ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Baarmoederkanker (PID): H2 Baarmoederkanker en onderzoeken

Patiënten Informatie Dossier

​Kanker is een verzamelnaam voor meerdere aandoeningen. Baarmoederkanker is er één van. Kanker is een kwaadaardig gezwel. Kwaadaardig betekent:

  • dat een gezwel in de omliggende weefsels groeit en deze beschadigt, waardoor klachten kunnen ontstaan
  • dat het gezwel steeds blijft groeien, waardoor het op de plaats waar het zich bevindt, steeds meer schade aanricht
  • dat het gezwel kan uitzaaien: uit het gezwel kunnen cellen naar andere plaatsen in het lichaam worden vervoerd, waar ze tot nieuwe gezwellen kunnen uitgroeien (metastasen). Er zijn goedaardige en kwaadaardige gezwellen (tumoren). Alleen bij kwaadaardige tumoren is er sprake van kanker.

Baarmoederkanker

Baarmoederkanker wordt per jaar bij ongeveer 1700 vrouwen in Nederland vastgesteld. Deze vorm van kanker komt het meest voor bij vrouwen tussen de 55 en 80 jaar, zelden bij vrouwen jonger dan 40 jaar. Baarmoederkanker ontwikkelt zich bij negen van de tien vrouwen in de binnenste slijmvlieslaag van de baarmoeder (endometrium). Daarom wordt baarmoederkanker ook wel endometriumkanker of endometriumcarcinoom genoemd.

Bij ongeveer vijf tot tien procent van de vrouwen met baarmoederkanker ontstaat de ziekte in de spierwand van de baarmoeder. Dit wordt een sarcoom van de uterus (uterus = baarmoeder) genoemd. De informatie in dit PID gaat hoofdzakelijk over endometriumcarcinoom.

Vrouwelijke geslachtsorganen

De vrouwelijke geslachtsorganen bestaan uit de inwendige en uitwendige geslachtsorganen. De uitwendige geslachtsorganen bestaan uit:

  • de kleine en grote schaamlippen
  • de clitoris (kittelaar)
  • de ingang van de vagina.

De inwendige geslachtsorganen bestaan uit:

  • de vagina (schede)
  • de baarmoeder
  • de eierstokken
  • de eileiders.
 
Afbeelding 1: de inwendige vrouwelijke geslachtsorganen
 

a. eileiders
b. eierstokken
c. baarmoederlichaam
d. baarmoederhals
e. baarmoedermond
f. vagina (schede)

Baarmoeder

De baarmoeder (c, d, e, f) heeft de vorm van een omgekeerde peer. Het brede deel, het baarmoederlichaam, vormt het grootste deel van de baarmoeder. Aan weerszijden hiervan liggen de eierstokken met de eileiders (a, b). De eileiders vormen de verbinding tussen de baarmoeder en de eierstokken. Het baarmoederlichaam gaat over in de baarmoederhals, het onderste, smalle deel van de baarmoeder. De baarmoederhals vormt de verbinding tussen het baarmoederlichaam en de vagina (g). De wand van het baarmoederlichaam is opgebouwd uit twee lagen:

  • een binnenste slijmvlieslaag (d): het endometrium
  • een buitenste spierlaag (e): het myometrium.

Menstruatie

De menstruatie wordt beïnvloed door twee soorten hormonen:

  • In de eerste helft van de maandelijkse cyclus zijn dat vooral oestrogene hormonen.
  • In de tweede helft van de cyclus, zodra een eitje vanuit de eierstok is vrijgekomen (de ‘eisprong’), zijn dat vooral progestagene hormonen (progestativa). Veranderingen in het gehalte van deze hormonen zorgen ervoor dat het baarmoederslijmvlies maandelijks wordt voorbereid op de komst van een bevruchte eicel. Als er geen eitje wordt bevrucht en er dus geen zwangerschap optreedt, stopt de productie van oestrogene stoffen en progestativa in de eierstokken. Samen met wat bloed verlaat het slijmvlies via de vagina de baarmoeder. Dit noemt men menstruatie. Deze maandelijks verlopende hormonale veranderingen starten in de puberteit en duren ongeveer tot het vijftigste jaar. Hierna treedt de menopauze (overgang) in.

Onderzoek

Meestal is een van de eerste signalen van baarmoederkanker: ongewoon vaginaal bloedverlies. Dat houdt in dat vrouwen die de overgang al hebben gehad, opeens een bloeding kunnen krijgen. Dit wordt wel eens verward met het terugkeren van de menstruatie. Als de menstruatie meer dan een jaar is weggebleven, is zo’n bloeding geen gewone ongesteldheid.

Omdat baarmoederkanker vooral na de overgang voorkomt, zorgt bloedverlies vaak dat de tumor in een vroeg stadium wordt ontdekt. Bij vrouwen die nog niet in de overgang zijn, kunnen tussentijdse bloedingen of menstruatiestoornissen wijzen op baarmoederkanker. Buikpijn treedt doorgaans pas in een later stadium van de ziekte op.

Vaginaal bloedverlies kan ook met andere aandoeningen dan baarmoederkanker te maken hebben. Daarom wordt de diagnose pas gesteld na onderzoek door de gynaecoloog. Hierbij kan het gaan om:

  • lichamelijk onderzoek
  • (transvaginale) echografie
  • bloedonderzoek
  • afname van weefsel van het baarmoederslijmvlies en/of baarmoedermondslijmvlies voor microscopisch (pathologisch) onderzoek.

Als duidelijk is dat het om baarmoederkanker gaat, wordt met de behandeling begonnen. In bijna alle gevallen betekent dit een operatie. Mochten uw klachten of symptomen (verschijnselen) aanleiding geven tot verder onderzoek, dan bespreekt de arts dit met u en zal u zo nodig verwijzen. Welke onderzoeken dat zijn, kan per situatie verschillen. Eventueel aanvullende onderzoeken kunnen zijn:

  • CTscan (computertomografie)
  • MRI (Magnetic Resonance Imaging)
  • echografie van de buikorganen
  • cystoscopie (inwendig onderzoek van plasbuis en blaas)
  • rectoscopie (inwendig onderzoek van de endeldarm)
  • dikkedarmonderzoek.

20 augustus 2014 7014 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht