ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Sondevoeding (PID)

Patiënten Informatie Dossier

Als patiënten door bijvoorbeeld ziekte of een behandeling niet kunnen of mogen eten of met normaal eten onvoldoende binnen krijgen, kan sondevoeding een oplossing zijn. Sondevoeding wordt via een slangetje (sonde) in de neus of in de maag/darm of via de buik gegeven. Hier kunt u daar meer over lezen.

In overleg met uw behandelend arts gaat u binnenkort sondevoeding gebruiken of u gaat met sondevoeding naar huis. Als u door bijvoorbeeld ziekte of een behandeling niet kunt of mag eten of met normaal eten onvoldoende binnen krijgt, kan sondevoeding een oplossing zijn. Sondevoeding wordt via een slangetje (sonde) in de neus of in de maag/darm of via de buik gegeven. De sonde wordt door de voedingsverpleegkundige of endoscopieassistent op de polikliniek, door de arts op de endoscopieafdeling of door de chirurg tijdens de operatie in Isala geplaatst.

Patiënten Informatie Dossier

Omdat het om veel informatie gaat die vaak nieuw voor u is, is het niet eenvoudig om alles in één keer te onthouden. Daarom kunnen u en uw naasten in dit Patiënten Informatie Dossier (PID) alles nog eens rustig nalezen. Bedenk goed dat voor elke patiënt de situatie weer anders is. Uw behandelend arts zal uw situatie met u en uw naasten bespreken. Breng dit PID mee tijdens elk bezoek aan het ziekenhuis. Dan kan ook nieuwe informatie aan dit dossier worden toegevoegd wanneer die op u van toepassing is.

Let op

Dit PID is bedoeld voor volwassenen. Voor kinderen gelden andere hoeveelheden/waarden.

Verantwoording

Dit PID is opgesteld door de voedingsverpleegkundige en endoscopieassistente van de Sonde- en PEG-polikliniek in samenwerking met de diëtisten en MDL-artsen en de stafdienst Concerncommunicatie van Isala. Waar ‘hij’ en ‘hem’ staat, kan ook ‘zij’ en ‘haar’ gelezen worden, en omgekeerd.

Belangrijke informatie: namen en telefoonnummers

Binnen Isala zijn verschillende zorgverleners betrokken bij de zorg voor patiënten die sondevoeding (gaan) gebruiken.

Sonde- en PEG-polikliniek

Voedingsverpleegkundige
Naam:
t (038) 424 45 01
voedingsverpleegkundige@isala.nl

Diëtist
Naam:
t (038) 424 53 27 (secretariaat afdeling Diëtetiek)
bereikbaar op maandag t/m vrijdag van 8.30 – 16.30 uur
secretariaat.dietetiek@isala.nl

Behandelend specialist
Naam:
t (038) 424                                         (secretariaat/polikliniek)

Hier vindt u de namen van uw zorgverleners in de thuissituatie en de contactgegevens van de patiëntenvereniging.

Huisarts
Naam:
Telefoon:

Thuiszorgorganisatie
Firmanaam:
Telefoon:

Facilitair Bedrijf
Naam:
Telefoon:

Maag Lever Darm Stichting
Postbus 800
3800 AV Amersfoort
t (033) 752 35 00
info@mlds.nl
www.mlds.nl

Wat is sondevoeding?

Sondevoeding is een kant-en-klare, vloeibare voeding die via een slangetje (sonde) in de maag of de darm komt. Sondevoeding bevat alle voedingsstoffen die uw lichaam nodig heeft zoals eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines en mineralen. Het kan de normale dagelijkse voeding geheel vervangen, maar het kan ook als aanvulling op uw gewone voeding gebruikt worden. Omdat de sondevoeding direct in het maagdarmkanaal komt, ruikt en proeft u deze voeding niet. Alleen als u een beetje voeding opboert, kunt u de enigszins melkachtige smaak proeven en/of ruiken.

Er bestaan meerdere soorten sondevoeding. Voor iedereen is er dus wel een geschikte voeding beschikbaar. De diëtist bekijkt welke voeding voor u het beste is.

Waarom sondevoeding?

Het is belangrijk dat uw lichaam voldoende voedingstoffen binnen krijgt voor een optimale conditie. Als dat door ziekte, door een behandeling of na een operatie onvoldoende lukt met de normale vaste voeding via de mond, dan kunnen we de benodigde voeding via een sonde toedienen. Op die manier kunnen we voorkomen dat u te veel gewicht verliest en misschien ondervoed raakt. Bent u al ondervoed, dan komt u dankzij de sondevoeding weer op krachten. Ook kunnen enkele medicijnen via de sonde toegediend worden.

Het is moeilijk te voorspellen hoe lang u sondevoeding krijgt. Sondevoeding kan tijdelijk maar ook blijvend zijn. Dat ligt aan de reden waarom u sondevoeding nodig heeft. Soms kunt u en mag u naast sondevoeding ook gewoon eten.

Verschillende soorten sondes

Er zijn verschillende soorten sondes:

  • neus-maagsonde
  • neus-dunnedarmsonde
  • jejunostomiesonde
  • PEG-sonde.

Welke sonde u krijgt, overlegt de arts met u.

De sonde loopt via uw neus, keel en slokdarm naar uw maag of dunne darm, of via de buik naar de maag of dunne darm. Aan het uiteinde van de sonde zitten gaatjes waardoor de voeding de maag of dunne darm in stroomt. Als u een neussonde heeft, zult u in het begin de sonde wel voelen bij het slikken, maar dit gevoel went.

Toediening van sondevoeding

Sondevoeding kan op twee verschillende manieren worden toegediend: per spuit of per pomp. De methode die gekozen wordt, heeft te maken met de soort sonde die u heeft, en met het feit of u sondevoeding per portie of druppelsgewijs krijgt toegediend.

  • Als u een neusdunnedarmsonde of jejunumstomiesonde heeft, kunt u alleen druppelsgewijs (door middel van een voedingspomp) sondevoeding toegediend krijgen.
  • Als u een neusmaagsonde of PEG-sonde heeft, heeft u de keus om sondevoeding per portie of druppelsgewijs toegediend te krijgen. Per portie gebeurt met behulp van een spuit via de sonde, druppelsgewijs gebeurt met een voedingspomp.

De diëtist bespreekt met u wat voor u de beste manier is om de voeding toe te dienen en hoeveel voeding u nodig heeft.

Wanneer sondevoeding toedienen

Druppelsgewijs
Als u volledige sondevoeding gebruikt, zijn er twee mogelijkheden:

  • continue sondevoeding (24 uur per dag)
  • alleen overdag.

Het meest gebruikelijk is continue sondevoeding, zowel overdag als ’s nachts. Tegenwoordig zijn er rugzakken verkrijgbaar waarin zowel de sondevoeding als de voedingspomp passen. Op deze manier kunt u de sondevoeding ook buitenshuis toedienen en belemmert sondevoeding uw dagelijkse activiteiten minder. U kunt ook denken aan alleen overdag sondevoeding. Een voordeel is een betere nachtrust, maar het nadeel is een snellere toediening en dit moet u kunnen verdragen.

Als u geen volledige sondevoeding gebruikt, anders gezegd: als u nog mag of kunt eten en sondevoeding gebruikt als aanvulling op uw normale maaltijden, dan zijn er drie mogelijkheden:

  • continue sondevoeding (24 uur per dag)
  • alleen overdag
  • alleen ’s nachts.

In dit geval is alleen ’s nachts wel een optie. Nadeel is dat u ’s nachts vaker naar het toilet moet, maar daar staat tegenover dat u overdag meer bewegingsvrijheid heeft. Uw diëtist zal met u bespreken wat voor u de mogelijkheden zijn.

Per portie

Bij sondevoeding per portie kunt u de normale maaltijdtijden aanhouden.

Voordat uw met sondevoeding gaat starten, hoort u van uw arts en/of diëtist of het is toegestaan om te eten en te drinken naast uw sondevoeding.

Instructies en advies

Afhankelijk van de soort toediening die voor u is gekozen (druppelsgewijs of per portie), krijgt u instructies voor toediening en persoonlijk advies.

Hygiëne

Het is belangrijk dat u zo hygiënisch mogelijk te werk gaat bij de toediening van sondevoeding. Als dit niet gebeurt, kunnen bacteriën in de voeding komen, waardoor de voeding bederft. Om bederf te voorkomen hanteert u de volgende richtlijnen:

  • Was uw handen voordat u de sondevoeding toedient.
  • Controleer de uiterste houdbaarheidsdatum van de sondevoeding.
  • Gebruik elke 24 uur een nieuw toedieningssysteem en elke 48 uur een nieuwe spuit.
  • Haal de spuit na gebruik uit elkaar en bewaar hem op een droge plaats.
  • Bewaar een geopend pak sondevoeding in de koelkast; dit is dan maximaal 24 uur houdbaar. Haal de sondevoeding een uur voor het toedienen uit de koelkast om de voeding op kamertemperatuur te laten komen.
  • Laat sondevoeding nooit in de zon staan of lange tijd in een warme kamer.
  • Laat sondevoeding maximaal 24 uur aanhangen.
  • Schud het pak sondevoeding voor gebruik.
  • Houd u aan de houdbaarheidstermijnen van de sondevoeding.

Houdbaarheid sondevoeding

Hoe lang is sondevoeding houdbaar en hoe moet u de voeding bewaren?

  • Ongeopend: zie houdbaarheidsdatum verpakking. Bewaren op een koele, droge plaats, buiten de koelkast, geen direct zonlicht.
  • Geopend, maar niet aangesloten: maximaal 24 uur houdbaar, goed afgesloten in de koelkast bewaren.
  • Aangesloten: maximaal 24 uur houdbaar, geen direct zonlicht.
  • Overgegoten in container: maximaal acht uur houdbaar, geen direct zonlicht.
  • Zelf samengestelde sondevoeding bij continue toediening: maximaal twee tot drie uur houdbaar, geen direct zonlicht.

Medicijnen toedienen via de sonde

Als u medicijnen gebruikt en slikken voor u geen probleem is, kunt u de medicijnen op de gebruikelijke manier blijven innemen. Als u echter moeite heeft met slikken of als u niet mag slikken, dan moeten de medicijnen via de sonde of via een zetpil worden toegediend. Veel medicijnen zijn ook in vloeibare vorm of in zetpil verkrijgbaar.

Bestaat uw medicijn niet in vloeibare vorm, vraag dan of de apotheek het in poedervorm kan leveren. Als u zelf de medicijnen fijn moet maken, moet u ervoor zorgen dat de tabletten goed fijngemalen worden, anders kan de sonde verstoppen. Sommige medicijnen werken niet goed als ze fijngemalen
worden. Daarom moet u altijd met de apotheek overleggen of het mogelijk is. Vermeng medicijnen nooit met sondevoeding!

Vloeibare medicijnen of medicijnen in opgeloste vorm

Vloeibare medicijnen of medicijnen in opgeloste vorm kunt u op twee manieren toedienen:

  • rechtstreeks via de sonde
  • via het bijspuitpunt van het toedieningssysteem.

Benodigdheden:

  • fijngemalen of poedervormige medicijnen opgelost in water (zorg dat de medicijnen goed opgelost zijn) en/of vloeibare medicijnen (niet oplossen in water)
  • spuit van twintig milliliter
  • beker met lauw kraanwater
  • doekje.

Werkwijze rechtstreeks via de sonde:

  • Was uw handen.
  • Leg een doekje onder het aansluitpunt van de sonde.
  • Zet zo nodig de voedingspomp op pauze.
  • Verwijder zo nodig het toedieningssysteem van de sondevoeding en/of verwijder het dopje van de sonde.
  • Neem de spuit en trek twintig milliliter water op in de spuit en spuit het water door de sonde.
  • Gebruik zo nodig het tussenstukje.
  • Trek de opgeloste medicijnen op in een spuit en spuit deze rustig door de sonde. Of trek de vloeibare medicijnen op in een spuit en spuit deze door de sonde. Als u meerdere soorten medicijnen gebruikt, spoel dan tussen de verschillende medicijnsoorten de sonde door met water.
  • Als u alle medicijnen heeft toegediend, spuit u nogmaals twintig milliliter water door de sonde.
  • Verwijder de spuit.
  • Plaats zo nodig het toedieningssysteem weer op de sonde en zet de voedingspomp weer aan of bevestig het afsluitdopje op de sonde.
  • Bewaar de spuit uit elkaar op een droge plaats.

Werkwijze via het bijspuitpunt van het toedieningssysteem:

  • Was uw handen.
  • Leg een doekje onder het bijspuitpunt.
  • Zet de voedingspomp op pauze.
  • Zet de twintig milliliter spuit met water op het bijspuitpunt.
  • Zet het kraantje richting de sonde open.
  • Spuit het water rustig door de sonde.
  • Zet het kraantje richting de sonde weer dicht.
  • Trek de opgeloste of vloeibare medicijnen op in de spuit.
  • Zet de spuit op het bijspuitpunt, draai het kraantje richting de sonde weer open en spuit de medicatie rustig door het bijspuitpunt.
  • Als u meerdere soorten medicijnen gebruikt, spoel de sonde dan tussen de verschillende medicijnsoorten door met twintig milliliter water.
  • Zet het kraantje richting de sonde weer dicht.
  • Spuit daarna nogmaals op dezelfde manier twintig milliliter water door de sonde.
  • Verwijder de spuit.
  • Zet de voedingspomp weer aan.

Verzorging van mond en gebit

Als u tijdens het toedienen van sondevoeding nauwelijks eet of drinkt, wordt er minder speeksel aangemaakt. Uw mond, tong en lippen kunnen droog worden. Hierdoor ontstaat een grotere kans op een mondinfectie. Om dit te voorkomen is een goede mondhygiëne nodig. Let daarbij op het volgende:

  • Drink regelmatig een beetje water (als dat is toegestaan).
  • Poets twee tot vier maal per dag de tanden met een zachte borstel. Dit geldt ook als u een gebitsprothese heeft.
  • Als drinken niet is toegestaan, spoelt u regelmatig uw mond met water.
  • Bescherm uw lippen en huid eromheen met vaseline om uitdroging te voorkomen.
  • Gebruik bij een droge mond suikervrije zuurtjes of suikervrije kauwgom (indien toegestaan). Dit activeert de speekselklieren en houdt uw mond vochtig. Ook kunt u water in uw mond sprayen, als uw arts dit toestaat.

Wat te doen bij problemen?

Verstopping (obstipatie)

Wanneer u sondevoeding gebruikt, kan uw ontlasting er anders uitzien. U kunt ook minder vaak ontlasting krijgen, bijvoorbeeld één tot twee maal per week. Door onvoldoende vochtopname en door sommige medicijnen wordt de kans op verstopping (obstipatie) vergroot.

Oplossing

Als u merkt dat uw ontlasting dikker wordt of als u last krijgt van obstipatie, neem dan contact op met de diëtist. Vaak kan het probleem worden opgelost door optimaal vezel- en vochtgebruik.

Diarree en misselijkheid

Het kan ook voorkomen dat u last krijgt van diarree en misselijkheid. Dit kan onder andere een gevolg zijn van de ziekte, medicijnen, onhygiënisch handelen, een te snelle toediening van de sondevoeding, te koude sondevoeding of te grote porties.

Oplossing

Als diarree langer dan drie dagen aanhoudt, neem dan contact op met uw huisarts of medisch specialist.

Uitdroging

Let erop dat u voldoende vocht binnen krijgt. Dit is vooral belangrijk bij koorts, diarree, braken en als u in een warme omgeving verblijft. De hoeveelheid en kleur van uw urine zijn een goed controlemiddel. Als u te weinig plast en de urine is donker gekleurd, gebruikt u te weinig vocht.

Oplossing

Overleg met de diëtist wat u het beste kunt doen. Meestal wordt er gestreefd naar minimaal twee liter vochtopname per dag. Dit is inclusief het water waarmee u de sonde doorspoelt of dat u gebruikt bij het toedienen van de medicijnen.

Verstopte sonde

Een sonde kan verstoppen door:

  • het niet regelmatig doorspuiten van de sonde met lauwwarm kraanwater
  • het niet goed doorspuiten van de sonde voor en na het toedienen van medicijnen
  • niet fijn genoeg gemaakte medicijnen
  • te lange blootstelling aan de zon; de sonde kan hierdoor verharden waardoor sneller verstoppingen ontstaan.

Oplossing

Een verstopping kunt u voorkomen door voor en na elke portie sondevoeding de sonde door te spoelen met minimaal twintig tot dertig milliliter lauw kraanwater. Als u continue sondevoeding gebruikt, moet u de sonde minimaal vier tot zes maal per dag doorspoelen met minimaal twintig tot dertig milliliter lauw kraanwater. Bij het gebruik van medicijnen door de sonde, moet u de sonde voor en na toediening van de medicijnen met minimaal twintig tot dertig milliliter lauw kraanwater doorspoelen.

Als de sonde verstopt is of moeilijk doorgankelijk, kunt u het volgende proberen:

  • Is de verstopping zichtbaar, dan kan het helpen om de sonde op die plek zachtjes te kneden. De verstopping kan dan los komen. Dit kunt u optrekken met de spuit en daarna doorspoelen met lauwwarm kraanwater.
  • Als dit niet lukt, plaats dan een vijf milliliter spuit direct op de sonde en probeer of u de sonde kunt doorspoelen met vijf milliliter lauwwarm kraanwater. Herhaal dit een paar maal.
  • Als dit allemaal niet lukt, trek dan tien milliliter natriumbicarbonaat 4.2 procent op in een spuit en spuit dit in de sonde. Laat dit vijftien minuten inwerken en probeer vervolgens de sonde door te spuiten met water. Lukt het niet meteen om de sonde open te krijgen, herhaal dit dan een aantal keren.
Als u na deze pogingen de sonde niet doorgankelijk krijgt, neem dan contact op met de thuiszorgverpleegkundige of de verpleegkundige van de Sonde- en PEG-polikliniek. Waarschijnlijk moet een nieuwe sonde ingebracht worden. Gebeurt de verstopping 's nachts, dan hoeft u niet direct te bellen maar kunt u wachten tot de ochtend. Als de thuiszorgverpleegkundige het probleem niet kan oplossen en de sonde niet kan/mag vervangen, neem dan contact op met de Sonde- en PEG-polikliniek.
Let op
Gebruik geen koolzuurhoudend bronwater of andere koolzuurhoudende dranken om mee door te spoelen. Het koolzuur zal de eiwitten van de sondevoeding uitvlokken in plaats van oplossen. Hierdoor verergert de verstopping.

Psychosociale problemen

Problemen kunnen ook meer op het sociale vlak liggen. Het slangetje naar de neus is zichtbaar en iets eten en drinken is niet altijd meer mogelijk of niet toegestaan. Dit betekent niet dat u uw normale bezigheden niet meer kunt oppakken. U zult merken dat het omgaan met de sonde en sondevoeding u steeds makkelijker afgaat. Schroom niet om deze zaken te bespreken met de voedingsverpleegkundige of endoscopieassistente van de Sonde- en PEG-polikliniek.

Bij wie kan ik terecht met vragen/problemen?

 

Probleem

 

Contact opnemen met

De sonde is verstopt.De thuiszorgverpleegkundige als die is ingeschakeld, anders de Sonde- en PEG-polikliniek
Diarree, verstopping (obstipatie), misselijkheid, braken, (dreigende)
uitdroging.
Huisarts of medisch specialist
Problemen met de voedingspomp en/of het toedieningssysteem.​De thuiszorgverpleegkundige als die is ingeschakeld,
anders het facilitair bedrijf of de Sonde- en PEG-polikliniek​
Ongewenst gewichtsverlies of gewichtstoename ​Diëtist​
Psychosociale problemen​Diëtist of de Sonde- en PEG-polikliniek ​
Wanneer oraal gestart of uitgebreid mag worden met eten en/of drinken ​Diëtist​

 

De Sonde- en PEG-polikliniek is per mail bereikbaar of via het secretariaat van de afdeling Diëtetiek. De diëtiste is bereikbaar op maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur. Zie voor de telefoonnummers onder Belangrijke informatie.

Heeft u problemen die niet kunnen wachten, neem dan contact op met uw huisarts. Zo nodig neemt de huisarts contact op met het ziekenhuis. 

Praktische informatie

Hier geven we u praktische informatie onder andere over het bestellen van materialen en het gebruik van sondevoeding in het buitenland.

Sondevoeding thuis

Als u thuis sondevoeding gaat gebruiken, worden de benodigde materialen en de thuiszorg voor u geregeld. De voedingsverpleegkundige en/of diëtist vraagt via een facilitair bedrijf de sondevoeding, pomp en materialen aan. Een facilitair bedrijf is gecontracteerd door uw zorgverzekeraar om alle benodigdheden bij u aan huis te leveren. Een pomp (van het facilitair bedrijf) kan vanuit het ziekenhuis meegegeven worden of wordt bij u thuis bezorgd. (Soms kan het ook zijn dat alle materialen worden meegegeven vanuit het ziekenhuis. De voedingsverpleegkundige geeft u dan een eerste instructie over de voedingspomp.)

Materialen

Het facilitair bedrijf levert de materialen op de afgesproken datum bij u thuis. De medewerkers geven u, als u dat wenst, instructies over het gebruik van de voedingspomp. Ook krijgt u een instructieboekje over de voedingspomp.

De eerste levering van sondevoeding en materialen is voor maximaal twee weken. De volgende leveringen zijn dan meestal voor één maand. Zolang uw machtiging duurt, kunt u zelf opnieuw bestellen wanneer de sondevoeding en materialen bijna op zijn. Dit doet u bij het facilitair bedrijf via internet, e-mail, telefoon, fax of een bestelformulier. Zie hiervoor de brochure van het facilitair bedrijf die u bij de eerste levering heeft gekregen. Als uw machtiging bijna verloopt, krijgt u via het facilitair bedrijf tijdig een melding (per brief) met daarbij de datum waarop de machtiging verloopt. Bent u dan nog afhankelijk van sondevoeding, dan kunt u contact opnemen met uw diëtist en/of arts. Deze bekijkt dan in overleg met u of de machtiging wordt verlengd.

Thuiszorg

De thuiszorgverpleegkundige begeleidt u bij het zelf aanleren van het gebruik van de voedingspomp en alle benodigde handelingen. Afhankelijk van uw situatie zult u dit volledig zelf doen of blijft u gebruik maken van de hulp van de thuiszorgverpleegkundige. Uit ervaring blijkt dat het best ingrijpend is om naar huis te gaan met sondevoeding. Vragen zoals: hoe werkt de pomp, wat te doen als de pomp gaat alarmeren en wat mag of kan allemaal als u thuis sondevoeding gebruikt, kunnen u onzeker maken. Uw thuiszorgverpleegkundige kan u hierin ondersteunen. Voor de thuiszorg bent u een eigen bijdrage verschuldigd.

Vergoeding van sondevoeding

De voedingsverpleegkundige en/of diëtist dient voor u een aanvraag voor vergoeding van de dieetkosten in bij uw zorgverzekeraar. De kosten voor de sondevoeding, de pomp en materialen worden op medische indicatie (voorschrift) vergoed door uw zorgverzekeraar.

Op vakantie met sondevoeding

Op vakantie in Nederland
Facilitaire bedrijven kunnen de sondevoeding ook afleveren op uw vakantieadres. Dit adres kunt u doorgeven op het moment dat u de voeding bestelt. Geeft u dit wel tijdig door!

Op vakantie in het buitenland
Gaat u voor een langere periode op vakantie in het buitenland, dan is het mogelijk om meer voeding te bestellen dan nodig is voor een maand. Dit kunt u ongeveer een week van tevoren doorgeven.

  • Gaat u langer dan twee maanden op vakantie, dan heeft u schriftelijke toestemming van uw zorgverzekeraar nodig om de voeding voor die periode te kunnen leveren.
  • Informeer bij uw reisbureau/reismaatschappij welke informatie zij allemaal nodig hebben om uw voeding te kunnen vervoeren.
  • Vraag een medisch paspoort aan bij uw arts (eventueel in het Engels).
  • Voor een vakantie in het buitenland kunt u eventueel een ‘vakantiepomp’ aanvragen bij het facilitair bedrijf. Dit is dan een reservepomp voor de duur van uw vakantie. Om dit verzekeringstechnisch goed in orde te maken, is het noodzakelijk om dit minimaal drie weken voor vertrek te regelen.
  • Als u bij uw luchtvaartmaatschappij van tevoren aangeeft dat u medische voeding gebruikt, mag u meestal extra bagage meenemen. Het is verstandig om een verklaring, eventueel in het Engels, mee te nemen waarop staat dat u voeding moet meenemen in de handbagage. Een andere mogelijkheid is dat de sondevoeding vervoerd wordt in de forward belly (ruimte onder de cockpit). Dit kunt u navragen bij de luchtvaartmaatschappij. In het bagageruim bevriest de voeding. Dit heeft invloed op de voeding.

Stoppen met sondevoeding

In overleg met uw arts en diëtist wordt besloten of u mag stoppen met sondevoeding. De diëtist geeft u advies hoe u de sondevoeding kunt afbouwen en een normale voeding kunt opbouwen.

De dichte dozen met sondevoeding en bijbehorende materialen worden meestal niet teruggenomen door het facilitair bedrijf. De voedingspomp en draagtas gaan wel terug naar het facilitair bedrijf. U neemt zelf contact op met het facilitair bedrijf om door te geven dat u stopt met de sondevoeding en regelt met hen een afspraak wanneer ze de spullen kunnen komen ophalen. De rest van de spullen mag u weggooien.


11 september 2013 6163 Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht