ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Longkanker: H2 Longkanker en behandeling

Patiënten Informatie Dossier

Longkanker is een veel voorkomende soort kanker, zowel bij mannen als bij vrouwen. Longkanker betekent dat er cellen in de long ongeremd zijn gaan delen, waardoor er een klomp van cellen is ontstaan. Dit wordt een tumor of kwaadaardig gezwel genoemd. Door de ongeremde celdeling verandert de structuur en de normale functie van het weefsel. Een tumor heeft de volgende kenmerken:

  • een tumor groeit in de omliggende weefsels en beschadigt deze, waardoor klachten kunnen optreden
  • een tumor blijft groeien, waardoor het op de plaats waar het zich bevindt, steeds meer schade aanricht
  • een tumor kan uitzaaien: van de tumor kunnen cellen naar andere plaatsen in het lichaam worden vervoerd, waar ze tot een nieuwe tumor kunnen uitgroeien (metastase).

Uit onderzoek is gebleken dat longkanker geleidelijk ontstaat. Het duurt soms jaren voordat een tumor zich uitzaait naar andere delen van het lichaam.

De verschijnselen van longkanker kunnen zeer wisselend zijn en zijn mede afhankelijk van de plaats en grootte van het gezwel en van eventuele uitzaaiingen. In het begin, als het gezwel nog relatief klein is, hoeven er geen symptomen te zijn en wordt het gezwel vaak bij toeval ontdekt. Achteraf blijken er dan soms al vage symptomen te zijn zoals niet fit voelen, verminderde eetlust en gewichtsverlies zonder duidelijke oorzaak.

Symptomen die meer in de richting van longkanker wijzen zijn: veranderd hoestpatroon, bloed ophoesten, toenemende kortademigheid, herhaaldelijke luchtweginfecties, pijn in de borstkas en pijn in het lichaam afhankelijk van mogelijke uitzaaiing.

Soorten longkanker

Er zijn verschillende vormen van longkanker, namelijk niet-kleincellig longkanker en kleincellig longkanker. De vorm van longkanker is van belang voor het bepalen van de behandelmogelijkheden. Hieronder worden de verschillende vormen van longkanker kort toegelicht. Welke vorm van longkanker u heeft bespreekt de longarts met u.

Niet-kleincellig longkanker

Bij ongeveer 85% van de gevallen van longkanker is er sprake van niet-kleincellig longkanker. Zoals de naam al aangeeft, zijn deze kankercellen vrij groot. Niet-kleincellig longkanker wordt verder onderverdeeld in:

  • plaveiselcelcarcinoom (van bedekkende cellen uitgaande van de luchtwegen)
  • adenocarcinoom (van cellen uitgaande van het longweefsel)
  • grootcellig carcinoom (ook uitgaande van het longweefsel maar grotere cellen en zonder bekende structuren).

De groeisnelheid van deze typen is verschillend: de plaveiselcel groeit het langzaamst en de grootcellige tumorcel het snelst. In vergelijking met kleincellig longkanker zaaien deze celtypen zich relatief langzaam uit door het lichaam (via de lymfebanen naar de lymfeknopen en via de bloedbaan naar verschillende organen). In welk stadium van de tumorgroei dit precies gebeurt, is niet duidelijk.

Kleincellig longkanker

Bij ongeveer 15% van de gevallen van longkanker is er sprake van kleincellig longkanker. Deze tumorcellen zijn klein en kwetsbaar en kunnen zich bijzonder snel delen. Hierdoor kunnen zij zich snel door het lichaam verspreiden.

Uitgebreidheid van de longkanker

Voor het bepalen van de behandelingsmogelijkheden is niet alleen de vorm van de longkanker van belang, maar ook de uitgebreidheid van de ziekte. De uitgebreidheid van de longkanker wordt beschreven met behulp van de TNM-indeling.

  • T: beschrijft de grootte van de tumor
  • N: beschrijft de aanwezigheid van uitzaaiingen in de lymfeklieren,
  • M: beschrijft de aanwezigheid van uitzaaiingen in andere organen. 

Op basis van de TNM-indeling wordt het stadium van de ziekte bepaald. Er zijn 4 stadia:

​Stadium I​Wanneer er een kleine tumor is zonder dat er ergens anders kankercellen zijn aangetroffen.
​Stadium II​Wanneer de tumor iets groter is en er eventueel kankercellen aanwezig zijn in de lymfeklieren van de longen.
​Stadium IIIa​Wanneer er kankercellen aanwezig zijn in de lymfeklieren tussen de longen, aan de kant waar de tumor ook aanwezig is.
​Stadium IIIb​Wanneer er kankercellen aanwezig zijn in de lymfeklieren tussen de longen, aan de andere kant van de borstkas dan waar de tumor aanwezig is, of wanneer er kankercellen zijn aangetroffen boven het sleutelbeen.
​Stadium IV​Wanneer er kankercellen in andere organen dan de longen aanwezig zijn.

(bron: Longkanker Nederland)

De behandelingsmogelijkheden

Doel van de behandeling: curatief en palliatief

Een behandeling verschilt van persoon tot persoon. Hoe de behandeling er voor u uit kan zien, bespreekt de longarts met u. Hij geeft u de informatie die voor u van toepassing is. Ook bespreekt hij met u wat het doel van de behandeling is. Een behandeling kan curatief of palliatief van opzet zijn.

Curatief wil zeggen dat de behandeling gericht is op genezing. Palliatief wil zeggen dat de behandeling is gericht op verzachting/verlichting van uw klachten en op levensverlenging. Genezing is niet meer mogelijk. Bij een palliatieve behandeling staat de kwaliteit van leven voorop. Samen met uw longarts moet u telkens afwegen of de (mogelijke) voordelen van de behandeling (vermindering van klachten en/of levensverlenging) opwegen tegen de nadelen van de behandeling (bijvoorbeeld bijwerkingen).

Overlevingskans bij longkanker

Bij het inschatten van de overlevingskans, ook wel prognose genoemd wordt altijd uitgegaan van gemiddelden. Dat zegt dus weinig over uw persoonlijke situatie. Als de tumor niet uitgezaaid is en een operatie mogelijk is, is de overlevingskans groter dan wanneer de tumor wel is uitgezaaid.

Soorten behandelingen

Er zijn verschillende behandelingsmogelijkheden. Deze behandelingen kunnen op zich staan maar meestal zijn er combinaties van behandelingen. Welke behandeling voor u het meest zinvol is hangt af van het type kanker, het stadium, maar ook uw conditie en uw behandelwensen  zijn van belang.

  • Een operatie: het gezwel met het omringende longweefsel en lymfeklieren wordt verwijderd.
  • Radiotherapie: het gezwel en de omringende lymfklieren worden behandeld door middel van straling. Straling remt de cellen waaruit een kwaadaardig gezwel bestaat. Hierdoor zal de omvang van het gezwel verminderen.
  • Chemotherapie: een behandeling met medicijnen die ingrijpen op het ontwikkelingsproces van de kankercellen en zo de celdeling remmen.
  • Doelgerichte therapie:  een behandeling met medicijnen die kankercellen doelgericht remmen in hun groei. Met "doelgericht" wordt bedoeld dat de medicijnen met name van invloed zijn op de kankercellen.
  • Immunotherapie: een behandeling met medicijnen die de natuurlijke afweerreactie van het lichaam tegen kankercellen stimuleren.  

Hieronder wordt elke behandeling kort verder uitgelegd.

Een operatie

Tijdens de operatie wordt het kwaadaardige gezwel met een deel van het omringende weefsel verwijderd (afbeelding 1: tekening van de longen). Dit kan inhouden dat één longkwab wordt verwijderd, maar het komt ook voor dat één van de longen helemaal wordt verwijderd. Hierdoor wordt ook een deel van het schijnbaar gezonde weefsel weggenomen. Het is belangrijk dat het hele gezwel wordt weggenomen. Dit vergroot de kans dat alle kankercellen inderdaad weg zijn. Meestal worden ook nabijgelegen lymfklieren verwijderd en klieren uit het mediastinum (dit is de ruimte in de borstkas tussen beide longen).

Een longoperatie is een ingrijpende behandeling. Bij de keuze voor deze behandeling spelen twee argumenten een belangrijke rol: uw conditie vóór de operatie en de verwachte, resterende longfunctie na de operatie. Voor de operatie heeft u een gesprek met de thoraxchirurg. Hij bespreekt de operatie met u: wat gebeurt er en wat zijn mogelijke risico's en/of complicaties. U kunt uw vragen altijd met hem en uw longarts bespreken. Daarnaast heeft u voor de operatie een gesprek met de thoraxanesthesist die de narcose en de pijnbestrijding met u bespreekt. De (oncologie)verpleegkundige zal u informeren over de opname in het ziekenhuis en het verloop van de opname.

 

 

Afbeelding 1: tekening van de longen

Chemotherapie

Chemotherapie is een behandeling met medicijnen (cytostatica) die ingrijpen op het ontwikkelingsproces van de kankercellen en zo de celdeling remmen. Dit kan op diverse manieren gebeuren en er zijn veel verschillende medicijnen. Vaak wordt een combinatie van medicijnen gegeven om een beter effect te verkrijgen. Meestal moet u voor de behandeling regelmatig naar het ziekenhuis komen. De longarts bespreekt met u de behandeling en informeert u over het doel van de behandeling. De oncologieverpleegkundige geeft u uitleg over de behandeling en de mogelijke gevolgen ervan. Ook zal zij u informeren over de praktische gang van zaken.  

Radiotherapie

Radiotherapie is de behandeling van kanker door middel van straling. Deze straling is onzichtbaar en niet te voelen. Straling die in de radiotherapie gebruikt wordt, remt de cellen waaruit een kwaadaardig gezwel bestaat. Hierdoor zal de omvang van het gezwel verminderen. Sommige gezwellen kunnen door de bestraling geheel verdwijnen, andere zullen alleen kleiner worden. Omdat de kwaadaardige cellen meestal kwetsbaarder zijn voor straling dan normale cellen zal de invloed op het gezwel het sterkst zijn.

De behandeling op zich is niet pijnlijk. Na de behandeling blijft er geen straling in het lichaam achter: u bent dus niet radioactief na de bestraling. Na afloop van de bestraling is er nog geen eindresultaat bereikt. Er kan nog een nawerking zijn die varieert van enkele weken tot maanden. De behandeling kan worden toegepast om genezing te bereiken maar kan ook plaatsvinden om pijnlijke uitzaaiingen te behandelen. Voor de behandeling heeft u een gesprek met de radiotherapeut die u informeert over de radiotherapie, het doel van de behandeling en de mogelijke bijwerkingen. Ook heeft u een gesprek met de voorlichtingslaborant die u informeert over de behandeling en over de praktische gang van zaken.

Doelgerichte therapie

Doelgerichte therapie, ook wel 'targeted therapy' genoemd, wil zeggen: een behandeling met medicijnen die kankercellen doelgericht remmen in hun groei. Met "doelgericht" wordt bedoeld dat de medicijnen met name van invloed zijn op de kankercellen.

Het belangrijkste kenmerk van kankercellen is dat zij ongeremd delen. De deling vindt plaats vanuit de celkern. Wanneer kanker ontstaat, zijn er meerdere fouten opgetreden in de aansturing van de celdeling. Cellen blijven zich ongeremd delen en bovendien kunnen ze ingroeien in omliggend weefsel en uitzaaien naar andere organen. Kankercellen zijn ook in staat tot het vormen van eigen bloedvaten. Deze bloedvaten zijn nodig om tumoren en uitzaaiingen te voorzien van voedingsstoffen en zuurstof, waardoor zij verder kunnen groeien.

Er is steeds meer kennis over de keten van boodschappers. Deze boodschappers zijn de signaalstoffen, die de celkern aanzetten tot celdeling. Kanker ontstaat wanneer de balans tussen stimulerende en remmende signalen is verstoord.

Doelgerichte therapieën beïnvloeden de keten van signaalstoffen. Het doel is ongeremde celdeling tot stilstand te brengen. Doelgerichte therapie kan als enige behandeling worden gegeven, of in combinatie met andere behandelingen, zoals chemotherapie of hormonale (endocriene) therapie.

Immunotherapie

Immunotherapie is een behandeling met medicijnen die het eigen afweersysteem versterken. Het lichaam beschikt over een afweersysteem tegen indringers zoals virussen en bacteriën. Het afweersysteem kan ook kankercellen herkennen, maar vaak ziet het afweersysteem ze niet als gevaarlijk. Ze lijken bijvoorbeeld teveel op gewone cellen of ze kunnen zich als het ware onzichtbaar maken. Het afweersysteem komt dan niet in actie. Soms reageert het afweersysteem wel, maar slaagt het er niet in om de kankercellen goed of volledig op te ruimen. Bijvoorbeeld omdat de kankercellen stoffen afgeven die het afweersysteem verzwakken. Met immunotherapie wordt de natuurlijke afweerreactie tegen kankercellen gestimuleerd. Immunotherapie werkt dus niet direct op kankercellen, dit is een groot verschil met chemotherapie.

Gesprekken vóór opname/op de polikliniek

Datum:

Longgeneeskunde

Gesprek met de longarts

U krijgt voorlichting over:

  • de behandelingsmogelijkheden en de gevolgen
  • doel van de behandeling.

Gesprek met de oncologieverpleegkundige

U krijgt voorlichting over:

  • het doel en het gebruik van het Patiënten Informatie Dossier (PID)
  • de behandeling en de gevolgen hiervan
  • de globale gang van zaken tijdens eventuele opname
  • bij wie u terecht kunt met vragen of problemen.

Ook komen aan de orde:

  • uw vragen
  • uw thuissituatie en eventuele noodzaak voor thuiszorg.

Radiotherapie

Gesprek met de radiotherapeut

U krijgt voorlichting over:

  • bestraling (radiotherapie) en de gevolgen van de behandeling
  • doel van de behandeling.

Gesprek met de voorlichtingslaborant

U krijgt voorlichting over:

  • de behandeling en de gevolgen hiervan
  • praktische gang van zaken.

Thoraxchirurgie

Gesprek met de thoraxchirurg

U krijgt voorlichting over:

  • de operatie en de gevolgen daarvan.

Gesprek met de thoraxanesthesist

U krijgt voorlichting over:

  • de narcose
  • de pijnbestrijding.

31 augustus 2017 7071 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht