ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Dotteren en stents

Dotterbehandeling bij een vernauwde kransslagader

Door een vernauwing in de kransslagaderen kan het hart onvoldoende bloed krijgen. Dit kan pijn op de borst geven. Deze klacht verdwijnt als de kransslagader weer is verwijdt. Dit kan worden gedaan via een dotterbehandeling. Daarbij wordt met een ballonnetje en eventueel door de plaatsing van een stent, een vernauwing van de kransslagader opgeheven. Hier leest u meer over de behandeling en het herstel thuis.

Voorbereiding

Maaltijd

Als de dotterbehandeling ‘s ochtends plaatsvindt, kunt u die dag nog een licht ontbijt gebruiken: een kop thee (geen koffie!) met een beschuit of boterham. Als de dotterbehandeling ‘s middags plaatsvindt, kunt u tot aan de opnametijd gewoon eten en drinken zoals u gewend bent.
Vergeet ook uw nachtkleding niet, voor het geval u toch een nacht moet blijven in het ziekenhuis.

Medicijnen

Gebruikt u medicijnen? Bespreek dit tijdens de afspraak met uw cardioloog voorafgaand aan de ingreep. Hij geeft u dan aan welke medicatie u kunt blijven innemen voorafgaand aan de ingreep. Ook geeft uw arts aan hoe u uw medicijngebruik kunt hervatten na de behandeling. Vergeet niet al uw medicijnen op de dag van de behandeling mee te nemen naar het ziekenhuis. Wilt u ook een actueel medicatieoverzicht meenemen? Dit overzicht kunt u kosteloos opvragen bij uw apotheek.

Diabetes

Heeft u diabetes? Bespreek in dat geval ook met uw cardioloog of u de dosering van uw diabetesmedicijnen moet aanpassen. Dit is belangrijk, omdat u voor de ingreep nuchter moet zijn of tijdelijk een aangepast dieet volgt. De dosering van uw diabetesmedicijnen moet hierop zijn afgestemd. Vergeet daarom niet om al uw medicijnen op de dag van de ingreep mee te nemen naar het ziekenhuis.

Behandeling

Dotteren

U wordt voor een dotterbehandeling in principe een dag, tot twee dagen opgenomen. De eigenlijke behandeling duurt ongeveer een uur tot anderhalf uur.
Voor de cardioloog met dotteren kan beginnen, maakt hij eerst een aantal beelden van de kransslagader waarin de vernauwing zit. Dit gebeurt op dezelfde manier als bij een hartkatheterisatie. Hierover kunt u meer lezen in de folder Hartkatheterisatie. Op basis van deze beelden weet de cardioloog welke materialen nodig zijn voor het dotteren.
Via een slagader in uw pols of lies brengt de cardioloog een heel dunne draad in langs de vernauwing in de kransslagader. Vervolgens schuift hij via de draad een ballonnetje naar de plek van de vernauwing. Als de ballon op de goede plek ligt, wordt hij opgeblazen. Door het opblazen van de ballon wordt de vernauwing als het ware weg geperst: de kransslagader wordt op die plaats dus wijder gemaakt.
Op het moment dat de ballon is opgeblazen wordt de kransslagader even volledig afgesloten. Dat kan bij u wat pijn op de borst veroorzaken. Dit betekent niet dat er iets fout gaat, de klachten ontstaan door de behandeling zelf. Meestal wordt de ballon niet langer dan enkele seconden opgeblazen. Als de ballon weer leeg is, komt de bloedstroom weer op gang en verdwijnen uw klachten snel.

Stent

Vaak plaatst de cardioloog na het oprekken van de kransslagader ook een stent om de kransslagader open te houden. Een stent is een klein buisje van gaas, metaal of kunststof. Het is te vergelijken met een veertje uit een ballpoint. Sommige soorten stents zijn voorzien van een medicijn. Het voorkomt dat er opnieuw een vernauwing ontstaat op dezelfde plek in de kransslagader.

Resultaat

De cardioloog beoordeelt het resultaat van de behandeling direct door het inspuiten van wat contrastvloeistof. Voor een goed resultaat is het soms nodig dat het 'oprekken' (het opblazen van de ballon) enkele keren gebeurt. De cardioloog zal net zo lang doorgaan met ‘oprekken’, totdat er een goed resultaat is bereikt.

Na de behandeling

Na afloop van de dotterbehandeling wordt het aangeprikte bloedvat in de lies of de pols een tijd met de hand dichtgedrukt. In de lies wordt een zogenaamde ‘plug’ geplaatst. Een plug is een dopje gemaakt van eiwit dat de aanprikplaats afdicht. Deze plug lost vanzelf op binnen negentig dagen. Tot die tijd moet u een kaartje bij u dragen waarop vermeld staat dat er bij u een plug is geplaatst. Dit kaartje ontvangt u na de behandeling.
Meestal komt er een drukverband om de lies en moet u nog een tijd stil blijven liggen; de verpleegkundige geeft aan hoe lang.
Om de pols wordt een polsband met lucht geplaatst die de aanprikplaats tijdelijk afdicht. U hoeft geen bedrust te houden na de ingreep, maar u moet de polsband wel een aantal uren omhouden. De verpleegkundige geeft aan hoe lang dit nodig is.
Het is belangrijk dat u na de behandeling veel drinkt om de nieren tegen het gebruikte contrastvloeistof te beschermen.

Ontslagpapieren en -informatie

Als u naar huis gaat, krijgt u een voorlopige ontslagbrief voor de huisarts mee en ontvangt u ontslaginformatie (mondeling of schriftelijk) van de verpleegkundige. Ook belangrijk om te weten:

  • U ontvangt binnen vijf werkdagen na ontslag thuis een uitnodiging voor een controleafspraak bij uw cardioloog voor over zes tot acht weken.
  • Als u onder behandeling bent in een ander ziekenhuis, moet u zelf een controleafspraak maken met uw eigen cardioloog.
  • ls u nieuwe medicatie nodig heeft, krijgt u een recept mee waarmee u bij de apotheek in Isala of bij uw thuisapotheek de medicatie op kunt halen. Bij uw apotheek kunt u vragen om een nieuw medicatieoverzicht.
    Tenzij anders vermeld moet u uw thuismedicatie blijven gebruiken.
  • Als er een plug in uw lies is geplaatst, moet u de ‘Patiëntenkaart angioseal’ gedurende negentig dagen bij u dragen.

Herstel thuis

Normale klachten

Na de behandeling kunnen er allerlei klachten optreden. U heeft een spannende tijd achter de rug. Uw lichamelijke en geestelijke conditie zijn verminderd. Vermoeidheid, lusteloosheid en onzekerheid zijn dus normale gevoelens.
Door het langzaam oppakken van uw dagelijkse levensritme verdwijnen deze klachten meestal vanzelf. Ook uw partner kan door de spanning van slag zijn. Verschijnselen zoals overbezorgdheid en nervositeit zijn normaal en verdwijnen vaak na enige tijd vanzelf. Bespreek het met uw huisarts als dit niet het geval is.

Wondgenezing

De lieswond/polswond heeft enkele dagen nodig om te genezen. Door het aanprikken van de slagader in de lies/pols kan er een bloeduitstorting ontstaan. Deze kan nog enkele dagen tot weken zichtbaar en/of gezwollen zijn of zelfs ‘afzakken’ richting knie/elleboog. Hoewel dit vervelend kan zijn, is dit geen reden tot bezorgdheid.
Als er een kleine hoeveelheid vocht uit de wond lekt, kunt u een droog steriel gaas op de wond leggen en deze vastplakken met een pleister. Gebruik geen poeders of zalfjes op de wond. U kunt gewoon iedere dag douchen.

Om nabloeding te voorkomen is het belangrijk dat er geen grote druk of belasting op de wond komt. U kunt dit voorkomen door:

  • geen zware tassen en dergelijke te dragen
  • niet overdreven aan iets te trekken of te sjorren
  • geen grote stappen te nemen
  • niet te persen op het toilet
  • vijf tot zeven dagen geen auto te rijden of te fietsen
  • traplopen gedurende de eerste week tot een minimum te beperken.

Dit geldt ook als er een zogenoemde plug in de slagader is geplaatst.
Als u via de pols bent geholpen, gelden dezelfde maatregelen, maar mag u wel traplopen en autorijden.

Heeft u daarnaast ook een hartinfarct gehad, dan geldt het advies volgens de richtlijnen van het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheid): vier weken niet autorijden! Dit is een juridisch bindend advies. Bij onduidelijkheden hierover adviseren we u dit nog eens te bespreken met uw cardioloog of de hartrevalidatieverpleegkundige. U kunt ook met het CBR contact opnemen voor meer informatie.

Werkhervatting

Het moment waarop u weer aan het werk kunt, is van veel factoren afhankelijk en voor iedereen verschillend. U voelt over het algemeen zelf het beste wanneer u weer aan werken toe bent. Bespreek de werkhervatting in een vroeg stadium met uw werkgever, bedrijfsarts of huisarts, en bespreek het tijdens de controleafspraak met uw cardioloog.
Mocht u wat langer thuis zijn, probeer dan contact met uw werk te houden, bijvoorbeeld door eens koffie te gaan drinken. Zo blijft u betrokken.

Hartrevalidatie

U krijgt na uw behandeling een verwijzing van uw cardioloog naar het hartrevalidatiecentrum. Een hartrevalidatieprogramma helpt u bij een voorspoedig herstel. Veel patiënten zijn na een ingreep aan hun hart erg onzeker over hun lichaam. Wat kan ik wel, wat kan ik niet? Thuis komen de vragen over bewegen, voeding, werk en leefstijl. Vaak kunt u en mag u meer dan u denkt. Maar het is ook belangrijk dat u nieuwe klachten voorkomt.
In Zwolle volgt u het hartrevalidatieprogramma bij het Isala Leef- en beweegcentrum. Wij bekijken samen met u wat het beste past bij uw persoonlijke doelen en situatie. Dit doen we volgens de Richtlijn Hartrevalidatie van de Nederlandse Hartstichting. Lees voor meer informatie ook de folder Hartrevalidatie.

Contact

Bij klachten gerelateerd aan de ingreep kunt u overdag contact opnemen met de polikliniek Cardiologie (038) 424 23 74. Buiten kantoortijd en in het weekend kunt u contact opnemen met de Eerste Hart Long Hulp van Isala ( 038) 424 22 06. Als u vragen heeft over de behandeling kunt u contact opnemen met de polikliniek Cardiologie.

Polikliniek Cardiologie
t (038) 424 23 74
Bereikbaar op werkdagen van 8.30 tot 16.30 uur.
Heeft u binnenkort een afspraak? Dan vindt u tijd en plaats waar u verwacht wordt in uw afspraakbevestiging.

Meer informatie

Voor aanvullende informatie kunt u terecht bij de Nederlandse Hartstichting (www.hartstichting.nl).


22 augustus 2014 6296 Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht