ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Baarmoederkanker (PID): H3 Behandeling bij baarmoederkanker

Patiënten Informatie Dossier

​De behandeling van baarmoederkanker begint bijna altijd met een operatie waarbij de baarmoeder en eierstokken verwijderd worden. De verdere behandeling is afhankelijk van het stadium en van de uitslag van het pathologisch onderzoek (tumortype).

Het operatief verwijderen van de baarmoeder en eierstokken kan plaatsvinden via:

  • een kijkoperatie in de buik (translaparoscopische hysterectomie (TLH)), of
  • een openbuikoperatie.

Dit wordt door de arts bepaald. Beide zijn ingrijpende operaties, waarbij het herstel van de ingreep verschillend kan verlopen.

Voorbereidingen op de opname

U wordt meestal binnen enkele weken na de diagnose voor de behandeling in het ziekenhuis opgenomen. Via het planbureau van de polikliniek Gynaecologie wordt deze datum vastgelegd. De opnameduur zal variëren van een dag tot een week. Dit is afhankelijk van de ingreep en uw herstel en kan dus per persoon verschillen.

Gesprek met de regieverpleegkundige

Nadat u de diagnose heeft gehoord, wordt voor u een afspraak gemaakt bij de regieverpleegkundige van de afdeling Gynaecologie. Deze verpleegkundige is gespecialiseerd in de zorg voor vrouwen met gynaecologische kanker. Op de polikliniek geeft zij uitleg over uw behandeling en de gevolgen hiervan op uw dagelijks leven. Zij kan de informatie die gegeven is door de gynaecoloog verduidelijken. Ook kan zij u de eerste opvang bieden bij de verwerking van uw ziekte en de bijbehorende emoties. Daarnaast kunt u vragen en onzekerheden die u of uw naasten bezighouden, met haar bespreken.

Bovendien wordt tijdens deze afspraak het zogenoemde opnamegesprek gehouden. Tijdens dit gesprek neemt de verpleegkundige een aantal punten met u door, zoals uw algehele gezondheid, ziektebeleving, voedingspatroon en uw gezinssituatie. Uw voedingstoestand wordt geïnventariseerd en zo nodig wordt de diëtiste in consult gevraagd voor het eventueel starten met het gebruik van een energie en eiwitverrijkte drank (nutridrink).

Meer informatie over uw opname en verblijf in het ziekenhuis kunt u vinden in de patiëntenfolder Opname in Isala.

Preoperatief onderzoek

Als voorbereiding op de operatie, vindt er een preoperatief onderzoek plaats. De secretaresse van uw behandelend arts bespreekt met u hoe de afspraak op de polikliniek Preoperatief onderzoek gemaakt kan worden. U krijgt dan onder andere een afspraak met de anesthesioloog. Tijdens dit gesprek krijgt u informatie over de gang van zaken rondom een operatie, onder andere over de narcose en verschillende manieren van pijnbestrijding. Ook zal de anesthesioloog u onderzoeken. Meer informatie hierover kunt u vinden in de patiëntenfolder over anesthesie (narcose) van Isala.

Als u naar het preoperatief onderzoek gaat, neemt u dan het volgende mee:

  • uw identiteitskaart (ID, paspoort of rijbewijs)
  • de medicijnen die u gebruikt (in de originele verpakking).

Voorbereiding thuis

We raden u aan de informatie over de opname goed door te lezen. Daarin vindt u ook een hoofdstukje Wat neemt u mee naar het ziekenhuis? We adviseren u dringend sieraden, geld en andere waardevolle zaken thuis te laten. Dit geldt ook voor uw trouwring, die tijdens de operatie af moet. Er kan altijd iets zoek raken. Hiervoor kan het ziekenhuis niet aansprakelijk worden gesteld.

Aandachtspuntenlijst

Gesprekken vóór opname

Gesprek met de gynaecoloog

U krijgt voorlichting over:

  • de behandelingsmogelijkheden en het vervolgtraject
  • het opnameverloop en de opnameduur.

Gesprek met de anesthesioloog

U krijgt voorlichting over:

  • de anesthesie en de bijwerkingen hiervan
  • mogelijke risico’s en complicaties van de anesthesie
  • pijnbestrijding na de operatie.

Gesprek met de regieverpleegkundige

U krijgt voorlichting over:

  • het verwachte tijdstip van de operatie
  • uw verblijf op de verpleegafdeling
  • de globale gang van zaken tijdens de opname
  • uw voedingstoestand (evt. schakelt ze een diëtiste in)
  • de voorbereiding op de operatie
  • de dag van de operatie (hoe ziet deze eruit)
  • het herstel na de operatie
  • het doel en het gebruik van het Patiënten Informatie Dossier (PID)
  • ondersteuning door regieverpleegkundige oncologie of verpleegkundig specialist gynaecologie.

Ook komen aan de orde:

  • uw vragen
  • de behandeling en de gevolgen hiervan
  • uw thuissituatie en eventuele noodzaak voor thuiszorg.

Afhankelijk van uw behandeling is de volgende informatie voor u interessant:

  • Openbuikoperatie
  • Laparoscopische operatie (kijkoperatie)

Opnameperiode

Op de dag van opname meldt u zich bij de centrale balie in de centrale hal. Vervolgens brengt een gastvrouw of gastheer u naar de verpleegafdeling. Soms wordt u gevraagd eerst naar het laboratorium te gaan voor bloedafname.

Gang van zaken op verpleegafdeling

U wordt opgenomen op een gynaecologische afdeling. De afdelingsverpleegkundige vertelt u op welke kamer u komt te liggen en hoe laat ongeveer de operatie zal plaatsvinden. Zij zal u ook verschillende vragen stellen. Als u vragen of wensen heeft of als er andere zaken zijn die u graag wilt bespreken, kunt u dit dan doen. Zij geeft u vervolgens een rondleiding over de afdeling en laat u uw kamer zien. Aansluitend zal ze uw bloeddruk, pols en temperatuur meten.

De voedingsassistente bespreekt uw dieetwensen en eventuele dieetadviezen.

Als u een gesprek wilt met de gynaecoloog, kunt u dit aan de verpleegkundige doorgeven. Zij zal dit, indien mogelijk, regelen.

Contactpersoon

Tijdens het gesprek met de afdelingsverpleegkundige zal zij u vragen de naam en het telefoonnummer van uw contactpersoon door te geven. De contactpersoon (bijvoorbeeld een familielid of kennis) kan namens uw direct betrokkenen informeren hoe het met u gaat en bijvoorbeeld ook het bezoek coördineren. Hij is tevens het aanspreekpunt voor de zorgverleners. Ter bescherming van uw privacy wordt telefonische informatie over u in principe alleen aan uw contactpersoon verstrekt.

Operatie

Voor de operatie moet u zich douchen. U mag geen deodorant of make-up gebruiken, nagellak moet u verwijderen en sieraden afdoen. Ongeveer een half uur vóór de operatie krijgt u speciale operatiekleding aan. Een eventuele gebitsprothese moet u uitdoen. Een hoorapparaat hoeft niet verwijderd te worden. Als u aan de beurt bent, brengt de verpleegkundige u in uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Hier krijgt u een infuusnaaldje, waarna u op een operatietafel geholpen wordt en naar de operatiekamer wordt gereden.

De anesthesieassistent sluit u aan op de hartbewaking (monitor). Ook krijgt u een bloeddrukband om de arm. Als u een openbuikoperatie zult ondergaan, wordt bovendien een slangetje (katheter) in uw rug ingebracht: het zogenoemde epiduraal katheter. Via dit slangetje krijgt u tijdens en na de operatie verdovende medicijnen toegediend. Vervolgens worden (zowel bij de openbuik als bij de kijkoperatie) via het infuus in uw arm verdovingsmiddelen ingespoten. Deze middelen werken zeer snel. U wordt volledig verdoofd en valt tijdelijk in een diepe slaap (narcose).

Na de operatie

Na de operatie verblijft u een poosje op de uitslaapkamer (verkoeverkamer) waar u langzaam wakker wordt. Uw contactpersoon wordt gebeld om door te geven dat de operatie achter de rug is. Als u goed wakker bent, de controles goed zijn en de pijn onder controle is, komt de verpleegkundige van de afdeling u weer ophalen. U zult merken dat u een infuus in uw arm heeft. U kunt zich misselijk voelen van de narcose en pijn hebben. Meld dit aan de verpleegkundige, zij kan u hierbij begeleiden en medicijnen geven. Ook kunt u hees zijn en/of pijn ervaren bij het slikken. Dit komt doordat u tijdens de operatie beademd bent door een buisje in uw keel. Deze klachten verdwijnen vanzelf.

Wondgenezing

De wond is afhankelijk van de soort operatie. Bij een kijkoperatie gaat het om drie insteekopeningen, bij een openbuikoperatie is een snede gemaakt onder de navel tot aan het schaambeen. Het verband op de wond(jes) wordt meestal de tweede dag na de operatie verwijderd. De verpleegkundige verbindt de wond(jes). Als de wond droog is, is een nieuw verband niet nodig. De huid rondom de wond(jes) kan wat verkleurd zijn en soms is de wond wat gezwollen. Naarmate de wond geneest, wordt dit steeds minder. Als u wilt, kunt u de wond verzorgen met een crème. Dit kan pas een maand na de operatie, als de hechtingen verwijderd zijn en de wond dicht is.

Voorbereiding op ontslag

De arts bespreekt met u wanneer u weer naar huis mag. Het kan zijn dat u hulp nodig heeft bij uw verzorging of hulp bij het huishouden. Daarom bespreekt de verpleegkundige met u, ruim voordat u naar huis gaat, of u thuis voldoende opvang heeft, of dat aanvullende thuiszorg of tijdelijk vervangend verblijf nodig is. In overleg met u kan dit door het ziekenhuis of door uzelf worden geregeld.

Weefselonderzoek

Na de operatie worden het weggenomen weefsel en de lymfklier(en) onderzocht door de patholoog: de medisch specialist die gespecialiseerd is in het onderzoeken van menselijk weefsel. Het onderzoek levert veel informatie op:

  • over de soort kankercellen
  • over de uitbreiding en de grootte van het kwaadaardig gezwel
  • of de kanker volledig is verwijderd en/of de snijvlakken vrij zijn van kankercellen.

Het duurt ongeveer een week voordat de uitslag van de patholoog bekend is. Dit betekent voor u meestal een week van extra spanning en onzekerheid. Zodra de uitslag van het weefselonderzoek (PAonderzoek) bekend is, wordt deze besproken in een team van diverse zorgverleners, onder wie gynaecologen en radiotherapeutonologen. Dit wordt het multidisciplinair overleg (MDO) genoemd. Daaruit volgt dan het advies voor een eventuele vervolgbehandeling.

U krijgt een afspraak voor een polikliniekbezoek na de opname. Tijdens deze afspraak zal de gynaecoloog uitgebreid ingaan op de PA-uitslag en het advies voor een eventuele vervolgbehandeling.

Weer naar huis

U mag weer naar huis als:

  • u voelt dat u in staat bent om naar huis te gaan
  • u geen of weinig pijn meer heeft.

De verpleegkundige bespreekt met u hoe laat u naar huis kunt. U krijgt van haar de volgende afspraken en papieren mee:

  • een poliklinische afspraak bij de gynaecoloog voor:
    • de uitslag van het weefselonderzoek en eventueel aanvullende onderzoeken
    • het bespreken van eventueel verder onderzoek en/of behandeling
    • wondcontrole en beoordelen of hechtingen mogen worden verwijderd

Afhankelijk van de diagnose en/of nabehandeling:

  • een poliklinische afspraak bij de gynaecoloog
  • een aansluitende afspraak bij de regieverpleegkundige oncologie
  • een brief voor uw huisarts.

Aandachtspuntenlijst

Gesprekken na de operatie

Gesprek met de (zaal)arts

Tijdens dit gesprek komt aan de orde:

  • het verloop van de operatie
  • verwachting verder opnameverloop en herstel
  • datum van ontslag.

Gesprekken rondom ontslag

hoe te handelen bij klachten en/of problemen.

Gesprek met de arts en/of verpleegkundige

U krijgt voorlichting over:

  • controle op de polikliniek
  • informatie over eventuele nabehandeling
  • leefregels, werkhervatting
  • wanneer een arts te bellen
  • waar u terecht kunt met problemen
  • Lastmeter.

Afhankelijk van uw behandeling is de volgende informatie voor u interessant:

  • Bestraling van de baarmoeder (radiotherapie)
  • Behandelwijzer Chemotherapie
  • Hormonale therapie

Nabehandeling

Als voor u geldt dat u aanvullende behandeling krijgt, wordt u hierover uitgebreid geïnformeerd door de gynaecoloog. Bovendien krijgt u dan ook extra informatie als aanvulling op dit PID.

Dit kan zijn:

  • bestraling (radiotherapie)
  • chemotherapie (een behandeling met medicijnen)
  • hormoontherapie (een behandeling met hormonen)
  • een combinatie van deze behandelingen.

Keuze maken

Het maken van een keuze kan veel spanning oproepen. Neem hier de tijd voor en neem geen overhaaste beslissing waarvan u later spijt krijgt. De uiteindelijke beslissing ligt bij u.

Om het een en ander nog eens op een rij te zetten, kunt u ook contact opnemen met uw behandelend gynaecoloog, de verpleegkundig specialist gynaecologie, de regieverpleegkundige oncologie of uw huisarts.

Aanvullend onderzoek

Voor de verdere behandeling kan aanvullend onderzoek nodig zijn. Dit gebeurt alleen als u klachten heeft die op uitzaaiingen kunnen wijzen, of als de uitbreiding en de grootte van het kwaadaardige gezwel daartoe aanleiding geven. Met behulp van de gegevens uit de onderzoeken kan de gynaecoloog een verdere behandeling adviseren.

Herstel thuis

Het is belangrijk dat u uzelf een aantal weken de tijd geeft om te herstellen. Eenmaal thuis in uw eigen omgeving komen vaak (opnieuw) emoties los. De afdelingsverpleegkundig zal zowel uw lichamelijk als uw geestelijk herstel met u bespreken tijdens een telefonisch gesprek dat enige tijd na uw ziekenhuis opname plaatsvindt. Aarzelt u niet uw vragen of gevoelens met haar te bespreken.

Omgaan met de veranderde situatie

Zowel de ziekte als de behandeling die u ondergaat, kunnen veel stress veroorzaken. Dit vraagt vaak veel van u, terwijl uw weerbaarheid juist minder is. Ook kan ziekte en behandeling veel gevolgen hebben voor uw dagelijks leven. Bijvoorbeeld in de omgang met anderen (partner, familie, vrienden), bij het vinden of hervatten van werk en/of huishouden en het weer doen van activiteiten die altijd belangrijk voor u waren. Bekijk goed welke werkzaamheden u thuis aan kunt en in welk tempo.

Probeer balans te vinden tussen activiteit en rust. Het kan zijn dat extra hulp thuis noodzakelijk is. Misschien kunt u dat in eigen familie- of vriendenkring regelen. Zo niet, dan kunt u in overleg met uw huisarts of met de afdelingsverpleegkundige aanvullende thuiszorg aanvragen. Als u een baan buitenshuis heeft, kunt u in overleg met uw arts na verloop van tijd uw werk weer hervatten. Hiervoor is geen bepaalde tijd te geven. Ieder mens is anders en uw herstel hangt nauw samen met de intensiteit van uw behandeling. Het is aan te raden om eerst bijvoorbeeld halve dagen te werken en dit langzaam uit te breiden.

Het kan moeilijk zijn om met deze veranderde situatie om te gaan en hierin een nieuwe weg te vinden. Soms roept het gevoelens op waarin u uzelf niet meer herkent. U kunt het gevoel hebben dat alles u overspoelt en dat u weinig greep meer op uw eigen situatie heeft. Ook kunnen er klachten ontstaan zoals slapeloosheid, vermoeidheid, concentratiestoornissen, seksuele problemen, lusteloosheid of onrust. Wanneer dit zo is, is het verstandig extra begeleiding te zoeken om te voorkomen dat u in een vicieuze cirkel terecht komt.

In dit ziekenhuis is een aantal zorgverleners gespecialiseerd in het begeleiden van (ex)kankerpatiënten. Er zijn maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers en psychologen. Met uw arts, de verpleegkundig specialist gynaecologie of de regieverpleegkundige oncologie kunt u bespreken wat in uw situatie het beste is. Zij kunnen voor u een afspraak maken met een van deze zorgverleners. Ook patiëntenverenigingen, zoals Olijf, kunnen veel herkenning en steun bieden.

Seksualiteit

Elke gynaecologische klacht, aandoening, onderzoek of behandeling kan gevolgen hebben voor uw seksueel functioneren. Ook hormonale veranderingen kunnen van invloed hierop zijn. Seksualiteit is een belangrijk onderdeel van het leven en problemen kunnen een bron van spanning geven, vaak ook binnen een relatie.

Seksuele problemen komen vaker voor dan de meeste mensen denken, maar niemand komt er gemakkelijk openlijk voor uit. Vaak is met deskundige hulp goed mogelijk seksuele problemen te verhelpen of meer draaglijk te maken. Aarzel niet om ook deze problemen met uw gynaecoloog, verpleegkundig specialist gynaecologie, regieverpleegkundige oncologie of huisarts te bespreken en vraag zo nodig verwijzing naar een seksuoloog.

Revalidatie na kanker

Er zijn verschillende mogelijkheden om onder deskundige begeleiding (weer) te gaan bewegen na een behandeling vanwege kanker. De regieverpleegkundige oncologie kan u hierover informeren.

Controles na de behandeling

De controles na uw behandeling zijn bedoeld om het opnieuw optreden van kanker op te sporen en om na te gaan of uw behandeling bijwerkingen heeft gehad. In de meeste gevallen is een nabehandeling niet nodig en is alleen operatief verwijderen van de baarmoeder en de eierstokken voldoende. Eventuele verdere behandeling is afhankelijk van het stadium van de kanker, van de uitslag van het pathologisch onderzoek (tumortype) en van bevindingen tijdens de operatie.

Tijdens de controlebezoeken wordt vooral besproken hoe het met u gaat en of u klachten heeft. Het aantal controles en door wie deze worden gedaan, is afhankelijk van de behandeling die u gehad heeft en welke eventuele aanvullende behandeling u gaat krijgen.

Als u geen nabehandeling ondergaat/heeft ondergaan wordt u (om en om) gecontroleerd door de gynaecoloog en door de verpleegkundig specialist gynaecologie. Zij is opgeleid om, naast de verpleegkundige en psychische zorg, ook de medische controles uit te voeren. Het controleschema dat voor u van toepassing is, zal met u worden besproken.

Lastmeter

De Lastmeter biedt u de mogelijkheid om zelf aan uw gynaecoloog of verpleegkundige te laten weten hoe het met u gaat. Het kan u helpen in gesprek te gaan met hen over zorgen of problemen die u door uw ziekte en behandeling ervaart. De werkwijze is dat u eerst in de thermometer aangeeft hoeveel last u de afgelopen week heeft gehad op lichamelijk, emotioneel, sociaal en praktisch gebied. Daarna vult u de probleemlijst in voor eventueel ervaren problemen in de afgelopen week.


20 oktober 2016 7015 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht