ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Sondevoeding (PID): H3 Toediening van sondevoeding

Patiënten Informatie Dossier

​Toediening van sondevoeding

Sondevoeding kan op twee verschillende manieren worden toegediend: per spuit of per pomp. De methode die gekozen wordt, heeft te maken met de soort sonde die u heeft, en met het feit of u sondevoeding per portie of druppelsgewijs krijgt toegediend.

  • Als u een neusdunnedarmsonde of jejunumstomiesonde heeft, kunt u alleen druppelsgewijs (door middel van een voedingspomp) sondevoeding toegediend krijgen.
  • Als u een neusmaagsonde of PEG-sonde heeft, heeft u de keus om sondevoeding per portie of druppelsgewijs toegediend te krijgen. Per portie gebeurt met behulp van een spuit via de sonde, druppelsgewijs gebeurt met een voedingspomp.

De diëtist bespreekt met u wat voor u de beste manier is om de voeding toe te dienen en hoeveel voeding u nodig heeft. Voordat u met sondevoeding gaat starten, hoor u van de arts en/of diëtist of het is toegestaan om te eten en te drinken naast uw sondevoeding.

Instructies en advies

Afhankelijk van de soort toediening die voor u is gekozen (druppelsgewijs of per portie), krijgt u instructies voor toediening en persoonlijk advies.

Hygiëne

Het is belangrijk dat u zo hygiënisch mogelijk te werk gaat bij de toediening van sondevoeding. Als dit niet gebeurt, kunnen bacteriën in de voeding komen, waardoor de voeding bederft. Om bederf te voorkomen hanteert u de volgende richtlijnen:

  • Was uw handen voordat u de sondevoeding toedient.
  • Controleer de uiterste houdbaarheidsdatum van de sondevoeding.
  • Gebruik elke 24 uur een nieuw toedieningssysteem en elke 48 uur een nieuwe spuit.
  • Haal de spuit na gebruik uit elkaar en bewaar hem op een droge plaats.
  • Bewaar een geopend pak sondevoeding in de koelkast; dit is dan maximaal 24 uur houdbaar. Haal de sondevoeding een uur voor het toedienen uit de koelkast om de voeding op kamertemperatuur te laten komen.
  • Laat sondevoeding nooit in de zon staan of lange tijd in een warme kamer.
  • Laat sondevoeding maximaal 24 uur aanhangen.
  • Schud het pak sondevoeding voor gebruik.
  • Houd u aan de houdbaarheidstermijnen van de sondevoeding.

Houdbaarheid sondevoeding

Hoe lang is sondevoeding houdbaar en hoe moet u de voeding bewaren?

  • Ongeopend: zie houdbaarheidsdatum verpakking. Bewaren op een koele, droge plaats, buiten de koelkast, geen direct zonlicht.
  • Geopend, maar niet aangesloten: maximaal 24 uur houdbaar, goed afgesloten in de koelkast bewaren.
  • Aangesloten: maximaal 24 uur houdbaar, geen direct zonlicht.
  • Overgegoten in container: maximaal acht uur houdbaar, geen direct zonlicht.
  • Zelf samengestelde sondevoeding bij continue toediening: maximaal twee tot drie uur houdbaar, geen direct zonlicht.

Medicijnen toedienen via de sonde

Als u medicijnen gebruikt en slikken voor u geen probleem is, kunt u de medicijnen op de gebruikelijke manier blijven innemen. Als u echter moeite heeft met slikken of als u niet mag slikken, dan moeten de medicijnen via de sonde of via een zetpil worden toegediend. Veel medicijnen zijn ook in vloeibare vorm of in zetpil verkrijgbaar.

Bestaat uw medicijn niet in vloeibare vorm, vraag dan of de apotheek het in poedervorm kan leveren. Als u zelf de medicijnen fijn moet maken, moet u ervoor zorgen dat de tabletten goed fijngemalen worden, anders kan de sonde verstoppen. Sommige medicijnen werken niet goed als ze fijngemalen
worden. Daarom moet u altijd met de apotheek overleggen of het mogelijk is. Vermeng medicijnen nooit met sondevoeding!

Vloeibare medicijnen of medicijnen in opgeloste vorm

Vloeibare medicijnen of medicijnen in opgeloste vorm kunt u op twee manieren toedienen:

  • rechtstreeks via de sonde
  • via het bijspuitpunt van het toedieningssysteem.

Benodigdheden

  • fijngemalen of poedervormige medicijnen opgelost in water (zorg dat de medicijnen goed opgelost zijn) en/of vloeibare medicijnen (niet oplossen in water)
  • spuit van twintig milliliter
  • beker met lauw kraanwater
  • doekje.

Werkwijze rechtstreeks via de sonde

  • Was uw handen.
  • Leg een doekje onder het aansluitpunt van de sonde.
  • Zet zo nodig de voedingspomp op pauze.
  • Verwijder zo nodig het toedieningssysteem van de sondevoeding en/of verwijder het dopje van de sonde.
  • Neem de spuit en trek twintig milliliter water op in de spuit en spuit het water door de sonde.
  • Gebruik zo nodig het tussenstukje.
  • Trek de opgeloste medicijnen op in een spuit en spuit deze rustig door de sonde. Of trek de vloeibare medicijnen op in een spuit en spuit deze door de sonde. Als u meerdere soorten medicijnen gebruikt, spoel dan tussen de verschillende medicijnsoorten de sonde door met water.
  • Als u alle medicijnen heeft toegediend, spuit u nogmaals twintig milliliter water door de sonde.
  • Verwijder de spuit.
  • Plaats zo nodig het toedieningssysteem weer op de sonde en zet de voedingspomp weer aan of bevestig het afsluitdopje op de sonde.
  • Bewaar de spuit uit elkaar op een droge plaats.

Werkwijze via het bijspuitpunt van het toedieningssysteem
(niet bij duodenumsonde en jejunostomiesonde)

  • Was uw handen.
  • Leg een doekje onder het bijspuitpunt.
  • Zet de voedingspomp op pauze.
  • Zet de twintig milliliter spuit met water op het bijspuitpunt.
  • Zet het kraantje richting de sonde open.
  • Spuit het water rustig door de sonde.
  • Zet het kraantje richting de sonde weer dicht.
  • Trek de opgeloste of vloeibare medicijnen op in de spuit.
  • Zet de spuit op het bijspuitpunt, draai het kraantje richting de sonde weer open en spuit de medicatie rustig door het bijspuitpunt.
  • Als u meerdere soorten medicijnen gebruikt, spoel de sonde dan tussen de verschillende medicijnsoorten door met twintig milliliter water.
  • Zet het kraantje richting de sonde weer dicht.
  • Spuit daarna nogmaals op dezelfde manier twintig milliliter water door de sonde.
  • Verwijder de spuit.
  • Zet de voedingspomp weer aan.

Verzorging van mond en gebit

Als u tijdens het toedienen van sondevoeding nauwelijks eet of drinkt, wordt er minder speeksel aangemaakt. Uw mond, tong en lippen kunnen droog worden. Hierdoor ontstaat een grotere kans op een mondinfectie. Om dit te voorkomen is een goede mondhygiëne nodig. Let daarbij op het volgende:

  • Drink regelmatig een beetje water (als dat is toegestaan).
  • Poets twee tot vier maal per dag de tanden met een zachte borstel. Dit geldt ook als u een gebitsprothese heeft.
  • Als drinken niet is toegestaan, spoelt u regelmatig uw mond met water.
  • Bescherm uw lippen en huid eromheen met vaseline om uitdroging te voorkomen.
  • Gebruik bij een droge mond suikervrije zuurtjes of suikervrije kauwgom (indien toegestaan). Dit activeert de speekselklieren en houdt uw mond vochtig. Ook kunt u water in uw mond sprayen, als uw arts dit toestaat.

8 januari 2015 7081 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht