig kunnen lopen
  • goede wondgenezing
  • op de hoogte zijn van leefregels/tijdelijke beperkingen ten aanzien van uw beweeglijkheid (mobiliteit)
  • de thuissituatie moet goed zijn geregeld.

Als u naar huis gaat, kunt u niet altijd volledig voor uzelf zorgen. Zeker als u alleenstaand bent, is het verstandig om voorafgaand aan de operatie familie, vrienden of buren te vragen of zij hand- en spandiensten kunnen verrichten, zoals boodschappen doen. Eventuele hulp bij lichamelijke verzorging kunnen we vanuit het ziekenhuis voor u regelen.

Resultaten van de operatie

De operatie is er niet alleen op gericht om de zenuw weer vrij te leggen, maar ook om verdere beschadiging/inklemming van de zenuw te voorkomen. Het is daarom niet vanzelfsprekend dat al uw klachten na de operatie meteen zijn verdwenen. Herstel van een beschadigde zenuw kan een aantal maanden duren. In sommige gevallen vindt er geen volledig herstel plaats.
In de meeste gevallen echter zullen de klachten (grotendeels) verdwijnen.
Het herstel is mede afhankelijk van lichamelijke conditie. Over het algemeen moet u er rekening mee houden dat het herstel ongeveer een half jaar in beslag neemt.

Werk en sporthervatting

Als u zwaar lichamelijk werk moet verrichten, zal het een aantal maanden tot een half jaar duren voordat u kunt bepalen of u weer volledig uw oude werk kunt hervatten. Soms is het nodig uw werkzaamheden op een andere manier te doen, bijvoorbeeld door hulpmiddelen te gebruiken. Helaas komt het ook voor dat patiënten ander werk moeten gaan zoeken.

Als het herstel normaal verloopt, is sporten weer goed mogelijk. Sporten die erg belastend zijn voor de rug, kunt u beter niet meer doen. Iedereen moet individueel bepalen wat mogelijk is. Na zes weken heeft u een controleafspraak op de polikliniek. U kunt dan ook met de orthopedisch chirurg overleggen wat uw mogelijkheden zijn.

Revalidatie

Voor een volledig herstel (revalidatie) moet u ongeveer een half jaar uittrekken. In de loop van de weken mag u uw activiteiten – afhankelijk van uw klachten – uitbreiden onder begeleiding van de fysiotherapeut. Na een half jaar kunt u geen verbetering meer verwachten.

Complicaties

Ondanks dat de operatie met grote zorgvuldigheid wordt uitgevoerd, bestaat de kans op complicaties. Hier staan de belangrijkste op een rijtje.

Nabloeding

De kans op een nabloeding is het grootst in de eerste dagen na de operatie.

Zenuwuitval

Dit kan het gevolg zijn van een reeds beschadigde zenuw. Er kan ook druk op de zenuw ontstaan als gevolg van wondvocht of een bloeduitstorting. Volledig herstel kan variëren van enkele weken tot enkele maanden, maar is niet altijd vanzelfsprekend. Een bekend voorbeeld van zenuwuitval is de zogenaamde ‘klapvoet’.

Infectie

Een infectie openbaart zich meestal in de eerste weken na de operatie. Verschijnselen zijn:

  • de wond lekt meer dan een week
  • het wondvocht is niet helder, maar gelig van kleur en ruikt
  • aanhoudende koorts na de operatie (boven de 38 graden Celsius)
  • u blijft zich ziek en moe voelen en heeft weinig eetlust.

Als u een of enkele van deze verschijnselen signaleert, moet u contact opnemen met de polikliniek Orthopedie, telefoon (038) 424 56 56.

Liquorlekkage

Tijdens de operatie bestaat er een kleine kans dat het hersenvlies beschadigd raakt waardoor hersenvocht (liquor) weglekt. Meestal herstelt dit zich spontaan binnen enkele dagen. Verschijnselen zijn snel opkomende hoofdpijnklachten zodra u gaat zitten of staan. De klachten verdwijnen weer als u gaat liggen. In een enkel geval is een operatie nodig om dit probleem te herstellen.

Trombose of longembolie

Trombose (bloedstolling) is de benaming voor een bloedstolsel dat zich vastzet in een bloedvat en zo een afsluiting veroorzaakt. Als dat in de longen gebeurt, heet dat een (long)embolie. Dit kenmerkt zich vaak door pijn bij het ademen. Meestal zit een trombose echter in een been. Het been wordt dan dik, rood, warm en glanzend. Als u deze verschijnselen herkent, moet u contact opnemen met uw huisarts.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle, Kampen of Heerde

Orthopedie
(038) 424 56 56 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.


31 augustus 2017 6071 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht