ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Maagkanker (PID): H3 Behandeling bij maagkanker

Patiënten Informatie Dossier

​Behandeling

Er zijn verschillende behandelingen mogelijk bij maagkanker. Wanneer een behandeling gericht is op genezen, spreken we van een curatieve behandeling. Wanneer er geen genezende behandeling mogelijk is, dan spreken we van een palliatieve behandeling.

Soorten behandelingen

Welke behandeling voor u het beste is, is afhankelijk van verschillende factoren. De grootte, uitbreiding en de plaats van de tumor zijn hierbij van groot belang. Daarnaast spelen uw lichamelijke en/of geestelijke conditie een rol en het al dan niet aanwezig zijn van uitzaaiingen. Uw behandelend arts zal de verschillende mogelijkheden met u bespreken.

De mogelijke behandelingen bij maagkanker zijn: 

  • operatie (chirurgie) 
  • chemotherapie (behandeling met celdelingremmende medicijnen) 
  • radiotherapie (bestraling) 
  • plaatsen van een voedingsbuisje (endoprothese of stent).

Vaak is een combinatie van deze behandelmethoden nodig.

Operatie

Bij maagkanker is een operatie de meest voorkomende behandeling. Bij een operatie wordt de tumor verwijderd met een deel van het daaromheen liggende gezonde maagweefsel. Zo mogelijk worden ook de lymfeklieren in het gebied van de maag weggehaald. Dit gebeurt om uitzaaiingen via de lymfeklieren zo veel mogelijk te voorkomen.

Wanneer de tumor te groot is of als er al uitzaaiingen zijn, dan is een operatie niet altijd mogelijk. Soms kan via chemotherapie de tumor verkleind worden, waarna de operatie alsnog kan worden uitgevoerd.

Vóór de operatie is niet altijd met zekerheid bekend of de ingreep curatief zal zijn. Het komt voor dat de chirurg tijdens de operatie vaststelt dat de tumor niet (geheel) te verwijderen is of dat er uitzaaiingen zijn en dat hij besluit niet verder te opereren. Op dat moment kan ook worden besloten tot een palliatieve operatie, die meestal minder uitgebreid is en erop gericht is om de klachten te verminderen of om klachten te voorkomen.

Er bestaan verschillende operatietechnieken. Afhankelijk van de plaats en de grootte van de tumor zijn de volgende operaties mogelijk:

Oesophagus-cardiaresectie
Dit is een operatie waarbij de chirurg het bovenste deel van de maag (cardia) en het onderste deel van de slokdarm (oesophagus) verwijdert (resectie is een medische term voor verwijdering). De chirurg maakt een soort buis van het onderste deel van de maag (buismaag). Deze maakt hij vast aan het bovenste deel van de slokdarm.

Distale maagresectie
Bij deze operatie wordt het onderste deel van de maag of maaguitgang (het distale deel) verwijderd. Daarnaast wordt ook het eerste deel van de twaalfvingerige darm verwijderd (resectie is een medische term voor verwijdering). De twaalfvingerige darm is het eerste deel van de dunne darm dat direct na de maag begint. De chirurg maakt een nieuwe verbinding tussen het overgebleven deel van de maag en de dunne darm.

Totale maagresectie
Bij een totale maagresectie worden de gehele maag en een deel van de twaalfvingerige darm verwijderd (resectie is een medische term voor verwijdering). Er wordt een nieuwe verbinding tussen de slokdarm en een verder gelegen stuk dunne darm gemaakt, meestal volgens het Roux-Yprincipe.
Omdat de hele maag is weggenomen, vormen slokdarm en dunne darm na de operatie een doorlopende buis.

Gastro-enterostomie
Wanneer de tumor de maaguitgang blokkeert, kan de chirurg een rechtstreekse verbinding maken tussen het middelste deel van de maag en een bepaald stuk van de dunne darm. Deze verbinding wordt een ‘overloopje’ genoemd. Andere benamingen zijn bypassoperatie of gastro-enterostomie. De verbinding zorgt ervoor dat het voedsel via een omweg de darmen kan bereiken. De gastro-enterostomie is een palliatieve operatie.

Wigexcisie
Dit is een operatie waarbij de tumor met omringend gezond weefsel wordt uitgesneden in een wigvorm (excisie betekent uitsnijding).

Het is mogelijk zonder maag of met slechts een deel van de maag te leven. Afhankelijk van de soort operatie die is verricht, ontstaan na de ingreep soms problemen met eten. Aanpassingen zijn dan nodig.

Chemotherapie

Chemotherapie is een behandeling met cytostatica. Cytostatica zijn medicijnen die kankercellen doden of de groei ervan remmen.

Steeds vaker wordt voorafgaand aan de operatie chemotherapie gegeven. Dit wordt een neo-adjuvante behandeling genoemd. Deze chemotherapie bestaat meestal uit drie kuren en heeft tot doel om de tumor eventueel te verkleinen en om mogelijke uitzaaiingen in de buurt van de tumor te vernietigen. Na twee kuren wordt door middel van een gastroscopie bekeken of de tumor reageert op de chemotherapie. Na drie kuren volgt opnieuw een CT-scan om de nieuwe situatie te bekijken (restagering).

Een operatie wordt vaak gevolgd door een aanvullende (adjuvante) behandeling. Deze bestaat uit nogmaals drie kuren chemotherapie. Of een gecombineerde behandeling mogelijk is, hangt onder andere af van het stadium van de ziekte, uw leeftijd en uw algemene conditie. In een aantal gevallen wordt daarom alleen een operatie verricht. Uw behandelend arts zal met u bespreken wat in uw situatie de beste behandeling is.

Als de chirurg de tumor niet of niet volledig heeft kunnen weghalen, zal uw behandelend arts de mogelijkheden van een palliatieve behandeling met u bespreken.

Radiotherapie

Radiotherapie (bestraling) is een plaatselijke behandeling met als doel kankercellen te vernietigen, terwijl de gezonde cellen zo veel mogelijk gespaard blijven. Radiotherapie als enige vorm van therapie wordt bij maagkanker weinig gebruikt omdat is gebleken dat het nauwelijks effect op de ziekte heeft. Soms wordt radiotherapie toegepast omdat een operatie niet mogelijk is en de patiënt klachten van de tumor heeft, bijvoorbeeld bloedverlies uit de maag of restmaag. Ook kunnen uitzaaiingen die klachten geven soms worden bestraald. De bestraling heeft tot doel de klachten te verminderen. Het gaat dan om een palliatieve behandeling.

Plaatsen van een voedingsbuisje (stent)

Als de tumor bij de maagingang of maaguitgang zit en een operatie niet mogelijk is, kan de arts een stent plaatsen. Dit is een palliatieve behandeling. Een stent (of voedingsbuisje) wordt tijdens een gastroscopie ingeklapt in de maag gebracht. Ter hoogte van de tumor wordt de stent uitgeklapt. De doorgang voor voedsel van de slokdarm naar de maag of van de maag naar de dunne darm wordt op die manier hersteld.

 
Afbeelding 2: plaatsen van voedingsbuisje 
 

Na het plaatsen van een stent kan het maagzuur makkelijker terugvloeien naar de slokdarm. U kunt hierdoor last krijgen van ‘zuurbranden’ en oprispingen. In verband met deze problemen én om te zorgen dat het buisje niet door voedsel verstopt raakt, is het goed om een aantal maatregelen te nemen. Wanneer u klachten blijft houden of wanneer er opnieuw klachten ontstaan, is overleg met uw arts noodzakelijk.

Afzien van behandeling

Het kan gebeuren dat bij u of bij uw arts de indruk bestaat, dat de belasting of de mogelijke bijwerkingen of gevolgen van een behandeling niet (meer) opwegen tegen de te verwachten resultaten. Als u twijfelt aan de zin van (verdere) behandeling, bespreek dit dan in alle openheid met uw specialist of huisarts. Iedereen heeft het recht om af te zien van (verdere) behandeling. Uw arts zal u de noodzakelijke medische zorg en begeleiding blijven geven om de hinderlijke gevolgen van uw ziekte zo veel mogelijk te bestrijden.


8 mei 2015 6665 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht