ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Schaamlipkanker

Vulvakanker

​Schaamlipkanker of vulvakanker komt betrekkelijk weinig voor. In Nederland wordt de diagnose jaarlijks bij ongeveer 320 vrouwen gesteld. Meer dan de helft van deze vrouwen is ouder dan zeventig jaar. Vulvakanker kan echter ook op veel jongere leeftijd voorkomen.

Vulvakanker groeit aan de oppervlakte van de uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen.
Er zijn verschillende kwaadaardige tumoren van de vulva te onderscheiden naar het type weefselcellen waaruit zij zijn ontstaan. Afhankelijk van de oorsprong (het type cellen) van de tumor kan de behandeling verschillen.

Vulvakanker ontstaat in meer dan zeventig procent van de gevallen uit cellen van de bovenste laag van de opperhuid (plaveiselcellen) en heet dan plaveiselcelcarcinoom.

Zeldzamer zijn vormen van vulvakanker die ontstaan uit:

  • de onderste laag cellen van de opperhuid (basaalcelcarcinoom)
  • het klierweefsel van de vulva (adenocarcinoom)
  • pigmentcellen van de huid (melanoom).

Deze informatie gaat over de meest voorkomende vorm van vulvakanker: het plaveiselcelcarcinoom van de vulva.

Vulvakanker is een goed behandelbare ziekte als het in een vroeg stadium wordt ontdekt. Hierbij is genezing mogelijk bij tachtig tot negentig procent van de vrouwen met vulvakanker.

Klachten/symptomen

De belangrijkste klacht van vrouwen met kanker van de vulva is jeuk, branderigheid of irritatie en pijn van de schaamlippen, vooral tijdens en na het plassen. Soms is een zwelling voelbaar en treedt er bloedverlies op. Vaak bestaan de jeuk en irritatie (achteraf gezien) al jaren.

Onderzoek

Bij het vermoeden op kanker van de vulva wordt een klein stukje weefsel (biopt) van de afwijking genomen. Dit gebeurt in de polikliniek of in de behandelkamer, en het doet bijna geen pijn. Vaak wordt eerst een foto van de afwijking gemaakt.
Daarna doet de gynaecoloog inwendig onderzoek en voelt vaak in beide liezen om eventuele uitzaaiingen in de liesklieren op het spoor te komen. Om eventuele uitzaaiingen op te sporen wordt soms een buikscan of echo-onderzoek verricht en een longfoto gemaakt.

Behandeling

De behandeling van vulvakanker bestaat uit een operatie (die meestal plaatsvindt in een academisch ziekenhuis) waarbij het afwijkende gedeelte wordt weggehaald. De afwijking wordt verwijderd met een stukje 'normale' huid eromheen.
Het is maar zelden nodig dat hierbij ook de clitoris, een stukje van de urinebuis, de vagina of van de kringspier van de anus worden verwijderd. Meestal haalt de gynaecoloog ook de lymfklieren in één of beide liezen weg.

Zijn er uitzaaiingen in de lymfklieren, dan is vaak uitwendige bestraling nodig in het gebied van de liezen en soms op het bekken. De bestraling start ongeveer vier tot zes weken na de operatie en duurt meestal vier weken.

Bij een uitgebreide vulvakanker adviseert de gynaecoloog soms als eerste behandeling bestraling in combinatie met chemotherapie. Dan vindt er geen operatie plaats. Bestraling is soms ook de eerste keuze van behandeling als uw conditie een operatie niet toelaat.

Bijwerkingen en gevolgen

De belangrijkste bijwerkingen direct na de vulvakanker operatie kunnen zijn: een infectie, een stoornis in de wondgenezing of het ontstaan van lymfcysten (vochtophopingen) in de liezen. De belangrijkste late bijwerking is lymfoedeem (vochtophoping) aan de benen. Dit is lastig en vaak ook pijnlijk.

Na de operatie kan de huid rond de littekens en een deel van het bovenbeen gevoelloos zijn. Soms zijn er plasklachten na de operatie. Meestal betreft dit een veranderde straal van de plas (sproeien). Ook is er na de operatie een verhoogd risico op wondroos van het onderlichaam (erysipelas).

Bij bestraling ontstaat vaak huidverbranding, in lichte mate en van voorbijgaande aard. Een enkele keer kan de huidafwijkingen zeer pijnlijk zijn en gepaard gaan met blaarvorming. Afhankelijk van de uitgebreidheid van de bestraling kan diarree optreden.

Na bestraling kunnen blijvend pigmentveranderingen en stugger worden van de huid bestaan. Darmklachten zoals diarree en verlies van bloed of slijm kunnen ook nog later na de bestraling voorkomen, maar zijn zeldzaam.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u meer weten, dan staat uw behandelend arts u tijdens het spreekuur graag te woord. Het kan handig zijn om uw vragen van tevoren op papier te zetten.
Ook kunt u telefonisch contact opnemen, t (038) 424 2787

Heeft u binnenkort een afspraak? Dan vindt u tijd en plaats waar u verwacht wordt in uw afspraakbevestiging.

Meer informatie

Meer informatie over vulvakanker leest u op:

  • www.nvog.nl van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG)
  • www.kankerpatient.nl/olijf/ van Stichting Olijf, een netwerk van en voor vrouwen die gynaecologische kanker hebben (gehad).

12 maart 2015 6292 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht