ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Inwendige radiotherapie van de vagina

Bij een inwendige bestraling (brachytherapie) wordt geen gebruik gemaakt van straling die opgewekt wordt door een apparaat, maar van straling uit een radioactieve bron die in het lichaam wordt gebracht. Brachytherapie is erop gericht om de straling precies af te geven in het gebied waar de tumor zit of heeft gezeten. Door inwendig te bestralen is de kans op beschadiging van omringend gezond weefsel zo klein mogelijk.

Uw radiotherapeut-oncoloog heeft u ingelicht over brachytherapie. In uw geval vindt deze plaats in de top van de vagina. De behandeling is erop gericht om de kans dat zich opnieuw kankercellen ontwikkelen te verkleinen. In deze folder kunt u nalezen hoe deze behandeling verloopt. Het is goed om u te realiseren dat de behandeling van patiënt tot patiënt kan verschillen. Deze kan dus afwijken van de informatie die in deze folder staat beschreven.

Een volledige behandeling kan bestaan uit één of meerdere inwendige bestraling(en); het kan ook een combinatie zijn van uitwendige- en inwendige bestralingen.

Voorbereiding

Patiëntenvoorlichting

Voorafgaand aan uw afspraak voor de bestraling krijgt u van één van onze voorlichtingslaboranten uitleg over de behandeling. Met behulp van beeldmateriaal zal de laborant de gang van zaken nogmaals aan u uitleggen. In alle rust kunt u eventuele onduidelijkheden of vragen met de voorlichtingslaborant bespreken.

De CT-scan
Voorafgaande aan de behandeling wordt een CT-scan gemaakt. Deze CT-scan wordt gemaakt om u nauwkeurig te kunnen bestralen. Voordat deze scan plaats kan vinden voert de arts eerst een gynaecologisch onderzoek uit. Tijdens dit onderzoek wordt bepaald welke maat applicator geschikt is voor u. Dit wordt bepaald met behulp van een pascilinder, het zoeken naar de juiste maat gaat rustig en in overleg met u. Wanneer de juiste maat gevonden is wordt de pascilinder verwijderd en wordt er een cilindervormige applicator bij u ingebracht, In deze applicator zit een buisje waar de stralingsbron zich door kan bewegen tijdens de bestraling. Deze applicator wordt met een speciaal verband bevestigd zodat deze niet kan verschuiven. Vervolgens wordt er een CT-scan gemaakt om te beoordelen of de applicator goed zit. De CT-scan is alleen bij de eerste bestraling noodzakelijk.

Het bestralingsplan

Uw behandelend arts geeft op de CT-scan precies aan waar de bestraling moet plaatsvinden. Vervolgens wordt er door de radiotherapeutisch laboranten een bestralingsplan gemaakt. Dit neemt ongeveer 10 minuten in beslag en is alleen bij de eerste bestraling noodzakelijk.

Bestraling

Zodra het bestralingsplan klaar is, kan de behandeling starten. De applicator wordt aangesloten op het bestralingsapparaat. Deze lijkt op een soort verrijdbare kluis en bevindt zich naast de behandeltafel. In dit apparaat zit een radioactieve bron die door bediening van buitenaf via de applicator op de juiste plaats komt. De radioactieve straling is verdwenen, zodra de bron zich weer in het apparaat bevindt. U bent zelf na de behandeling niet radioactief en ook uw urine, ontlasting en dergelijke zijn niet besmet. Er zijn dus geen speciale maatregelen nodig na de bestraling. De bestraling zal, afhankelijk van het bestralingsplan en de radioactiviteit van de bronnen, tien tot twintig minuten duren. Van de bestraling zelf voelt u niets. Tijdens de bestraling ligt u alleen in de bestralingsruimte. U wordt via een camera in de gaten gehouden en eventueel kunnen de arts en laboranten met u communiceren via de intercom. Na de bestraling wordt de applicator meteen verwijderd. Het kan zijn dat u wat vocht of bloed verliest na de behandeling. U kunt hiervoor een inlegkruisje krijgen. Na de behandeling kunt u gewoon naar huis.

Bij de volgende behandelingen hoeft er geen CT-scan meer gemaakt te worden en is de maat van de applicator bekend. De arts kan de juiste applicator meteen inbrengen. De bestraling gaat verder op dezelfde manier als de eerste keer. De eerste keer zal de totale behandeling ongeveer een uur in beslag nemen, de volgende keren zal dat ongeveer een half uur zijn.

Bijwerkingen

Korte termijn

Na de behandeling heeft u in principe geen pijnklachten. U kunt wel wat last hebben van gering bloed- of vochtverlies via de vagina. Dit is gebruikelijk en geen reden tot ongerustheid. Ook kunt u last hebben van een branderig gevoel bij het plassen en/of lichte diarreeklachten. Dit verdwijnt in de meeste gevallen binnen enkele dagen.

Lange termijn

Op langere termijn kan er verkleving van de slijmvliezen in de top van de vagina optreden. Dit is medisch gezien niet ernstig, maar het is voor de controles bij de gynaecoloog en radiotherapeut wenselijk de vaginatop goed te kunnen controleren. Verder kan het vervelend zijn bij het vrijen. De schede wordt door verkleving namelijk korter. Het optreden van deze verkleving kunt u voorkomen door na de laatste bestraling elke dag gedurende twee weken een tampon met vaseline hoog in de schede in te brengen. Na enkele uren mag de tampon weer verwijderd worden. U mag de tampon ook voor de nacht inbrengen, als u dat prettiger vindt. Voor het openhouden van de vagina kan ook een speciaal staafje gebruikt worden, een pelotte. Uw radiotherapeut kan u hier meer over vertellen.

Ook het hebben van geslachtsgemeenschap in een vroeg stadium kan het optreden van verklevingen helpen voorkomen. De eerste weken na de radiotherapie kan het hebben van geslachtsgemeenschap vanwege irritatie van de slijmvliezen in de schede extra gevoelig en daardoor onaangenaam zijn. Deze overgevoeligheid verdwijnt meestal vanzelf na enige tijd. De slijmvliezen in de top van de schede zijn na de bestraling blijvend kwetsbaarder dan voorheen. U hoeft daar niets van te merken. Soms kan er echter na het hebben van geslachtsgemeenschap een geringe hoeveelheid bloedverlies uit de vagina optreden. Hier hoeft u niet van te schrikken en dit hoeft niet te worden behandeld. Als de klachten echter nieuw of hevig zijn, schroom dan niet om contact op te nemen met uw behandelend arts, ook wanneer u het niet vertrouwd.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de afdeling Radiotherapie:

Zwolle

Radiotherapie
(038) 424 54 49 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.


25 september 2017 7035 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht