ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Endeldarmkanker (PID): H3 Behandeling bij endeldarmkanker

Patiënten Informatie Dossier

​Behandeling

De endeldarm bevindt zich diep in de onderbuik, dicht tegen omliggende weefsels aan. Dit zijn de bekkenwand, blaas, prostaat en zaadblaasjes bij de man en de bekkenwand, blaas, baarmoeder en vagina bij de vrouw. Dit maakt dat de behandeling van endeldarmkanker anders is dan van dikkedarmkanker.

Er is een aantal behandelingen mogelijk bij endeldarmkanker. Welke behandeling voor u het best is, is afhankelijk van verschillende factoren. De grootte en de plaats van de tumor zijn hierbij van groot belang. Daarnaast spelen zaken als uw lichamelijk en/of geestelijke conditie een rol en het al dan niet aanwezig zijn van uitzaaiingen. Uw behandelend arts zal de verschillende mogelijkheden met u bespreken.

Bij de behandeling zijn vaak veel zorgverleners van verschillende vakgebieden (disciplines) betrokken: maag-, darm- en leverarts, chirurg, regieverpleegkundige Oncologie, radiotherapeut, stomaverpleegkundige, diëtist en internist-oncoloog. Afhankelijk van uw situatie komt u in aanraking met deze zorgverleners.

Voorlichtingsfilm operatie endeldarmkanker

De regieverpleegkundige begeleidt patiënten voor, tijdens en na de behandeling. Als u een endeldarmoperatie moet ondergaan, heeft u voorafgaand aan deze operatie een aantal gesprekken op onze polikliniek. In deze film ziet u hoe de opname in het ziekenhuis verloopt. U kunt de voorlichtingsfilm bekijken in de patiëntenfolder 'Endeldarmkanker (PID): H3 Behandeling bij endeldarmkanker' op www.isala.nl/patientenfolders

youtube  
 

Operatie en bestraling

Bij endeldarmkanker is een operatie de meest toegepaste behandeling.

  • Bij een oppervlakkig groeiende tumor in de endeldarm is het mogelijk om via de anus (transanaal) de tumor te verwijderen. Een bijzondere techniek is de TAMIS-TEM wat staat voor TransAnal Minimal Invasive Surgery (TAMIS) -  Transanale Endoscopische Microchirurgie (TEM). Indien dit technisch niet mogelijk is zal er een operatie verricht worden via de buik. Bij deze behandeling is geen bestraling noodzakelijk.
  • Wanneer de tumor zich verder in de darm heeft uitgebreid, is een grotere operatie nodig en zal een deel of de gehele endeldarm verwijderd moeten worden. Afhankelijk van de bevindingen van het beeldvormend onderzoek wordt er gekozen voor direct een operatie zonder voorbehandeling. Indien er verdenking is op enkele uitzaaiingen in de lymfeklieren is het noodzakelijk om voorafgaand aan de operatie te bestralen. Dit zal een uitwendige bestraling zijn, die in principe vijf keer plaatsvindt op de afdeling Radiotherapie. De week daaropvolgend of na een periode van een aantal weken zult u worden geopereerd.
  • Als de tumor door de darmwand heen is gegroeid of als uit de MRI blijkt dat meerdere lymfeklieren zijn aangetast (maar de tumor niet in andere organen is ingegroeid of uitgezaaid), is het noodzakelijk om langer vooraf te bestralen. Deze bestraling is ook uitwendig en zal ongeveer zes weken duren en wordt gecombineerd met  chemotherapie in tabletvorm voorgeschreven. Na het voltooien van deze voorbehandeling krijgt u opnieuw een endoscopie, MRI en CT scan om het effect van de voorbehandeling te beoordelen. Vervolgens wordt u ongeveer twaalf weken later na het voltooien van de voorbehandeling geopereerd.

Soms is het noodzakelijk om voorafgaand aan de bestraling alvast een stoma (een darmuitgang in de buikwand) aan te leggen. Dit gebeurt als de tumor de darm dreigt af te sluiten, als u veel aandrang heeft of als er zeer vaak ontlasting komt of als er sprake is van incontinentie.

Verschillende operatietechnieken

Tumoren in de endeldarm worden verwijderd met het omliggende weefsel en de lymfeklieren. De lymfeklieren moeten ook worden verwijderd omdat ze mogelijk uitzaaiingen bevatten. Doordat de lymfeklieren langs de aderen van de darm liggen, moeten ook deze aderen (en slagaderen) worden verwijderd, waardoor meer van de darm wordt verwijderd dan alleen het deel waar de tumor zit.

Een operatie kan op twee manieren plaatsvinden. Via een kijkoperatie (laparoscopisch) of een open operatie. Bij een kijkoperatie voert de chirurg via een aantal kleine sneetjes in de huid met instrumenten de operatie uit. Bij een open operatie wordt er via een grotere snede in de buik geopereerd. De chirurg bespreekt met u welke operatiemethode voor u van toepassing is.

Er bestaan vier operatietechnieken:  

  • Low Anterior Resectie (LAR)
    Bij tumoren die wat hoger in de endeldarm liggen, kan de chirurg voor deze techniek kiezen. Een gedeelte van de endeldarm wordt verwijderd en uw anus blijft behouden. De chirurg maakt een nieuwe verbinding tussen de darmenuiteinden (anastomose). Soms is het beter om de anastomose meer herstel tijd te geven waardoor er een tijdelijk stoma geplaatst moet worden op de dunne darm (ileostoma). Een tijdelijk stoma wordt meestal na enkele maanden opgeheven. Soms lukt het niet om de darmuiteinden te verbinden en krijgt u een blijvend stoma op uw dikke darm (colostoma).
 
Afbeelding 4: Low Anterior Resectie
  • Low Anterior Resectie volgens Hartmann
    Bij een Low Anterior Resectie volgens Hartmann wordt het endeldarmgedeelte verwijderd maar is het niet mogelijk of wenselijk om een verbinding te maken tussen twee darmuiteinden. Het onderste uiteinde van de darm wordt gesloten. Van het bovenste uiteinde maakt de arts een stoma.
  • Abdomino-Perineale Rectumextirpatie (APR) of rectumamputatie
    Deze benadering wordt meestal gekozen bij tumoren die laag in de endeldarm liggen waarbij de anus niet gespaard kan worden. Bij deze operatie wordt zowel via de buik als via het perineum (dit is bij mannen het gebied tussen het scrotum en anus en vrouwen het gebied tussen vulva en anus) geopereerd. Na de operatie heeft u dus twee wonden.  

 
Afbeelding 5: Abdomino-Perineale Rectumextirpatie (APR)

Bij bovenstaande drie operaties zal de chirurg niet alleen het aangedane deel van de endeldarm verwijderen, maar ook het omliggende vetweefsel waarin zich lymfeklieren bevinden. Op die manier maakt hij de kans op het terugkeren van het gezwel in het operatiegebied zo klein mogelijk. Bij deze ingreep, die Total Mesorectal Excision (TME) wordt genoemd, wordt het totale vettige steunweefsel van de endeldarm verwijderd. Achter dit weefsel lopen zenuwen die zorgen voor seksuele en urineblaasfuncties. Tijdens de operatie zal geprobeerd worden deze zenuwen zo veel mogelijk te sparen.

  • TAMIS-TEM
    Voor deze methode geldt dat de tumor oppervlakkig gelegen is en er geen lymfeklieren hoeven worden weggenomen. Onder narcose wordt er een buis in de anus gebracht waar met behulp van werkinstrumenten en een camera de tumor verwijderd wordt. Hierbij wordt een tampon achtergelaten die zichzelf weer verwijderd via de anus bij toiletbezoek.
 
Afbeelding 6: TAMIS-TEM
 

Stoma

Bij endeldarmkanker is het meestal noodzakelijk om een stoma aan te leggen. Afhankelijk van de plaats van de tumor is dit een blijvend of tijdelijk stoma.

  • Als de tumor te dicht bij de anusopening ligt, kan er geen nieuwe verbinding (anastomose) met de anus worden gemaakt. Dit komt doordat het gezwel ruim moet worden verwijderd en er dus onvoldoende endeldarm overblijft om nog een goede verbinding te maken. In dit geval moet de endeldarm inclusief anus worden verwijderd en wordt een blijvend stoma aangelegd van de dikke darm in de linker onderbuik op een vooraf door de stomaverpleegkundige aangegeven plaats.
  • Als de tumor hoger ligt, kan er meestal nog wel een lage verbinding worden gemaakt. Omdat deze verbinding vaak moeilijk geneest, wordt dan meestal een tijdelijk stoma aangelegd op het laatste stuk van de dunne darm (ileostoma) in de rechter onderbuik. Het kan ook zo zijn dat er een stoma op het dwarse deel van de dikke darm wordt gemaakt. Het verwijderen van het tijdelijk stoma gebeurt afhankelijk van uw herstel tijdens een tweede operatie in overleg met u en meestal niet eerder dan na twee à drie maanden.
  • Ook kan de chirurg, in overleg met u, kiezen voor een stoma om de complicaties na een operatie te verminderen of wanneer de chirurg verwacht dat de overgebleven endeldarm slecht gaat functioneren.  

Het is belangrijk om vóór de operatie te kijken naar een geschikte plaats waar de stoma moet komen. Dit doet de verpleegkundig consulent stoma of de stomaverpleegkundige van de afdeling. Zij bezoekt u op de afdeling op de dag voor de operatie.

Over stomazorg is op onze Isala-website apart voorlichtingsmateriaal te vinden. Beschikt u niet over internet, dan printen wij deze informatie graag voor u.

Mocht bij u ook de kringspier worden verwijderd, dan verwijzen wij u door naar de ergotherapeut. Dit gebeurt vóór de operatie, in het geval u bij het vaststellen van endeldarmkanker al pijn of ongemak bij het zitten ervaart. Anders zal dit na de operatie gebeuren, omdat de operatie mogelijk problemen zal opleveren met het zitten. De ergotherapeut zal om die reden een zitkussen voor u maken.

Voorbereiding op de operatie

Preoperatief onderzoek

Wanneer u op de opnamelijst geplaatst wordt voor een operatie, wordt u verwezen naar de anesthesioloog, voor een preoperatief onderzoek. De anesthesioloog is de medisch specialist die verantwoordelijk is voor de verdoving (anesthesie) tijdens de operatie en de pijnbestrijding erna.

Er zijn twee mogelijkheden voor pijnbestrijding, afhankelijk van uw situatie en de soort operatie. Welke pijnstilling voor u van toepassing is, bespreekt u met de anesthesioloog bij het preoperatief onderzoek.

De eerste mogelijkheid is dat er voor de operatie een infuus in uw arm ingebracht wordt waarop een pompje wordt aangesloten met morfine, zo zogenaamde PCA-pomp (PCA betekent Patiënt geControleerde Analgie (pijnstilling). Deze kan u na de operatie zelf bedienen. Hierover wordt u verder geïnformeerd door de anesthesist en de verpleegkundige.

De tweede mogelijkheid is dat u een epiduraalkatheter krijgt. Dit is een flinterdun slangetje wat in uw rug, tussen de wervels door, geplaatst wordt. Het slangetje is aangesloten op een pomp waar medicatie in zit. Dit zorgt ervoor dat de pijn van uw wond geblokkeerd. 

Wanneer de tumor wordt verwijderd via de TAMIS-TEM methode, krijgt u medicatie in de vorm van tabletten.

Verder beoordeelt de anesthesioloog het risico van de narcose en zal indien nodig aanvullend onderzoek laten verrichten. Meestal is dit bloedonderzoek, een hartfilmpje of een poliklinisch bezoek aan cardioloog of longarts.

Bloedarmoede/ijzerinfuus

Wanneer uit het algemeen bloedonderzoek blijkt dat u bloedarmoede heeft, schrijft de arts u medicijnen voor. Dit kunnen tabletten, een infuus of een injectie zijn. Wij doen dit om u zo optimaal mogelijk de operatie in te laten gaan om bloedtransfusies te voorkomen na de operatie.

Opnamedatum

Een week vóór uw ziekenhuisopname krijgt u telefonisch te horen op welke datum en tijd u verwacht wordt. 

Opname

In principe wordt u één dag vóór de operatie in ons ziekenhuis opgenomen. Meldt u zich op de afgesproken tijd bij de centrale balie in de centrale hal van Isala. Een gastheer of – vrouw brengt u vervolgens naar de verpleegafdeling. Daar krijgt van de verpleegkundige informatie over de gang van zaken op de opnamedag, de operatiedag en het verblijf op verpleegafdeling. Ook bespreekt zij met u of de opvang na ontslag is geregeld. De verpleegkundige geeft u een rondleiding over de afdeling en laat uw kamer zien. Zo nodig wordt er nog bloed afgenomen.

Voor de operatie is het nodig om te laxeren. Als de darm grotendeels schoon is, is er minder kans op een lekkage van de darm na de operatie, de zogeheten naadlekkage. Er zijn twee manier om te laxeren. Afhankelijk van uw operatie wordt bepaald welke laxeermethode u krijgt.

Zowel bij de TAMIS-TEM methode als bij de Abdomino-Perineale Rectumextirpatie (APR) krijgt u voorafgaand aan de operatie klysma's. Dit gebeurt op de dag van de operatie in het ziekenhuis.
Bij de Low Anterior Resectie (LAR) moet u een dag van te voren beginnen met de voorbereiding. Deze voorbereiding bestaat uit een dieetvoorschrift en medicatie. De dag voor de operatie moet u bij de lunch een lichte maatlijd nuttigen.Hier verstaan wij onder: twee beschuiten of een witte boterham met thee (geen salade en volkorenproducten). Daarna mag u tot aan de operatie niet meer eten. U mag wel heldere vloeistoffen drinken. De verdere darmvoorbereiding vindt plaats op de afdeling en de verpleegkundige van de afdeling zal u daarin verder begeleiden.

Om trombose (bloedstolling) te voorkomen krijgt u tijdens de opname elke avond een injectie met het middel Fraxiparine. U krijgt deze injectie tot vier weken na de operatie. Wanneer bij u de tumor verwijderd is via de TAMIS-TEM methode, krijgt u de fraxiparine alleen in het ziekenhuis.

Nuchter zijn?

Wanneer u geen darmvoorbereiding heeft met een dieetvoorschrift, mag u op de dag vóór de operatie gewoon eten en drinken. Het is belangrijk dat u deze dag minstens anderhalve liter drinkt, uiteraard geen alcoholische dranken.

Op de operatiedag kunt u tot maximaal zes uur vóór de operatie nog eten en drinken. Tot maximaal twee uur vóór de operatie mag u nog heldere vloeibare dranken gebruiken (ranja, thee, water, appelsap), tenzij de anesthesioloog anders met u heeft afgesproken.

Vroeg in de ochtend van de operatie krijgt u enkele glazen drinkvoeding. Dit energieverrijkende drankje heet Fantomalt® en bevat vooral voedende suikers. (Patiënten met diabetes mellitus krijgen dit drankje niet.) Als uw operatie ’s middags is gepland, krijgt u ’s morgens nog een licht ontbijt.

Let op
Het komt helaas een enkele keer voor dat de operatie op het laatste moment moet worden uitgesteld. Wij zijn ons ervan bewust hoe vervelend dit is en we streven ernaar dan zo spoedig mogelijk een nieuwe operatietijd of -datum aan u door te geven.

Naar de operatiekamer

De verpleegkundigen van uw afdeling brengen u in uw bed naar de operatieafdeling. Daar ziet u de anesthesioloog, chirurg en de anesthesiemedewerker. U wordt aangesloten op de bewakingsapparatuur. U krijgt plakkers op de borst om uw hartslag te meten en een klemmetje op de vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed te controleren.

Voordat de anesthesioloog de narcose toedient, wordt de epiduraalkatheter ingebracht wanneer dat met u afgesproken is bij het preoperatief onderzoek. Een bijwerking van deze pijnstilling via de epiduraal katheter is dat het ook de aansturing van de blaaszenuw beïnvloedt, waardoor het soms moeilijk is om goed te plassen. Daarom krijgt u altijd een urine katheter ingebracht die er weer uitgaat als het slangetje uit de rug verwijderd wordt.

Vervolgens krijgt u in de arm een infuusnaald. Via deze naald wordt de narcose toegediend. Ook krijgt u, voordat de operatie begint, via het infuus antibiotica toegediend, om de kans op een wondinfectie te verkleinen.

Tijdens de operatie wordt het aangedane stuk darm verwijderd met de bijbehorende lymfeklieren. Dit weefsel wordt voor onderzoek opgestuurd naar de patholoog. De ingreep vindt via een openbuikoperatie plaats dus niet via een kijkbuisoperatie. Dit houdt in dat de tumor via een buiksnede of buik- en perineumsnede verwijderd wordt.

Binnen een halfuur na het einde van de operatie bent u weer bij bewustzijn. U verblijft slechts enkele uren op de uitslaapkamer (verkoever). Als u weer voldoende bij kennis bent en de controles van bijvoorbeeld bloeddruk en ademhaling in orde zijn, gaat u terug naar de verpleegafdeling.

Na de operatie

U en uw naasten zullen waarschijnlijk graag willen weten hoe de operatie is verlopen. De chirurg die de operatie uitvoert, belt na afloop van de ingreep uw contactpersoon. U wordt zelf op de hoogte gebracht van het verloop van de operatie door de afdelingsarts. Meestal gebeurt dat de dag na de operatie.

Herstel

De laatste jaren is er veel onderzoek gedaan naar de factoren die van invloed zijn op het herstel na een operatie. Zo blijkt het herstel na de operatie versneld te kunnen worden door:

  • Een zo klein mogelijke insnijding door de chirurg: hoe minder schade aan weefsel wordt aangericht, des te sneller is het herstel.
  • Een optimale pijnbestrijding, waarbij niet alleen de pijn effectief wordt bestreden, maar waarbij ook de nadelige effecten van de pijnbestrijding (op maag- en darmwerking) worden geminimaliseerd.
  • Een zo kort mogelijke periode van bedrust, zodat verlies van spierkracht wordt beperkt.
  • Een zo kort mogelijke periode van voedselonthouding, zodat gewichtsverlies (en daarmee verlies van spiermassa en spierkracht) wordt tegengegaan.

Eten en drinken

Bij terugkomst op de afdeling krijgt u een glas water. Om uw vochthuishouding weer op peil te brengen is het belangrijk dat u snel weer drinkt. De anesthesioloog schrijft medicijnen voor om misselijkheid en braken tegen te gaan. Toch kan misselijkheid niet altijd voorkomen worden. Vooral de grootte van de operatie en de reactie van uw lichaam daarop bepalen of u misselijk wordt. Als u niet misselijk bent, probeer dan minstens een halve liter te drinken na de operatie.

De eerste dag na de operatie mag u in principe alles weer eten, maar het is raadzaam om deze dag lichtverteerbaar voedsel te kiezen. Het is belangrijk dat u goed naar uw lichaam luistert en dat u niet tegen uw zin eet.

Pijnbestrijding

Naas de epiduraal katheter of de PCA-pomp die u heeft gekregen, begint u na de operatie met viermaal daags paracetamol. Het is belangrijk deze pijnstillers in te nemen, ook als u geen pijn heeft, zodat u een zogeheten spiegel van paracetamol in uw bloed heeft opgebouwd op het moment dat de pijnstilling via de pomp wordt gestopt. Om een goede indruk te krijgen van de pijnbestrijding, vragen wij u bij te houden hoeveel pijn u ervaart (zie hiervoor de Zorgkaart, die aan u uitgereikt zal worden).

Infuus, katheters en sonde

  • Het infuus wordt op de eerste dag na de operatie verwijderd, als u in staat bent meer dan één liter per dag te drinken.
  • Tijdens de operatie is een slangetje in uw blaas (urinekatheter) ingebracht, omdat de blaas door de epiduraal katheter minder goed kan functioneren. De blaaskatheter wordt op de tweede dag na de operatie verwijderd, wanneer ook de epiduraal katheter verwijderd wordt.
  • De epiduraal katheter wordt ook op de tweede dag na de operatie verwijderd. Als deze katheter verwijderd is, gaat u wel door met het gebruik van de andere pijnmedicijnen – waaronder paracetamol – en met het bijhouden van uw pijnscore. Als u behoefte heeft aan meer pijnstillers, kunt u dit altijd aan de verpleegkundigen kenbaar maken.
  • Het kan zijn dat een maagslang (sonde) wordt ingebracht als de darmpassage nog niet optimaal is en/of als u misselijk bent.

Beweging

Na de operatie is het belangrijk dat u zo snel mogelijk weer in beweging komt. Bewegen is niet alleen belangrijk om bloedstolling (trombose) te voorkomen, maar ook om het verlies van spierkracht tegen te gaan. Daarnaast komen de darmen door beweging eerder op gang. Daarom is het wenselijk dat u nog op de dag van de operatie probeert eventjes rechtop in bed of in een stoel te zitten. Als u rechtop zit, kunt u beter ademhalen en dat verkleint bijvoorbeeld de kans op een longontsteking.

Het kan zijn dat u zich duizelig voelt. Deze duizeligheid wordt veroorzaakt doordat u een lagere bloeddruk heeft als gevolg van de plaatselijke verdoving via de epiduraal katheter. De eerste keer dat u uit bed gaat, gebeurt dat daarom onder begeleiding van een verpleegkundige.

In de dagen na de operatie is het belangrijk dat u enkele uren buiten bed doorbrengt en een wandeling maakt over de afdeling. Uiteraard is pijnbestrijding van groot belang om goed te kunnen bewegen. Vertel de verpleegkundige daarom als pijn u belemmert om uit bed te komen. Wanneer u niet in staat bent uit bed te komen, probeer dan zo veel mogelijk rechtop te zitten in bed.

Eigen bijdrage aan herstel (Zorgkaart)

Uw eigen actieve bijdrage is zeer belangrijk voor een goed herstel. Om u hierbij te helpen krijgt u op onze afdeling een zogenoemde Zorgkaart uitgereikt. Op deze kaart staat precies vermeld wat u op de dagen na de operatie kunt verwachten. Zo kunt u deze kaart gebruiken als handleiding op weg naar een beter en sneller herstel.

Stoornissen van blaas en geslachtsorganen

Soms is het niet te voorkomen dat bij de operatie ook de zenuwen van de blaas en geslachtsorganen worden beschadigd. De kans hierop is het grootst bij een grote tumor of een tumor die laag in de endeldarm gelegen is. Schade aan deze zenuwen kan dan leiden tot plasklachten (plas niet goed kunnen ophouden, klachten van snelle aandrang) of tot problemen op het gebied van de seksualiteit (erectie- en ejaculatieklachten bij de man of vaginale droogheid bij de vrouw).

Complicaties

Na iedere operatie kunnen complicaties optreden. Zo is er ook bij een operatie aan de endeldarm een kans op complicaties aanwezig zoals trombose, longontsteking, nabloeding en wondinfecties.
Wondinfecties zijn ontstekingen van de huid op de plaats van de hechtingen. De symptomen (verschijnselen) zijn roodheid van de huid of het lekken van wondvocht.

Bij een operatie aan de endeldarm kan zich ook een specifieke complicatie voordoen, namelijk een zogenoemde naadlekkage. Naadlekkage is een lek op de plaats waar het zieke stuk van de darm is verwijderd en een nieuwe verbinding is gemaakt met hechtingen of speciale nietjes. Door dit lek kan de inhoud van de darm in de buik lopen en dat kan tot zeer ernstige ontstekingen leiden, zoals een buikvliesontsteking. De symptomen die kunnen optreden, zijn: (hevige) buikpijn, bolle, gespannen buik, misselijkheid, braken en koorts.

Als er sprake is van een naadlekkage, kan het zijn dat u opnieuw geopereerd wordt.

Bij de operatiemethode TAMIS-TEM ontstaat er een wond in de endeldarm. Om ontsteking te voorkomen, krijgt u 2 weken antibiotica in tabletvorm. Wanneer er toch een ontsteking ontstaat merkt u dit door toename van pijnklachten van het operatiegebied en koorts.

Ook kan het voorkomen dat de blaas zich niet goed ledigt waardoor er urine achterblijft in de blaas. Dit merkt u wanneer het plassen niet lukt of doordat u minder plast dan u drinkt of doordat er buikpijn ontstaat. De verpleegkundige zal met behulp van echo-apparatuur controleren of de blaas leeg is wanneer u na de operatie heeft geplast.

Sommige patiënten ervaren darmfunctiestoornissen zeker als er ook bestraling heeft plaatsgevonden voorafgaan aan de operatie. Met name de patiënten die een Low Anterior Resectie (LAR) hebben ondergaan, kunnen last krijgen van het zogeheten LAR-syndroom.

De darmfunctiestoornissen zijn:

  • verminderde controle over uw winderigheid
  • ongewenste lekkage van dunne ontlasting
  • toename van het aantal keer dat u per dag ontlasting heeft
  • het opnieuw moeten ontlasten kort (binnen een uur) na het hebben van ontlasting
  • het haasten naar het toilet als u aandrang heeft voor ontlasting.

Het operatie gebied ligt dicht bij de zenuwen die zorgen voor de seksuele- en blaasfuncties. Sommige mannen ervaren na de operatie dat ze last hebben van impotentie. Voor vrouwen geldt dat wanneer ze bestraling hebben gehad, dit invloed kan hebben op de vaginale droogheid.

Tijdens de controles na de operatie zullen wij gericht naar de stoornissen vragen. Indien nodig kan dit behandeld worden met medicijnen of bekkenbodemfysiotherapie.

Weer naar huis

U mag – in overleg met de zaalarts – weer naar huis als:

  • u voelt dat u in staat bent om naar huis te gaan
  • u weer normaal eten kunt verdragen
  • u geen of weinig pijn meer heeft.

Extra zorg

Thuis heeft u in principe geen extra zorg nodig. Wel is het prettig als u de eerste twee weken wat hulp kunt krijgen van partner, familie of naasten. Zware huishoudelijke klussen zullen wellicht nog moeilijk zijn.

Operatiewond

  • De eerste week na het ontslag uit het ziekenhuis kan de buikwond nog gevoelig zijn en de eerste drie weken na operatie ook gezwollen zijn en vast aanvoelen. Daarnaast kan ook de eventuele wond bij het perineum last en ongemak geven. Tijdens uw eerste controleafspraak op de polikliniek zal het herstel van de wond(en) worden gecontroleerd.
  • De pijnklachten zullen nog niet weg zijn als u thuis bent. U zult waarschijnlijk merken dat u wat meer pijnklachten krijgt, als u zich wat meer gaat inspannen. U mag hiervoor drie tot vier keer daags één of twee tabletten paracetamol gebruiken.
  • U mag gewoon douchen met de wond.
  • De wond is meestal gehecht met niet-oplosbare hechtingen of nietjes. Voor het verwijderen van hechtingen of nietjes krijgt u een aparte afspraak bij de chirurg of uw huisarts.

Wanneer contact opnemen?

Mocht u zich de eerste dagen thuis niet lekker voelen, dan kunt u de temperatuur opnemen. Neem bij stijging van de temperatuur boven 38 °C contact op met de polikliniek Chirurgie (tijdens kantooruren) of met de afdeling Spoedeisende hulp (buiten kantoortijden). Onder het kopje ‘Belangrijke informatie’ vindt u de telefoonnummers. Neem ook contact op wanneer uw toestand na enkele dagen achteruitgaat, bijvoorbeeld door buikpijn, braken of hevige rugpijn.

Weefselonderzoek

De patholoog zal onderzoeken hoe groot de tumor was en of die in zijn geheel is verwijderd. Daarnaast onderzoekt hij de weggenomen lymfeklieren op de aanwezigheid van tumorcellen. Zodra de uitslag van het weefselonderzoek bekend is, zal uw behandelend arts deze met u bespreken, liefst in het bijzijn van uw familie of naaste. Bent u dan al thuis, dan krijgt u de uitslag tijdens uw eerste controleafspraak op de polikliniek Chirurgie.

De uitslag van het weefselonderzoek wordt ook besproken in de zogeheten multidisciplinaire oncologiebespreking. Dit is een bespreking waarbij specialisten op het gebied van darmkanker van diverse (multi)vakgroepen (disciplines) aanwezig zijn, onder wie de MDL-arts, oncologisch chirurg, internist-oncoloog, radioloog, patholoog en regieverpleegkundige Oncologie. Tijdens deze bespreking beoordelen de zorgverleners of een eventuele nabehandeling wenselijk voor u is. Het advies vanuit deze bespreking zal uw behandelend chirurg met u bespreken.

Stomazorg

In de eerste week na het ziekenhuisontslag wordt u gebeld door de verpleegkundig consulent stoma. U kunt dan met haar uw vragen en/of problemen bespreken. U mag natuurlijk ook zelf het initiatief nemen voor het contact. De verpleegkundig consulenten stoma hebben op werkdagen twee keer per dag een telefonisch spreekuur.

Na de operatie heeft u twee controleafspraken bij de verpleegkundig consulent stoma. Er wordt geprobeerd deze afspraken te combineren met uw afspraken bij de chirurg. Bij vragen of problemen is het mogelijk om een extra afspraak te maken. Bij een blijvend stoma heeft u jaarlijks een afspraak op de polikliniek Stomazorg.

Voorlichtingsfilm

Voor meer informatie wijzen wij u graag op de voorlichtingsfilm over het behandeltraject bij endeldarmkanker. U kunt de voorlichtingsfilm bekijken in de patiëntenfolder 'Endeldarmkanker (PID): H3 Behandeling bij endeldarmkanker' op www.isala.nl/patientenfolders

youtube  


3 mei 2016 6670 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht