ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Borstkanker (PID): H2 Borstkanker en vervolgonderzoek

Patiënten Informatie Dossier

Kanker

Kanker is een verzamelnaam voor meerdere aandoeningen. Borstkanker is er één van. Kanker is een kwaadaardige tumor (gezwel). Een andere term voor kwaadaardige tumor is invasief carcinoom. Kwaadaardig betekent:

  • dat de tumor steeds blijft groeien, waardoor het op de plaats waar het zich bevindt, steeds meer schade aanricht
  • dat de tumor in de omliggende weefsels groeit en deze beschadigt, waardoor klachten kunnen ontstaan
  • dat de tumor kan uitzaaien: uit de tumor kunnen, via bloed of lymfevocht, cellen naar andere plaatsen in het lichaam worden vervoerd, waar ze tot uitzaaiingen kunnen uitgroeien.

Borstkanker

Bij borstkanker is er een kwaadaardige tumor in de borst ontstaan. Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen in Nederland. Per jaar wordt bij meer dan 14.000 vrouwen borstkanker vastgesteld. Dit betekent dat één op de acht vrouwen ooit in haar leven borstkanker krijgt. Bij mannen is borstkanker een zeldzame aandoening. Toch wordt bij ongeveer 100 mannen per jaar borstkanker vastgesteld. De behandeling vanwege borstkanker komt bij mannen en vrouwen in grote lijnen overeen.

De borst is hoofdzakelijk opgebouwd uit:

  • melkklieren
  • melkgangen, die de melkklieren en de tepel met elkaar verbinden
  • vet- en bindweefsel dat de melkklieren en de melkgangen omringt
  • bloedvaten
  • lymfvaten.
 

Afbeelding 1

Bij borstkanker gaat het meestal om een zogeheten ductaal mammacarcinoom (ductus = afvoerbuis, mamma = borst en carcinoom = kanker). Vroeger dacht men dat dit ontstaat in de melkgangen van de borst. Soms is er sprake van een lobulair mammacarcinoom (lobus = kwab), waarvan men vroeger dacht dat het zijn oorsprong vindt in de melkklieren. Daarnaast zijn er talrijke, vrij zeldzame bijzondere subtypen van borstkanker. Uit later onderzoek is duidelijk geworden dat de meeste soorten borstkanker van één en dezelfde cel afstammen, maar dat de verschillende soorten borstkanker ontstaan door verschillen in het erfelijke materiaal (DNA) in de tumorcellen.

Bij borstkanker bestaat het risico dat kankercellen zich door het lichaam verspreiden. Als kankercellen in een lymfvat terechtkomen, kunnen zij in de lymfklieren uitgroeien tot een uitzaaiing. De eerste uitzaaiing ontstaat meestal in een schildwachtklier, een lymfklier die direct lymfe-afvloed ontvangt van het gebied in de borst waar de tumor zich bevindt.

Kankercellen kunnen zich ook via het bloed verspreiden en bijvoorbeeld in botten, longen of lever uitgroeien tot tumoren. In dat geval is er sprake van uitzaaiingen van borstkanker.
Soms bestaat een tumor voor een gedeelte uit invasief carcinoom en voor een gedeelte uit “in situ” carcinoom. Een in situ carcinoom bestaat uit cellen die zich afwijkend hebben ontwikkeld. Ze kunnen ongeremd groeien binnen de afvoerbuisjes of melkklieren van de borst. Ze zijn echter niet in staat om in omliggend weefsel in te groeien of uit te zaaien. Een in situ carcinoom wordt om die reden beschouwd als een voorstadium van borstkanker. Daarom is het belangrijk dat bij de operatie ook al het in situ carcinoom wordt verwijderd.

Borstkanker ontstaat geleidelijk. Het kan jaren duren voordat een tumor wordt ontdekt.

Aanvullende onderzoeken

Wanneer borstkanker is vastgesteld kunnen verschillende aanvullende onderzoeken plaatsvinden. In voorbereiding op de operatie vindt soms lokalisatie plaats. Lokalisatie zorgt ervoor dat de chirurg nauwkeurig weet waar de tumor zich bevindt.

De chirurg bespreekt met u of in uw situatie aanvullende onderzoeken nodig zijn, voordat met behandeling kan worden gestart. Het kan gaan om de volgende onderzoeken:

Echogeleid mammabiopt

Een echogeleid histologisch (=weefsel) mammabiopt kan plaatsvinden wanneer er, na het nemen van een cytologische punctie, nog geen volledige zekerheid is of er sprake is van borstkanker.

Een biopt kan ook meer informatie verschaffen over bepaalde kenmerken van de tumor. De patholoog (medisch specialist die cel- en weefselonderzoek uitvoert) kan vaststellen of de tumor gevoelig is voor hormonen en of er een overmaat is van her 2 eiwitten.(zie Weefselonderzoek). Dit zijn belangrijke uitslagen om te bepalen of naast operatie andere aanvullende behandelingen nuttig of mogelijk zijn.

MRI

Een MRI kan meer duidelijkheid verschaffen over de uitgebreidheid van de afwijking in de borst. Bij dit onderzoek worden altijd beide borsten afgebeeld. Een MRI is een zeer sensitief onderzoek. Dat wil zeggen dat het een heel gevoelig onderzoek is om afwijkingen in de borst vast te stellen. Wanneer nieuwe afwijkingen worden gevonden, wordt opnieuw een echografie verricht en eventueel een punctie. Het komt regelmatig voor dat de radioloog dan kan vaststellen dat zo’n afwijking niet verdacht is voor kwaadaardigheid (kanker).

PET-scan

Een PET scan kan verricht worden om het hele lichaam te onderzoeken op eventuele uitzaaiingen. Dit gebeurt alleen bij bepaalde mate van uitgebreidheid van de borstkanker of wanneer er specifieke klachten zijn.

Lokalisatie

In Isala vindt lokalisatie plaats met behulp van een radioactieve jodiumbron (I125). Een jodiumbron is 4 mm klein. Het geeft een lage dosis straling af. Dit is niet gevaarlijk voor uzelf of uw omgeving. Tijdens de operatie kan de chirurg de straling meten met behulp van een zogenaamde 'probe'. 

Het inbrengen van een jodiumbron in de borst kan om twee redenen plaatsvinden:

  • de tumor in de borst is niet voelbaar
  • voor de operatie wordt chemotherapie gegeven. Mogelijk slinkt de tumor door de behandeling zodanig, dat hij nadien niet meer voelbaar of zichtbaar is op een foto.

Het is ook mogelijk een jodiumbron in te brengen in een okselklier. Dit gebeurt in specifieke gevallen. Het gaat dan om een situatie waarin vóór de start van de behandeling al kwaadaardige cellen zijn aangetoond in één of meer lymfklieren in de oksel, waarbij voorafgaand aan een operatie chemotherapie wordt gegeven. Deze procedure wordt "mari-klier-procedure" genoemd.

Wanneer u hiervoor in aanmerking komt, zal de chirurg dit met u bespreken.

Gebruikt u bloedverdunners van de Trombosedienst, bespreek dan met uw chirurg of u de inname van deze medicijnen voor plaatsing van de bron moet stoppen. Overige bloedverdunners en alle andere medicijnen kunt u innemen zoals u gewend bent.

Plaatsen van de jodiumbron

Het plaatsen van de jodiumbron vindt plaats op de afdeling Radiologie.

De jodiumbron wordt met behulp van een naald in de tumor geplaatst door een radioloog. Tijdens een echografie wordt eerst de plaats van de tumor in de borst ( en/of oksel) vastgesteld. De radioloog beslist of het noodzakelijk is om de huid eerst te verdoven. In dat geval zult u eerst het prikje voor de verdoving voelen. Daarna wordt een klein sneetje in de huid gemaakt en de naald met de jodiumbron ingebracht. Dit is gevoelig, maar doet geen pijn.

Na het plaatsen van een bron in de borst wordt een mammografie gemaakt van de betreffende borst, om de ligging  van de bron te controleren. In totaal duurt de procedure ongeveer 30 minuten.

Na het plaatsen van de bron

Na het plaatsen van de bron kunt u weer naar huis. Belast uw borst en arm de eerste dagen hierna niet te intensief. Na de ingreep kan er een bloeduitstorting optreden op de plaats van de punctie. Wanneer u pijn heeft mag u paracetamol gebruiken, maximaal 4x daags 2 tabletten van 500 mg. Er is een kleine kans dat na de ingreep een infectie optreedt. Het is belangrijk om bij roodheid, zwelling  of koorts contact op te nemen met de regieverpleegkundige.

Weefselonderzoek

Weefselonderzoek vindt plaats wanneer een (echogeleid of stereotactisch) biopt is genomen en wanneer u geopereerd bent aan een afwijking in de borst. De patholoog is de medisch specialist die dit weefselonderzoek uitvoert.

De uitslagen van weefselonderzoek zijn doorgaans een week na de biopsie of operatie bekend. Deze worden besproken in het multidisciplinaire team. Er wordt gekeken naar alle verschillende kenmerken (en uw leeftijd) om zo tot een optimaal behandelvoorstel voor uw situatie te komen.

Tumoren hebben soms een wisselende samenstelling. Omdat een (echogeleide of stereotactische) biopsie maar een klein deel van de tumor vertegenwoordigt, kan de definitieve uitslag na de operatie soms afwijken van de uitslag van de biopsie.

Kenmerken die doorgaans op een biopt kunnen worden vastgesteld:

  • Welk soort borstkanker heeft u?

    Er zijn talrijke soorten borstkanker. Zoals eerder genoemd wordt onderscheid gemaakt tussen ductaal carcinoom en lobulair carcinoom. Ook zijn er nog zeldzame andere typen borstkanker.

    Bij u is sprake van:
  • Wat is de gradering van de tumor, in hoeverre wijken de cellen af van gezonde cellen?

    Er is een onderverdeling van graad 1 tot graad 3 tumoren.
    Bij graad 1 tumoren lijken de tumorcellen nog sterk op gezonde cellen, ze groeien doorgaans langzaam. Bij graad 3 tumoren hebben de tumorcellen ongebruikelijke vormen en groeien ze sneller.

    Bij u is sprake van:
  • Hebben de borstkankercellen hormoonreceptoren?
    Dat wil zeggen: delen de borstkankercellen zich onder invloed van vrouwelijke hormonen (oestrogenen) ?
    Bij ongeveer 80% van de mensen met borstkanker komt deze hormoonreceptor voor op de tumor.

Bij u hebben de borstkankercellen wel/geen hormoonreceptoren.

Afbeelding 2


 

  • Hebben de borstkankercellen HER 2 receptoren?

HER 2 receptoren zijn bepaalde eiwitten die op de wand van borstkankercellen kunnen voorkomen. Ongeveer 12%-15% van de mensen met borstkanker heeft een overmaat van deze eiwitten op de celwand. De tumor wordt dan HER 2 positief genoemd. Via deze overmaat van eiwitten worden veel groeiprikkels aan de cel doorgegeven. Er is extra stimulering tot deling en groei van de borstkankercellen.

Afbeelding 3


Soms is de uitslag van een eerste HER 2 test zodanig, dat nog een tweede aanvullende test moet worden gedaan om tot een definitieve uitslag te komen. Dan moet een aantal dagen langer op de uitslag worden gewacht.

Bij u hebben de borstkankercellen wel/geen HER 2 receptoren. 

Kenmerken die na de operatie kunnen worden vastgesteld:

  • Hoe groot is de tumor exact?

    De grootte van de tumor in uw borst bleek na de operatie:

 

  • Is bij de operatie de gehele tumor verwijderd?

    Het streven van de chirurg is om de tumor te verwijderen met een marge van gezond weefsel. De patholoog controleert of de snijvlakken van het weggenomen weefsel vrij zijn van tumorcellen.

    De snijvlakken bleken na uw operatie wel/niet vrij van tumorcellen.

    Wanneer de snijvlakken niet vrij zijn van tumorcellen, dan geeft de patholoog aan of dit minimaal was (minder dan 4 mm, focaal) of in ruimere mate (meer dan 4 mm, meer dan focaal). Dit is van belang voor de vervolgbehandeling.
 
Afbeelding 4

 

  • Hebben de borstkankercellen zich verspreid naar de lymfklieren?

Wanneer er inderdaad verspreiding is, dan wordt gekeken in hoeveel van de weggenomen klieren deze cellen zijn aangetroffen.

  • Er werd(en) bij u ............................. schildwachtklier(en) verwijderd.
  • Er werden bij u in totaal .................................... lymfklieren verwijderd.
  • In ........................... van de schildwachtklieren werden tumorcellen aangetroffen.
  • In ..................................... van het totale aantal lymfklieren werden tumorcellen aangetroffen.

10 oktober 2016 6681 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht