ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Hartoperatie (PID): H5 Herstel thuis

Patiënten Informatie Dossier

In dit hoofdstuk vindt u informatie die van belang is voor de eerste tijd thuis. U heeft een grote operatie ondergaan maar bij ontslag bent u al voor het belangrijkste deel hersteld. Daarom is het niet meer nodig dat u in het zieken­huis blijft.

Na ontslag uit het ziekenhuis gaan het verdere herstelproces en de revalidatie thuis door. Van tevoren is moeilijk te zeggen hoe dit proces zal verlopen. Dit verschilt van persoon tot persoon. De informatie die volgt gaat over leefregels na een hartoperatie en kleine of grotere problemen die zich kunnen voordoen. Deze problemen horen vaak bij het herstel.

Normale verschijnselen na de operatie

Na de operatie kunnen er allerlei klachten optreden. U kunt concentratiestoornissen krijgen, zoals moeilijkheden met lezen en vergeetachtigheid. Soms lukt het in de eerste weken na de operatie niet eens om een paar regels achter elkaar te lezen of een verhaal te volgen dat iemand vertelt. Slapheid en vermoeidheid zijn normaal na een grote operatie. Dit is het gevolg van een verlies van lichamelijke en geestelijke conditie. Door het oppakken van een normaal leven verdwijnen deze klachten vanzelf.
Ook plotseling boos worden of de tranen laten lopen zonder dat daar een duidelijke reden voor is, horen bij de normale verschijnselen na de operatie.

Bijna iedereen is na een hartoperatie van slag. Ook uw partner kan door de spanning rond de operatie van slag zijn. Deze verschijnselen verdwijnen na enige tijd vanzelf. Mocht dit niet het geval zijn, overleg dan met uw huisarts.

Borstbeen

Als het borstbeen tijdens de operatie in de lengte is doorgezaagd, worden aan het einde van de operatie de beide helften van het borstbeen weer stevig aan elkaar bevestigd met roestvrijstalen draden. In principe worden deze nooit meer verwijderd. De beide helften van het borstbeen kunnen niet schuiven ten opzichte van elkaar. U kunt dan ook rustig op uw zij, rug of buik liggen. De volledige genezing van het borstbeen duurt ongeveer drie maanden.

Om het borstbeen te ontzien is het verstandig de eerste zes weken na de operatie geen zware dingen te tillen, de hond niet uit te laten en geen zware huishoudelijke werkzaamheden – zoals stofzuigen en ramen lappen – te verrichten.
Hoesten, niezen en persen blijven de eerste weken soms gevoelig.
Na zes weken is de genezing zo ver gevorderd dat de meeste dagelijkse handelingen weer verricht kunnen worden.

Been- of armwond

Bij het maken van omleidingen wordt vaak de borstwandslagader, armslagader en/of een ader uit een been gebruikt. Het beenvat en/of armvat wordt meestal via een kijkoperatie verwijderd, dan hebt u slechts kleine wondjes. Wanneer de armslagader is gebruikt, moet u gedurende zes maanden medicijnen tegen vaatkrampen gebruiken. Van de beenwond kunt u de eerste weken nog klachten hebben. Vooral bij de knie en de enkel kan het litteken van de wond de eerste weken een stekende pijn geven, en bij het lopen kunt u de wond voelen trekken.

Bij het verwijderen van de ader uit het been is het soms onvermijdelijk dat een kleine huidzenuw wordt beschadigd. Hierdoor kan er bijvoorbeeld op het scheenbeen en de enkel een gevoelloze plek ontstaan. Deze plek wordt langzaam kleiner, maar vaak blijft een klein deel van de huid van het been vreemd aanvoelen. Hoewel dit vervelend kan zijn, is dit geen reden tot bezorgdheid.

In de eerste weken na de operatie kan het been dik worden. Vocht kan moeilijk uit het been naar het hart worden afgevoerd. Dit komt omdat de ader die uit het been is genomen niet vervangen wordt. Andere aders in het been nemen deze taak over maar dit kost tijd.

Om deze genezing te bevorderen en om te voorkomen dat uw been dik wordt, is het belangrijk dat u een elastische kous draagt. U krijgt deze van het zieken­huis. U moet deze kous ‘s ochtends voor het opstaan aandoen en voor de nacht trekt u de kous weer uit. De kous is wasbaar in de wasmachine op maximaal 90 graden.
De kous draagt u ongeveer zes weken of zolang uw been nog vocht vasthoudt en dik is. Na deze periode heeft de bloedsomloop van het been zich aan de nieuwe situatie aangepast en hoeft u de kous niet meer te dragen. Naast het dragen van een steunkous is het verstandig uw been regelmatig hoog te leggen als u zit.

Wondgenezing: borstwond, beenwond en armwond

De operatiewonden zijn meestal dicht als u naar huis gaat. Als er een kleine hoeveelheid vocht uit de wond lekt, kunt u een droog steriel gaas op de wond leggen. Het gaas maakt u vast met een pleister.
Gebruik geen poeders en zalfjes op de wond. Als de wondranden plaatselijk wijken of als er een draadje van een hechting zichtbaar is, trek er dan niet aan. De hechtingen lossen vanzelf in ongeveer zes weken op.

Omdat het litteken van de borstwond minder breed en dus fraaier wordt als er weinig spanning op komt, raden wij vrouwen aan dag en nacht een bh zonder beugels te dragen. U kunt gewoon elke dag douchen. Het is beter om de eerste twee weken na ontslag geen bad te nemen.
Meestal geeft de eventuele arm- en/of beenwond geen klachten en is daarvoor geen speciale verzorging nodig. Voor alle wonden geldt dat er bloeduitstortingen ontstaan kunnen zijn. Het duurt een aantal weken voordat deze weggetrokken zijn. Waar de drains gezeten hebben, zitten hechtingen die acht tot tien dagen na de operatie verwijderd mogen worden door de huisarts.

Spierpijn

Na de operatie is het hebben van spierpijn een normale zaak. U kunt dit voelen in uw nek, rug, ribben en schoudergordel. Dit wordt veroorzaakt doordat de randen van het borstbeen of de ribben tijdens de operatie uit elkaar geduwd worden om bij het hart te komen. De spierpijn wordt geleidelijk minder, maar kan wel zes tot acht weken aanhouden.

Wanneer een arts bellen

De eerste 10 dagen na ontslag is bij de aan de opname gerelateerde vragen of problemen de hoofdbehandelaar, of diens waarnemer, aanspreekbaar.

Als patiënt kunt u binnen kantooruren contact opnemen met de hoofdbehandelaar Cardiologie via de polikliniek Cardiologie op telefoonnummer (038) 424 23 74 of met de hoofdbehandelaar Thoraxchirurgie via het secretariaat Thoraxchirurgie op telefoonnummer (038) 424 28 66. Buiten kantooruren wordt u via het algemene nummer van Isala (038) 424 50 00 doorverbonden met de dienstdoende arts.

U neemt contact op bij:

  • Temperatuurverhoging
    Bij een temperatuur van meer dan 38,5° C, opgenomen via de anus.
  • Wondproblemen
    Als de wonden rood, dik en pijnlijk worden of als er helder of troebel vocht uit de wond komt.
  • Onregelmatige en snelle hartslag
    Als u klachten heeft van een snelle en / of onregelmatige hartslag, waarbij u zich niet goed voelt.
  • Pijn
    Bij het ontstaan van pijn op de borst zoals voor de operatie, maar ook als de wondpijn van de borst- of beenwond verergert of verandert
  • Kortademigheid
    Bij vertrek uit het ziekenhuis is het normaal dat u nog enige kortademigheid voelt. Soms al na een beetje inspanning. Meestal wordt het vrij snel minder. Als de kortademigheid erger wordt dan bij ontslag, moet u contact opnemen.
  • Hoesten
    Bij toenemende hoest en het opgeven van geel of groen slijm, zeker als dit samengaat met koorts.

Leefregels

Voor een optimaal herstel na de operatie zijn de volgende adviezen van groot belang.

Bewegen en rust

Bij uw verdere herstel speelt u zelf een belangrijke rol en is dagelijks lichamelijke inspanning van groot belang. Er is wel een verschil. In het ziekenhuis kon u meteen uw vragen stellen en keken zorgverleners mee die ervoor zorgden dat u niet te veel, maar ook niet te weinig deed. Thuis moet u het alleen of met uw familie doen. Veel mensen hebben dan de neiging om het maar ‘voorzichtig aan’ te doen. Als u in het ziekenhuis al goed ter been was, is het aan te bevelen de eerste dagen na thuiskomst in eigen tempo en naar eigen kunnen te wandelen. Lichte huishoudelijke werkzaamheden mag u doen. Luister naar uw lichaam, u voelt zelf het beste wat u kunt.

Om uw herstel te versnellen is het meestal nodig dat u elke dag uw activiteit iets vergroot. Doe alles geleidelijk, een beetje moe worden mag, maar overdrijf het niet. Dit geldt voor zowel uw lichamelijke, geestelijke als sociale activiteiten.

Probeert u de eerste tijd het aantal mensen dat u op bezoek krijgt te beperken. Probeer situaties die stress veroorzaken te vermijden. Na de operatie is het niet nodig ‘s ochtends lang in bed te blijven liggen en ‘s avonds vroeg naar bed te gaan. Wel is het verstandig tussen de middag te rusten.

Ook als u weer thuis bent, blijft het belangrijk om aandacht te schenken aan goede en voldoende eiwitrijke voeding. Dit om het herstel en de wondgenezing te stimuleren en vermoeidheid tegen te gaan.

Sporten

In het algemeen hebben de meeste mensen weinig lichamelijke beperkingen na een hartoperatie. In verband met de genezing van het borstbeen mag u de eerste zes weken na de operatie nog niet sporten. Weer starten met sporten is afhankelijk van uw herstel en uw conditie voor de operatie. U kunt het beste bij de controleafspraak met uw cardioloog overleggen wanneer u weer kunt beginnen met sporten. Zeker als u weer wilt gaan zwemmen, moet u dit eerst met hem bespreken. Normaal gesproken kunt u uw conditie langzaam opbouwen naar uw sportniveau van voor de operatie. Er zijn mogelijkheden om dit via een hartrevalidatieprogramma te doen.

Alcohol

Een hartoperatie is op zich geen reden om met alcoholgebruik te stoppen. Wel is matiging aan te raden. Alcohol versterkt de werking van Sintrommitis en Marcoumar. Bij gebruik van één tot twee glazen alcohol per dag is er geen risico op verstoring van de instelling. Meer alcohol is af te raden omdat dit de werking van deze medicijnen merkbaar beïnvloedt.

Roken

Onderzoek heeft aangetoond dat roken slecht is voor de gezondheid, met name voor hart en vaten. Wij raden het roken daarom met klem af. Hartrevalidatie biedt mogelijkheden voor hulp bij het stoppen met roken. U kunt dit ook bespreken met uw huisarts of cardioloog. Bij Isala kunt u namelijk het Stoppen met Roken programma volgen.

Fietsen, autorijden en zwemmen

Strikte regels zijn niet te geven; wat hieronder volgt zijn daarom adviezen.
Het is raadzaam de eerste tijd na een operatie niet te fietsen, auto te rijden of te zwemmen zodat de botgenezing ongestoord kan plaatsvinden.

Fietsen: als u zich goed genoeg voelt, kunt u zes tot acht weken na de operatie proberen te fietsen. Om het borstbeen niet te veel te belasten raden wij aan slechts te fietsen op vlakke wegen. U mag wel vanaf dat u thuis bent een hometrainer gebruiken. De beperking heeft namelijk niet te maken met de fietsbeweging maar met de deelname aan het verkeer. Bent u met behulp van de operatierobot geopereerd, dan mag u na twee weken weer fietsen en sporten.

Autorijden: als u geen spierpijnklachten van borst en nek meer heeft en als u zich goed kunt concentreren, kunt u zes weken na de operatie beginnen met autorijden, in eerste instantie in niet al te druk verkeer. Meerijden in een auto is natuurlijk altijd toegestaan. Wilt u ondanks dit advies toch binnen zes weken gaan autorijden, neem dan eerst contact op met uw verzekeringsmaatschappij. Na een operatie met de da Vinci-robot of na een TAVI (aortaklepoperatie) mag u vier weken na de ingreep weer autorijden.

Zwemmen: zo’n zes tot acht weken na de operatie kunt u weer zwemmen. Bent u met de robot geopereerd dan mag u na vier weken zwemmen. Op voorwaarde dat de wonden van het borstbeen (en eventueel van de arm of het been) dicht en genezen zijn.

Zonnebank

U wordt aangeraden om de eerste vier tot zes weken na de operatie geen of matig gebruik te maken van de zonnebank, omdat daardoor een lelijk litteken kan ontstaan.

Wandelen

Nadat u naar huis gaat, kunt u dagelijks gaan wandelen. Hierbij geldt dat u de normale voorzorgsmaatregelen in acht moet nemen. (Niet bij guur weer en goed aankleden.) Dit wandelen kunt u zelf naar wens uitbreiden.

Vrijen

Vrijen is geen activiteit die het hart extra belast. Het advies luidt dus gewoon te vrijen als u en uw partner er weer aan toe zijn. Het levert geen bijzonder risico voor het hart op.

Werkhervatting

Meestal vindt werkhervatting plaats tussen drie en zes maanden na de operatie, afhankelijk van de aard van de werkzaamheden. U voelt in het algemeen zelf het beste wanneer u weer aan werken toe bent. Bespreek uw werkhervatting in een vroeg stadium met werkgever, bedrijfsarts, huisarts en cardioloog. Vaak is het verstandig eerst halve dagen te werken en dit langzaam op te voeren.

Vakantie

Als u vlot en zonder problemen herstelt, is ongeveer zes weken na de operatie een vakantie heel goed mogelijk. Beperkingen zijn er in principe niet. Wel is het verstandig dit van tevoren met uw huisarts, cardioloog en de trombose­dienst te overleggen. Als u besluit op vakantie te gaan, doe dan de eerste dagen rustig aan en bekijk zelf wat u aankunt.

Controles

Diabetici moeten hun bloedsuikergehalte controleren omdat deze door de hartoperatie vaak verstoord raakt.

Griepprik

De eerste zes weken na de operatie mag u geen griepprik krijgen. Door de operatie is uw weerstand verminderd en heeft u niet voldoende lichamelijke conditie om deze vaccinatie te ondergaan.

Medicijngebruik

Na uw hartoperatie moet u medicijnen gaan gebruiken. Hoewel medicijnen veel nuttige werkingen hebben, kunnen zij ook bijwerkingen hebben. Informatie over de verschillende medicijnen die bij hartziekten vaak worden voor­geschreven kunt u vinden op de website van de Nederlandse Hartstichting.

Na ontslag krijgt u een recept mee, waarop de medicijnen vermeld staan die u thuis gaat gebruiken (of de medicijnen liggen al klaar bij uw apotheek). Van uw apotheek ontvangt u een actuele geneesmiddelenkaart. Neem deze kaart bij een bezoek aan een arts of apotheek altijd mee. Het is een handig hulpmiddel bij overleg met uw huisarts, specialist en apotheker. Zet de naam van een nieuw medicijn dat u krijgt voorgeschreven op de geneesmiddelenkaart. Streep medicijnen die u niet meer gebruikt door.

Verkeerd gebruik van medicijnen kan tot ernstige schade leiden. Daarom is het volgende belangrijk:

  • Verander nooit zelf de dosering.
  • Stop niet zelf met de voorgeschreven geneesmiddelen.
  • Herstart niet zonder overleg met uw (huis)arts eerder gebruikte medicijnen.
  • Gebruik geen medicijnen van een ander, ook al heeft deze persoon dezelfde klachten.
  • De tijden waarop u de medicijnen moet innemen (deze staan vermeld op de geneesmiddelenkaart) zijn een richtlijn.

Bloedverdunners

Het kan zijn dat u na ontslag uit het ziekenhuis medicijnen blijft gebruiken die de stolling van het bloed remmen. Hierdoor wordt voorkomen dat stolsels zouden kunnen ontstaan in omleidingen (‘bypasses’) of op de hartkleppen. Welke middelen worden voorgeschreven hangt van meerdere factoren af.
Bij gebruik van deze medicijnen is de neiging tot bloeden sterker dan normaal. Dit uit zich bijvoorbeeld in tandvleesbloedingen bij het tanden poetsen, grote blauwe plekken na stoten of lang nabloeden van wondjes. Als er bloed in de urine of ontlasting voorkomt, moet u contact opnemen met de trombosedienst (als u daar bekend bent) of met uw huisarts.

Trombosedienst

De trombosedienst controleert regelmatig het bloed van mensen die Sintrommitis of Marcoumar gebruiken. Door de mate van ontstollen van het bloed te meten wordt de dosis van de bloedverdunners bepaald. De hoeveelheid tabletten die wordt voorgeschreven kan wisselen.
Niet alle geneesmiddelen kunnen in combinatie met Sintrommitis en Marcoumar worden gebruikt. Aspirine mag u in combinatie met Sintrommitis en Marcoumar niet gebruiken, Paracetamol wel. Overleg bij twijfel met uw huisarts.

Aanvullende informatie voor hartkleppatiënten

Voor deze patiënten volgt hier nog enige aanvullende informatie.

Hartklepregistratie

De Stichting Medic Alert Nederland registreert landelijk bij wie welke kunstklep is geïmplanteerd. Het is belangrijk precies te weten en te registreren welk merk, type en serienummer van een klep bij u is ingebracht. In spoedgevallen kan deze stichting persoonlijke medische informatie verschaffen. Zo is het mogelijk u op te sporen als er onverhoopt problemen ontstaan in een bepaalde serie hartkleppen. Als u bezwaar heeft tegen registratie van uw persoons­gegevens, kunt u dit melden bij de zaalarts.

Antibioticabescherming

Wanneer u aan een hartklep geopereerd bent of een kunstklep gekregen heeft, is het belangrijk om bij medische ingrepen, verwondingen of tandheelkundige behandelingen antibiotica te krijgen. Het is namelijk zo dat een gerepareerde hartklep of kunstklep ontstoken kan raken als er bacteriën in het bloed komen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij oppervlakkige verwondingen zoals een grote schaafwond of bij andere diepere wonden die gehecht moeten worden. U moet kortstondig tegen mogelijke infecties beschermd worden door antibiotica. Het is daarom van belang dat u uw tandarts en andere behandelende artsen vertelt dat u een hartklepoperatie hebt ondergaan en dat antibioticabescherming nodig is.

Sintrommitis en Marcoumar

Patiënten die een hartklepvervanging door middel van een mechanische klepprothese hebben ondergaan, moeten onder alle omstandigheden en levenslang Sintrommitis of Marcoumar gebruiken. Levenslange controle door de trombosedienst is daarom ook noodzakelijk.


9 november 2017 7051 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht