ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Dikke darmkanker (PID): H3 Operatie bij dikkedarmkanker

Patiënten Informatie Dossier

​Operatie

Bij dikkedarmkanker is een operatie de meest toegepaste behandeling. Er zijn twee verschillende operatietechnieken mogelijk bij dikkedarmkanker. Afhankelijk van de grootte, de uitgebreidheid en de plaats van de tumor kan de operatie op de traditionele (open) manier plaatsvinden met een grote snee in uw buik of door middel van een kijkoperatie (laparoscopische operatie) waarbij een kijkbuis en andere operatie-instrumenten via enkele gaatjes in uw buik naar binnen worden gebracht. Bij de keuze voor een operatietechniek spelen ook uw lichamelijke en/of geestelijke conditie een rol en de eventueel aanwezige uitzaaiingen. Uw behandelend arts zal de verschillende mogelijkheden met u bespreken.

Tijdens de operatie wordt het aangedane stuk darm verwijderd. Dit wordt hemicolectomie genoemd. Behalve de tumor worden ook de lymfklieren verwijderd die horen bij het deel van de darm waarin de tumor zich bevindt. Daarna worden de beide delen van de darm weer aan elkaar gezet.

Er zijn verschillende ingrepen mogelijk. Uw behandelend arts zal aangeven welke op u van toepassing is.

O Bij een linkszijdige hemicolectomie wordt het linker deel van de dikke darm verwijderd en wordt het colon transversum op het laatste deel van het colon descendens geplaatst.

  

Afbeelding 4: Linkszijdige hemicolectomie

 

O Bij een rechtszijdige hemicolectomie wordt het rechter deel van dikke darm verwijderd en de dunne darm vervolgens op het colon transversum geplaatst.

  

Afbeelding 5: Rechtszijdige hemicolectomie

O Bij een tumor in het colon transversum wordt een hemicolectomie uitgevoerd, waarbij het colon transversum verwijderd wordt.

  
Afbeelding 6: Colon transversum

O Bij een sigmoïdresectie wordt het sigmoïd verwijderd en worden beide delen van de darm weer aan elkaar verbonden. Bij deze operatie bestaat er een kans op een stoma: een darmuitgang in de buikwand. Dit stoma kan tijdelijk of blijvend zijn. Als dit voor u geldt, komt u vóór de operatie of tijdens de opname in contact met de stomaverpleegkundige.

  
Afbeelding 7: Sigmoïdresectie
 

Voorlichtingsfilm operatie dikkedarmkanker

De regieverpleegkundige begeleidt patiënten voor, tijdens en na de behandeling. Als u een dikke darmoperatie moet ondergaan, heeft u voorafgaand aan deze operatie een aantal gesprekken op onze polikliniek. In deze film ziet u hoe de opname in het ziekenhuis verloopt. U kunt de voorlichtingsfilm bekijken in de patiëntenfolder 'Dikke darmkanker (PID): H3 Operatie bij dikkedarmkanker' op www.isala.nl/patientenfolders

youtube  
 

Voorbereiding op de operatie

Als u in overleg met de chirurg heeft besloten tot een operatie, wordt u op de opnamelijst geplaatst. U wordt dan verwezen naar de anesthesioloog, voor een preoperatief onderzoek. De anesthesioloog is de medisch specialist die verantwoordelijk is voor de verdoving tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna.
Er zijn twee mogelijkheden voor pijnbestrijding, afhankelijk van uw situatie en de soort operatie. Welke pijnstilling voor u van toepassing is, bespreekt u met de anesthesioloog bij het preoperatief onderzoek.

De eerste mogelijkheid is dat er voor de operatie een infuus in uw arm ingebracht wordt waarop een pompje wordt aangesloten met morfine, zo zogenaamde PCA-pomp (PCA betekent Patiënt geControleerde Analgie (pijnstilling). Deze kan u na de operatie zelf bedienen.

De tweede mogelijkheid is dat u via een slangetje in uw rug, tussen de wervels door, een pomp aangesloten krijgt waardoor continue pijnstilling wordt gegeven. Hierdoor wordt de pijn van uw wond geblokkeerd. 

Ook beoordeelt de anesthesioloog het risico van de narcose en zal indien nodig aanvullend onderzoek laten verrichten. Meestal is dit bloedonderzoek, een hartfilmpje of een poliklinisch bezoek aan cardioloog of longarts.

Wanneer uit het algemeen bloedonderzoek blijkt dat u bloedarmoede heeft, schrijft de arts u medicijnen voor. Dit kunnen tabletten, een infuus of een injectie zijn.

Voorafgaand aan of aansluitend op het preoperatief onderzoek heeft u een gesprek bij de regieverpleegkundige Oncologie op de polikliniek, die de gang van zaken rondom de operatie zal toelichten. Ongeveer een week vóór uw operatie krijgt u telefonisch bericht over de opnamedatum.

Opname

In principe wordt u op de dag vóór de operatie in ons ziekenhuis opgenomen. Van de verpleegkundige krijgt u informatie over de gang van zaken op de opnamedag, de operatiedag en het verblijf op verpleegafdeling. Ook bespreekt zij met u of de opvang na ontslag is geregeld. De verpleegkundige geeft u een rondleiding over de afdeling en laat uw kamer zien. Zo nodig wordt er nog bloed afgenomen. Indien van toepassing krijgt u informatie over de mogelijkheid van een stoma en wordt de plaats van het stoma bepaald. ’s Avonds krijgt u een klysma om het laatste deel van de darm leeg te maken. Als u pas in de middag wordt geopereerd, krijgt u de volgende ochtend nogmaals een klysma.

Om trombose te voorkomen krijgt u tijdens de opname elke avond een injectie met een middel om bloedstolling (trombose) te voorkomen. Dit middel heet Fraxiparine®. Dit moet u tot vier weken na de operatie toegediend krijgen.

Eten en drinken

Op de dag vóór de operatie mag u gewoon eten en drinken. Het is belangrijk dat u deze dag minstens anderhalve liter drinkt, uiteraard geen alcoholische dranken.

Op de operatiedag mag u tot maximaal zes uur vóór de operatie nog eten en drinken. Tot maximaal twee uur vóór de operatie mag u nog heldere vloeibare dranken gebruiken (ranja, thee, water, appelsap), tenzij de anesthesioloog anders met u heeft afgesproken.

Vroeg in de ochtend van de operatie krijgt u enkele glazen drinkvoeding. Dit energieverrijkende drankje heet Fantomalt® en bevat vooral voedende suikers. Als uw operatie ’s middags is gepland, krijgt u ’s morgens nog een licht ontbijt.

Let op
Het komt helaas een enkele keer voor dat de operatie op het laatste moment moet worden uitgesteld. Wij zijn ons ervan bewust hoe vervelend dit is en we streven ernaar dan zo spoedig mogelijk een nieuwe operatietijd of -datum aan u door te geven.

Naar de operatiekamer

De verpleegkundigen van uw afdeling brengen u in uw bed naar de operatieafdeling. Daar ziet u de anesthesioloog en de anesthesiemedewerker. U wordt aangesloten op de bewakingsapparatuur. U krijgt plakkers op de borst om uw hartslag te meten en een klemmetje op de vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed te controleren.

Voordat de anesthesioloog de narcose toedient, brengt hij tussen uw ruggenwervels een slangetje in: de zogenoemde epiduraal katheter. Via deze katheter kan hij tijdens de operatie de pijn optimaal bestrijden. Hierdoor is er na afloop minder pijnbestrijding (morfine) nodig. Bijwerkingen van morfine, zoals sufheid en het stilvallen van de darmwerking, komen daarom veel minder voor. Vooral het niet-stilvallen van de darmwerking is belangrijk voor een snel herstel.

Vervolgens krijgt u in de arm een infuusnaald. Via deze naald wordt de narcose toegediend.

Tijdens de operatie wordt het aangedane stuk darm verwijderd. Ook worden de lymfklieren verwijderd van het deel van de darm waarin de tumor zich bevindt. Dit weefsel wordt voor onderzoek opgestuurd naar de patholoog. De operatie vindt op een laparoscopische of open manier plaats, zoals eerder werd uitgelegd. Beide operaties nemen ongeveer twee uur in beslag. Overigens kan het zijn dat pas tijdens de laparoscopische operatie blijkt dat deze techniek niet geschikt is. De chirurg kan dan besluiten om over te gaan op een open operatie.

Binnen een halfuur na het einde van de operatie bent u weer bij bewustzijn. U zult dankzij de epiduraal katheter weinig tot geen pijn ervaren. U verblijft slechts enkele uren op de uitslaapkamer (verkoever). Als u weer voldoende bij kennis bent en de controles van bijvoorbeeld bloeddruk en ademhaling in orde zijn, gaat u terug naar de verpleegafdeling.

Na de operatie

U en uw naasten zullen waarschijnlijk graag willen weten hoe de operatie is verlopen. De chirurg die de operatie uitvoert, belt na afloop van de ingreep uw contactpersoon. U wordt zelf op de hoogte gebracht van het verloop van de operatie door de afdelingsarts. Meestal gebeurt dat de dag na de operatie.

De laatste jaren is er veel onderzoek gedaan naar de factoren die van invloed zijn op het herstel na een operatie. Zo blijkt het herstel na de operatie versneld te kunnen worden door:

  • Een zo klein mogelijke insnijding door de chirurg: hoe minder schade aan weefsel wordt aangericht, des te sneller is het herstel.
  • Een optimale pijnbestrijding, waarbij niet alleen de pijn effectief wordt bestreden, maar waarbij ook de nadelige effecten van de pijnbestrijding (op maag- en darmwerking) worden geminimaliseerd.
  • Een zo kort mogelijke periode van bedrust, zodat verlies van spierkracht wordt beperkt.
  • Een zo kort mogelijke periode van voedselonthouding, zodat gewichtsverlies (en daarmee verlies van spiermassa en spierkracht) wordt tegengegaan.

Eten en drinken

Bij terugkomst op de afdeling krijgt u een glas water. Om uw vochthuishouding weer op peil te brengen is het belangrijk dat u snel weer drinkt. De anesthesioloog schrijft medicijnen voor om misselijkheid en braken tegen te gaan. Toch kan misselijkheid niet altijd voorkomen worden. Vooral de grootte van de operatie en de reactie van uw lichaam daarop bepalen of u misselijk wordt. Als u niet misselijk bent, probeer dan minstens een halve liter te drinken na de operatie.

De eerste dag na de operatie mag u in principe alles weer eten, maar het is raadzaam om deze dag lichtverteerbaar voedsel te kiezen. Het is belangrijk dat u goed naar uw lichaam luistert en dat u niet tegen uw zin eet.

Pijnbestrijding

Naast de epiduraal katheter of de PCA-pomp die u heeft gekregen, begint u na de operatie met viermaal daags paracetamol. Het is belangrijk deze pijnstillers in te nemen, ook als u geen pijn heeft, zodat u een zogeheten spiegel van paracetamol in uw bloed heeft opgebouwd op het moment dat de pijnstilling via de pomp wordt gestopt. Om een goede indruk te krijgen van de pijnbestrijding, vragen wij u bij te houden hoeveel pijn u ervaart (zie hiervoor de Zorgkaart, die aan u uitgereikt zal worden).

Infuus en katheters

  • Het infuus wordt op de eerste dag na de operatie verwijderd, als u in staat bent meer dan één liter per dag te drinken.
  • Tijdens de operatie is een slangetje in uw blaas (urinekatheter) ingebracht, omdat de blaas door de epiduraal katheter minder goed kan functioneren. De blaaskatheter wordt op de tweede dag na de operatie verwijderd.
  • De epiduraal katheter wordt ook op de tweede dag na de operatie verwijderd. Als deze katheter verwijderd is, gaat u wel door met het gebruik van de andere pijnmedicijnen – waaronder paracetamol – en met het bijhouden van uw pijnscore. Als u behoefte heeft aan meer pijnstillers, kunt u dit altijd aan de verpleegkundigen kenbaar maken.
  • Het kan zijn dat een maagslang (sonde) wordt ingebracht als de darmpassage nog niet optimaal is en/of als u misselijk bent.

Beweging

Na de operatie is het belangrijk dat u zo snel mogelijk weer in beweging komt. Bewegen is niet alleen belangrijk om bloedstolling (trombose) te voorkomen, maar ook om het verlies van spierkracht tegen te gaan. Daarnaast komen de darmen door beweging eerder op gang. Daarom is het wenselijk dat u nog op de dag van de operatie probeert eventjes rechtop in bed of in een stoel te zitten. Als u rechtop zit, kunt u beter ademhalen en dat verkleint bijvoorbeeld de kans op luchtweginfecties.

Het kan zijn dat u zich duizelig voelt. Deze duizeligheid wordt veroorzaakt doordat u een lagere bloeddruk heeft als gevolg van de plaatselijke verdoving via de epiduraal katheter. De eerste keer dat u uit bed gaat, gebeurt dat daarom onder begeleiding van een verpleegkundige.

In de dagen na de operatie is het belangrijk dat u enkele uren buiten bed doorbrengt en een wandeling maakt over de afdeling. Uiteraard is pijnbestrijding van groot belang om goed te kunnen bewegen. Vertel de verpleegkundige daarom als pijn u belemmert om uit bed te komen. Wanneer u niet in staat bent uit bed te komen, probeer dan zo veel mogelijk rechtop te zitten in bed.

Eigen bijdrage aan herstel (Zorgkaart)

Uw eigen actieve bijdrage is zeer belangrijk voor een goed herstel. Om u hierbij te helpen krijgt u op onze afdeling een zogenoemde Zorgkaart uitgereikt. Op deze kaart staat precies vermeld wat u op de dagen na de operatie kunt verwachten. Zo kunt u deze kaart gebruiken als handleiding op weg naar een beter en sneller herstel.

Complicaties

Na iedere operatie kunnen complicaties optreden. Zo is er ook bij een operatie aan de dikke darm een kans op complicaties aanwezig zoals trombose, longontsteking, nabloeding en wondinfecties.

Wondinfecties zijn ontstekingen van de huid op de plaats van de hechtingen. De symptomen zijn roodheid van de huid of het lekken van wondvocht.

Bij een operatie aan de dikke darm kan zich ook een specifieke complicatie voordoen, namelijk een zogenoemde naadlekkage. Naadlekkage is een lek op de plaats waar het zieke stuk van de darm is verwijderd. Door dit lek kan de inhoud van de darm in de buik lopen en dat kan tot ontstekingen leiden. De symptomen die kunnen optreden zijn: (hevige) buikpijn, bolle, gespannen buik, misselijkheid, braken en koorts. Als er sprake is van een naadlekkage, zult u opnieuw geopereerd worden en wordt er in principe een stoma aangelegd.

Weer naar huis

U mag – in overleg met de zaalarts – weer naar huis als:

  • u voelt dat u in staat bent om naar huis te gaan
  • u weer normaal eten kunt verdragen
  • u geen of weinig pijn meer heeft.

Extra zorg

Thuis heeft u in principe geen extra zorg nodig. Wel is het prettig als u de eerste twee weken wat hulp kunt krijgen van partner, familie of naasten. Zware huishoudelijke klussen zullen wellicht nog moeilijk zijn.

Operatiewond

  • De eerste week na het ontslag uit het ziekenhuis kunnen de wondjes of de grote buikwond nog gevoelig zijn of wat zwellen. Tijdens uw eerste controleafspraak op de polikliniek zal het herstel van de wond worden gecontroleerd.
  • De pijnklachten zullen nog niet weg zijn als u thuis bent. U zult waarschijnlijk merken dat u wat meer pijnklachten krijgt, als u zich wat meer gaat inspannen. U mag hiervoor drie tot vier keer daags één of twee tabletten paracetamol gebruiken.
  • U mag gewoon douchen met de wond.
  • De wond is meestal gehecht met oplosbare hechtingen. Als u het ziekenhuis verlaat, zitten er hechtpleisters op de wond. Deze hechtpleisters zullen er vanzelf af vallen. Voor het verwijderen van hechtingen krijgt u een aparte afspraak bij de chirurg of uw huisarts.

Wanneer contact opnemen?

Mocht u zich de eerste dagen thuis niet lekker voelen, dan kunt u de temperatuur opnemen. Neem bij stijging van de temperatuur boven 38 °C contact op met de polikliniek Chirurgie (tijdens kantooruren) of met de afdeling Spoedeisende hulp (buiten kantoortijden). In hoofdstuk 1 van dit PID onder 'Contact' vindt u de telefoonnummers. Neem ook contact op wanneer uw toestand na enkele dagen achteruitgaat, bijvoorbeeld door buikpijn, braken of hevige rugpijn.

Weefselonderzoek

De patholoog zal onderzoeken hoe groot de tumor was en of die in zijn geheel is verwijderd. Daarnaast onderzoekt hij de weggenomen lymfklieren op de aanwezigheid van tumorcellen. Zodra de uitslag van het weefselonderzoek bekend is, zal uw behandelend arts deze met u bespreken, liefst in het bijzijn van uw familie of naaste. Bent u dan al thuis, dan krijgt u de uitslag tijdens uw eerste controleafspraak op de polikliniek Chirurgie.

De uitslag van het weefselonderzoek wordt ook besproken in de zogeheten multidisciplinaire oncologiebespreking. Dit is een bespreking waarbij specialisten op het gebied van darmkanker van diverse (multi)vakgroepen (disciplines) aanwezig zijn, onder wie de MDL-arts, oncologisch chirurg, internist-oncoloog, radioloog, patholoog en regieverpleegkundige Oncologie. Tijdens deze bespreking beoordelen de zorgverleners of een eventuele nabehandeling wenselijk voor u is. Het advies vanuit deze bespreking zal uw behandelend chirurg met u bespreken.


3 mei 2016 6652 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht