ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

DCIS (PID): H2 DCIS aanvullend onderzoek en lokalisatie

Patiënten Informatie Dossier

​De borst

Om uit te leggen wat DCIS precies is, is het goed om te weten hoe de borst is opgebouwd. De borst bestaat hoofdzakelijk uit de volgende weefsels:

  • melkklieren
  • melkgangen, die de melkklieren en de tepel met elkaar verbinden
  • vet- en bindweefsel dat de melkklieren en de melkgangen omringt
  • bloedvaten
  • lymfvaten.
Afbeelding 1

DCIS

DCIS staat voor: ductaal carcinoma in situ. Het is een aandoening van de melkgangen in de borst. In de melkgangen zijn door de patholoog afwijkende cellen gevonden. Van deze afwijkende cellen is bekend dat zich hieruit borstkanker kan ontwikkelen. Op welke termijn dat zou kunnen gebeuren, is niet bekend. DCIS wordt ook wel een voorstadium van borstkanker genoemd.

  • Vaak wordt DCIS opgespoord via een röntgenfoto van de borst (mammografie), bijvoorbeeld bij het bevolkingsonderzoek naar borstkanker.
  • De afwijking is zelden voelbaar.
  • De diagnose wordt gesteld na weefselonderzoek door de patholoog. Dit weefsel kan verkregen zijn door middel van een (stereotactische) biopsie of na operatieve verwijdering.
  • DCIS komt meestal maar op één plaats in de borst voor, maar is vaak wel groot: in de helft van de gevallen meer dan 3 centimeter.

De kans op genezing van DCIS is na behandeling vrijwel 100 procent.

Verschil met borstkanker

Het verschil tussen DCIS en borstkanker is:

  • Borstkanker groeit in de omringende weefsels in en kan uitzaaien. Uitzaaien wil zeggen dat cellen losraken en zich via bloedvaten en/of lymfevaten door het lichaam verspreiden.
  • DCIS groeit niet in de omringende weefsels in en kan ook niet uitzaaien.
Afbeelding 2
 

Drie vormen

Er worden drie vormen van DCIS onderscheiden:
  • De cellen zijn afwijkend, maar lijken nog goed op de oorspronkelijke cellen. Dit noemt men goed gedifferentieerd DCIS, graad 1.
  • Een vorm die tussen goed en slecht gedifferentieerd in zit, noemt men matig gedifferentieerd DCIS, graad 2.
  • De cellen zijn afwijkend en lijken nauwelijks meer op de oorspronkelijke cellen. Dit noemt men weinig of slecht gedifferentieerd DCIS, graad 3.

Tegenstrijdige gevoelens

U heeft een ziekte die tegenstrijdige gevoelens kan oproepen: u bent misschien opgelucht dat er geen sprake is van borstkanker, maar u moet wel een ingrijpende behandeling ondergaan, die gevoelens van onzekerheid en verdriet kan veroorzaken.

Onbekend

DCIS is een aandoening die bij weinig mensen bekend is. Omdat borstkanker veel voorkomt, denken mensen in uw omgeving misschien al snel te weten wat u mankeert en hoe u behandeld zou moeten worden. Dit kan veel verwarring geven. Wellicht kan deze schriftelijke informatie ook hen duidelijkheid verschaffen.

Aanvullend onderzoek: MRI

Wanneer DCIS is vastgesteld, kan aanvullend onderzoek plaatsvinden Een MRI kan meer duidelijkheid verschaffen over de uitgebreidheid van de afwijking in de borst. Bij dit onderzoek worden altijd beide borsten afgebeeld. Een MRI is een zeer sensitief onderzoek. Dat wil zeggen dat het een heel gevoelig onderzoek is om afwijkingen in de borst vast te stellen. Wanneer nieuwe afwijkingen worden gevonden, wordt opnieuw een echografie verricht en eventueel een punctie. Het komt regelmatig voor dat de radioloog dan kan vaststellen dat zo’n afwijking niet verdacht is voor kwaadaardigheid (kanker).

Lokalisatie: Plaatsen van een jodiumbron

Lokalisatie vindt plaats wanneer de afwijking in de borst niet voelbaar is. Lokalisatie zorgt ervoor dat de chirurg tijdens de operatie nauwkeurig weet waar de afwijking zich bevindt. In Isala vindt lokalisatie plaats met behulp van een radioactieve jodiumbron (I125). Een jodiumbron is 4 mm klein. Het geeft een lage dosis straling af. Dat is niet gevaarlijk voor uzelf of uw omgeving. Tijdens de operatie kan de chirurg de straling meten met behulp van een zogenaamde 'probe'.

Gebruikt u bloedverdunners van de Trombosedienst, bespreek dan met uw chirurg of u de inname van deze medicijnen voor plaatsing van de bron moet stoppen. Overige bloedverdunners en alle andere medicijnen kunt u innemen zoals u gewend bent. Het plaatsen van de jodiumbron vindt plaats op de afdeling Radiologie. 

De jodiumbron wordt met behulp van een naald in de tumor geplaatst door een radioloog. Tijdens een echografie wordt eerst de plaats van de tumor in de borst vastgesteld. De radioloog beslist of het noodzakelijk is om de huid eerst te verdoven. In dat geval zult u eerst het prikje voor de verdoving voelen. Daarna wordt een klein sneetje in de huid gemaakt en de naald met de jodiumbron ingebracht. Dit is gevoelig, maar doet geen pijn. Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten.

Na het onderzoek kunt u weer naar huis. Belast uw borst en arm de eerste dagen na het onderzoek niet te intensief. Na de ingreep kan er een bloeduitstorting optreden op de plaats van de punctie. Wanneer de borst pijnlijk is mag u paracetamol gebruiken, maximaal 4x daags 2 tabletten van 500 mg. Er is een kleine kans dat na de ingreep een infectie optreedt. Het is belangrijk om bij roodheid, zwelling van de borst of koorts contact op te nemen met de regieverpleegkundige.

Na plaatsen van de radioactieve jodiumbron duurt het minimaal tien dagen voordat de operatie plaatsvindt. Op de dag van de operatie kan een mammografie gemaakt worden om de ligging van de jodiumbron te controleren. Na de operatie wordt een foto gemaakt van het verwijderde stukje borstweefsel. Als alles goed is verlopen, is de jodiumbron zichtbaar op deze foto.

Er is veel zorgvuldigheid vereist bij het omgaan met radioactieve bronnen. De volgende zaken zijn van belang:

  • Indien u naar het buitenland reist, terwijl de bron zich nog in uw lichaam bevindt, dan is het noodzakelijk dat u een brief meeneemt waarin staat hoeveel straling de jodiumbron bevat. De douane kan hiernaar vragen, vooral bij controle op vliegvelden en in havens. Deze brief is beschikbaar bij de afdeling Nucleaire geneeskunde van Isala.
  • Wanneer u (onverwacht) wordt opgenomen in een ander ziekenhuis, terwijl de bron zich nog in uw lichaam bevindt, dan moet u aangeven dat er in Isala een radioactieve bron is geplaatst.
    Indien u vragen heeft over bovenstaande zaken, kunt u contact opnemen met de afdeling Nucleaire geneeskunde van Isala, (t) 038 424 52 38.

24 november 2016 7075 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht