ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Als leren drinken niet vanzelf gaat

Leren drinken gaat niet elke baby even makkelijk af. Om uw baby hierbij te helpen, zijn er verschillende dingen waar u op kunt letten als u uw baby borstvoeding of de fles geeft. Hier vindt u adviezen voor verschillende houdingen en aanpassingen die gedaan kunnen worden om de voeding prettig te laten verlopen.

Drinken is een complexe vaardigheid. De baby moet het zuigen met slikken en ademhalen kunnen coördineren. Wanneer dit voor de baby moeilijk is, ontstaan er problemen met de borst- en/of flesvoeding. In dit geval worden er aanpassingen gedaan om de voeding prettig te laten verlopen.

Alertheid

Het is belangrijk dat uw baby wakker is voordat u begint met voeden. Wanneer uw kind nog slaapt, maar toch aan voeding toe is, kunt u uw baby wakker maken door hem bijvoorbeeld even te verschonen. Het kan zijn dat uw baby zijn energie heel hard nodig heeft. Soms is het beter dat hij dan blijft slapen en de voeding via de sonde gegeven wordt. Wanneer uw baby te onrustig is, kunt u hem even laten zuigen op een schone vinger of fopspeen.

Reflexen

De zoekreflex en zuig-slikreflex zijn de belangrijkste reflexen om te kunnen drinken. Bij pasgeboren baby’s zijn de zoekreflex en zuig-slikreflex vlak na de geboorte op te wekken. Wanneer het mondgebied van uw baby (mondhoeken, lippen, kaken, wangen en gehemelte) wordt geprikkeld door de tepel, speen of vinger ontstaat er een zoekbeweging met de mond. Hij zal zijn mond openen. Soms vertoont uw baby zelf zoekgedrag; hij lijkt met zijn hoofdje te schudden en met open mondje te zoeken naar de borst of speen.

Bij borstvoeding laat u uw baby met een grote hap aanhappen met de tepel richting het gehemelte. Daarna zal hij starten met zuigen en na een korte zuigperiode ook slikken.
Bij flesvoeding is het belangrijk dat u wacht met het inbrengen van de speen tot uw baby goed zoekt en hapt. Daarna begint hij te zuigen en slikken.

Het aanpassen van de houding kan nodig zijn om uw baby prettig te voeden en de voeding rustig te laten verlopen.

Stresssignalen

Stress tijdens het drinken, zorgt voor een onprettige drinkervaring. Stress kan zich onder andere uiten in:

  • Wenkbrauwen optrekken
  • Neusvleugels bewegen
  • Hoofd naar achteren bewegen
  • Kokhalzen
  • Verslikken

Het is belangrijk om te letten op deze stresssignalen, omdat uw baby dan laat zien (kortdurend) te willen stoppen met de voeding, de baby krijgt het benauwd of hij verslikt zich. Wanneer u deze signalen niet ziet en doorgaat met de voeding, zal uw baby de voeding als onprettig ervaren. Bij meerdere onprettige drinkervaringen is de kans op het ontwikkelen van voedingsproblemen op latere leeftijd groter. Dit blijkt uit onderzoek.

Voedingshouding

Tijdens de flesvoeding kan er in zijligging worden gevoed. Dit is (naast buikligging) de natuurlijke houding bij borstvoeding. Wanneer in zijligging wordt gevoed, is er minder kans dat uw baby zich verslikt. De voeding die de baby niet doorslikt kan via de zijkant de mond uitlopen. Daarnaast is de ademhaling voor uw baby makkelijker, hij hoeft niet tegen de zwaartekracht in te ademen en de ademhaling is rustiger. Op deze manier is het makkelijker om een korte pauze te geven tijdens de voeding door de fles te kantelen. Uw baby kan in deze korte pauze een paar keer ademen, voordat hij weer verder gaat met drinken.

Zowel bij borstvoeding als bij flesvoeding is het belangrijk dat uw baby stevig gesteund ligt. Bij borstvoeding de baby tegen de moeder aan, buik tegen buik, in zijligging met oren, schouders en heupen op één lijn. Een kussen kan u als voeder of uw baby extra steun geven.

Wat kunt u doen bij borstvoeding?

  • Borst voorvormen: bij borstvoeding kan het soms nodig zijn dat u voorwerk doet, met name als uw baby minder kracht heeft of nog erg klein is. Met de hand kunt u de tepel voorvormen en een beetje melk kolven. Tijdens de borstvoeding kunt u de baby helpen door borstcompressie toe te passen om zo de melkstroom te stimuleren.
  • Te veel melk: bij te veel melkproductie of het snel en veel toeschieten van melk, kunt u de melk opvangen na het eerste toeschieten en daarna de baby aanleggen of voorkolven en/of meer in een achteroverliggende houding borstvoeding geven (uw baby liggend op de buik).
  • Tepelhoedje: dit is een siliconen hoedje die over de tepel wordt gezet. Indien een goede houding bij aanleggen, voorvormen en voorkolven onvoldoende verbetering geeft, kan dit een tijdelijk hulpmiddel zijn voor baby’s met weinig kracht en snelle ademhaling. Het tepelhoedje geeft dan meer houvast en de baby kan daarmee mogelijk wel uit de borst drinken (zie ook folder Tepelhoedje op de Isala website).

Wat kunt u doen bij flesvoeding?

  • Pauzes geven: als uw baby te veel zuigbewegingen achter elkaar maakt en hierdoor stresssignalen laat zien, geef je extra adempauzes. Vaak krijgen ouders het advies om de speen na drie tot vijf zuig-slikbewegingen kortdurend te kantelen. Wacht met het terug kantelen van de speen tot uw baby zelf aangeeft weer te willen starten.
  • Een andere fles en/of speen: soms wordt een andere fles en/of speen geadviseerd, omdat de melk te snel uit de speen stroomt. Door een te grote of te snelle melkstroom kan uw baby meer stress krijgen, bijvoorbeeld doordat hij zich sneller verslikt of veel vaker moet slikken en hierdoor te weinig tijd heeft om te ademen. Een prematuren P-speen (o.a. dr. Brown) geeft een rustige en kleine melkstroom, waarbij een (hardzuigende) baby rustig kan slikken en ademen.

Wat kunt u nog meer doen bij borst- en flesvoeding?

  • Belangrijk is de baby altijd goed te laten boeren, tijdens en na de flesvoeding en soms ook na de borstvoeding. Soms kan een baby veel lucht inslikken. Het is heel belangrijk om de reacties van uw baby te blijven observeren tijdens de voeding.

Als het thuis goed gaat

Eenmaal thuisgekomen groeit uw baby. Uw kind zal meer voeding nodig hebben.
Als de voedingstijd langer gaat duren en uw baby met een prematurenspeen drinkt, kan het wenselijk zijn een normale (flow) speen te proberen. Als dit goed gaat, kunt u na enkele weken ook voeden in rugligging proberen.

Als uw baby zich verslikt, of gaat morsen, dan is het verstandig nog een tijdje door te voeden met een prematurenspeen in zijligging. U kunt het dan na een week nogmaals proberen.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Kindergeneeskunde: t (038) 424 50 50. Wij zijn op werkdagen bereikbaar van 08.30 - 17.00 uur.

Is uw kind door de huisarts of een medisch specialist doorverwezen naar de polikliniek Kindergeneeskunde in Zwolle of Kampen? Of is er een vervolgafspraak? Dan bepaalt u voortaan zelf het best passende moment voor uw afspraak.

Heeft uw kind binnenkort een afspraak bij Kindergeneeskunde in Meppel of Steenwijk? Dan vindt u de tijd en plaats waar u wordt verwacht in uw afspraakbevestiging.


30 november 2016 6597 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht