ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Dikke darmkanker (PID): H2 Dikkedarmkanker en onderzoeken

Patiënten Informatie Dossier

​Dikkedarmkanker

Anatomie en functie van de dikke darm

De dikke darm of colon is ongeveer anderhalve meter lang en bevindt zich in de buikholte. In de dikke darm vindt de laatste fase van de spijsvertering plaats. Voedselresten die vanuit de dunne darm in de dikke darm komen, worden hier verder afgebroken. Ook worden in de dikke darm water en zouten opgenomen in de bloedvaten, waardoor voedselresten verder ‘indikken’ en de ontlasting wordt gevormd.

De dikke darm bestaat globaal uit drie delen:

  • Het coecum bevindt zich rechtsonder in de buik. De dunne darm mondt hierop uit. Aan dit deel van de dikke darm zit het wormvormig aanhangsel dat ook wel blindedarm (appendix) genoemd wordt.
  • De eigenlijke dikke darm bestaat uit drie gedeelten. Het opstijgende gedeelte van het colon bevindt zich rechts in de buik en wordt colon ascendens genoemd, het dwarslopende gedeelte (het colon transversum) loopt vanaf de lever onder de maag naar links, en het dalende deel (het colon descendens) loopt links in de buik naar beneden. In de linkeronderbuik maakt de dikke darm een S-bocht; dit laatste stukje van de dikke darm (colon descendens) wordt sigmoïd genoemd.
  • In het kleine bekken gaat het laatste deel van de dikke darm over in de endeldarm (rectum) en eindigt in de sluitspier (anus).
                                      
Afbeelding 1: Dikke darm en omringende organen              Afbeelding 2: Colon


Wat is dikkedarmkanker?

Kanker is een verzamelnaam voor meer dan honderd verschillende ziekten. Dikkedarmkanker is er één van. Bij dikkedarmkanker is een kwaadaardige tumor (gezwel) in de dikke darm ontstaan. Kwaadaardig betekent:

  • Dat een tumor in de omliggende weefsels groeit en deze beschadigt, waardoor klachten kunnen ontstaan.
  • Dat de tumor steeds blijft groeien, waardoor die steeds meer schade aanricht op de plaats waar die zich bevindt.
  • Dat de tumor kan uitzaaien, dat wil zeggen: uit het gezwel kunnen cellen naar andere plaatsen in het lichaam worden vervoerd, waar ze tot nieuwe gezwellen kunnen uitgroeien.
 
 
   
Afbeelding 3: Ontstaan dikkedarmkanker 

Dikkedarmkanker ontwikkelt zich bijna altijd uit een darmpoliep. Een poliep (adenoom) is een uitstulping of een verdikking van het slijmvlies dat de binnenkant van de darm bekleedt. Poliepen zijn goedaardige gezwellen, maar sommige kunnen uitgroeien tot kwaadaardige tumoren (kanker). De meeste dikkedarmtumoren zijn opgebouwd uit kliervormige cellen (adenocarcinoom). Een tumor komt het meest voor in het colon ascendens en coecum (veertig procent), gevolgd door het sigmoïd (dertig procent), het colon transversum (twintig procent) en het colon descendens (tien procent).

Dikkedarmkanker komt in Nederland veel voor. In ons land wordt per jaar bij ongeveer 11.000 mensen deze ziekte vastgesteld.

Oorzaken

De precieze oorzaak van dikkedarmkanker is nog niet bekend. Bij niet-erfelijke darmkanker lijken zogenoemde omgevingsfactoren een rol te spelen; dit zijn met name voedingspatroon en leefstijl. Waarschijnlijk vergroten een westers voedingspatroon en een westerse leefstijl de kans op dikkedarmkanker.

Erfelijkheid

Bij ongeveer vijf tot tien procent van alle patiënten is erfelijke aanleg de belangrijkste oorzaak. In die families komt dikkedarmkanker veel vaker voor dan in andere families. Er zijn verschillende vormen van erfelijke darmkanker. De meest voorkomende erfelijke vormen van darmkanker zijn:

  • Lynch-syndroom
  • Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP).

Lynch-syndroom (ook wel Heriditair Non Polyposis Colorectal Carcinoom, kortweg HNPCC genoemd) is de meest voorkomende erfelijke vorm van dikkedarmkanker. Bij ongeveer vijf procent van alle patiënten wordt dikkedarmkanker veroorzaakt door het Lynch-syndroom. Dikkedarmkanker ontstaat bij deze patiënten vaak vóór het vijftigste levensjaar. Dit is een belangrijk verschil met niet-erfelijke vormen van dikkedarmkanker, die meestal pas op latere leeftijd ontstaan.

Bij ongeveer één procent van alle patiënten met dikkedarmkanker wordt de ziekte veroorzaakt door Familiaire Adenomateuze Polyposis. Deze erfelijke ziekte wordt ook wel FAP of kortweg polyposis genoemd. Kenmerkend hierbij is het vóórkomen van honderden poliepen in de dikke darm.

Onderzoeken

Kijkonderzoek (endoscopie)

Tumoren in de dikke darm worden meestal opgespoord door middel van een kijkonderzoek van de dikke darm: een endoscopie. Tijdens een endoscopie kan de Maag-, Darm- en Leverarts (MDL-arts) door middel van een flexibele slang, waaraan een kleine camera is bevestigd, via de anus in de dikke darm kijken. De arts kan dan een hapje weefsel (biopt) nemen van de tumor of poliep. Dit biopt wordt vervolgens door de patholoog in het laboratorium onderzocht.

De naam van het onderzoek is afgeleid van het deel van de dikke darm dat wordt onderzocht:

  • Een colonoscopie is een kijkonderzoek van de gehele dikke darm.
  • Bij een sigmoïdoscopie wordt alleen het laatste S-vormige deel van de dikke darm onderzocht, tot aan het colon transversum.
  • Bij een rectoscopie wordt alleen de endeldarm onderzocht.

Over deze onderzoeken is onderaan deze pagina apart voorlichtingsmateriaal te vinden.

Beeldvormend onderzoek

Wanneer de arts een tumor in de dikke darm vindt, zal er vervolgens ook beeldvormend onderzoek plaatsvinden. Beeldvormend onderzoek geeft informatie over hoe ver de tumor is doorgegroeid in de darmwand. Ook kunnen eventuele uitzaaiingen ermee worden opgespoord. Uitzaaiingen ontstaan bij dikkedarmkanker meestal in de lever en/of in de longen.

Er zijn verschillende mogelijkheden van beeldvormend onderzoek:

  • CT-scan (Computer Tomografie). Dit is een beeldvormend onderzoek waarbij foto’s gemaakt worden van uw borstholte en buik. Het doel van de CT-scan is om de uitbreiding van de tumor vast te leggen en eventuele uitzaaiingen in de lever en borstholte op te sporen.
  • Echografie van de bovenbuik. Dit is een beeldvormend onderzoek waarmee uw organen in de bovenbuik (met name de lever) in beeld worden gebracht.
  • Longfoto (ook wel X-thorax genoemd). Dit is een röntgenfoto van de borstkas (thorax) om eventuele uitzaaiingen in de longen op te sporen.

Wij wijzen u graag op onze voorlichtingsfilm over het behandeltraject bij uitzaaiing in de lever.

youtube  

Bloedonderzoek

Behalve algemeen bloedonderzoek zal ook uw zogenoemde CEA-waarde bepaald worden. CEA staat voor Carcino Embryonaal Antigeen. Dit is een zogenaamde tumormarker, dat wil zeggen: een bepaalde stof in het bloed die wijst op de aanwezigheid van kanker. CEA is echter niet specifiek voor dikkedarmkanker. Ook bij andere soorten kanker kan de CEA-waarde verhoogd zijn. Bovendien zijn er ook goedaardige aandoeningen, zoals ontstekingen in de darm of lever, waarbij uw CEA-waarde verhoogd kan zijn. Dit bloedonderzoek zal daarom meestal gedaan worden in combinatie met of in aansluiting op andere onderzoeken.

Onderzoeksuitslagen

De uitslagen van de onderzoeken zijn na ongeveer een week bekend. Op de dag dat u de uitslag  krijgt, komt u 's ochtends op de polikliniek. De maag-, darm- en leverarts (MDL-arts) geeft u de uitslag van de onderzoeken die zijn gedaan.

Daarna vindt er onderling overleg plaats tussen de specialisten van het behandelteam. Wij noemen dat het Multidisciplinair Overleg (MDO). Dit is een bespreking waarbij alle specialisten op het gebied van endeldarmkanker aanwezig zijn, onder wie de MDL-arts, oncologisch chirurg, internist-oncoloog, radiotherapeut-oncoloog, radioloog, patholoog, nucleair geneeskundige en regieverpleegkundige oncologie. Daar wordt elke patiënt uitgebreid besproken en wordt een behandelplan vastgesteld.

In de middag wordt u verzocht zich weer te melden. Daar krijgt u te horen hoe laat u de eerste afspraak heeft. Vervolgens maakt u kennis met uw behandelaars.

Het kan een lange dag voor u worden. Houdt u hier rekening mee. Zeker als u nog medicijnen nodig heeft.

De oudere patiënt

De combinatie van ouderdom, complexe zorg en de aanwezigheid van verschillende ziekten naast elkaar, maakt oudere patiënten extra kwetsbaar. Wanneer u 69 jaar of ouder bent wordt er daarom een vragenlijst afgenomen om te kijken of u in de kwetsbare groep valt. Indien nodig wordt u verwezen naar de internist ouderen geneeskundige die bekijkt of u extra zorg en/of begeleiding nodig heeft tijdens het komende traject. Wilt u meer weten over de zorg die zich richt op de oudere mens? Wij verwijzen u graag naar de pagina Ouderengeneeskunde.


3 mei 2016 6651 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht