ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Sondevoeding: Een neus-dunnedarmsonde (duodenumsonde)

Bijlage PID Sondevoeding

De neus-dunnedarmsonde, ook wel duodenumsonde genoemd, is een dun buigzaam slangetje dat via de neus, keel, slokdarm en maag uitkomt in de dunne darm. De sonde wordt ingebracht door een Maag-Darm-Leverarts. Dit gebeurt op de afdeling Endoscopie tijdens een poliklinische afspraak of tijdens het verblijf op een verpleegafdeling. Hier leest u hoe de sonde wordt ingebracht en waar u na de ingreep rekening mee moet houden.

Voorbereiding

Komt u voor een poliklinische ingreep, dan gelden voor u de onderstaande voorbereidingen. Bent u al opgenomen, dan wordt alles geregeld door de verpleegkundigen van de afdeling waar u verblijft. U kunt dan verder lezen bij ‘Inbrengen van de sonde’.

  • Om ervoor te zorgen dat er geen voedsel meer in uw slokdarm of maag aanwezig is tijdens de ingreep, is het belangrijk dat u ‘nuchter’ bent. Dit houdt in dat u de avond vóór de ingreep vanaf 24.00 uur tot na de ingreep niet mag eten of drinken. Als de ingreep ’s middags plaatsvindt, mag u ’s ochtends om 7.00 uur een licht ontbijt. Als u medicijnen gebruikt, kunt u deze met een klein beetje water innemen. 
  • Heeft u diabetes, vraag dan bij het maken van de afspraak of u ’s morgens vroeg kunt komen. 
  • Omdat u tijdens de ingreep een slaapmiddel (sedatie) krijgt toegediend, mag u niet zelf naar huis rijden. Vraag daarom iemand die u na afloop weer naar huis kan brengen. 
  • Komt u voor een poliklinische afspraak, dan moet u er rekening mee houden dat u na de ingreep enkele uren op de afdeling wordt opgenomen. Het is dan belangrijk dat u uw medicijnen voor 24 uur meeneemt.

Inbrengen van de sonde

Het kan zijn dat voor het inbrengen van de sonde een infuusnaaldje in uw hand of arm wordt ingebracht. Via het infuusnaaldje krijgt u een ‘roesje’ (sedatie) toegediend, zodat u slaperig bent tijdens de ingreep. De sonde wordt via uw neus, keel, slokdarm en maag doorgeschoven naar het eerste deel van de dunne darm, ook wel twaalfvingerige darm genoemd.

De sonde kan op twee manieren geplaatst worden: via de mond en via de neus. De arts bepaalt hoe de sonde bij u wordt geplaatst.

Via de mond

U krijgt een bijtring tussen uw tanden (kaken) ter bescherming van de endoscoop. De endoscoop wordt met een speciale gelei ingesmeerd. De arts brengt de endoscoop via uw mond in en vraagt u te slikken. Dit kan een vervelend gevoel van kokhalzen geven. Vervolgens kan de arts de slang zelf verder opschuiven. Zo nu en dan wordt er een beetje lucht in de maag geblazen. Hierdoor ontplooit de maag zich, waardoor de arts de binnenkant van de maag goed kan bekijken; dit onderzoek wordt gastroscopie genoemd. Waarschijnlijk moet u tijdens het onderzoek, maar ook nog daarna, opboeren van de ingeblazen lucht. Dit is heel normaal, dus niet iets om u voor te schamen. Ook kan er via de endoscoop vocht en lucht worden weggezogen. Als de endoscoop in de dunne darm ligt, wordt de voedingssonde opgeschoven en de endoscoop langzaam teruggetrokken. Vervolgens wordt de sonde via een speciale techniek vanuit de mond, via uw keel naar de neus teruggehaald. De sonde wordt met een pleister op uw neus vastgeplakt.

Via de neus

Uw neusgat wordt met een spray verdoofd. Een dunne endoscoop wordt met een speciale gelei ingesmeerd. De arts brengt de endoscoop via de neus in en onderzoekt, net als hierboven beschreven, eerst uw slokdarm, maag en dunne darm (gastroscopie). Als de endoscoop in de dunne darm ligt, wordt een voerdraad opgeschoven en de endoscoop langzaam teruggetrokken. Over deze voerdraad wordt de sonde opgeschoven, waarna de voerdraad weer verwijderd wordt. De sonde wordt met een pleister op uw neus vastgeplakt.

Het inbrengen van de sonde verloopt meestal zonder problemen. Soms wordt bij het inbrengen het slijmvlies van de neus een beetje beschadigd. Hierdoor kunt u een bloedneus krijgen. Dit komt echter zelden voor en is niet ernstig.

Na de ingreep

Na de ingreep wordt u opgehaald door de verpleegkundigen van de verpleegafdeling (als u in ons ziekenhuis bent opgenomen) of van V3.3 (als de ingreep via een poliklinische afspraak plaatsvindt). Het verslag van de ingreep wordt opgestuurd naar uw behandelend arts. Na een aantal uren mag u naar huis, tenzij de arts anders met u afspreekt.

Door de slaapmedicatie (sedatie) kunt u minder snel reageren. Daarom wordt u de eerste 24 uur na de ingreep afgeraden om: 

  • actief deel te nemen aan het verkeer
  • gevaarlijke machines te bedienen
  • belangrijke beslissingen te nemen
  • alcoholische dranken te gebruiken.

Controle van de ligging

Het kan zijn dat de sonde niet goed meer ligt. Een sonde die via de neus ingebracht is tot in de dunne darm, moet gecontroleerd worden als: 

  • u moet braken tijdens het toedienen van de sondevoeding en de sonde verder uit de neus is gekomen (u kunt dan de sonde gedeeltelijk of geheel uitbraken)
  • de pleister van uw neus loslaat en de sonde er 50 tot 60 cm uitkomt
  • u benauwd wordt
  • u twijfelt of de sonde nog goed ligt. Als u twijfelt of de neus-dunnedarmsonde nog goed ligt, stopt u onmiddellijk met de toediening van de voeding. U kunt zelf niet controleren of de neus-dunnedarmsonde nog goed ligt. Dat kan alleen aan de hand van een röntgenfoto. Neem daarom contact op met het ziekenhuis via (038) 424 50 00 en vraag naar de dienstdoend Maag-Darm-Leverarts. Een nacht zonder sondevoeding of sonde kan geen kwaad, dus wanneer dit ’s avonds of ’s nachts gebeurt, neemt u de volgende dag contact op met het ziekenhuis.

Als de sonde is verschoven

Als de neuspleister niet goed meer vastzit, kan de sonde verschuiven bij het hoesten of niezen. Ook kan de sonde verschuiven bij het verwisselen van de neuspleister (zie verderop). Als de sonde is verschoven, kan dit betekenen dat het uiteinde van de sonde zich niet meer in de dunne darm bevindt. Neem altijd contact op met het ziekenhuis als u het niet vertrouwt.

Verzorging van neussonde en neus

Doorspoelen van de neussonde

Een neussonde moet goed verzorgd worden. Hierdoor verlengt u de levensduur ervan. Sondevoeding kan ervoor zorgen dat de sonde langzaam dichtslibt. Om dit te voorkomen moet u de sonde vier tot zes maal per dag doorspoelen met lauw kraanwater.

U kunt de sonde op twee manieren doorspoelen:

  • rechtstreeks via de sonde
  • of via het bijspuitpunt van het toedieningssysteem.

Benodigdheden: 

  • spuit met 20-30 ml. lauw kraanwater
  • doekje
  • tussenstukje.

Werkwijze rechtstreeks via de sonde: 

  • Was uw handen.
  • Leg het doekje onder het aansluitpunt van de sonde.
  • Zet de voedingspomp op pauze.
  • Verwijder het toedieningssysteem van de sondevoeding.
  • Zet de spuit op de sonde en spuit het water door de sonde. Gebruik zo nodig het tussenstukje.
  • Verwijder de spuit.
  • Bevestig het toedieningssysteem van de sondevoeding.
  • Zet de voedingspomp weer aan, plaats anders een afsluitdopje.

Werkwijze via het bijspuitpunt van het toedieningssysteem: 

  • Was uw handen.
  • Zet de voedingspomp op pauze.
  • Zet de spuit met water op het bijspuitpunt.
  • Zet het kraantje richting de sonde open.
  • Spuit het water door de sonde.
  • Zet het kraantje richting de sonde dicht.
  • Verwijder de spuit.
  • Zet de voedingspomp weer aan.

Let bij het doorspoelen op het volgende: 

  • Spoel de sonde bij elke pakwisseling door met minimaal 20 tot 30 ml. lauw kraanwater, minimaal 4 tot 6 maal per dag. 
  • Als u medicijnen toedient via de sonde, spoel de sonde dan voor en na de toediening van de medicijnen door met minimaal 20 tot 30 ml. lauw kraanwater.

Verzorging van de neus

  • U kunt uw neus verzorgen door een in water gedrenkt gaasje of wattenstokje te gebruiken. 
  • Het is belangrijk om de neuspleister twee keer per week te vervangen. Hiermee voorkomt u dat de pleister loslaat en de sonde eruit valt. Door de sonde net even anders vast te plakken voorkomt u ook huidirritaties en drukplekken in de neus.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, dan kunt u contact opnemen met de verpleegkundige via het secretariaat van de afdeling Maag-, Darm- en Leverziekten. Wij zijn bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur via (038) 424 42 18.
Of per mail: pegzorg@isala.nl
Het algemene e-mailadres van de afdeling is: mdl@isala.nl


8 januari 2015 6165 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht