ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Radiotherapie bij huidkanker

Huidkanker is de meest voorkomende soort kanker in Nederland en wordt per jaar naar schatting bij zo’n 36.000 mensen vastgesteld. De twee vormen van huidkanker die het meeste voorkomen zijn het basaalcelcarcinoom en het plaveiselcelcarcinoom. Bij circa tien procent van 36.000 mensen hebben we te maken met een melanoom. Huidtumoren kunnen (tegelijkertijd) op meerdere plekken op de huid ontstaan. Hierdoor moeten veel mensen meer dan één keer een bestralingsbehandeling ondergaan.

Behandeling

De dermatoloog heeft bij u de diagnose huidkanker gesteld en u verwezen naar de afdeling Radiotherapie voor een bestralingsbehandeling. Afhankelijk van de vorm van de huidkanker, de plaats en grootte van de tumor en uw leeftijd en conditie wordt een behandelplan opgesteld. Uw bestralingsbehandeling kan bestaan uit een tot dertig bestralingen.

Voorbereiding

Uw eerste bezoek

Bij uw eerste bezoek heeft u een gesprek met de radiotherapeut-oncoloog. Dit is de medisch specialist die verantwoordelijk is voor uw bestralingsbehandeling. Aan de hand van de beschikbare gegevens en een lichamelijk onderzoek bespreekt de arts met u het behandelplan en geeft hij uitleg over de bestraling. Tijdens dit gesprek, krijgt u veel informatie. Daarom raden wij u aan uw partner of familielid mee te nemen naar dit gesprek, dat ongeveer 45 minuten duurt. Als u medicijnen gebruikt, wilt u deze (of een medicijnlijst) meebrengen?

Voorlichtingsgesprek

Voorafgaand aan het maken van een CT- scan of simulatie krijgt u van één van onze voorlichtingslaboranten uitleg over uw behandeling. Zij zal met behulp van beeldmateriaal de gang van zaken nogmaals uitleggen. In alle rust kunt u met de laborant eventuele onduidelijkheden of vragen over de komende bestralingsbehandeling bespreken. Als u vragen heeft, kunt u, tijdens de duur van de behandeling, te allen tijde een beroep doen op de laboranten.

Masker

Bij tumoren op het hoofd wordt een masker aangemeten. Er bestaan twee soorten maskers:

  • Een loodmasker
    Voor dit soort masker wordt eerst een gipsafdruk van uw hoofd gemaakt. Met behulp van deze gipsafdruk wordt een loodmasker aangemeten. Een loodmasker wordt gebruikt om het gezonde weefsel rondom de tumor af te schermen.
  • Een masker van thermoplastisch materiaal, een soort kunststof
    Dit materiaal wordt eerst zacht gemaakt in warm water, waarna het over uw hoofd gelegd wordt. Wanneer het materiaal weer afkoelt, neemt het de vorm van uw gezicht aan. Het gebruik van zo’n masker heeft twee redenen:
    - om te voorkomen dat de positie van uw hoofd tijdens de bestraling verandert
    - om het bestralingsgebied op het masker aan te tekenen, zodat wij geen lijnen op uw hoofd of hals hoeven aan te tekenen

CT-scan

Ter voorbereiding op de bestraling kan een CT-scan gemaakt worden. De CT-scan is een röntgenapparaat dat nauwkeurig de plaats van de tumor en de omliggende organen in het lichaam in beeld brengt. De radiotherapeut-oncoloog geeft op de foto’s het te bestralen gebied aan. Hierna wordt een bestralingsplan gemaakt en wordt de benodigde hoeveelheid stralingseenheden berekend. Omdat deze foto’s alleen voor plaatsbepaling en berekening worden gebruikt, krijgt u geen uitslag van dit onderzoek. Het maken van de CT-scan duurt ongeveer twintig minuten.

Voordat de foto’s gemaakt worden, wordt de houding bepaald waarin u bestraald gaat worden. Er worden markeringen en tatoeagepuntjes op uw lichaam of op het masker aangebracht. Hiermee kunnen we u tijdens de bestralingen in exact dezelfde houding neerleggen. U mag wel douchen maar geen zeep gebruiken op het bestraalde gebied.

Bestraling

Met de bestralingstoestellen kunnen twee soorten straling worden opgewekt:

  • fotonenstraling ( ook röntgenstraling genoemd)
  • elektronenstraling.

De fotonenstraling heeft een diep doordringend vermogen en wordt gebruikt bij bestraling van gebieden die diep in het lichaam liggen. Elektronen hebben doorgaans een minder diep doordringend vermogen. De meeste oppervlakkige aandoeningen worden bestraald met elektronen. De laboranten leggen u voor de bestralingen steeds weer in dezelfde houding. Dit wordt gedaan met behulp van de markeringen en tatoeagepuntjes op uw huid of op het masker. Daarbij is het van belang dat u zo rustig mogelijk blijft liggen. Het te bestralen gebied wordt met een lichtbundel en de gegevens in de computer nauwkeurig ingesteld. U kunt vanuit verschillende richtingen bestraald worden, dit kan variëren van één tot tien bestralingsbundels. Bij een behandeling met elektronenstraling wordt vaak vanuit één richting bestraald. De behandeltijd varieert tussen de vijf en twintig minuten, afhankelijk van het aantal richtingen.

Tijdens de bestraling ligt u alleen in de bestralingsruimte. De radiotherapeutisch laboranten kunnen u op de monitoren zien en via een intercom horen. Van de bestraling zelf merkt u weinig, u hoort alleen het geluid van het bestralingstoestel. Wanneer de bestralingsdosis is afgegeven, slaat het toestel automatisch af. Als het toestel is uitgeschakeld, is er geen straling meer in de ruimte of in uw lichaam. Door de bestraling wordt u niet radioactief.

De bestraling wordt uitgevoerd door radiotherapeutisch laboranten. Zij zijn speciaal opgeleid om de bestralingstechnieken toe te passen. Zij zijn ook degenen bij wie u, in eerste instantie, met uw vragen terecht kunt.
Als u het op prijs stelt, kan uw partner of begeleider een keer meekijken in de bestralingsruimte. Dit kan in overleg met de laboranten van het bestralingstoestel.

Bijwerkingen

Door de bestraling kunnen soms bijwerkingen optreden. Tijdens uw eerste bezoek informeert de radiotherapeut u hierover. De bijwerkingen hangen af van de plaats van de bestraling, de bestralingsduur en de bestralingsdosis. U kunt met uw klachten dagelijks terecht bij de laboranten. Daarnaast vindt regelmatig controle door de radiotherapeut plaats. Mocht het noodzakelijk zijn, dan kan de laborant tussentijds de radiotherapeut inschakelen.

Huidreactie

De huid kan rood en gevoelig worden ter plaatse van het bestraalde gebied. Ook kan de huid gaan jeuken of branderig aanvoelen. De mate van huidreactie verschilt per persoon en per behandeling. De reactie treedt geleidelijk op en is afhankelijk van de stralingsdosis die op de huid gekomen is.

Vermoeidheid

Soms voelen mensen die bestraald worden zich vermoeider dan anders. Ook het dagelijks op en neer reizen naar het ziekenhuis vraagt extra energie. U kunt daarom het beste overmatige inspanning vermijden en zo nodig wat extra rust nemen. Beweeg als het kan wel regelmatig, vooral in de buitenlucht (wandelen, fietsen, tuinieren etc.). Zo houdt u uw conditie op peil.

Haaruitval (alleen in het bestraalde gebied)

Alleen in het gebied waar bestraald wordt, kan haaruitval optreden. Dit is afhankelijk van de stralingsdosis die gegeven wordt. Binnen enkele weken tot maanden na het einde van de bestraling begint uw haar weer te groeien. Wanneer een hoge stralingsdosis is gegeven, kan het zijn dat het haar blijvend weg blijft.

Adviezen

  • Vermijd broeiende of knellende kleding (zoals nylon of wol) op het bestralingsgebied. Ruime katoenen kleding is een goede vervanging.
  • Plak geen pleisters op de bestraalde huid.
  • Tijdens de bestralingsperiode kunt u de bestraalde huid beter niet aan de zon of zonnebank blootstellen. In het daaropvolgende jaar blijft de huid ook nog kwetsbaar.
  • Elektrisch scheren in het bestraalde gebied is soms toegestaan. Scheer niet nat en gebruik geen aftershave.
  • Ga niet zwemmen.

Huidverzorging

Over het algemeen mag u zich wassen en douchen. Het bestraalde gebied moet u enigszins ontzien. Dat wil zeggen: hier geen zeep gebruiken en deppend drogen. U kunt enige malen per dag het bestralingsgebied met ongeparfumeerde talkpoeder deppen. In elk geval mag u niet zonder overleg zalf gebruiken.

Contact

Heeft u na het lezen nog vragen, aarzel dan niet deze aan uw behandelend arts of aan de medewerkers van de afdeling Radiotherapie te stellen. Ook kunt u telefonisch contact opnemen, telefoonnummer (038) 424 54 49.

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.


2 augustus 2017 6660 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht