ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Borstkanker (PID): H4 Borstkankerbehandeling: operatie

Patiënten Informatie Dossier

In Isala zijn meerdere chirurgen werkzaam die zich gespecialiseerd hebben op het gebied van borstoperaties. Deze chirurgen hebben veel ervaring met de behandeling van patiënten met borstkanker (en het voorloperstadium daarvan).

De meest voorkomende operaties zijn een borstamputatie en een borstsparende operatie. Er zal altijd bekeken worden of een borstsparende behandeling mogelijk is. Dit is niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld wanneer:

  • de kwaadaardige tumor een groot gebied omvat
  • de kwaadaardige tumor groot is in verhouding tot de hele borst
  • er meerdere tumoren zijn in verschillende gedeelten van de borst
  • borstkanker is vastgesteld bij een man, doorgaans is er dan te weinig gezond omliggend borstklierweefsel om borstsparend te opereren.
  • er in de borst ook uitgebreide groei van het voorstadium van borstkanker is gevonden
  • er medische, psychologische of praktische redenen zijn om van bestraling af te zien.

Als u kunt kiezen tussen een borstamputatie en een borstsparende operatie, dan is de kans op genezing voor beide behandelingen hetzelfde. De uiteindelijke beslissing ligt bij u. Het maken van een keuze kan lastig voor u zijn. Neem de tijd om tot een afgewogen beslissing te komen.

Als u foto's wilt zien van vrouwen die verschillende borstoperaties hebben ondergaan, dan kunt u terecht op de website chirurgenoperatie.nl.

Borstamputatie

Bij een borstamputatie worden de hele borstklier, de huid en de tepel weggehaald. Soms wordt de term ‘ablatio’ gebruikt, wanneer de hele borst wordt verwijderd. Er ontstaat een litteken dat van het midden van de borstkas naar de flank of oksel loopt.

 

 
Afbeelding 2: Borstamputatie
 

Borstsparende operatie

Bij een borstsparende operatie wordt de kwaadaardige tumor en een gedeelte schijnbaar gezond weefsel rondom de tumor weggehaald. Het ruim opereren vergroot de kans dat alle tumorcellen inderdaad weg zijn. Bij de operatie worden kleine clips in de borst geplaatst, daar waar de tumor is verwijderd. U voelt hier niets van.
 
 
Afbeelding 3: Borstsparende operatie


Na de borstsparende operatie is in alle gevallen bestraling van de borst nodig. De bestraling start ongeveer vier weken na de operatie en zal gedurende een aantal weken (op werkdagen) plaatsvinden.
Wanneer een borstsparende operatie voor u mogelijk is, bespreekt ook de radiotherapeut samen met u de verschillende behandelmogelijkheden en de gang van zaken tijdens de bestraling, voordat de behandeling start.

Borstreconstructie

Het behandelteam zal bespreken of u in aanmerking komt voor een (directe) reconstructie. Als u hiervoor belangstelling heeft vindt een gesprek met één van de plastisch chirurgen plaats. Van hem krijgt u uitleg over de verschillende mogelijkheden, om zo tot een weloverwogen beslissing te komen. Een borsthersteloperatie (borstreconstructie) kan het cosmetisch resultaat na de operatie zo optimaal mogelijk maken. Er zijn verschillende manieren waarop een borstreconstructie kan worden uitgevoerd. Soms kan dit al tijdens dezelfde operatie waarbij de borstkanker wordt behandeld. Dit noemen we een directe reconstructie. Daarnaast bestaat de mogelijkheid van een uitgestelde reconstructie, dat wil zeggen: een borstreconstructie tijdens een latere operatie.

Borstreconstructie wordt niet alleen toegepast als de borst in zijn geheel wordt verwijderd, maar soms ook tijdens een borstsparende operatie. Er zijn verschillende mogelijkheden voor reconstructie, namelijk:

Bij borstsparende behandeling:

  • Er kan weefsel verplaatst worden vanuit dezelfde borst om een ‘deuk’ na een borstsparende behandeling te voorkomen.
  • Er kan huid vanuit de omgeving van de borst worden verplaatst om de contour van de borst zo goed mogelijk te behouden
  • Er kan een techniek worden toegepast, zoals bij een borstverkleiningsoperatie (mammareductie) wordt toegepast.

Bij amputatie van de borst:

  • Er kan een prothese worden ingebracht. Borstprothesen bestaan uit een soepel siliconen omhulsel, gevuld met een siliconengel. Deze siliconen implantaten zijn er in verschillende maten. De plastisch chirurg kiest voor het implanteren van een prothese wanneer de grote borstspier intact is en als er voldoende soepele en gave huid aanwezig is.
  • Er kan gebruik worden gemaakt van weefselexpansie. Dit wordt gedaan als er niet genoeg huid aanwezig is na de amputatie, maar deze huid wel van goede kwaliteit is. Er kan een prothese worden gebruikt om de huid op te rekken. Deze methode is alleen mogelijk als de grote borstspier nog intact is.
  • Er kan gebruik worden gemaakt van de huid van de rug en een daaronder gelegen spier om een nieuwe borst samen te stellen. Dit wordt gedaan als er door de borstamputatie geen borstspier meer aanwezig is of er te weinig huid van goede kwaliteit is.
  • Er kan gebruik worden gemaakt van de huid en het vetweefsel van de buik. Dit wordt gedaan wanneer er te weinig kwalitatief goede huid aanwezig is. Deze vorm van reconstructie is alleen mogelijk als er op de buik een huid- en vetoverschot bestaat. De plastisch chirurg reconstrueert op deze manier een borst zonder de toevoeging van een prothese.

Er zijn ook combinaties van deze technieken mogelijk.
Meer informatie over borstreconstructie kunt u lezen in de KWF-folder 'Borstreconstructie'. In die folder staan ook foto’s. De folder is ook verkrijgbaar bij de regieverpleegkundige oncologie

Lymfklier(en) verwijderen

Wanneer borstkanker uitzaait, is dit vaak als eerste naar de lymfklieren in de oksel. De radioloog kijkt bij echografie onderzoek van de borst ook naar de lymfklieren in de oksel. Wanneer bij dit onderzoek een afwijkende klier wordt gezien, vindt een punctie plaats.

De chirurg verwijdert doorgaans ook lymfklieren uit de oksel, zowel bij de borstsparende behandeling als bij de borstamputatie. 

Hiervoor zijn drie mogelijkheden:

1. de schildwachtklierprocedure
2. de mariklierprocedure
3. het okselkliertoilet of de okselklierdissectie.

De chirurg legt u uit, wat in uw situatie van toepassing is.

  
Afbeelding 4

1. Schildwachtklierprocedure

De schildwachtklier (ook wel genoemd: de poortwachterklier of sentinel node, niet te verwarren met de schildklier) ‘filtert’ als eerste het lymfvocht uit de borst. Soms is er één schildwachtklier, soms zijn er meerdere. Hoe het opsporen en verwijderen van de schildwachtklier precies gaat, kunt u lezen in het hoofdstuk Opname.

Als de schildwachtklier vrij is van kankercellen, zijn er in 95 procent van de gevallen ook geen uitzaaiingen in de andere okselklieren. Anders gezegd: als de schildwachtklier ‘schoon’ is, is het voor 95 procent zeker dat de andere lymfklieren ook schoon zijn en is er geen noodzaak om deze weg te halen. Als de schildwachtklier wél kankercellen bevat, vindt vaak aanvullende behandeling plaats in de vorm van operatie of bestraling.
De schildwachtklier bevindt zich meestal in de oksel, maar zit soms ook naast het borstbeen. Een schildwachtklier naast het borstbeen kan niet altijd operatief verwijderd worden.
Een enkele keer wordt een schildwachtklier gevonden in de borst zelf of onder het sleutelbeen. Soms is er meer dan één schildwachtklier.

Het kan voorkomen dat de schildwachtklier niet gevonden wordt. Als dit het geval is, worden meerdere okselklieren verwijderd (sampling). U wordt hierover dan zo spoedig mogelijk na de operatie geïnformeerd.

Het kan zijn dat de operatie wordt uitgevoerd door een andere chirurg dan degene die u op de polikliniek heeft gesproken. Door onderlinge overdracht is de chirurg goed op de hoogte van uw situatie. Hebt u een specifieke voorkeur voor wie u zal opereren, dan kunt u dit met de chirurg of regieverpleegkundige bespreken. Het is dan wel mogelijk dat de wachttijd tot de operatie langer is.

2. Mariklierprocedure

De mariklierprocedure vindt plaats bij patiënten die neo-adjuvant chemotherapie krijgen (dus chemotherapie vóór de operatie) en bij wie voorafgaand aan de start van de behandeling kwaadaardige cellen zijn aangetoond in een lymfklier (door middel van een punctie).

Voorafgaand aan de start van de chemotherapie wordt een radioactieve bron in de betreffende klier geplaatst. Na afronden van de chemotherapie wordt besloten of een mariklieroperatie kan plaatsvinden. De betreffende klier wordt dan tijdens de operatie opgespoord met een radioactieve probe (een apparaatje dat radioactiviteit kan meten) en verwijderd.

3. Okselkliertoilet of okselklierdissectie

Alle klieren uit het gebied van de oksel worden operatief verwijderd.

De opname

Vanaf zeven dagen voorafgaand aan de operatie mag u de oksel aan de te opereren zijde niet meer ontharen, omdat u daarmee het risico op infecties na de operatie vergroot. U wordt opgenomen op een chirurgische afdeling. Dit kan in het hoofdgebouw zijn of in het Behandelcentrum. U hebt eerst een gesprek met een verpleegkundige over de gang van zaken op de afdeling.

Hoe uw dag eruitziet, hangt af van de ingrepen die voor u zijn afgesproken. Er zijn verschillende mogelijkheden:

  • borstoperatie en schildwachtklierprocedure
  • alleen de borstoperatie
  • alleen de schildwachtklierprocedure.

Schildwachtklierprocedure


Lymfo-scintigrafie

  • Op de afdeling Nucleaire geneeskunde krijgt u in de borst één tot drie injecties met een radioactieve stof. Deze injecties worden over het algemeen als speldenprikjes ervaren.
  • De radioactieve stof gaat via lymfbanen naar de schildwachtklier(en). Omdat dit enige tijd duurt, gaat u na de injecties terug naar de verpleegafdeling of kunt u wachten in het ziekenhuis.
  • Na drie tot vier uur wordt een scan van de oksel gemaakt. Dit duurt ongeveer 30 minuten. Door middel van de scan wordt zichtbaar waar de schildwachtklier zich bevindt. Met een stift en Oost-Indische inkt wordt deze plaats op de huid aangetekend.
  • Soms worden de injecties al de dag voor de operatie toegediend. Ook kan het zijn dat de injecties en de scan beiden de dag voor de operatie plaatsvinden. U hoeft alleen op de dag van de operatie nuchter te zijn.
  • Als u de scan de dag van tevoren heeft gehad mag u op de operatiedag douchen, zorg er wel voor dat de tekening zichtbaar blijft.

Wanneer de schildwachtklier na bovenstaande procedure nog niet goed zichtbaar is, zal de chirurg voor de operatie de schildwachtklier opsporen met behulp van een blauwe kleurstof. Dit gebeurt tijdens de borstoperatie. De kleurstof wordt in de buurt van de tepel en soms ook bij de borsttumor ingespoten. De kleurstof wordt afgevoerd door de lymfebanen. Hierdoor worden deze lymfebanen blauw en kunnen ze gevolgd worden tot aan de schildwachtklier. De blauwe kleurstof kan nu de klier markeren die de chirurg moet verwijderen. Wanneer deze procedure is gevolgd, kan het zijn dat uw gelaat na de operatie wat grauw van kleur is. Dit kan geen kwaad; dit komt door de blauwe kleurstof. Ook zal uw urine wat groen verkleurd zijn na de operatie.

Operatie

De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u op een operatietafel geholpen en vervolgens naar de operatiekamer gereden. De chirurg en anesthesioloog zullen zich (nogmaals) aan u voorstellen en spreken opnieuw kort met u door wat er gaat gebeuren. Daarna wordt de narcose toegediend.

Als bij u een schildwachtklierprocedure wordt toegepast, geldt het volgende:

  • De schildwachtkleur is nog radioactief. Dit wordt gemeten met een zogenaamde probe. De chirurg kan zo de plaats van de schildwachtklier precies bepalen en deze vervolgens verwijderen.
  • Indien noodzakelijk wordt ook nog een blauwe kleurstof in de borst gespoten, deze kleurstof verspreidt zich snel naar de schildwachtklier.
  • De schildwachtklier kleurt blauw, dit is met het blote oog zichtbaar. Zo heeft de chirurg extra informatie over welke klier een schildwachtklier is.
  • De resterende blauwe kleurstof plast u vanzelf uit. Daarom kan uw urine gedurende enkele dagen na de operatie groen/blauw van kleur zijn. Bovendien kunt u door de blauwe kleurstof de eerste dag na de operatie wat grauw zien.
  • Na een borstsparende ingreep kan nog weken tot maanden na de operatie een blauwe verkleuring zichtbaar zijn.
  • Zelden wordt de schildwachtklier met behulp van beide methoden niet zichtbaar. De chirurg zal dan meer klieren uit de oksel verwijderen. Dit hoeft niet te betekenen dat er uitzaaiingen zijn. U wordt zo spoedig mogelijk na de operatie geïnformeerd wanneer er geen schildwachtklier(en) gevonden is/zijn.

Na de operatie

Na de operatie verblijft u een poosje op de uitslaapkamer (de verkoeverkamer), waar u langzaam wakker wordt. Na een paar uur brengt een verpleegkundige u terug naar de verpleegafdeling.
U zult merken dat u een infuus in uw arm heeft. Het infuus wordt verwijderd wanneer u weer voldoende heeft gedronken.

Na het verwijderen van de hele borst en/of alle lymfklieren worden wonddrains in het wondgebied achtergelaten. Dit zijn slangetjes die zorgen voor de afvoer van wondvocht. De drains worden 24 uur na de operatie verwijderd. Wanneer een operatie heeft plaatsgevonden door de chirurg en plastisch chirurg samen, dan kan het zijn dat de drain langer blijft zitten. De schouder aan de geopereerde zijde kan wat gevoeliger of ‘stijf’ zijn. Dit komt door de houding van de arm tijdens de operatie.

Wondgenezing

Het wondverband wordt door de verpleegkundige van de afdeling verwijderd. Een van uw naasten kan erbij zijn wanneer dit gebeurt. De huid rondom de borstwond kan wat blauwrood verkleurd zijn en soms is de wond wat gezwollen. Naarmate de wond geneest, wordt dit minder.

U kunt de wond verzorgen met een crème waarin vitamine E zit. Vitamine E verzorgt de huid. Overlegt u tijdens de controle op de polikliniek of u hiermee kunt beginnen. Massage van het litteken door uzelf of een naaste kan voorkomen dat het litteken stug aan gaat voelen.

Wondvocht: Seroom

In het wondgebied kan zich wondvocht (seroom) ophopen. Dit komt regelmatig voor als de drains verwijderd zijn, nadat de borst is verwijderd of wanneer alle okselklieren zijn weggenomen. Soms komt het ook voor na een borstsparende operatie, een schildwacht- of mariklierprocedure. Het geeft een gespannen gevoel in het wondgebied; vaak is er een duidelijke zwelling zichtbaar. Door aanwezigheid van seroom kan soms een klotsend geluid hoorbaar zijn. Seroomvorming kan een aantal weken aanhouden na de operatie, maar uiteindelijk stopt dit vanzelf. Seroom kan via een prik worden weggezogen. Meestal is dit niet pijnlijk, omdat de zenuwen (nog) niet optimaal werken na de operatie.

Seroomvorming is iets anders dan lymfoedeem. Het risico op het ontstaan van lymfoedeem blijft altijd bestaan wanneer alle lymfklieren zijn verwijderd en/of de oksel bestraald is.

Na een borstsparende operatie

De chirurg, radiotherapeut en eventueel de plastisch chirurg zullen voor de operatie met u bespreken hoe zij verwachten dat het litteken en de borst eruit zullen zien na de behandeling. Soms blijkt er na de behandeling(en) duidelijk verlies van contour van de borst te zijn.

Na een borstamputatie

Door de operatie ontstaat een vrij groot litteken. De borstwand is niet altijd glad, maar kan een beetje verdikt of onregelmatig zijn. De huid rond het litteken kan ‘doof’ aanvoelen na de operatie. Dit gevoel kan na een aantal weken veranderen. Soms is het dove gevoel blijvend. Soms hebben mensen na amputatie de vreemde gewaarwording dat de weggehaalde borst er nog is. Dit wordt “fantoompijn ”genoemd.

Borstprothese of speciale bh

De verpleegkundige van de verpleegafdeling zal voor uw ontslag de mogelijkheden van een tijdelijke borstprothese of speciale bh met u bespreken, indien dit van toepassing is. Na een borstamputatie kan bij vrouwen een tijdelijke prothese of bh met vulling aangemeten worden. Na een borstsparende behandeling door chirurg en plastisch chirurg samen en na directe reconstructie wordt een speciale sport-bh aangemeten of een tijdelijke bh met vulling.

De tijdelijke borstprothese is een lichte, zachte, katoenen borstprothese, gevuld met synthetische watten. De tijdelijke bh is een bh met hoesjes in de cups. Het hoesje aan de zijde waar de operatie heeft plaatsgevonden, kan gevuld worden met synthetische watten. De speciale sport-bh geeft extra steun, dit is na verschillende plastisch chirurgische ingrepen van belang.

U kunt van deze tijdelijke oplossing gebruikmaken, zolang het litteken nog herstellende is. Het litteken kan de eerste weken tot maanden na de operatie nog veranderen. Wanneer bestraling plaatsvindt na de operatie is het vaak aangenaam de tijdelijke prothese of bh ook in die periode nog te gebruiken. De prothese of bh is wasbaar in lauw water met zachte zeep. U kunt hem het beste gewoon laten drogen.
Indien noodzakelijk kunt u na verloop van tijd een definitieve (deel)borstprothese aanschaffen. De regieverpleegkundige zal u hierover infomeren.

Na het verwijderen van de schildwachtklier(en), mariklier- of okselklierdissectie

Gevoelsverandering
Na een okselklierdissectie hebben veel patiënten geen of een veranderd gevoel aan de achterzijde van de bovenarm en soms ook aan de zijkant van de borstkas. Dit komt omdat een deel van de gevoelszenuwen in het wondgebied is doorgesneden. Dit is niet te vermijden. Bij de meeste mensen keert het gevoel na verloop van tijd weer terug. Na een schildwachtklierprocedure of mariklierprocedure is er een kleine kans dat een dergelijke gevoelsverandering optreedt.

Gebruik van de arm na de operatie
Na een okselklierdissectie kunnen de arm en schouder aan de geopereerde zijde stijf zijn. Oefeningen en adviezen om het herstel te bevorderen, leest u in de bijlage: Gevolgen van behandeling van de okselklieren, operatie. Na een schildwachtklierprocedure of mariklierprocedure kunt u de arm rustig aan, op geleide van de pijn, gaan bewegen. Speciale oefeningen zijn doorgaans niet noodzakelijk. Forceer niet, maar wees ook niet te voorzichtig.

Ontslag

De zaalarts bespreekt met u wanneer u naar huis mag. Dat is mogelijk wanneer u geen last meer heeft van de narcose en de wond er rustig uitziet. Na een borstsparende operatie door de chirurg, zonder verwijdering van alle okselklieren, is dit meestal nog de dag van de operatie. Na de meeste andere operaties volgt ontslag meestal 24 uur na de operatie. Wanneer de chirurg en plastisch chirurg samen hebben geopereerd duurt een opname soms langer.

De verpleegkundige bespreekt met u de adviezen voor thuis. U krijgt van haar een brief mee voor uw huisarts. Het is ook mogelijk dat deze na uw ontslag rechtstreeks aan uw huisarts wordt toegestuurd. Als verpleegkundige hulp thuis gewenst is, bezoekt een medewerker van het transferbureau u tijdens uw opname. Zij kan u informeren over de mogelijkheden voor hulp en de eventuele vergoeding. Zij kan de hulp ook voor u aanvragen.

Adviezen voor thuis

Hieronder volgen adviezen voor thuis, voor de periode na uw operatie. De verpleegkundige bespreekt deze met u tijdens het ontslaggesprek.

Wondverzorging

  • U mag weer douchen vanaf 24 uur na de operatie, niet te lang en niet te warm.
  • U mag niet baden of zwemmen, totdat u voor controle op de polikliniek bent geweest. Dan wordt afgesproken wanneer u dit weer mag doen.
  • 24 uur na de operatie moet de pleister of het verband worden verwijderd.
  • Alleen als de wond nog lekt, is het nodig een nieuwe pleister aan te brengen. Is de wond droog, dan hoeft dit niet.

Wanneer u een papieren pleister heeft, mag deze blijven zitten tot uw controleafspraak op de polikliniek. Als de pleister er voor die tijd vanzelf af gaat, is dat niet erg.

Hechtingen

In veel gevallen gebruikt de chirurg oplosbare hechtingen. Niet-oplosbare hechtingen worden verwijderd tijdens het controlebezoek op de polikliniek, of op een later moment bij uw huisarts.

Bh

Draag na een borstsparende behandeling door de chirurg een goed steunende bh. Een sport-bh is doorgaans goed geschikt. Draag liever geen bh met beugel. Draag de bh liefst dag en nacht, tot uw controleafspraak op de polikliniek.

Wanneer de borstsparende operatie is uitgevoerd door de chirurg en plastisch chirurg samen, krijgt u voor u naar huis gaat een speciale bh en/of eventueel een tijdelijke prothese aangemeten. Na een amputatie kan doorgaans direct een voorlopige prothese of bh gedragen worden. U bepaalt uiteraard zelf of dat prettig voor u is.

Pijnbestrijding

Tegen de pijn mag u paracetamol 1000 mg gebruiken, elke 6 uur (= 4 maal daags 2 tabletten van 500 mg.) Neem de paracetamol op vaste tijden in. Afhankelijk van de ernst van de pijnklachten, kunt u proberen dit af te bouwen. Bij onvoldoende effect kunt u de volgende medicatie innemen: paracetamol 1000 mg, samen met ibuprofen 400 mg, elke 6 uur. Deze combinatie mag u maximaal drie dagen gebruiken.

Antistolling

Gebruikt u Ascal, dan mag u dit op de dag van de operatie hervatten. Gebruikt u Sintromitis, dan moet u op de dag van de operatie de voorgeschreven dosering weer hervatten.

Bewegen

Blijf niet in bed liggen, bouw uw activiteiten in een rustig tempo op. Gebruik uw arm op geleide van de pijn.
Wanneer alle okselklieren verwijderd zijn, houdt u zich dan aan de basisadviezen en doe de basisoefeningen die u vindt in de folder ‘Gevolgen van behandeling van lymfklieren in de oksel’. Wacht met de andere oefeningen tot u op de polikliniek bent geweest voor controle.

Wanneer u bent geopereerd door de chirurg en plastisch chirurg samen, is het belangrijk de eerste twee weken rustig aan te doen, maar wel in beweging te blijven. In die periode moet u niet hoog reiken, niet zwaar tillen (denk aan kinderen of zware voorwerpen), geen zwaar huishoudelijk werk doen en niet sporten. Hoe meer rust u de operatiewond geeft, hoe mooier het litteken wordt. Daarna mag u in ongeveer 4 weken de activiteiten voorzichtig aan weer opbouwen, tot u alles weer kunt doen zoals u gewend was. Breidt uit op geleide van de pijn, luister naar uw lichaam.

Contact

Neem contact op:

  • als de wond nabloedt
  • als u koorts heeft boven de 38,5 graden Celsius
  • als de wond kloppende pijn veroorzaakt of vurig rood ziet
  • als bovengenoemde pijnstilling onvoldoende werkt
  • als er veel onderhuids wondvocht (seroom) is, wat een strak, gespannen gevoel geeft. Indien noodzakelijk kunt u seroom laten verwijderen. Bij voorkeur plannen wij dit op een speciaal hiervoor ingericht spreekuur op de mammapolikliniek op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag tussen 11.00 en 12.00 uur uur.

Bij bovenstaande problemen kunt u bellen:

  • Tijdens kantooruren met de regieverpleegkundigen:
    t (038) 424 34 87
  • Buiten kantooruren met de afdeling Spoedeisende hulp:
    t (038) 424 50 00.

Controle en herstel

Controle na de operatie

Ruim een week na de operatie komt u voor controle bij de chirurg en de regieverpleegkundige. Bij deze controle wordt naar de wond gekeken. Zo nodig worden de hechtingen verwijderd. De uitslag van het weefselonderzoek van de patholoog is dan inmiddels besproken in het multidisciplinaire team. De chirurg bespreekt de uitslagen met u. Hij zal u vertellen of aanvullend onderzoek en/of aanvullende behandeling nodig zijn en hoe de verdere controles er voor u uit zien.

Aanvullend onderzoek: Mammaprint

Naast het weefselonderzoek dat de patholoog uitvoert, kan ook een mammaprint worden gedaan. De arts zal na de operatie met u bespreken of dat in uw geval zinvol is. Ook wordt verteld of uw verzekeraar de kosten van de Mammaprint vergoedt. De mammaprint is een test die nauwkeurig het gedrag van de kwaadaardige cellen in uw borst analyseert. Voor het uitvoeren van een mammaprint wordt een stukje weefsel van de borsttumor, na de operatie, verzonden naar een speciaal laboratorium.

De test meet het wel of niet actief zijn van zeventig genen in het erfelijk materiaal in de borsttumor. Het patroon van actieve en niet-actieve genen vormt een soort vingerafdruk. Deze geeft een voorspelling van het risico op het ontstaan van uitzaaiingen binnen tien jaar. De uitslag van de mammaprint kan helpen bij het besluit wel of geen chemotherapie als aanvullende behandeling te geven. Voor meer informatie, zie www.mammaprint.nl.


13 april 2017 6683 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht