ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Bekkenfysiotherapie

​Bij de bekkenfysiotherapeut krijgen patiënten advies en oefeningen om (meer) controle te krijgen over hun bekkenbodemspieren. Soms wordt hierbij gebruik gemaakt van myofeedback-apparatuur en/of elektrotherapie. Hier kunt u daar meer over lezen.

Naar de bekkenfysiotherapeut

Als u met klachten bij het bekkenbodemcentrum komt, gaat u in het begin wekelijks naar de bekkenfysiotherapeut. Zo gauw het kan, wordt de therapie afgebouwd. Hoe lang u bij de bekkenfysiotherapeut ‘loopt’, is afhankelijk van uw aandoening.

Bij de bekkenfysiotherapeut krijgt u een of meer van de volgende behandelingen:

Persoonlijk advies

De bekkenfysiotherapeut geeft u een persoonlijk advies over onder andere ademhaling, houding en beweging, drinken, voeding en toiletgedrag.

Bekkenbodemoefeningen

De bekkenfysiotherapeut maakt voor u een oefenprogramma, afgestemd op uw klachten. In grote lijnen wordt dit programma als volgt opgebouwd.
Stappen oefenprogramma

  1. Bekkenbodem voelen
    Omdat de bekkenbodemspieren van binnen zitten, vinden veel mensen het moeilijk deze te voelen. Daarom leert u de bekkenbodem te 'voelen' (bewustwording). Hierbij kunnen speciale technieken gebruikt worden, zoals myofeedback.
  2. Oefeningen doen
    U leert hoe u de bekkenbodemspieren bewust kunt aanspannen en ontspannen. Hiervoor doet u een mix van spieroefeningen, ontspanningsoefeningen en ademhalingsoefeningen. Daarbij let de fysiotherapeut ook op uw houding.
    U doet de oefeningen ook zelf thuis. De fysiotherapeut gaat na of u de oefeningen goed uitvoert, net zolang tot u ze goed onder de knie heeft.
  3. Bekkenbodem gebruiken in dagelijkse situaties
    U leert in welke situaties de druk in uw buikholte toeneemt. Een voorbeeld is het opmaken van uw bed. Terwijl u dit doet, verricht u allerlei handelingen waarbij de druk in uw buikholte groter wordt, bijvoorbeeld bukken of de matras optillen. Door uw bekkenbodemspieren dan bewust te gebruiken, heeft u geen last van urineverlies.
  4. Ontspanningstechnieken en ademhalingsoefeningen
    Een goede ademhaling en ontspannen lichaam helpen u bij de bekkenbodemoefeningen. Door ontspanningstechnieken leert u beter te voelen waar en wanneer u spanning vastzet. Deze technieken zijn onder andere de autogene training volgens Schulz en spierrelaxatie volgens Jacobson.

Myofeedback

Myofeedback geeft u inzicht in de activiteit van uw bekkenbodemspieren en anale sluitspieren. Hiervoor wordt een kleine sonde (metertje) in de schede of anus ingebracht. Via een beeldscherm krijgt u informatie over:

  • de rust of activiteit van de bekkenbodem
  • het aan- en ontspannen en hoe lang u dit kunt volhouden.

Met myofeedback kunt u dus ook het resultaat zien van bepaalde oefeningen. Behalve informatief is deze meting dan ook zeer motiverend.

FES, functionele elektrostimulatie

FES wordt gebruikt om:

  • de bekkenbodemspier te versterken als u deze niet bewust kunt aanspannen
  • pijn te verminderen
  • te leren ontspannen.

Bij elektrostimulatie wordt een elektrisch stroompje afgegeven aan de spiervezel. Dit stroompje kan zo gekozen worden dat de spier zich aan- of juist ontspant. FES kan de spierkracht vergroten, maar ook de spierspanning verlagen.

TENS, transcutane elektrische neurostimulatie

TENS wordt gebruikt om pijn te verminderen bij patiënten met chronische pijnklachten in het urologisch/gynaecologisch gebied.

Hele dunne zenuwen, de pijnzenuwen, geven in uw lichaam de pijn door. Als deze zenuwen geprikkeld worden, geven ze pijnsignalen af aan de hersenen (u voelt pijn). Daarnaast heeft u in uw lichaam dikke zenuwen. Deze zijn sterker dan de pijnzenuwen.

Bij TENS worden die dikke zenuwen geprikkeld. Dit gebeurt met een TENS-apparaatje dat een elektrisch stroompje afgeeft. Door de dikke zenuwen te stimuleren kan het doorgeven van de pijnsignalen geblokkeerd worden. Hierdoor kunt u minder pijn voelen.

Blaastraining

Blaastraining kan helpen bij:

  • aandrangincontinentie
  • verkeerd plasgedrag (dysfunctional voiding)
  • een combinatie van die twee.

Bij blaastraining leert u:

  • het toiletbezoek uit te stellen, waardoor uw blaascapaciteit groter wordt
  • de blaas volledig leeg te plassen
  • hoe u de bekkenbodemspieren aan- en ontspant, zodat u (meer) controle hierover krijgt.

Vijftig tot tachtig procent van de patiënten die gemotiveerd aan de training beginnen (en voor wie de training geschikt is), krijgen hierdoor minder klachten of worden zelfs klachtenvrij! Wel vergt blaastraining motivatie en doorzettingsvermogen van de patiënt.

Contact en meer informatie

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u meer informatie, dan kunt u contact opnemen met het bekkenbodemcentrum via de polikliniek Urologie, t (038) 424 27 40 (bereikbaar op werkdagen van 08.30 - 17.00 uur).

Als u door ziekte of om andere reden verhinderd bent uw afspraak na te komen, neem dan zo snel mogelijk contact op met het bekkenbodemcentrum. In uw plaats kunnen we dan een andere patiënt helpen.


19 maart 2017 6512 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht