ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Osteopenie (een tekort aan botmassa)

Uitleg en advies

Mensen die na hun vijftigste levensjaar een bot breken, hebben meer kans op osteopenie of osteoporose (botontkalking). Hier leest u meer over het ontstaan, de gevolgen en het omgaan met osteopenie.

Wat is osteopenie?

Osteopenie is een medische term voor een tekort aan bot (osteon = bot, penia = tekort). Dat wil niet zeggen dat u te weinig botten heeft, maar wel dat uw botten minder ‘botmassa’ hebben. Onze botten bestaan onder andere uit kalk (calcium), fosfor, merg en andere stoffen. Deze stoffen vormen samen een hechte structuur met kleine openingen ertussen. Is de botdichtheid goed, dan heeft u gezond, stevig bot dat tegen een stootje kan. Worden die kleine openingen in het bot echter groter en groter, dan wordt het bot poreuzer en daarmee steeds minder stevig; de botdichtheid neemt af.

Van osteopenie merkt u niets; het doet geen pijn en u heeft geen klachten. Als er nog meer botverlies optreedt, kan osteopenie overgaan in osteoporose (botontkalking). Bij osteoporose is de botdichtheid zo laag geworden dat de botten heel makkelijk breken. Ook kunt u pijnklachten hebben door bijvoorbeeld ingezakte wervels.

Hoe ontstaat osteopenie?

In het skelet wordt voortdurend nieuw botweefsel aangemaakt en oud botweefsel afgebroken. Per jaar wordt meer dan tien procent van uw botten vernieuwd. Rond het dertigste jaar is de dichtheid van de botten het grootst. Na het 45e levensjaar verandert het evenwicht tussen de botopbouw en -afbraak. Er wordt meer bot afgebroken dan aangemaakt. Bij het ouder worden is het dus normaal dat er meer bot wordt afgebroken en de botten brozer worden.

Risicofactoren voor osteopenie

Er kunnen omstandigheden (factoren) zijn waardoor het risico (de kans) op osteopenie groter is. Dit worden risicofactoren genoemd. De risicofactoren die kunnen bijdragen aan osteopenie, zijn onder andere:

  • U heeft een calcium- (kalk) en/of vitaminetekort.
  • U heeft een botbreuk gehad na uw vijftigste levensjaar.
  • Uw moeder heeft een gebroken heup gehad. Osteoporose kan een erfelijkheidsfactor hebben.
  • U heeft voor uw lengte een te laag lichaamsgewicht.
  • U heeft maandenlang weinig lichaamsbeweging gehad.
  • U gebruikt(e) bepaalde medicijnen, zoals prednisolon en ontstekingsremmers.

Daarnaast vergroten bepaalde ziekten de kans op osteopenie. Hierbij moet u denken aan:

  • tekort aan geslachtshormonen (bijvoorbeeld door een vroege overgang)
  • eetstoornissen
  • afwijkingen van de schildklier of bijschildklier
  • reuma.

Leefregels bij osteopenie

Als u een verhoogde kans heeft op osteopenie, kunt u zelf bijdragen aan het voorkomen of verminderen van klachten. Hieronder staan vijf leefregels die van belang zijn bij mensen met osteopenie.

1. Eet gezond en zorg voor voldoende calcium

Het innemen van de dagelijks aanbevolen hoeveelheid calcium (kalk) is van belang voor de opbouw en instandhouding van de botmassa. Op latere leeftijd is calcium vooral belangrijk, omdat het lichaam dan minder calcium opneemt. Aanbevolen wordt om 1000 mg à 1200 mg calcium per dag in te nemen. Dit bereikt u als u, naast de basisvoeding, vier standaard zuivelconsumpties per dag gebruikt.

Een standaard zuivelconsumptie kan bestaan uit:

  • 150 ml vla, melk, kwark of yoghurt
  • 20 gram kaas als broodbeleg.

Het maakt niet uit of u magere, halfvolle of volle producten gebruikt: de hoeveelheid calcium is nagenoeg gelijk. Ook peulvruchten, groenten en noten leveren calcium. Vindt u het moeilijk om voldoende (zuivel)producten te gebruiken, dan kunnen met calcium verrijkte producten uitkomst bieden. Een aantal van deze producten is ook belangrijk voor mensen die geen zuivelproducten willen of mogen gebruiken. Naast met calcium verrijkte melk en sojamelk zijn er frisdranken en siropen, margarines verkrijgbaar waaraan calcium is toegevoegd. Hiermee kunt u de hoeveelheid calcium in uw voeding aanvullen.

2. Ga regelmatig naar buiten

Het lichaam heeft vitamine D nodig voor stevige botten. Vitamine D zorgt ervoor dat calcium uit de voeding beter in het bloed en in de botten wordt opgenomen. Een tekort aan vitamine D gaat gepaard met versneld botverlies. De belangrijkste bron van vitamine D is zonlicht. Vitamine D wordt gevormd in het lichaam, onder invloed van zonlicht – zelfs in het Nederlandse klimaat, mits we elke dag minstens 15 minuten buiten zijn.

Vitamine D zit daarnaast vooral in (vette) vis, zoals zalm, haring en makreel. Maar ook in margarine, halvarine en boter. Een vitamine D-tekort komt op oudere leeftijd veel voor. Het kan gepaard gaan met spierpijn en spierzwakte, waardoor de kans op vallen toeneemt. Moeite met traplopen, een zwaar gevoel in de benen en moeizaam uit een stoel omhoogkomen kunnen door vitamine D-tekort worden veroorzaakt.

3. Wees matig met alcohol, cafeïne, zout en stop met roken

Om het risico op brozere botten te verminderen is het belangrijk dat u voldoende calcium en vitamine D inneemt. Een teveel aan alcohol, zout, koffie, cola en roken kan het effect van calciumrijke voeding teniet doen. Ook passief meeroken (tabaksrook) heeft invloed op de botten. Bespreek met uw huisarts of u te veel alcohol, zout, koffie en/of tabaksproducten gebruikt. 

4. Beweeg regelmatig

Het verlies van botmassa kan vertraagd worden door lichaamsbeweging. Een half uur per dag bewegen is daarom belangrijk. Het gaat beslist niet om sporten op topniveau. Elke vorm van lichaamsbeweging is zinvol. Beweging waarbij uw lichaam met zijn eigen gewicht wordt belast, heeft het grootste effect. Denk hierbij aan wandelen, traplopen, tuinieren, springen, hardlopen.

Gewichtsondersteunende lichaamsbeweging, zoals zwemmen en fietsen, heeft minder effect. Vooral zwemmen is minder effectief, omdat het lichaam dan niet echt wordt belast; het wordt gedragen door water. Wel maakt zwemmen de spieren en gewrichten los, zeker zwemmen in warm water.

5. Aanvulling op uw voeding

Het kan zijn dat het u toch niet lukt om voldoende calcium in te nemen. Dan is het verstandig een voedingssupplement te gebruiken dat zorgt voor aanvulling van de hoeveelheid calcium. Dit geldt ook voor vitamine D. Als u bloed heeft laten prikken, kunnen we hierin ook zien of uw vitamine D-gehalte voldoende is. Mocht dit te laag zijn, dan krijgt u van de verpleegkundig consulent(e) van de Fractuur- en osteoporosepolikliniek adviezen hoe u het vitamine D-gehalte op goed niveau kunt brengen.

Het kan zijn dat u een kauwtablet of een sachet met bruispoeder met calcium en vitamine D krijgt voorgeschreven. Als alleen uw vitamine D-gehalte laag is of als u alleen een calciumtekort heeft, krijgt u hierover aparte adviezen van de verpleegkundig consulent(e) van de Fractuur- en osteoporosepolikliniek.

Vervolg: regelmatig controleren 

Botontkalking kan vastgesteld worden door middel van het maken van een botdichtheidmeting (DEXA-scan). Met deze meting wordt bepaald hoe uw botdichtheid is. De gebruikte dosis röntgenstraling hierbij is zeer laag. Om de verandering van de botmassa in de gaten te houden is het belangrijk om na twee tot drie jaar een nieuwe DEXA-scan te laten maken en de resultaten te bespreken met uw huisarts. Uw huisarts kan u hiervoor een verwijzing geven.

Meer informatie

Deze tekst is een aanvulling op uw gesprek op de Fractuur- en osteoporosepolikliniek. Deze algemene informatie kan niet altijd recht doen aan iedere individuele situatie. Heeft u na het lezen nog vragen of wilt u meer informatie, dan kunt u contact opnemen met een van de verpleegkundig consulenten van onze polikliniek. Het kan handig zijn uw vragen van tevoren op papier te zetten.

Ook kunt u terecht bij de Osteoporose Stichting en Vereniging. De Osteoporose Stichting geeft onafhankelijke brochures uit over de oorzaak, het voorkomen en behandelen van de gevolgen van osteopenie en osteoporose. De Osteoporose Vereniging is de landelijke patiëntenorganisatie voor osteopenie- en osteoporosepatiënten. www.osteoporosestichting.nl en www.osteoporosevereniging.nl.
Telefonische hulplijn: (070) 8200611 bereikbaar op maandag t/m donderdag van 9.00 tot 13.00 uur.

Contact

De polikliniek Traumachirurgie is op werkdagen van 08.30 – 17.00 uur bereikbaar op telefoonnummer (038) 424 62 85.


26 mei 2017 6099 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht