ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Medicijn bij reuma: Cyclofosfamide (Endoxan®)

Toepassing en gebruik

Bij de behandeling van reumatische ziekten kan de arts verschillende medicijnen voorschrijven. Cyclofosfamide (Endoxan®) is er een van. Hier leest u meer over toepassing en gebruik van dit geneesmiddel bij reuma.

Medicijnen bij reumatische ziekten

Medicijnen voor de behandeling van reumatische ziekten worden onderverdeeld in twee hoofdgroepen: pijnstillers en antireumatica.

Pijnstillers

Pijnstillers bestrijden de pijn en stijfheid die ontstaan door de ontstekingen. Ze worden ook wel NSAID’s genoemd: non-steroid anti-inflammatory drugs. Vrij vertaald betekent dit: niet-steroïde ontstekingsremmende pijnstillers. Voorbeelden zijn diclofenac, ibuprofen en naproxen. Deze medicijnen werken vaak binnen een aantal dagen.

Antireumatica

Antireumatica vormen de belangrijkste groep medicijnen bij de behandeling van reumatische ontstekingen. Deze medicijnen worden ook wel DMARD’s genoemd: disease modifying anti-rheumatic drugs. Vrij vertaald betekent dit: ziektebeïnvloedende medicijnen.

Het doel van deze medicijnen is het onderdrukken van de ontstekingsreactie in de gewrichten, waardoor de pijn, zwelling en ochtendstijfheid afnemen. Daarnaast beperken deze medicijnen de gewrichtsschade die de reumatische ziekte kan veroorzaken. Enkele van deze middelen kunnen ook worden ingezet om (reumatologische) ontstekingen te onderdrukken in andere organen, zoals de longen, nieren of bloedvaten.

Het effect van antireumatica is vaak pas na enkele weken tot maanden te merken.

Langdurige behandeling

Aangezien reumatische ziekten vaak chronische (voortdurende) aandoeningen zijn, is de behandeling met medicatie meestal langdurig.

Toepassing cyclofosfamide

Cyclofosfamide behoort tot de groep antireumatica. Het remt de celdeling (cytostaticum). Cyclofosfamide kan ontstekingen onderdrukken bij veel verschillende reumatologische aandoeningen, zoals sclerodermie, systemic lupus erythematodus (SLE), ziekte van Wegener en vasculitis (bloedvatontsteking). Het geneesmiddel wordt ook gebruikt bij orgaantransplantaties en in hoge doseringen bij de behandeling van kanker.

Behandeling met tabletten

Gebruik

Een tablet bevat 50 mg cyclofosfamide. Meestal wordt de dosering op advies van uw reumatoloog opgebouwd tot het gewenste effect bereikt is. De voorgeschreven dosis wordt één keer per dag ingenomen. Het beste kunt u het middel ’s ochtends na het ontbijt innemen met een groot glas water. U moet de tabletten in hun geheel doorslikken. U mag er dus niet op kauwen of ze fijn maken.

Mogelijke bijwerkingen

Bij het gebruik van cyclofosfamidetabletten kunnen de volgende bijwerkingen optreden:

  • Leverenzymverhoging (hierop wordt uw bloed regelmatig gecontroleerd). 
  • Stoornissen in de bloedaanmaak (hierop wordt uw bloed gecontroleerd). Deze kunnen zich uiten in infecties, in het spontaan optreden van blauwe plekken of bloedneuzen. 
  • Hardnekkige blaasontsteking of bloed in de urine. Het is daarom belangrijk om tijdens het gebruik van cyclofosfamide veel te drinken (ongeveer 2 liter per dag). 
  • Allergische reacties. 
  • Longontsteking. 
  • Na langdurig gebruik: ontstaan van tumoren (zeldzaam).

Arts waarschuwen

Neem direct contact op met uw reumatoloog of huisarts bij: 

  • kortademigheid of veel hoesten 
  • koorts 
  • herhaaldelijke bloedneuzen/spontaan blauwe plekken 
  • bloed in de urine.

Controle

Om eventuele stoornissen in de werking van de lever en in de aanmaak van het bloed in een vroeg stadium te ontdekken, zal uw reumatoloog regelmatig uw bloed en urine laten onderzoeken. Dit gebeurt de eerste periode meestal één keer per twee tot vier weken. Hierna vinden de controles minder vaak plaats.

De uitslag van de onderzoeken is na enkele dagen bij uw reumatoloog bekend. U hoeft niet te bellen of langs te komen voor de uitslag. Uw reumatoloog neemt contact met u op als de uitslag van de onderzoeken afwijkend is.

Om de kans op bijwerkingen zo veel mogelijk te beperken, is het belangrijk dat u zich houdt aan de afspraken voor bloed- en urinecontrole.

Behandeling via een infuus

Gebruik

Cyclofosfamide-infusen worden toegediend in dagbehandeling in ons ziekenhuis. Meestal worden de infusen eens in de vier weken gegeven. Vooraf krijgt u via het infuus een middel tegen misselijkheid toegediend en een middel om uw blaas te beschermen. Na afloop krijgt u zo nodig een plastablet.

Dagverpleging

Deze behandeling gebeurt op de afdelingen Dagverpleging. Gaat alles goed, dan mag u in de loop van de dag weer naar huis. Deze opname wordt gepland via de secretaresse van de polikliniek Reumatologie. Om uw behandeling en planning van die dag goed te laten verlopen is het belangrijk dat u op tijd komt. De Dagverpleging werkt niet met bezoektijden; wel kan familie in overleg aanwezig blijven bij de behandeling. In Isala Zwolle mogen twee bezoekers mee. In Isala Diaconessenhuis mag, vanwege de beperkte ruimte, één bezoeker mee.

Wij laten u graag zien hoe de Dagverpleging van Isala Zwolle werkt zodat u weet wat u te wachten staat.

youtube


Mogelijke bijwerkingen

Bij het gebruik van cyclofosfamide-infusen kunnen de volgende bijwerkingen optreden:

Op korte termijn (direct, tijdens of na het infuus):

  • misselijkheid
  • verminderde eetlust; gebruik in dit geval lichte maaltijden en eet vaker op een dag kleine porties
  • vocht vasthouden (tijdens de infuusbehandeling).

Op langere termijn (enkele dagen tot weken na de behandeling):

  • leverenzymverhoging (hierop wordt uw bloed regelmatig gecontroleerd) 
  • stoornissen in de bloedaanmaak (hierop wordt uw bloed gecontroleerd). Deze kunnen zich uiten in infecties, in het spontaan optreden van blauwe plekken of bloedneuzen. 
  • haaruitval, meestal in geringe mate en de haargroei herstelt zich als de behandeling is afgelopen. 
  • moeheid en malaise (vooral na een aantal infusen). 
  • blaasontsteking of bloed in de urine.
  • menstruatiestoornissen. 
  • obstipatie.

Om blaasontsteking of bloed in de urine te voorkomen, krijgt u via het infuus extra vocht toegediend. Daarnaast raden wij u aan om de eerste dagen na het infuus veel te drinken (ongeveer twee liter per dag).

Overige mogelijke bijwerkingen:

  • longontsteking 
  • allergische reacties 
  • na langdurig gebruik: ontstaan van tumoren (zeldzaam).

Arts waarschuwen

Neem direct contact op met uw reumatoloog of huisarts bij: 

  • kortademigheid of veel hoesten 
  • koorts 
  • herhaaldelijke bloedneuzen/blauwe plekken 
  • bloed in de urine.

Controle

Om eventuele stoornissen in de werking van de lever en in de aanmaak van het bloed in een vroeg stadium te ontdekken, zal uw reumatoloog regelmatig uw bloed en urine laten onderzoeken. Dit gebeurt in ieder geval acht tot veertien dagen na het infuus. Daarna vinden de controles minder vaak plaats.

De uitslag van de onderzoeken is na enkele dagen bij uw reumatoloog bekend. U hoeft niet te bellen of langs te komen voor de uitslag. Uw reumatoloog neemt contact met u op als de uitslag van de onderzoeken afwijkend is.

Om de kans op bijwerkingen zo veel mogelijk te beperken, is het belangrijk dat u zich houdt aan de afspraken voor bloed-/urinecontrole.

Voorzorgen

Hygiënische maatregelen

Voor uw directe omgeving (zoals huisgenoten) is het verstandig contact te vermijden met uw lichaamsvloeistoffen. Dit betekent niet dat aanraken of zoenen verboden is. Het gaat alleen om maatregelen om niet in aanraking te komen met urine, ontlasting, bloed, wondvocht of braaksel, omdat het geneesmiddel hierin aanwezig is.

Neem daarom tot drie dagen na de laatste dosering de volgende maatregelen: 

  • Gebruik, indien mogelijk, een apart toilet voor uzelf. 
  • Mannen kunnen het best zittend plassen (net als vrouwen), om spatten te voorkomen. 
  • Was na elk toiletbezoek de handen. 
  • Spoel na het gebruik van het toilet tweemaal achtereen door, met het wc-deksel dicht. Zo voorkomt u spatten. 
  • Maak het toilet elke dag schoon met een ph-neutraal of alkalisch schoonmaakmiddel. 
  • Doe kleding of beddengoed met urine, ontlasting, bloed of braaksel meteen in de wasmachine. Gebruik daarbij wegwerphandschoenen. Spoel dit wasgoed eerst met koud water in de wasmachine, daarna kan het samen met ander wasgoed gewassen worden. 
  • Ruim urine, ontlasting en braaksel met tissues op en gooi deze weg in het toilet. Gebruik hierbij ook handschoenen. Gooi de materialen weg in een dubbele afvalzak. Maak de plek daarna eventueel schoon met een sopje. Spoel het sopje door het toilet. 
  • Ook bloed en wondvocht kunnen het medicijn of restanten ervan bevatten. Gebruik bij de behandeling van wonden daarom altijd wegwerphandschoenen. U kunt verband, gaasjes en al het overige wegwerpmateriaal in een dubbele afvalzak doen.

Gebruik met andere medicijnen

Licht uw (huis)arts in over uw behandeling met cyclofosfamide. Bepaalde medicijnen kunnen bij gelijktijdig gebruik de bloedspiegels van cyclofosfamide en/of sommige bijwerkingen van het middel beïnvloeden. Meld bij (huis)artsenbezoek daarom altijd dat u met cyclofosfamide wordt behandeld. Vertel uw huisarts, tandarts en specialist welke medicijnen u gebruikt, denk daarbij ook aan uw eventuele zelfzorgmedicatie.

Zwangerschap

Zowel bij mannen als vrouwen kan cyclofosfamide leiden tot blijvende onvruchtbaarheid. Aan mannen met een kinderwens wordt geadviseerd om vóór behandeling via het Fertiliteitscentrum sperma te laten invriezen. Voor vrouwen bestaat tegenwoordig ook de mogelijkheid om eicellen in te vriezen. Uw reumatoloog kan u doorverwijzen naar de polikliniek Gynaecologie voor verdere adviezen.

Het risico op onvruchtbaarheid hangt deels af van de ‘voorraad’ eicellen die bij het begin van de behandeling aanwezig is. Er zijn (niet bewezen) aanwijzingen dat het gebruik van de anticonceptiepil mogelijk bescherming zou bieden tegen onvruchtbaarheid.

Cyclofosfamide kan schade geven aan het ongeboren kind. Zowel mannen als vrouwen moeten daarom tijdens de behandeling voor betrouwbare anticonceptie zorgen. Na beëindiging van de medicatie moet u deze anticonceptie nog minstens drie maanden voortzetten.

Borstvoeding

Cyclofosfamide gaat over in de moedermelk. Borstvoeding wordt tijdens de behandeling met cyclofosfamide ten zeerste afgeraden. 

Vaccinatie

Omdat cyclofosfamide uw afweer tegen infecties vermindert, wordt de jaarlijkse griepvaccinatie (via de huisarts) aangeraden. De griepprik kan tijdens gebruik van cyclofosfamide veilig plaatsvinden. Informatie over veiligheid bij overige vaccinaties kunt u krijgen via uw huisarts of GGD.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle, Kampen of Heerde

Reumatologie
(038) 424 27 99 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Meppel

Reumatologie
(0522) 23 33 94 (bereikbaar op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 8.00 tot 16.30 uur)

Bent u verhinderd? Neem dan zo snel mogelijk contact met ons op om een nieuwe afspraak te maken. In uw plaats kunnen we een andere patiënt helpen.

Verantwoording

Bij het schrijven van deze informatie heeft Isala gebruikgemaakt van teksten van de Vakgroep Reumatologie Centraal Noord Nederland.


21 juni 2017 6132 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht