ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Hartrevalidatie (PID): H3 Het informatieprogramma (INFO-module)

Patiënten Informatie Dossier

​INFO-module

Het is voor u als hartpatiënt van groot belang om goed geïnformeerd te zijn. Dit kan u helpen bij de verwerking van wat is gebeurd en bij het op verantwoorde wijze weer oppakken van de taken in het gezin, werk en vrije tijd. Vrijwel iedere patiënt zal in het informatieprogramma, ook wel de INFO-module genoemd, zijn of haar eigen risicofactoren herkennen of leren kennen.

De INFO-module bestaat uit drie informatiebijeenkomsten. Leden van het hartrevalidatieteam verzorgen deze bijeenkomsten. U wordt geïnformeerd over hart- en vaatziekten, de ontstaanswijze en de behandeling. Ook besteden de bijeenkomsten aandacht aan hoe u kunt omgaan met uw hartaandoening. Daarnaast komen de risicofactoren aan de orde en hoe u deze kunt beïnvloeden.

Hieronder staan de onderwerpen die aan bod komen tijdens de drie bijeenkomsten op een rij:

  • hartziekten: oorzaak en behandeling door de arts of (verpleegkundig) specialist
  • goede leefstijl rond hartziekten (door de leefstijltrainers)
  • gezonde eet- en drinkgewoonten (door de diëtist)
  • gevolgen hartklachten in het dagelijks leven (door de maatschappelijk werker).

We sluiten de infomodule af met een individueel gesprek met een verpleegkundige. Hierin nemen we uitslagen met u door en kijken we naar het vervolg van het revalidatieprogramma en wat u hiervoor nog nodig heeft. Nadat de trainingen zijn afgerond, vindt er nog een uittakegesprek plaats. Tijdens dit uittakegesprek evalueren we uw revalidatieprogramma en bijbehorende doelen. We kijken of we uw revalidatie succesvol kunnen afronden en wat hier eventueel nog voor nodig is.

Partners en direct betrokkenen

De gevolgen beperken zich meestal niet tot de patiënt zelf. Daarom zijn ook de partners of andere direct betrokkenen uitgenodigd voor de informatiebijeenkomsten. Er is tijdens de bijeenkomsten meer dan voldoende gelegenheid voor het stellen van vragen.

Hartziekten: oorzaak en behandeling

De werking van het hart en het ontstaan van hartziekten

Het hart heeft een belangrijke functie. Het pompt het bloed rond in het lichaam zodat de organen zuurstof en voedingsstoffen aangeleverd krijgen. Het hart is een holle spier en ligt midden in de borstholte.
Het hart bestaat uit vier ruimten:


Afbeelding 1. Werking van het hart
  1. Het bloed stroomt vanuit de bovenste en de onderste lichaamshelft via de zogenaamde holle aders in de rechter boezem (1).
  2. Vervolgens stroomt het naar de rechter hartkamer (2) die het bloed naar de longen pompt. Daar wordt het bloed van zuurstof voorzien.
  3. Het zuurstofrijke bloed komt opnieuw in het hart en wel in de linker boezem (3).
  4. Daarna wordt het door de linker hartkamer (4) in het lichaam gepompt. De linker kamer is het belangrijkste gedeelte van het hart omdat vandaar het bloed in het lichaam gepompt wordt.

In het hart is sprake van eenrichtingsverkeer dankzij de vier hartkleppen, die de vier ruimten van elkaar scheiden en voorkomen dat het bloed terugstroomt.

De hartspier zelf heeft ook zuurstof en voedingsstoffen nodig. De kransslagaders, dunne slagaders die aan de buitenkant van het hart lopen, zorgen hiervoor.

Prikkel

Net als aan de motor van bijvoorbeeld een auto, kan aan het hart een mechanisch gedeelte (de pompfunctie en de hartkleppen) en een elektrisch gedeelte (sinusknoop en geleidingsbanen) worden onderscheiden.

De sinusknoop, ook wel de gangmaker van het hart genoemd, levert zwakke elektrische stroompjes die via speciale geleidingsbanen door het hart worden geleid. Zij geven de prikkel waardoor de hartspier gaat samentrekken. In rust trekt het hart zestig tot zeventig keer per minuut samen, bij inspanning neemt de zogenaamde hartfrequentie (hartslag) toe.

Hartfunctiestoornissen

Bij hartfunctiestoornissen is een onderscheid te maken tussen:

  • aangeboren hartafwijkingen
  • niet-aangeboren hartafwijkingen, zoals:
    • hartritmestoornissen
    • klepafwijkingen
    • kransslagaderafwijkingen
    • hartspierziekten.

Hartritmestoornissen

Stoornissen in de vorming en/of doorgeleiding van de elektrische stroompjes in het hart veroorzaken hartritmestoornissen; behandeling is meestal niet nodig.

Als een behandeling wenselijk is, kunnen medicijnen worden voorgeschreven. Als medicijnen onvoldoende werkzaam zijn of als er direct gekozen wordt voor een andere behandeling, kan door middel van een elektrische hartkatheterisatie (ablatie) een heel klein stukje weefsel aan de binnenzijde van het hart worden weggebrand, waardoor de ritmestoornis niet meer kan optreden.

Soms is het plaatsen van een pacemaker noodzakelijk ter ondersteuning van het ritme en/of ter voorkoming van ritmestoornissen.

Klepafwijkingen

Van afwijkende hartkleppen is sprake wanneer een klep vernauwd is of lekt; de combinatie van vernauwing en lekkage komt ook vaak voor. Wanneer een klepafwijking een te grote belasting voor het hart gaat vormen en tot belangrijke klachten leidt, zal er een operatie plaatsvinden. Hierbij wordt een klep vervangen of gerepareerd.

Kransslagaderafwijkingen

Door vernauwingen in de kransslagaderen kan (tijdelijk) zuurstofgebrek van de hartspier ontstaan, hetgeen leidt tot pijn of druk op de borst, soms met uitstraling naar linkerarm, rechterarm, kaken of schouderbladen. Dit heet angina pectoris. De behandeling bestaat allereerst uit medicijnen die de zuurstofbehoefte van het hart verminderen of de toevoer verbeteren.

Dotterbehandeling

Bij onvoldoende resultaat kan de zuurstofaanvoer door de kransslagaderen worden verbeterd door bijvoorbeeld een dotterbehandeling (PTCA, Percutane Transluminale Coronaire Angioplastiek). Hierbij wordt een katheter met aan het eind dun ballonnetje op de plaats van de vernauwing gelegd. Het ballonnetje wordt opgeblazen en de vernauwing wordt als het ware weggedrukt.

 

Afbeelding 2. Dotterbehandeling

In sommige gevallen wordt hierbij een stent geplaatst om het eindresultaat te verbeteren. Een stent is een hulsje van metaal of kunststof dat nog het best vergeleken kan worden met het veertje van een ballpoint. Een stent voorkomt dat de wanden van een gedotterde slagader samenvallen en zo het vat kunnen afsluiten.

Bypassoperatie

Als de bovenstaande behandelingen technisch niet mogelijk zijn (bij te veel vernauwingen, op een ongunstige plaatsen gelegen, etc.), dan kan worden gekozen voor een bypassoperatie (CABG, Coronary Artery Bypass Graft). Met behulp van een of meer aders uit het been of de slagader uit de borstwand of buik legt de hartchirurg een omleiding aan (vaak betreft het meerdere omleidingen).


Afbeelding 3. Bypassoperatie

 

Wanneer een kransslagader wordt afgesloten, meestal door een stolsel, ontstaat er een hartinfarct waarbij een gedeelte van de hartspier afsterft door zuurstofgebrek. De grootte van het hartinfarct kan worden beperkt door:

  • het toepassen van een acute dotterprocedure, waarbij het stolsel wordt weggedrukt, of
  • het geven van krachtige stolsel-oplossende middelen waardoor het stolsel wordt opgelost.

Hartspierziekte

Door een hartinfarct, maar ook door lang bestaande hoge bloeddruk, klepafwijkingen, lang bestaande ritmestoornissen of door een ziekte van de hartspier zelf kan de pompfunctie van het hart ernstig worden aangetast. Bij een hartspierziekte is de pompfunctie van het hart verzwakt zonder dat men daarvoor altijd een duidelijke oorzaak vindt.

Risicofactoren

Het ontstaan van vernauwingen in de kransslagaderen wordt veroorzaakt door atherosclerose. Het gaat hierbij om ophopingen van met name vetachtige stoffen (onder andere cholesterol) in de bloedvatwand.

Hoewel de echte oorzaak hiervoor nog niet helemaal duidelijk is - de stofwisseling in de vaatwand is een zeer ingewikkeld proces - zijn er wel factoren bekend die dit proces bevorderen. Dit zijn de zogenaamde risicofactoren.

De belangrijkste risicofactoren zijn:

  • roken
  • hoge bloeddruk
  • diabetes mellitus (suikerziekte)
  • verhoogd cholesterol
  • familieleden met hart- en vaatziekten voor het zestigste levensjaar
  • weinig lichaamsbeweging
  • overgewicht.

De Nederlandse Hartstichting geeft over deze onderwerpen verschillende folders uit, die verkrijgbaar zijn op de cardiologische verpleegafdelingen, op afdeling Hartrevalidatie en op de poliklinieken Cardiologie en Thoraxchirurgie. De informatie die daarin wordt gegeven is veel uitgebreider dan u hier aantreft.

Roken

Roken is ongezond voor jong en oud. Het verband tussen roken en hart- en vaatziekten is inmiddels duidelijk vastgesteld door bevolkingsonderzoeken en studies van menselijke organen.

Roken bevordert op zichzelf het optreden en de verergering van hart- en vaatziekten. In combinatie met andere risicofactoren (bijvoorbeeld hoge bloeddruk en hoog cholesterolgehalte in het bloed) worden de risico’s zelfs extra sterk verhoogd.
Ziekten van hart- en bloedvaten worden veroorzaakt door onvoldoende doorbloeding van het spierweefsel. Het gevolg hiervan is dat onder andere in de hartspier zuurstoftekort optreedt.

Nicotine in tabaksrook verhoogt direct de hartslag en vernauwt de bloedvaten; hierdoor wordt de bloeddruk verhoogd en neemt de behoefte aan zuurstof toe. Ook voor andere organen en weefsels is roken schadelijk. Door te stoppen met roken wordt de directe schadelijke werking van koolmonoxide en nicotine weggenomen. Langzamerhand verminderen ook de overige risico’s die het roken heeft meegebracht.

Hoge bloeddruk

Bloeddruk is de druk die in een bloedvat heerst. Het is te vergelijken met een tuinslang. Bij een niet te dikke slang nemen en de kraan een beetje open, dan kun je de slang nog makkelijk indrukken: er heerst een lage druk in de slang.

Gaat de kraan helemaal open en sluit je het eind van de slang met onze duim grotendeels af, dan is dezelfde slang nog slechts met moeite in te drukken: er is een hoge druk.
In tegenstelling tot wat heel veel mensen denken, is de druk in onze bloedvaten niet steeds hetzelfde. De bloeddruk schommelt soms van minuut tot minuut, net zoals de hartslag steeds wisselt. Bij emotie gaat het hart steeds sneller kloppen en gaat de bloeddruk omhoog. Gedurende de slaap gebeurt meestal het omgekeerde.
De bloeddruk wordt aangegeven in millimeter - kwik: mm Hg, bijvoorbeeld 120/80 mm Hg. Het eerste (en hoogste) getal is de bovendruk, het tweede (en laagste) getal de onderdruk. In de medische benaming heet de bovendruk de systolische druk en de onderdruk de diastolische druk.

Door hoge bloeddruk kunnen beschadigingen in de vaatwand ontstaan. Hierop zetten zich gemakkelijk vetten en cholesterol af (atherosclerose of aderverkalking), waardoor de bloedvaten nauwer kunnen worden. De weerstand in de bloedvaten neemt toe, met als gevolg dat het hart steeds harder moet werken om het bloed rond te pompen. Hoge bloeddruk kan verder oplopen door overgewicht. Gewichtsvermindering is dan verstandig.

Ook voldoende lichamelijke beweging blijkt gunstig te zijn. Dat zijn twee vliegen in één klap, want beweging helpt bij het vermageren en gewichtsverlies maakt het bewegen weer gemakkelijker!

Spanningen leiden tot stijging van de bloeddruk. Probeer onnodige spanningen te vermijden, maar bedenk wel dat het leven zonder gezonde spanning nauwelijks meer écht leven is!

Zoutgebruik kan bij een patiënt met hoge bloeddruk schadelijk zijn. Dan is vaak rigoureuze zoutbeperking nodig. Het is dus veel beter om aan te wennen voorzichtig met zout om te springen; niet alleen bij het eten aan tafel, maar ook bij het bereiden van de maaltijden in de keuken. Wie er langzaam aan went minder zout te gebruiken, ervaart dat vaak helemaal niet als onplezierig.

Diabetes mellitus (suikerziekte)

Diabetes mellitus is een zogenaamde stofwisselingsziekte. Hierbij kan het lichaam koolhydraten en vetten niet op de gebruikelijke manier verwerken.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen insulineafhankelijke diabetes mellitus en niet-insulineafhankelijke diabetes mellitus (meestal is dit ouderdomsdiabetes). Van deze laatste groep is bekend dat gewichtsafname een gunstige invloed kan uitoefenen op de ernst van hart- en vaatziekten.

Diabetes en hoge bloedsuikerwaarden kunnen samengaan met een hoge bloeddruk en een hoog cholesterolgehalte. Op zichzelf zijn dit al risicofactoren voor hart en bloedvaten. Voor iedereen met diabetes is het belangrijk risicofactoren te kennen, maar vooral ook om er iets aan te doen.

Verhoogd cholesterol

In landen waar weinig hartinfarcten voorkomen, blijkt dat het cholesterolgehalte in het bloed aanzienlijk lager ligt dan wat wij in Nederland ‘normaal’ noemen. Omgekeerd blijkt ook dat, naarmate het (gemiddelde) cholesterolgehalte bij een bevolking hoger is, er meer infarcten optreden. Gelukkig is er ook aangetoond dat zo’n bevolking infarcten kan verminderen door verstandiger te gaan eten.

Cholesterol is een vetachtige stof die een mens niet kan missen. Elke cel van het lichaam bestaat voor een deel uit cholesterol en zonder dat cholesterol zou de ‘lichaamsmachine’ vastlopen. Als bouwstof voor de cellen is cholesterol nodig. Daarom moet het via het bloed door het hele lichaam worden getransporteerd.

Cholesterol wordt in hoofdzaak door het lichaam zelf gemaakt; slechts ongeveer een vijfde deel van het cholesterol in ons bloed komt met voeding naar binnen. Het overige wordt in de lever en in de darmen gemaakt.

Familiair belast

In sommige families komen hart- en vaatziekten meer voor dan in andere. Men spreekt van familiair als hart- en vaatziekten zich vóór het zestigste levensjaar voordoen. Dit is een erfelijke kwestie. Om de oorzaak hiervan te achterhalen is er nog veel wetenschappelijk onderzoek nodig. Deze risicofactor is op zich niet te verkleinen.

Als er sprake is van combinaties met andere risicofactoren die wel te beïnvloeden zijn, is het zeker de moeite waard om de kans op een incident kleiner te maken. Op die manier kunt u hierop toch indirect wat invloed uitoefenen.

Weinig lichaamsbeweging
In het streven naar een betere leefwijze mag bewegen niet worden vergeten. Dit is ondertussen wel bekend. Alleen de samenleving is er niet op ingesteld. Voor velen is het dagelijkse leven een zittend leven. Wie anders wil, moet bewust kiezen.

Beginnen met traplopen in plaats van met de lift gaan, de fiets in plaats van de auto nemen en zich actiever gedragen tijdens vrije tijd en vakanties (wandelen, zwemmen). Bij hardlopen, joggen, dansen, gymnastiek en andere langdurige lichamelijke inspanning zal het opgeslagen vet worden verbrand en dit levert een goede bijdrage aan gewichtsverlies.

Overgewicht

Overgewicht is een risicofactor voor het ontstaan van hart- en vaatziekten, omdat overgewicht de bloeddruk en het cholesterolgehalte verhoogt. De balans tussenenergieverbruik en energieopname moet zo veel mogelijk gelijk blijven. Voor meer informatie kunt u terecht bij de diëtist en bij de Nederlandse Hartstichting, die informatiemateriaal beschikbaar heeft.

Goede leefstijl rond hartziekten

Een psycholoog is deskundig op het gebied van gedrag en emoties. Hij/zij kan behulpzaam zijn bij het vergroten van eigen inzicht in en het zo nodig veranderen van gedrag. De klinisch psycholoog, werkzaam in een ziekenhuis, heeft daarnaast uitgebreide kennis over gedrag en emoties in samenhang met lichamelijke ziekten.

Lichamelijk ziek zijn heeft ook psychologische gevolgen. De klinisch psycholoog kan begeleiding geven bij emotionele reacties en verwerking. Maar hij/zij kan ook psychotherapie bieden, ten behoeve van bijvoorbeeld gedragsverandering, wanneer bepaald gedrag een ziekte of juist het genezingsproces nadelig beïnvloedt.

Emoties en gedrag bij hart- en vaatziekten

Na een hartstoornis kampen u en de mensen om u heen ieder op eigen wijze met hun emoties. Deze emoties variëren van verdriet en bang zijn tot boosheid en opluchting. Deze emoties zijn weliswaar niet abnormaal maar kunnen wel hinderlijk zijn. Soms staan ze een terugkeer naar de oude situatie en het genezingsproces in de weg.

Terwijl u kampt met bovengenoemde gevoelens, krijgt u tegelijkertijd veel adviezen, zoals stoppen met roken, eetgewoontes veranderen en meer aan lichaamsbeweging doen. U voelt zich vaak zelf al schuldig over ‘overtredingen’ en krijgt daarnaast ook nog kritiek van uw partner of anderen in uw omgeving. Het is al moeilijk genoeg om uw leefstijl aan te passen. Als u ergens gespannen van wordt, dan is het wel de goedbedoelde raad van alle kanten om voortaan vooral de stress te vermijden.

Wat is stress?

De beste vertaling voor stress in het Nederlands is eigenlijk gewoon spanning, en vooral een teveel aan spanning. Elke gebeurtenis of verandering die om een aanpassing vraagt, brengt spanning met zich mee. Spanning is dus niet per se ongezond, maar is op veel momenten nodig en nuttig om te kunnen presteren en functioneren.

Er ontstaat stress wanneer er geen evenwicht meer is tussen de draagkracht en de draaglast. Anders gezegd: u krijgt meer te verwerken dan u aankunt. Stress is normaal bij ingrijpende gebeurtenissen in het leven, zoals een hartinfarct of een hartoperatie, ontslag, echtscheiding, ziekte, het overlijden van een dierbare, en op hoogtijdagen zoals een huwelijk, een verhuizing of de geboorte van een kind.
Maar ook meer alledaagse zaken zoals files, ruzie in de familie, dingen kwijt zijn of een verregende vakantie kunnen stress met zich meebrengen.

Draagkracht en draaglast

Draaglast zegt iets over het aantal (ingrijpende) gebeurtenissen dat men in zijn leven te verwerken krijgt. De draaglast verschilt van persoon tot persoon. Draagkracht is het vermogen deze gebeurtenissen aan te kunnen en te verwerken.

Deze draagkracht verschilt ook per persoon, dat wil zeggen: sommige mensen hebben door vaardigheden, kennis of ervaring meer draagkracht dan andere mensen. Ook speelt een rol of iemand zich lichamelijk goed voelt of niet.

Stress of een ingrijpende gebeurtenis zoals een hartaandoening, kunnen de volgende reacties voorkomen:

  • Het lichaam reageert op stress door de hartslag te verhogen, de bloeddruk te laten stijgen, de spieren te spannen enzovoort, waardoor na langdurige stress hoofdpijn, spierpijn en vermoeidheid kunnen ontstaan. Zelfs de kans op infecties wordt groter.
  • Gevoelsmatige reacties op stress zijn onder andere angst, opwinding, irritatie, onzekerheid, lusteloosheid, somberheid.
  • Als reactie op de stress bekruipen negatieve gedachten de persoon: het ‘malen en piekeren’ over zichzelf, over anderen, over heden en toekomst.
  • In gedrag reageert mensen op de stress door ongezond te eten of alcohol te drinken, te roken, meer medicijnen te gebruiken, zich terug te trekken uit sociale contacten, druk te praten, geen plezierige of ontspannende dingen meer te doen, zich op het werk te storten enzovoort. Ook ontstaan als reactie op stress vaak slaapstoornissen.

Schade

Door meerdere stressvolle gebeurtenissen achter elkaar of een opeenstapeling zonder voldoende tijd voor herstel kan een ongezonde stresstoestand ontstaan die op de lange duur ook schade veroorzaakt in het lichaam.
De grootste schade wordt aangericht door de ongezonde gedragingen waarin de stress zich uit. Deze gedragingen worden een gewoonte en zo ontstaat een ongezonde leefstijl. Voor het veranderen van gedrag en het hanteren van stress zijn er verschillende mogelijkheden.

Veranderen ongezonde leefgewoonten

Een goed voornemen alleen is niet genoeg. Een plan werkt beter, zoals:

  • Houd nauwkeurig in de gaten wanneer en in welke situatie de ongezonde gewoonte zich vooral voordoet. Schrijf ze op.
  • Maak een afspraak hoe u de ongezonde gewoonte wilt aanpakken, bijvoorbeeld door meer naar buiten te gaan, afleiding te zoeken, te ontspannen of een cursus te volgen om de ongezonde leefgewoonte aan te pakken.
  • Maak een actieplan in kleine stappen. Wanneer u bijvoorbeeld niet gewend bent om te sporten, maak dan niet meteen het plan om elke ochtend een half uur te joggen, maar probeer elke dag een kwartier te fietsen en/of te wandelen.
  • Beloon uzelf als er een stap in het actieplan is gelukt, bijvoorbeeld door iets leuks voor uzelf te kopen of een avond uit te gaan.
  • Houd rekening met terugval; alle begin is moeilijk en de volhouder wint!

Omgaan met stress

  • Ontspan door het doen van ontspanningsoefeningen, naar buiten te gaan, een fijn boek te lezen, naar mooie muziek te luisteren, enzovoort.
  • Stop met onnodig piekeren en probeer reëel te denken. Soms zijn er meer manieren om tegen een situatie aan te kijken.
  • Durf vaker ‘nee’ te zeggen.
  • Durf ‘ja’ te zeggen tegen hulp die u kunt gebruiken en durf ook zelf om hulp te vragen.
  • Weiger onnodige hulp van goedbedoelende anderen.

Vicieuze cirkel van ongerustheid en spanning

Na een hartinfarct of na een hartoperatie kan het vanzelfsprekende vertrouwen in het lichaam geschonden zijn. Ongerustheid en angst voor een (nieuw) hartinfarct kunnen echter ook spanning in het lichaam veroorzaken en deze spanning kan weer klachten doen ontstaan die ‘lijken’ op een hartinfarct.

Hieronder wordt dit proces van opeenvolgende reacties uitgelegd en worden aanwijzingen gegeven om een vicieuze cirkel te voorkomen of te doorbreken.

‘Bang zijn voor een (volgend) hartinfarct of voor plotseling overlijden aan een hartziekte’

Onzekerheid, angst of bange gevoelens zijn voor een deel een normale reactie op een situatie die gevaarlijk is. In uw geval is dat het hartinfarct of een hartoperatie geweest, of de opname of de behandeling.

Ook minder bedreigende situaties kunnen angstreacties oproepen. Denk bijvoorbeeld aan een rij- of eindexamen of dat u op het nippertje de trein moet halen voor een belangrijke afspraak. Lichamelijke reacties die bij dit soort situaties horen, zijn: sneller kloppen van het hart, het warm krijgen, trillende handen of benen en een droge mond.

Deze reacties kunnen helemaal geen kwaad: ze zijn er om lichaam en geest klaar te maken voor actie, klaar om te reageren en waakzaam te zijn. De bloeddruk gaat daarom omhoog waardoor er meer bloed naar de spieren gepompt wordt, het hart gaat sneller kloppen en het lichaam gaat zweten.

Deze verschijnselen zijn geen tekenen van een hartaanval. Als het examen achter de rug is, als u de trein heeft gehaald, kortom als het gevaar geweken is, herneemt het lichaam zijn rust.

Maar nu de ongerustheid of de bange gevoelens voor een (volgend) hartinfarct of voor plotseling overlijden. U heeft onlangs een levensbedreigende situatie meegemaakt. Het automatische vertrouwen dat u hiervóór mogelijk had in uw lichaam, is geschonden. Dat betekent dat u oplettender bent geworden.

Op zich is dat niet schadelijk: een gewaarschuwd mens telt immers voor twee. Het kan echter zo zijn dat u onbewust of bewust zo veel op uw lichaam bent gaan letten dat u er last van heeft gekregen. Het lichaam raakt hierdoor gespannen. Uw lichaam reageert dan met de normale reacties op spanning als hierboven genoemd. U merkt deze reacties op en dan is het risico groot dat u ze verkeerd uitlegt als signalen of tekenen van een dreigend infarct of plotselinge dood.

Dat u bang wordt en mogelijk zelfs in paniek kunt raken, is begrijpelijk. Om de ongerustheid of de paniek te verminderen, probeert u de risico’s zo klein mogelijk te maken door minder te gaan bewegen en constant uw polsslag of bloeddruk te gaan meten. Ook kan het zijn dat u steeds vaker uw arts gaat bezoeken of geruststelling aan uw partner gaat vragen. De bange gevoelens nemen dan af en de rust in het lichaam keert terug.

Deze reacties hebben dus een vermindering van ongerustheid tot gevolg, waardoor de gedachte dat u steeds op uw lichaam moet blijven letten, lijkt te kloppen. En ook uw verkeerde uitleg van de lichamelijke spanningsreacties lijkt daarmee bevestigd. Zo is de cirkel rond en zult u dus steeds meer gefixeerd raken op uw lichaam en uw lichaam steeds meer proberen te ontzien.

Hieronder vindt u in een schematisch overzicht een aantal aanwijzingen om beter met deze ongerustheid en spanning om te gaan.

Hoe kunt u deze cirkel doorbreken?

Bij lichamelijke inspanning

Bij ongerustheid of angst, of wanneer u te veel op uw hart let:
  • Waar heeft de spanning mee te maken?
  • Niet uw polsslag of bloeddruk controleren.​
  • Wat doet u, waar bent u, wie is er bij u?​
  • Geen geruststellingen vragen.​
  • Ontspanningoefeningen doen​
  • Ontspanningsoefeningen doen.​
  • Bespreek een goede vorm van bewegen met uw cardioloog of fysiotherapeut en leef zo gezond mogelijk.


Gezonde eet- en drinkgewoonten

De diëtist geeft onder andere voorlichting over goede voeding bij hart- en vaatziekten. Het is bekend dat een aantal factoren de kans op hart- en vaatziekten vergroten. De risicofactoren die door gezonde eet- en drinkgewoonten te beïnvloeden zijn, zijn:

  • te hoog cholesterol
  • overgewicht
  • hoge bloeddruk

Gezonde voeding

Er is een relatie tussen voeding en hart- en vaatziekten. Het is daarom belangrijk om dagelijks voeding te gebruiken die voldoet aan de richtlijnen voor gezonde voeding.

Gezond eten betekent dat u alle voedingsstoffen in de juiste hoeveelheid binnen krijgt. Eet daarom gevarieerd!

De Schijf van Vijf is een goede basis voor gezonde voeding.

 

Afbeelding 1: De Schijf van Vijf

Te hoog cholesterol (hypercholesterolemie)

Cholesterol is een vetachtige stof die het lichaam nodig heeft als bouwstof voor lichaamscellen en hormonen. Zonder cholesterol kan het lichaam niet functioneren. Maar een teveel ervan is schadelijk.

Oorzaken van een te hoog cholesterol zijn:

  • eten van veel verzadigd vet
  • eten van veel cholesterolrijke producten bijvoorbeeld eidooier, garnalen, paling, orgaanvlees
  • te hoog lichaamsgewicht
  • erfelijke aanleg.

Wat kunt u doen om uw cholesterol op peil te houden:

  • weinig verzadigd vet eten, want te veel verzadigd vet verhoogt het cholesterolgehalte
  • veel vezels eten, want vezels zorgen voor een goede darmwerking en binden een klein beetje cholesterol aan zich vast
  • regelmatig bewegen.

Vetten

Vetten vormen samen met koolhydraten een belangrijke energiebron voor het lichaam. Ze zorgen voor de aanvoer van de in vet oplosbare vitamines A, D en E en het zijn belangrijke smaakmakers in onze voeding. Vetten zijn hoofdzakelijk opgebouwd uit vetzuren.

Verzadigde vetzuren verhogen het cholesterol. Ze komen veel voor in: roomboter, margarine in een wikkel, volvette kaas, volle melkproducten, vette vleessoorten, vette vleessoorten, kokos, koekjes, chocolade, gebak, snacks en plantaardig gehard vet. Producten die veel verzadigd vet bevatten zoals roomboter of gewone margarine, zijn stevig als ze uit de koeling worden gehaald.

Onverzadigde vetzuren verlagen het cholesterol. Ze komen veel voor in: bijna alle soorten olie (waaronder olijfolie), vloeibaar bak- en braadvet, dieetmargarine, dieethalvarine, noten/zaden en vette vis.

Overgewicht

Overgewicht is een risicofactor voor het ontstaan van hart- en vaatziekten, omdat overgewicht de bloeddruk en het cholesterolgehalte verhoogt. De balans tussen energieverbruik en energieopname moet zo veel mogelijk gelijk blijven.

Het energieverbruik bestaat uit uw dagelijkse handelingen zoals beweging en sport. De energieopname betreft uw eet- en drinkgewoonten: wat eet en drinkt u, hoe vaak, hoeveel per keer.

Wat kunt u doen tegen overgewicht:

  • sla geen maaltijden over
  • wees zuinig met vet, suiker en alcohol
  • maak gebruik van caloriearme snacks
  • zorg voor een half uur lichaamsbeweging per dag
  • verander uw eetpatroon in kleine stappen en voorkom het jojo-effect (schommelen van het gewicht).

Hoge bloeddruk (hypertensie)

Zoutgebruik kan bij een patiënt met hoge bloeddruk schadelijk zijn. Dan is een zoutbeperking vaak nodig. Voor iedereen geldt dat het in het algemeen beter is om zuinig met zout om te springen en het gebruik terug te brengen naar vijf tot zes gram per dag.

Dit kan bijvoorbeeld door:

  • warme maaltijd
    • zo min mogelijk zout toevoegen
    • minder zoute smaakmakers of kant-en-klaarproducten gebruiken
    • minder gemarineerde, gekruide of gepaneerde vlees of vis eten
    • gebruik maken van (verse) kruiden in plaats van zout
    • gebruik maken van speciale kruidenmixen zonder zout.

Samengevat

Door een goede voeding te gebruiken kunt u de risicofactoren voor het ontstaan van hart- en vaatziekten verminderen. Een goede voeding houdt in:

  • eet gevarieerd
  • eet minder verzadigd vet
  • eet meer onverzadigd vet
  • eet voldoende vezels
  • eet ten minste één keer per week (vette) vis
  • eet veel groente
  • wees zuinig met zout.

Gevolgen hartklachten in het dagelijks leven

De ‘beleving’ van het hart

Tijdens de informatiebijeenkomsten bij het Isala Harthuis heeft u van de verpleegkundige en de cardioloog medische informatie gekregen over de werking van het hart, de risicofactoren voor hart- en vaatziekten en de behandeling daarvan. Dat is medisch gezien voor u een belangrijk verhaal dat veel helderheid kan geven over uw hartaandoening. In de bijeenkomsten met de fysiotherapeut, diëtiste en psycholoog werd ingegaan op risicofactoren en leefstijl.

De 'beleving' van het hart en de problemen met het hart is toch iets anders dan een medisch verhaal.  Het hart is niet alleen de motor die ons lichaam van zuurstofrijk bloed blijft voorzien, het hart heeft ook een emotionele betekenis. Niet alleen omdat we zonder hart niet verder kunnen leven, maar ook omdat allerlei emoties en gevoelens met ons hart te maken hebben.

In uitdrukkingen komen deze kwalificaties eveneens naar voren: iets moet mij van het hart, hart voor de zaak hebben en een hart van goud hebben, zijn hiervan enkele voorbeelden.

In de groepsbijeenkomst Maatschappelijk Werk ligt de nadruk op de beleving van hetgeen u is overkomen. Een hapering aan het hart, de motor van het lichaam heeft vaak ook emotionele, persoonlijke, relationele en maatschappelijke gevolgen.

In de groep gaan we met elkaar in gesprek over hetgeen u ervaren heeft en wat het met u en uw omgeving doet. Hoewel ieder mens op zijn eigen manier reageert op ingrijpende gebeurtenissen, heeft bijna iedereen wel behoefte aan informatie en steun uit de omgeving. Hartpatiënten onderling praten vaak openhartig met elkaar. Door de tijd te nemen en stil te staan bij hoe het nu is, door aandacht te hebben voor elkaar, ervaren patiënten vaak herkenning. Het geeft vaak rust als je weet dat hetgeen je ervaart, normaal is. Dat het past als reactie na een ingrijpende gebeurtenis. En we kunnen elkaar ook tips geven die je verder kunnen helpen.

Ook is er in deze bijeenkomst ruim aandacht voor de naasten; vaak de partner en soms ook de kinderen. De hartproblemen hebben vaak ook flinke impact op hun leven. Patiënt en partner kunnen de problematiek heel verschillend ervaren en kunnen ook heel anders tegen het oppakken van dingen aankijken. In de groep gaan we in gesprek over wat je van je omgeving nodig hebt om zo goed mogelijk te herstellen. En ook: wat heeft de omgeving van jou als patiënt nodig om weer vertrouwen te hebben.

We kijken natuurlijk ook vooruit. Wat hebben de hartklachten misschien wel veranderd aan uw kijk op de toekomst? En hoe gaat u weer een nieuwe balans vinden. Waar we zeker ook aandacht aan besteden is het volhouden van de goede voornemens op het gebied van leefstijl. Want hoe voorkomt je dat je weer in oude patronen vervalt als alles weer op de rit is. Door hier bewust bij stil te staan neemt u het heft in eigen hand.

In het  groepsgesprek komen onderstaande kwesties vaak aan de orde:

  • onzekerheid over het herstel, wat kan ik straks weer?
  • omgaan met frustraties dat je bepaalde dingen niet kunt
  • angst om dingen weer op te pakken
  • hoe gaan we om met de belangstelling van anderen?
  • houd ik me stil om de ander te sparen?
  • als partner heb ik het heel anders beleefd dan de patiënt zelf
  • wat doe ik met mijn boosheid, angst, verdriet?
  • hoe ga ik om met het werk?
  • hoe zorg is dat ik straks weer een evenwicht ervaar?

Bij al deze zaken is het belangrijk hoe je de bijbehorende emoties aandacht kan geven en de revue mag laten passeren.

Tips: Opbouw en herstel


Wanneer u alleen woont
Voor een alleenwonende is een aantal zaken minder vanzelfsprekend geregeld.

Wanneer u geen gebruik maakt van thuiszorg of een huishoudster zou u kunnen overwegen een 'helpersschema' te maken. Bel zelf uw vrienden en kennissen want niet iedereen weet zich een houding te geven tegenover iemand die een hartinfarct, een hartoperatie of dotterprocedure heeft meegemaakt. Veel patiënten vinden het lastig om hulp te vragen. Eerst moeten ze al erkennen dat ze iets niet kunnen en dan is het ook nog een extra stap om een ander te vragen. In de praktijk blijkt dat anderen meestal best graag een handje willen helpen.

Ook als u wel een partner heeft kan een 'helpersschema' heel nuttig zijn.

Als u alleen bent is het belangrijk dat u uw sociale netwerk, contacten met kennissen, buren, familie, in stand houdt of uitbreidt. Dit om eenzaamheid zoveel mogelijk te voorkomen. In buurthuizen, verzorgingscentra zijn vaak activiteiten.

Werk en  werkhervatting
Bij iedereen met een baan komt de vraag : Wat kan ik al weer en wat mag ik al weer. In principe bepaalt de cardioloog wat u weer mag gaan doen. Hoe snel u weer kunt gaan opbouwen op het werk is afhankelijk van de voorgeschiedenis, de ingreep maar ook van het soort werk dat u doet. Samen met de leidinggevende en de bedrijfsarts wordt er een plan van aanpak gemaakt voor de re-integratie. Het bedrijf heeft zich te houden aan de Wet Poortwachter. Informatie daarover kunt u vinden op www.uwv.nl.

Soms weten collega's of uw leidinggevende niet hoe ze moeten reageren op uw hartproblemen. Ze sturen misschien een fruitmand en laten verder niets van zich horen. Soms laten ze u bewust even met rust. Ook vinden veel mensen ziekte eng en ontwijken u daarom misschien. Om teleurstelling te voorkomen kunt u ook zelf initiatief nemen. Wacht daar niet te lang mee.

Er is ook een vervolgmodule over werkhervatting. Daarbij gaan we in op de rechten en plichten van medewerkers in loondienst: hoe loopt het re-integratietraject en wat mag je van je omgeving verwachten en wat mogen zij van je vragen. Daarnaast gaan we met elkaar in gesprek over hoe je de balans houdt als je het werk weer oppakt en hoe je met je grenzen omgaat.

De rol van de partner (mantelzorger)
Partners hebben ook een moeilijke tijd achter de rug. Het is belangrijk om waardering te hebben  voor de goede bedoelingen van partner en huisgenoten maar geef het ook aan als u zich betutteld voelt. Een open communicatie naar elkaar is belangrijk, ook over angsten en onzekerheden.

Vaak horen we bijvoorbeeld dat de partner zich zorgen maakt als de patiënt weer van alles onderneemt. Terwijl de patiënt vindt dat het prima gaat en weer actief wil worden. Heb oog voor de zorgen van de partner maar heb als partner ook vertrouwen dat de patiënt zijn grenzen wel aangeeft.

Ook voor partners is lotgenotencontact belangrijk. Het helpt begrip te vinden bij mensen die hetzelfde doormaken of hebben doorgemaakt.

Seksualiteit
Vrijen is ongeveer even belastend voor uw hart als twee trappen lopen. Sommige medicijnen kunnen de seksualiteit beïnvloeden. Breng eventuele problemen ter sprake bij uw (huis)arts of de verpleegkundige. Soms is aanpassing van medicatie mogelijk. Maar praat vooral met uw partner over uw (seksuele) gevoelens.

En dan?
Door uw hartaandoening was het dagelijks evenwicht verstoord. Van allerlei emoties is het normaal dus u ze ervaart. Uiteraard is de eerste keer alleen weg weer een beetje eng. Als u echter merkt dat de emoties u erg hinderen in het dagelijkse leven, dat u de angst of de somberheid niet meer de baas bent of dat u ligt te tobben over het werk en er niet uit komt, aarzel dan niet om contact op te nemen met Maatschappelijk Werk. Dat kan via de verpleegkundige of via het secretariaat van het Harthuis.

In een eerste gesprek met u en/of uw partner, gaat de maatschappelijk werker samen met u  kijken wat er speelt en hoe u het best geholpen kunt worden. Soms is dat een aantal gesprekken met de maatschappelijk werker, soms is het verstandig om door te verwijzen. De maatschappelijk werker kan u dan helpen om de juiste hulp te vinden. 


28 augustus 2017 7039 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht