ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

De stoma

De keuze voor een bepaald type stoma is afhankelijk van de situatie: gaat het om een darm- of urinestoma, waarom is de stoma nodig en is de stoma tijdelijk of blijvend? Hier vindt u informatie over verschillende soorten stoma’s en de aanleg ervan.

Hoe ziet een stoma er uit?

De stoma wordt gemaakt van een stukje darm en steekt 1 tot 2 cm boven uw huid uit. De stoma lijkt in kleur en structuur veel op de binnenkant van uw wang. Hij is rood glanzend en vochtig, doordat het darmslijmvlies slijm afgeeft. De stoma heeft geen zenuwuiteinden, hierdoor is deze gevoelloos. In de stoma bevinden zich veel kleine bloedvaatjes waardoor de stoma iets kan bloeden bij aanraking. Omdat de stoma geen sluitspier heeft, kan er op elk moment ontlasting, urine of gasvorming komen.

Hoe u de stoma ervaart, is niet op voorhand te zeggen. Het is voor iedereen verschillend. Bepalend daarin kunnen zijn de reden van aanleg, het verloop van het ziekteproces en of de operatie was gepland of met spoed is uitgevoerd.

Soorten stoma's

Er zijn verschillende soorten stoma’s. De naam van elke stoma verwijst naar de plek waar deze wordt aangelegd. We kennen de volgende stoma’s: 

  • ileostoma
  • colostoma
  • urinestoma's.

Ileostoma

Deze stoma wordt meestal aangelegd op het laatste deel van de dunne darm. De stoma bevindt zich meestal aan de rechterkant van uw buik.

De ontlasting uit deze stoma is dun. Hoewel uw ontlasting via de stoma uw lichaam verlaat, kunt u toch aandrang krijgen om naar het toilet te gaan als er nog een gedeelte van de dikke darm of endeldarm aanwezig is. Dit komt doordat het gedeelte van de darm waar geen ontlasting door loopt slijm af kan geven.

Alternatief: pouch
Het kan zijn dat u de keus hebt tussen een ileostoma en een pouch. Dit is een verbinding tussen de dunne darm en de anus waarbij van de dunne darm een reservoir wordt gemaakt dat op de anus wordt aangesloten. U kunt zich dan op de normale manier ontlasten. De ontlasting is wel dunner dan normaal en de toiletgang neemt toe. Patiënten die in aanmerking komen voor een pouch, zijn over het algemeen patiënten die een chronische darmontsteking of poliepen hebben.

Colostoma

Deze stoma kan worden aangelegd op verschillende delen van de dikke darm. De stoma bevindt zich meestal aan de linkerkant van de buik maar kan ook aan de rechterkant worden geplaatst. Dit is afhankelijk van het gedeelte van de dikke darm waar de stoma wordt aangelegd.

De ontlasting uit deze stoma is brijig tot vast. Dit hangt af van het gedeelte van de dikke darm waar de stoma is geplaatst. Hoe minder dikke darm er nog is, hoe dunner de ontlasting zal zijn.

Hoewel uw ontlasting via de stoma uw lichaam verlaat, kunt u toch aandrang krijgen om naar het toilet te gaan. Dit komt doordat het gedeelte van de darm waar geen ontlasting door loopt altijd slijm af kan geven. Als tijdens de operatie de sluitspier is verwijderd, is dit echter niet het geval.

Urinestoma's

Als de blaas verwijderd moet worden zijn er drie mogelijkheden:

  • urinestoma volgens bricker
  • continent urinestoma
  • blaasvervangende operatie (neoblaas).

Urinestoma (bricker)
Bij een urinestoma worden de urineleiders vanaf de nieren aangesloten op een geïsoleerd stukje dunne darm. Aan de ene kant van dit stukje dunne darm worden de urineleiders ingehecht. Aan de andere kant wordt de dunne darm door de buikwand gehaald en ingehecht als stoma.
Een urinestoma bevindt zich meestal aan de rechterkant van de buik. De urine uit de stoma bevat mogelijk vlokken. Dit is darmslijm dat door het stukje dunne darm wordt afgegeven.

Continent urinestoma
Er zijn bij de continente urinestoma twee mogelijkheden: er wordt een blaasvervanging uitgevoerd (indianapouch) of de eigen blaas blijft bestaan (Mitrofanoff). In het laatste geval kan er een blaasvergroting plaatsvinden.

Er wordt in beide gevallen een katheteriseerbaar kanaal aangelegd op de eigen blaas of de pouch. Het katheteriseerbare kanaal wordt gemaakt van een stukje blinde darm of dunne darm.

Bij een continent urinestoma draagt u geen opvangzakje. U leegt uw blaas met een katheter. Dit gaat als volgt:

  • U hebt een opening in uw buik; meestal in uw navel of rechts in de onderbuik. Daar leidt u de katheter naar binnen.
  • De katheter komt via de stoma in uw blaas.
  • De urine stroomt door de katheter naar buiten.
  • Deze handeling vindt 4 tot 6 maal daags plaats.
  • U kunt de opening van het katheteriseerbare kanaal in uw navel of rechter onderbuik eventueel afplakken met een gaasje of pleister. Uit deze opening komt zonder katheter geen urine naar buiten. Dit komt door een klepje in de verbinding tussen uw blaas en buik. Dit klepje houdt de urine tegen.

Blaasvervangende operatie (neoblaas)
Het kan zijn dat u de keus hebt tussen een urinestoma en een nieuwe blaas. Voor meer informatie over een nieuwe blaas en het maken van uw keuze, zie Nieuwe blaas.

Plaats van de stoma

Waar wordt uw stoma geplaatst? Dat is afhankelijk van de soort stoma en van de operatie die uitgevoerd gaat worden.

Het is belangrijk dat de stoma op een plek zit waar:

  • u het stomamateriaal goed kunt bevestigen
  • u de stoma goed kunt zien, zodat u deze zelf kunt verzorgen.

Om de beste plek te bepalen, maakt u voor de operatie een afspraak met de verpleegkundig consulent stoma. U gaat samen een aantal dingen na, zoals: 

  • Waar bevinden zich huidplooien en/of littekens in uw buik, als u bijvoorbeeld zit?
  • Hoe draagt u de kleding?
  • Op welke plek is de stoma het makkelijkste te verzorgen?

Als u samen met de verpleegkundig consulent de plek van de stoma hebt bepaald, tekent de consulent deze af. De chirurg of uroloog weet dan dat hier de stoma aangelegd moet worden.

Tijdelijke of blijvende stoma

Een stoma kan tijdelijk of blijvend zijn. Een tijdelijke stoma krijgt u bijvoorbeeld als een deel van uw darm operatief is verwijderd en er een nieuwe verbinding is gemaakt tussen twee darmdelen. De nieuwe darmnaad moet dan herstellen. Vóór deze verbinding krijgt u een stoma. Deze wordt opgeheven zodra uw darm hersteld is.
Een blijvende stoma is nodig als het lichaam zich na de operatie niet meer op de normale manier kan ontlasten. Bijvoorbeeld een operatie waarbij de sluitspier of de blaas is verwijderd.

Het kan vóórkomen dat een tijdelijke stoma toch blijvend wordt. Dit kan gebeuren om de volgende redenen:

  • Het opheffen van de stoma geeft te veel risico voor uw gezondheid.
  • U hebt andere medische problemen, zoals een slecht functionerende sluitspier. 
  • U kiest er zelf voor om de stoma niet op te laten heffen.

Alternatieven

Als uw lichaam zich niet op de normale manier kan ontlasten, zijn er soms meer oplossingen dan een stoma. Een alternatief voor de ileostoma is een pouch. Voor de (continent) urinestoma kan een nieuwe blaas een alternatief zijn.

Pouch

U kunt een pouch krijgen als uw dikke darm en endeldarm zijn weggehaald. Bijvoorbeeld vanwege chronische darmontsteking of poliepen. Een pouch houdt het volgende in:

  • Er wordt een verbinding gemaakt tussen de dunne darm en de anus.
  • Van het laatste deel van de dunne darm wordt een reservoir gemaakt, de pouch.
  • Met een pouch kunt u zich op de normale manier ontlasten. Maar de ontlasting is wel dunner dan normaal en de toiletgang neemt toe. Om hierover voldoende controle te hebben, moet u een goed functionerende sluitspier hebben. Dit is een voorwaarde om een pouch aan te leggen.

Een pouch kan op verschillende momenten worden gemaakt, afhankelijk van uw situatie. Mogelijkheden zijn:

  • De chirurg legt direct een pouch aan.
  • U krijgt eerst een ileostoma en later een pouch.
  • U krijgt zowel een pouch als een ileostoma. De ileostoma beschermt de nieuwe darmverbindingen die tijdens uw operatie zijn gemaakt. Als deze sterk genoeg zijn, wordt de stoma opgeheven.

Nieuwe blaas

Een nieuwe blaas wordt gemaakt met een deel van uw dunne darm. De blaas wordt aangesloten op de plasbuis. Hierdoor kan de urine op de normale manier uw lichaam verlaten. Maar er zijn wel een aantal aspecten waaraan u moet wennen: 

  • Het gevoel van aandrang is anders. U ervaart het als een drukkend gevoel in de onderbuik.
  • Mogelijk kunt u de nieuwe blaas niet voldoende legen. U doet dit dan met een katheter.
  • De urine uit de nieuwe blaas bevat vlokken. Dit is darmslijm dat door de nieuwe blaas (deel van uw dunne darm) wordt afgegeven. Het kan daarom nodig zijn om de blaas te spoelen.
  • In het begin kan het zijn dat de blaas 's nachts te veel gevuld raakt. Dat kan tot urineverlies leiden. Dit is meestal van tijdelijke aard.

Kiezen: stoma of nieuwe blaas?

Het kan zijn dat u kunt kiezen tussen een urinestoma en een nieuwe blaas. Een ingrijpende keuze. Hoe komt u dan tot de beslissing die voor u het beste is? In ieder geval is het van belang om uw kwaliteit van leven voorop te stellen. Kijkt u daarom goed naar de voor- en nadelen van beide mogelijkheden.

Als u de keus hebt tussen een stoma en nieuwe blaas, wordt er voor u een afspraak gepland met de verpleegkundig consulent stoma. De consulent geeft informatie over beide mogelijkheden en bespreekt de voor- en nadelen met u. Op basis van de gegeven informatie maakt u samen met de arts een keuze. Ook als u samen met de uroloog de keus gemaakt heeft voor een nieuwe blaas, wordt er een afspraak gemaakt bij de verpleegkundig consulent stoma. Dit omdat het in een enkel geval niet mogelijk blijkt te zijn om een nieuwe blaas aan te leggen. Het is goed dan voorbereid te zijn op een urinestoma.

Wanneer een stoma?

Een stoma is een kunstmatige uitgang op het lichaam voor urine of ontlasting. Deze uitgang is nodig als uw lichaam zich niet op de normale manier kan ontlasten. Bijvoorbeeld als door een ziekte aan uw darmen of urinewegen uw darm of blaas (deels) is weggehaald.

De meest voorkomende situaties waarin een stoma nodig kan zijn:

  • kanker
  • poliepen
  • diverticulitis
  • chronische darmontsteking
  • chronisch ontstoken blaaswand
  • bescherming darmnaad
  • ongeluk/verwonding
  • incontinentie.

Andere oorzaken zijn: aangeboren aandoeningen of neurologische aandoeningen.

Kanker
In de darmwand kunnen tumoren ontstaan. Deze kunnen goedaardig en kwaadaardig zijn. Een goedaardige tumor kan dezelfde klachten geven als een kwaadaardige tumor. En een goedaardige tumor kan kwaadaardig worden, waardoor de tumor mogelijk preventief wordt verwijderd.

Een kwaadaardige tumor wordt kanker genoemd en moet weggehaald worden. Soms is hierbij aanvullend chemotherapie en/of radiotherapie nodig. Na het weghalen van een darmtumor kan een tijdelijk of blijvend stoma nodig zijn. Bijvoorbeeld om een aangelegde darmnaad te laten herstellen. Of omdat bij de operatie weefsel is weggenomen dat onmisbaar is bij de stoelgang, zoals de kringspier.

Bij blaaskanker kan het nodig zijn dat u een urinestoma krijgt. Soms is het ook mogelijk om een nieuwe blaas aan te leggen. Deze wordt gemaakt van een deel van uw dunne darm.

Poliepen
Een poliep is een goedaardig gezwel in de vorm van een paddenstoel. Poliepen kunnen kwaadaardig worden. Daarom worden ze weggehaald.

Als u enkele poliepen hebt, dan worden ze weggebrand. Maar als u erg veel poliepen (polyposis coli) in uw darm hebt, kan het nodig zijn om een deel van de darm te verwijderen. Na deze operatie kan tijdelijk een stoma nodig zijn, bijvoorbeeld om een aangelegde darmnaad te laten herstellen. Wanneer uw gehele dikke darm verwijderd is, krijgt u een blijvende stoma.

Diverticulitis
Divertikels zijn uitstulpingen van de darmwand. Deze ontstaan vooral in het laatste deel van de dikke darm. Als er in de uitstulpingen ontlasting achterblijft, dan kunnen de divertikels ontsteken. Dit wordt diverticulitis genoemd.

Diverticulitis kan goed worden behandeld met medicijnen en een dieet. Maar als behandeling onvoldoende helpt, wordt een gedeelte van de darm verwijderd. Dit gebeurt ook als er acuut levensgevaar is, bijvoorbeeld bij een darmperforatie.

Na het weghalen van de darm kan tijdelijk of blijvend een stoma nodig zijn. Bijvoorbeeld om een aangelegde darmnaad te laten herstellen. Of omdat het niet mogelijk was de darm weer aan elkaar aan te laten sluiten.

Chronische darmontsteking
Bekende vormen van darmontsteking zijn Colitis ulcerosa en de Ziekte van Crohn. Bij beide ziektes raakt het darmslijmvlies ontstoken.

Colitis ulcerosa komt voor in de dikke darm, endeldarm en anus. De ziekte van Crohn kan voorkomen in het hele darmstelsel en kan samengaan met fistels, vernauwingen en ernstige ontstekingen aan de endeldarm en anus.

Voor beide ziektes kunt u medicijnen krijgen waardoor de ontstekingen tot rust komen. Maar als medicijnen onvoldoende helpen en uw klachten ernstig zijn, dan kan het nodig zijn om het zieke gedeelte van de darm weg te halen. Na deze operatie kan tijdelijk of blijvend een stoma nodig zijn. Bijvoorbeeld om een aangelegde darmnaad te laten herstellen. Of omdat de gehele dikke darm is verwijderd.

Chronisch ontstoken blaaswand
Een chronische ontsteking van de blaaswand noemen we interstitiële cystitis. Deze ontsteking ontstaat niet door bacteriën. Als medicijnen, blaasspoelingen en leefregels ook onvoldoende helpen, kan een urinestoma nodig zijn. Daarbij kunt u uw blaas meestal behouden.

Bescherming darmnaad
Als een deel van uw darm is verwijderd, wordt er een nieuwe verbinding gemaakt tussen de darmdelen. Dit heet een anastomose. Deze verbinding heeft tijd nodig om te herstellen. De chirurg kan er dan voor kiezen om een tijdelijk stoma aan te leggen. Deze stoma komt vóór de nieuwe verbinding. Hierdoor kan de anastomose goed genezen.

Ongeluk/verwonding
Bij een verkeersongeval of door een verwonding kan uw darm worden geraakt. Of de sluitspier kan beschadigd worden. Het is dan nodig om een deel van uw beschadigde darm weg te halen of operatief te herstellen. Na deze operatie kan een stoma nodig zijn.

Incontinentie
Incontinentie van urine en/of ontlasting kan behandeld worden. Bijvoorbeeld met therapie en oefeningen. Als behandelingen onvoldoende helpen, kan een stoma een oplossing zijn.

De operatie

De operatie waarbij u een stoma krijgt is een ingrijpende gebeurtenis. Uw lichaam verandert en u moet verwerken dat u een aandoening heeft die een stoma nodig maakt. Daarnaast krijgt u te maken met de praktische gevolgen, zoals de verzorging van de stoma en de invloed op uw dagelijks leven.

Om u te ondersteunen bij al deze veranderingen, zijn er verpleegkundig consulenten stoma. In iedere fase van uw behandeling kunt u terecht bij uw verpleegkundig consulent. Vóór en na uw operatie, als u in het ziekenhuis ligt of weer thuis bent. Hebt u vragen rond uw stoma? Dan kunt u altijd contact opnemen of een afspraak maken op onze polikliniek.

Als bekend is dat u mogelijk een stoma krijgt, gaat dit in de volgende stappen:

  1. U hebt een voorbereidend gesprek met uw verpleegkundig consulent.
  2. U wordt geopereerd en verblijft in het ziekenhuis.
  3. U gaat naar huis en krijgt desgewenst ondersteuning van thuiszorg. De verpleegkundig consulent belt u om eventuele vragen of problemen te bespreken.
  4. U gaat op controle bij de verpleegkundig consulent en uw chirurg of uroloog. In de eerste maanden na uw ontslag hebt u twee controleafspraken. Daarna is de controle eens per jaar.

Bij vragen of problemen rond uw stoma neemt u contact op met de verpleegkundig consulent. Dit geldt ook als u veranderingen ziet aan uw stoma en/of huid. Indien nodig wordt er een afspraak gemaakt.

1. Voorbereidend gesprek

Voordat u wordt geopereerd, hebt u een gesprek met de verpleegkundig consulent stoma. De consulent belt u op verzoek van uw arts, om een afspraak te maken voor dit gesprek. U kunt u uw partner of familie meenemen naar dit gesprek, zodat ook zij op de hoogte zijn van de komende veranderingen.

In het gesprek staan u en uw partner/familie centraal. U bespreekt o.a de volgende onderwerpen:

  • Welke klachten hebt u en hoe gaat u hiermee om?
  • Welk beeld hebben u en uw partner bij een stoma?
  • Welke type stoma krijgt u?
  • Hoe verzorgt u de stoma en welke opvangmaterialen zijn er?
  • Welke invloed heeft uw stoma op uw werk, vrije tijd en privé-leven?
  • Welke hulp krijgt u in het ziekenhuis en thuis?

Wanneer een stoma met spoed wordt aangelegd bestaat er geen mogelijkheid om u voor te bereiden. Bovengenoemde informatie ontvangt u dan na de operatie van de afdelingsverpleegkundige.

2. Verblijf in het ziekenhuis

Na uw operatie komt de verpleegkundig consulent stoma u bezoeken op de verpleegafdeling. Zij geeft antwoord op uw eventuele vragen rond de stoma.

Al snel na de operatie wordt u betrokken bij de verzorging van uw stoma. Eerst verzorgt u deze samen met een afdelingsverpleegkundige. Vervolgens doet u de verzorging stapsgewijs steeds meer zelfstandig. Als u dit prettig vindt, kan uw partner of familie een keer meekijken.

Het is belangrijk dat u het opvangmateriaal kan legen en/of verwisselen als u naar huis gaat. U bent dan niet of minder afhankelijk van hulp, zoals de thuiszorg.

3. Naar huis

De afdelingsverpleegkundige bespreekt met u of u gebruik wilt maken van thuiszorg. Dit kan prettig zijn in de eerste periode thuis. De wijkverpleegkundige biedt ondersteuning bij de verzorging en acceptatie van de stoma en helpt u op weg naar herstel.

Voor thuiszorg wordt een eigen bijdrage gevraagd. Soms is het nodig dat u na uw ontslag tijdelijk verzorging nodig heeft in een verzorgings- of verpleeghuis of revalidatiecentrum. De afdelingsverpleegkundige vraagt deze zorg aan. De afdelingsverpleegkundige informeert de thuiszorg of het verzorgingshuis schriftelijk over de adviezen die u hebt gekregen.

Als u naar huis gaat, worden de stomamaterialen besteld bij de door u gekozen leverancier.

Belafspraak met verpleegkundig consulent
Na uw ontslag belt de verpleegkundig consulent stoma u op. Eventuele vragen of problemen rond uw stoma kunt u met haar bespreken.

Natuurlijk kunt u ook zelf contact opnemen met de verpleegkundig consulent via telefoonnummer (038) 424 73 56. Zij zijn bereikbaar op werkdagen tussen 08.30 en 16.00 uur.

4. Controle

In de eerste maanden na uw ontslag worden twee controleafspraken gepland. Daarna bestaat de mogelijkheid om eens per jaar op controle te komen. De controles vinden plaats bij uw verpleegkundig consulent. Tijdens de controle verzorgt u uw stoma samen met de verpleegkundig consulent stoma. Daarnaast bespreekt u bijvoorbeeld hoe u het leven met een stoma ervaart en hoe het met de verzorging gaat.

Heeft u vragen, onzekerheden of problemen die met uw stoma te maken hebben? De verpleegkundig consulent stoma luistert en geeft advies over bijvoorbeeld de verzorging van uw stoma, het omgaan met de stoma tijdens dagelijkse activiteiten zoals werken of sporten en stomamaterialen en hulpmiddelen.

Ook kan de consulent mogelijke problemen signaleren en u hierbij ondersteunen. Zo nodig worden er extra controleafspraken gemaakt. Wij vragen u uw stomamaterialen mee te nemen naar de controle. Deze hebt u nodig tijdens de verzorging.

Contact

Als u een stoma krijgt, belt de verpleegkundig consulent stoma u voor de eerste afspraak. Dit gebeurt op verzoek van uw arts. Daarna kunt u zelf bellen of een afspraak maken voor het spreekuur bij de consulent. Neem tijdens deze afspraak uw eigen stomamateriaal mee.

U kunt de verpleegkundig consulenten op werkdagen tussen 08.30 en 17.00 uur bereiken via telefoonnummer (038) 424 73 56.

Mailen kan ook: stomazorg@isala.nl.


12 december 2016 6490 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht