ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Maagkanker: Totale maagresectie

Verwijdering van de maag

Bij een totale maagresectie worden de gehele maag en een deel van de twaalfvingerige darm verwijderd. Er wordt een nieuwe verbinding tussen de slokdarm en een verder gelegen stuk dunne darm gemaakt. Omdat de hele maag is weggenomen, vormen slokdarm en dunne darm na de operatie een doorlopende buis.

 
Afbeelding 1: Totale maagresectie
 

Voorbereiding

Preoperatief bureau

  • Wanneer u op de opnamelijst geplaatst wordt voor een operatie, wordt u verwezen naar het Preoperatief bureau voor een gesprek met de anesthesioloog. De anesthesioloog is de medisch specialist die verantwoordelijk is voor de verdoving (anesthesie) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna. 
  • Hij beoordeelt het risico van de narcose en zal indien nodig aanvullend onderzoek laten verrichten. 
  • Meestal is dit bloedonderzoek, een hartfilmpje of een poliklinisch bezoek aan cardioloog of longarts.

Voorafgaand aan of aansluitend op uw afspraak op het Preoperatief bureau heeft u een gesprek bij de regieverpleegkundige oncologie die de gang van zaken rondom de operatie zal toelichten.

Opnamedatum

Een week vóór uw ziekenhuisopname krijgt u telefonisch te horen op welke datum en tijd u verwacht wordt. U wordt één dag vóór de operatie opgenomen.

Uitstel

Het komt helaas een enkele keer voor dat de operatie op het laatste moment moet worden uitgesteld. Wij zijn ons ervan bewust hoe vervelend dit is en we streven er naar zo spoedig mogelijk een nieuwe operatietijd of -datum aan u door te geven.

Voorbereiding thuis

Vijf dagen vóór de operatie start u met drinkvoeding (Oral IMPACT®). 

  • U gebruikt deze drinkvoeding drie keer per dag naast uw gewone maaltijden. Van de regieverpleegkundige oncologie krijgt u een recept waarmee u de drinkvoeding kunt ophalen bij de Isala apotheek. 
  • U mag de drinkvoeding tot zes uur voor de operatie gebruiken. Neemt u daarom de laatste zakjes mee naar het ziekenhuis. U kunt daar de Oral Impact zelf oplossen of de verpleegkundige of voedingsassistent vragen de Oral Impact voor u te bereiden. 
  • Oral IMPACT® versterkt het immuunsysteem dat betrokken is bij het herstel na de operatie. Deze drinkvoeding bevat geen gluten en is verkrijgbaar in drie smaken: koffie, tropic en citrus. Het bestaat uit een poeder dat u kunt oplossen in 100 tot 250 ml water, yoghurt of vruchtenlimonades. De koffiesmaak kan ook opgelost worden in melk.

Opname

Op de opnamedag meldt u zich bij de opnamebalie. Op de verpleegafdeling krijgt u van de verpleegkundige informatie over de gang van zaken op de opnamedag, de operatiedag en het verblijf op de afdeling. Ook bespreekt zij met u of de opvang na ontslag is geregeld.

Op de opnamedag komt de fysiotherapeut bij u op de afdeling. De fysiotherapeut zal ademhalingsoefeningen met u doen, die u voor en na de operatie regelmatig moet herhalen. Om longproblemen te voorkomen is het van groot belang dat u direct na de operatie goed doorademt en ophoest.

Om trombose (bloedstolling) te voorkomen krijgt u tijdens uw opname elke avond een injectie fraxiparine®.

Eten en drinken

Op de dag vóór de operatie mag u gewoon eten en drinken. Het is belangrijk dat u deze dag minstens anderhalve liter drinkt, uiteraard geen alcoholische dranken. 

  • Op de operatiedag mag u tot maximaal zes uur vóór de operatie nog eten en drinken. Tot maximaal twee uur vóór de operatie mag u nog heldere vloeibare dranken gebruiken (ranja, thee, water, appelsap), tenzij de anesthesioloog anders met u heeft afgesproken. 
  • Vroeg in de ochtend van de operatie krijgt u enkele glazen drinkvoeding. Dit energieverrijkende drankje heet Fantomalt® en bevat vooral voedende suikers. Als uw operatie ’s middags is gepland, krijgt u ’s morgens nog een licht ontbijt en later in de ochtend Fantomalt®. Bent u diabetespatiënt, dan is Fantomalt® niet geschikt voor u.

Naar de operatiekamer

De verpleegkundigen van uw afdeling brengen u in uw bed naar de operatieafdeling. 

  • Daar ziet u de chirurg, anesthesioloog en anesthesiemedewerker. U krijgt een infuusnaald in de arm. Via deze naald wordt de narcose toegediend. 
  • Voordat de anesthesioloog de narcose toedient, brengt hij tussen uw ruggenwervels een slangetje in: de zogenoemde epiduraal katheter. Via deze katheter kan hij tijdens de operatie de pijn optimaal bestrijden. 
  • Tijdens de operatie wordt ook een slangetje in de blaas (urinekatheter) ingebracht, omdat de blaas door de epiduraal katheter minder goed kan functioneren.

Operatie

Tijdens de operatie wordt indien mogelijk de maag verwijderd. Ook worden de nabijgelegen lymfklieren verwijderd. Dit weefsel wordt voor onderzoek opgestuurd naar de patholoog. De operatie duurt ongeveer vier tot zes uur.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer en vandaar weer naar de verpleegafdeling. Als uw behandelend arts dit noodzakelijk acht, verblijft u de eerste dag(en) op de afdeling Intensive Care (IC). Wanneer uw lichamelijke situatie stabiel is, gaat u naar de verpleegafdeling om verder te herstellen.

Op de verpleegafdeling komt u eerst op de zogenoemde Step Down Unit. Deze afdeling (unit) is te beschouwen als een tussenstap tussen de IC en de gewone verpleegafdeling. De verpleegkundigen controleren onder andere hoe u zich voelt, uw bloeddruk, de wond, de pijnscore en of u goed kunt ophoesten/doorademen. Zij doen dit regelmatig, ook gedurende de nacht.

De chirurg die de operatie uitvoert, belt na afloop van de ingreep om uw contactpersoon in te lichten. U wordt zelf op de hoogte gebracht van het verloop van de operatie door de afdelingsarts. Meestal gebeurt dat de dag na de operatie. De verpleegkundige belt de eerste contactpersoon als u terug bent op de verpleegafdeling.

Pijnbestrijding

Na de operatie krijgt u, naast de epidurale pijnbestrijding, ook vier keer per dag twee tabletten paracetamol. Het is belangrijk deze pijnstillers in te nemen, ook als u geen pijn heeft, zodat u een zogenoemde spiegel van de paracetamol in uw bloed opgebouwd heeft als de epidurale katheter verwijderd wordt.

Om een goede indruk te krijgen van de kwaliteit van de pijnbestrijding wordt u gevraagd bij te houden hoeveel pijn u ervaart met een zogenaamde pijnscore.

Sondes, katheters en drains

  • Naast de epidurale katheter voor de pijnbestrijding en een sonde (slangetje) voor voeding heeft u een of meer infusen in uw arm of hals voor vochttoediening. 
  • Tijdens de operatie is ook een slangetje in de blaas (urinekatheter) ingebracht. 
  • Verder zit er een plastic slangetje in uw neus dat via de slokdarm in het wondgebied ligt en ervoor zorgt dat overtollige sappen vanuit de twaalfvingerige darm kunnen worden afgezogen (maagsonde). Hierdoor loopt u minder kans om misselijk te worden. De maagsonde kan soms irritatie in de keel veroorzaken. 
  • Ook krijgt u zuurstof toegediend via een slangetje in uw neus. 
  • In de buurt van de buikwond kan de chirurg een siliconen slangetje (drain) achtergelaten hebben om overtollig bloed en wondvocht te laten afvoeren. Deze slangetjes worden verwijderd zodra dat mogelijk is.

Voeding

Om de naden in het operatiegebied goed te kunnen laten genezen, mag u na de operatie niet eten en drinken. U krijgt dan sondevoeding toegediend door een dun slangetje: de jejunumsonde. Dit is een sonde naar de dunne darm die de chirurg tijdens de operatie heeft ingebracht via de buikwand.

 

 
Afbeelding 2: Jejunumsonde
 

Na een week worden er slikfoto’s gemaakt om te beoordelen of er geen lekkage plaatsvindt in het operatiegebied. Is de foto goed, dan mag u voorzichtig gaan beginnen met drinken: eerst heldere dranken, later ook vloeibare voeding (pap, soep, moes, vla en dergelijke). U gebruikt kleine porties, goed verdeeld over de dag. 

Uiteindelijk kunt u weer vast voedsel gaan gebruiken. U krijgt steeds minder sondevoeding toegediend, waardoor de eetlust zal toenemen. De diëtiste zal u ook gedurende de opname begeleiden op het gebied van voeding.

Mondverzorging

Als u de eerste week niet mag eten of drinken, is een goede mondverzorging van belang. De verpleegkundige van de afdeling zal u hierover instrueren.

Beweging

Na de operatie is het van belang dat u in bed een half rechtop zittende houding aanneemt om te voorkomen dat er maagzuur terugstroomt in uw keel, hetgeen het risico op een longontsteking vergroot. De dag na de operatie komt u onder begeleiding van de verpleegkundige voor het eerst uit bed of mag u even op de bedrand zitten. Dit is belangrijk voor het in gang zetten van uw herstel. De fysiotherapeut komt langs om de ademhalingsoefeningen met u te herhalen. Verder krijgt u adviezen over het uitbreiden van uw activiteiten.

Begeleiding

Een maagoperatie is ingrijpend. Het is medisch gezien een grote operatie, die lichamelijk een geruime tijd van herstel zal vergen. Daarnaast kunnen allerlei gevoelens, zoals onzekerheid en angst, een grote rol spelen bij u en uw naasten.

Aarzel niet om een beroep te doen op de verpleegkundigen wanneer u steun nodig hebt. De regieverpleegkundige oncologie zal u op de afdeling Chirurgie bezoeken na de operatie.

Weefselonderzoek

De patholoog onderzoekt hoe groot het gezwel was en of het in zijn geheel is verwijderd. Daarnaast bekijkt hij de weggenomen lymfklieren op de aanwezigheid van tumorcellen. Na ongeveer zeven tot tien dagen bespreekt de chirurg met u en uw naasten de uitslag van het weefselonderzoek. Bent u dan al thuis, dan krijgt u de uitslag tijdens een afspraak op de polikliniek Chirurgie.

De uitslag van het weefselonderzoek wordt ook besproken in de zogeheten multidisciplinaire oncologiebespreking (MDO). Dit is een bespreking waarbij specialisten op het gebied van kanker van diverse (multi) vakgroepen (disciplines) aanwezig zijn, onder wie de MDL-arts, oncologisch chirurg, internist-oncoloog, radioloog, patholoog en regieverpleegkundige oncologie. Tijdens deze bespreking beoordelen de zorgverleners of een eventuele nabehandeling wenselijk voor u is. Het advies vanuit deze bespreking zal uw behandelend chirurg met u bespreken.

Complicaties

Na iedere operatie kunnen er complicaties optreden. 

  • Zo is er ook bij een operatie aan de maag een kans op complicaties aanwezig zoals trombose, longontsteking, nabloeding en wondinfecties. 
  • Bij een operatie aan de maag kan zich ook een specifieke complicatie voordoen namelijk een zogenaamde naadlekkage. Een naadlekkage is een lek op de plaats waar het zieke stuk van de maag is verwijderd. Dit is te herkennen aan koorts en een ziek gevoel. In dat geval moet u opnieuw worden geopereerd en zal de buik worden gespoeld. U kunt na zo’n situatie erg ziek zijn.
  • Ook kan na de operatie sprake zijn van geen of een zeer langzame passage van voedsel door het spijsverteringskanaal (gastroparese). 
  • Soms kan het voorkomen dat er klachten ontstaan door een snelle maagontlediging (dumpingsyndroom).

Weer naar huis

De opname duurt ongeveer tien tot veertien dagen. U mag naar huis wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: 

  • als u voelt dat u in staat bent om naar huis te gaan
  • als u voldoende voeding binnen krijgt 
  • als u geen of weinig pijn meer heeft.

Uiteraard wordt de definitieve beslissing of u naar huis mag, in overleg met u, genomen door de zaalarts op de afdeling.

Zoals eerder opgemerkt, is een maagoperatie medisch gezien een grote operatie, die lichamelijk een geruime tijd van herstel zal vergen. Mocht u thuis extra zorg nodig hebben, dan wordt dit via de verpleegafdeling geregeld met medewerkers van het Steunpunt Zorg.

Nazorg 

  • De eerste weken thuis kan de operatiewond nog gevoelig zijn of wat zwellen. Bij de eerste controle op de polikliniek zal het herstel van de wond worden gecontroleerd. 
  • Uw pijnklachten zullen nog niet weg zijn als u thuis bent. U zult merken dat, wanneer u zich wat meer gaat inspannen, u mogelijk wat meer pijnklachten krijgt. U kunt hiervoor drie tot vier maal per dag één of twee tabletten paracetamol gebruiken. 
  • U mag gewoon douchen met de wond. 
  • Neem bij klachten gerust contact op met de polikliniek Chirurgie. Zie contact.

Naar huis met sondevoeding

Als u naar huis gaat na een totale maagresectie, heeft u nog de jejunostomiesonde, of u nu wel of geen sondevoeding nodig heeft. De chirurg bepaalt tijdens de controles na ontslag wanneer de sonde verwijderd kan worden. Dit hangt onder meer af van of u op gewicht blijft en dus voldoende voeding binnen krijgt.

Gevolgen

Het is mogelijk zonder maag te leven. Wel zult u na de operatie uw voeding moeten aanpassen door vaker over de dag kleinere porties te eten, omdat u niet meer de normale hoeveelheden als vóór de operatie kunt gebruiken. De diëtist zal u hierbij ook na ontslag poliklinisch begeleiden. Bij 'Voedingsadviezen' wordt hieraan verder aandacht besteed.

Krijgt u na de operatie opnieuw klachten van passage (doorgang) van voedsel, bespreek dit dan met uw arts.

Tekort aan vitamine B12

Voor opname van vitamine B12 is ‘intrinsic factor’ nodig. ‘Intrinsic factor’ is een stofje dat geproduceerd wordt in het maagslijmvlies. Na een totale maagoperatie vormt het lichaam geen ‘intrinsic factor’ meer. Hierdoor kan vitamine B12 in voeding of vitaminepillen niet worden opgenomen door het lichaam.

Daarom wordt aanbevolen om na een gedeeltelijke of totale maagresectie één keer per twee maanden een vitamine B12-suppletie in te nemen. Overleg dit met uw huisarts.

Contact

Heeft u nog vragen of wilt u meer informatie, aarzel dan niet deze met uw arts of regieverpleegkundige te bespreken. Het kan handig zijn uw vragen van tevoren op papier te zetten.

Regieverpleegkundigen

t (038) 424 27 87

maandag t/m vrijdag van 08.30 – 17.00 uur

U kunt ook rechtstreeks contact opnemen met het Oncologisch centrum
e-mail: oncologisch.centrum@isala.nl
www.isala.nl/oncologischcentrum

Heeft u binnenkort een afspraak? Dan vindt u tijd en plaats waar u verwacht wordt in uw afspraakbevestiging.

Polikliniek chirurgie
t (038) 424 27 87
bereikbaar op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur


3 mei 2016 6187 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht