ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Borstvoeding

Isala is een borstvoedingsvriendelijk ziekenhuis. Uit talrijke onderzoeken blijkt dat borstvoeding de beste keuze is voor uw kind. Als u uw kind borstvoeding wilt geven, stimuleren en ondersteunen wij u hierbij zo goed als wij kunnen. Isala is in het bezit van het WHO/UNICEF-certificaat Zorg voor Borstvoeding. Dit certificaat biedt een waarborg voor de kwaliteit van zorg.

Uit onderzoek blijkt dat borstvoeding positieve effecten heeft voor zowel moeder als kind. Zo spelen de beschermende eigenschappen van moedermelk een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de hersenen, het zenuwstelsel en de opbouw van het afweersysteem. De WHO (World Health Organization) adviseert dan ook om uw baby de eerste zes maanden uitsluitend met moedermelk te voeden. Daarna heeft uw kindje, naast borstvoeding, ook vaste voedingsmiddelen nodig. Met het geven van borstvoeding kunt u doorgaan tot de leeftijd van twee jaar of langer. De unieke samenstelling van moedermelk is altijd afgestemd op de behoefte van uw kindje.

Het geven van borstvoeding heeft veel voordelen voor u als moeder. De praktische voordelen:

  • altijd de juiste temperatuur
  • intimiteit, baby’s hebben behoefte aan veel (huid)contact
  • direct bij de hand
  • goedkoop
  • altijd de juiste samenstelling (afgestemd op de leeftijd van de baby)
  • lichtverteerbaar
  • goed voor optimale (hersen)ontwikkeling
  • bevordert hechting en interactie, door voeden op verzoek.

De voordelen voor de gezondheid van u als moeder en voor uw kindje

Moedermelk beschermt het kindje tegen:

  • maag- en darminfecties
  • middenoorontsteking
  • allergische aandoeningen
  • infecties aan de luchtwegen
  • urineweginfecties
  • diabetes
  • hart- en vaatziekten
  • wiegendood
  • helpt overgewicht op latere leeftijd voorkomen.

Voordelen voor de moeder:

  • minder bloedverlies, menstruatie blijft langer uit
  • sneller terug op gewicht
  • minder kans op borst- en eierstokkanker
  • minder kans op osteoporose (botontkalking) en reuma.

Colostrum

De eerste moedermelk na de bevalling wordt colostrum genoemd. Het bevat extra veel antistoffen en beschermende stoffen voor de darmwand; het is een soort natuurlijke ‘vaccinatie’ voor uw kindje. Kinderen die borstvoeding krijgen, reageren later actiever op een vaccinatie en maken meer antistoffen aan.

Borstvoedingsbeleid Isala

De WHO/UNICEF heeft tien vuistregels opgesteld als leidraad voor het slagen van de borstvoeding. Binnen Isala hanteren wij deze tien vuistregels als uitgangspunt van ons borstvoedingsbeleid. In bijzondere situaties en op de kinderafdeling en NICU wordt om goede redenen soms afgeweken van de tien vuistregels.
Deze regels geven u naast informatie over borstvoeding ook inzicht in wat u van ons kan en mag verwachten bij het geven van borstvoeding. Het gaat om de volgende vuistregels:

  1. Isala heeft een borstvoedingsbeleid, dat bekend is bij alle betrokkenen.
  2. Alle betrokken medewerkers zijn getraind in de vaardigheden die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van dat beleid.
  3. Als zwangere vrouw wordt u voorgelicht over de voordelen en de praktijk van borstvoeding geven.
  4. Binnen een uur na de geboorte krijgen vrouwen hulp bij het geven van borstvoeding.
  5. Alle zwangere vrouwen krijgen uitleg over hoe ze hun kindje moeten aanleggen en hoe zij de melkproductie in stand kunnen houden, zelfs als het kindje van de moeder gescheiden moet worden.
  6. Pasgeborenen krijgen geen andere voeding dan borstvoeding, tenzij op medische indicatie.
  7. Moeder en kind mogen dag en nacht bij elkaar op de kamer blijven (rooming-in).
  8. Borstvoeding op verzoek wordt nagestreefd.
  9. Pasgeborenen die borstvoeding krijgen geven wij geen speen of fopspeen.
  10. Isala onderhoudt contact met anderen instellingen en disciplines over de begeleiding van borstvoeding en verwijst ouders naar borstvoedingsorganisaties.

Gezinsgerichte zorg

In Isala kiezen we voor gezinsgerichte zorg. Dit betekent dat wij ernaar streven zorg te verlenen waarbij moeder en kind 24 uur per dag bij elkaar kunnen verblijven. Dit biedt veel voordelen: een betere hechting tussen moeder en kind, het stimuleren en ondersteunen van borstvoeding en het verlagen van het risico op wiegendood. Doordat u en uw kindje veel bij elkaar zijn, leert u snel herkennen wanneer uw kindje om voeding vraagt en kunt u daar goed op inspelen. Ook uw partner betrekken we bij de zorg. Juist de steun die u als moeder van uw partner en uw naaste omgeving krijgt, is belangrijk voor het slagen van de borstvoeding.

Ligt uw baby om medische redenen niet bij u op de kamer, dan toch streven we ernaar dat jullie toch zo veel mogelijk bij elkaar kunnen zijn op de kinderafdeling of afdeling Neonatologie. Soms kunt u na uw eigen ontslag inroomen (op de kamer blijven slapen) bij uw kindje op de kinderafdeling. Ook bij een keizersnede streven we ernaar dat u als moeder en kind, al in de operatiekamer, zoveel mogelijk bij elkaar blijft.

Aanleggen

Na de geboorte drogen wij uw baby af, geven hem een mutsje op en leggen hem daarna direct bij u op de blote borst. Dit eerste uur van contact tussen moeder en kind wordt ook wel ‘sacred hour’ (heilig uurtje) genoemd. Het is een heel belangrijk moment voor optimale hechting en het starten met borstvoeding. Tijdens dit uur verrichten we dan ook liever geen medische handelingen. We laten jullie zoveel mogelijk alleen, zodat jullie samen in alle rust kunnen genieten van dit bijzondere moment. De zuigreflex van uw kindje is in het eerste uur erg sterk en door huid- op huidcontact wordt deze reflex en het hap- en zoekreflex gestimuleerd. Daarbij stimuleert dit ook de melkproductie en het samentrekken van de baarmoeder.
Sommige baby's drinken vanaf het eerste moment goed aan de borst; andere baby's hebben er tijd voor nodig. Baby’s hebben vaak de eerste 24 uur nodig om bij te komen van de geboorte. Het komt veel voor dat baby’s dan weinig belangstelling tonen voor de borstvoeding. Ondanks dat is het goed om uw kindje frequent de borst aan te bieden en huid-op-huid contact te hebben.

Elke moeder moet leren hoe je je baby het beste aan de borst laat drinken. De verpleegkundige of kraamverzorgende helpt u graag bij het aanleggen. Zij geven u adviezen en informatie. Een goede voedingshouding en het op de juiste manier aanleggen kan pijnlijke tepels en andere borstvoedingproblemen voorkomen. Een goed begin is meer dan het halve werk! U kunt uw kindje in verschillende houdingen aanleggen:

Zie afbeelding 1
Halfrechtop zittend/liggen: op deze manier worden de zoek- en drinkreflexen bij uw kindje optimaal gestimuleerd. U zit goed gesteund in de nek, met uw rug en armen naar achteren, zodat uw kindje met het buikje tegen u aanligt en u goed kan voelen.

Zie afbeelding 2
De bakerhouding/rugbyhouding: het lichaam van uw kindje wordt ondersteund door uw arm en uw arm wordt gesteund door een kussen, of u leunt meer naar achteren zodat u uw kindje draagt en niet hoeft te tillen, beentjes wijzen naar uw rug, uw hand steunt het hoofdje van uw kindje. Deze houding is vooral geschikt voor kleine baby’s. Ook is deze zeer geschikt om het aanleggen aan te leren.

Zie afbeelding 3
Liggend op de zij voeden: dit kan prettig zijn voor bijvoorbeeld nachtvoedingen, uw kindje ligt buik tegen buik, dicht tegen u aan (voor de zoek- en drinkreflexen) met het neusje tegenover de tepel.

Zie afbeelding 4
De Madonna-houding: Uw kindje ligt op uw onderarm, het hoofd hoeft niet met het nekje in de holte van uw elleboog te liggen, het is belangrijk dat het neusje bij de tepel start met het aanhappen. Als uw kindje heeft aangehapt en drinkt, kunt u uw andere arm ook gebruiken om te ondersteunen. U kunt eventueel een kussen gebruiken als steun.  

Afbeelding 1
Afbeelding 2

 

Afbeelding 3
Afbeelding 4

 


Voeden op verzoek

Om succesvol borstvoeding te geven, is het belangrijk dat u uw kindje (onbeperkt) op verzoek de borst geeft. Dit kan de eerste dagen acht tot twaalf keer zijn. Deze voedingen duren meestal niet zo lang (10 tot 20 minuten per keer), omdat de melkproductie nog op gang moet komen. Signalen dat een kindje genoeg heeft gedronken zijn: loslaten van de borst, sabbelen, onregelmatig zuigen en slikken, niet meer effectief zuigen: alleen maar korte haaltjes en de pauzes worden langer. Omdat uw kindje de eerste dagen een kleine hoeveelheid drinkt, heeft hij snel weer honger. Laat eerst één borst ‘leeg’ drinken en biedt vervolgens de andere borst aan.

Leefstijl – Tips en adviezen

Rust nemen

Het geven van borstvoeding vraagt veel energie. Voldoende rust nemen is dan ook belangrijk. Verdeel het kraambezoek goed en maak ook tijd vrij voor uzelf, de baby en uw partner.

Eten en drinken

U hoeft niets speciaals te eten of te drinken om borstvoeding te kunnen geven. Wel heeft u extra energie (calorieën), vitamines, mineralen en vocht nodig. Deze kunt u bij een gezond eetpatroon uit de normale dagelijkse voeding halen. Kijk voor goede richtlijnen op www.voedingscentrum.nl. Om voldoende vocht binnen te krijgen, raden wij u daarnaast aan tussen de 1,5 en 2 liter te drinken.

Belangrijke aandachtspunten tijdens de borstvoedingsperiode:

  • Dranken als koffie, cola en energiedrinks zijn minder geschikt. De cafeïne in deze drankjes kan uw kindje onrustig maken.
  • Drink geen alcohol. De schadelijke stoffen van alcohol komen in de moedermelk terecht.
  • Voor adviezen ten aanzien van inname van vitamines A, B & D en calcium, foliumzuur en ijzer verwijzen we u naar het Voedingscentrum.
  • Roken raden we u af. De schadelijke stoffen uit tabak, zoals nicotine komen via de borstvoeding bij uw kind terecht.
  • Medicatie: de meeste medicatie gaat samen met borstvoeding. Overleg met een lactatiekundige en met uw (huis)arts voor extra uitleg over uw medicijngebruik in combinatie met borstvoeding.

Verzorging van de borsten

U kunt uw borsten wassen met water en eventueel een milde zeep (geen anti-bacteriële zeep). De kleine kliertjes rondom de tepel scheiden tijdens de borstvoedingsperiode een vettige substantie af. Dit verzorgt en beschermt de tepel en de tepelhof. Wanneer de melkproductie op gang komt, is het verstandig om ter ondersteuning van de borsten een goed passende voedings-bh te dragen. Gedurende de borstvoedingsperiode is het, indien u lekkende borsten heeft, hygiënisch om zoogkompressen te gebruiken. Het is belangrijk deze regelmatig te vervangen. Vocht is namelijk een voedingsbron voor bacteriën en schimmels.

Tepelpijn en tepelkloven
Tepelpijn en tepelkloven hebben vaak een oorzaak, bijvoorbeeld: niet goed aanleggen, spruw of de baby heeft een kort tongriempje of lipbandje. We adviseren u om uw kraamverzorgende of verpleegkundige mee te laten kijken zodat zij u advies kan geven over het aanleggen of over de behandeling van de tepels bij pijn en/of kloven.

Tepelhoedje
Het gebruik van een tepelhoedje kan in sommige gevallen (tijdelijk) uitkomst bieden. Een tepelhoedje is een speciaal siliconen opzetstuk, met een verbrede basis, dat over de tepel wordt geplaatst.
Het gebruik van een tepelhoedje is niet zonder risico, daarom adviseren wij u alleen een tepelhoedje te gebruiken na advies van een kraamverzorgende, verpleegkundige of lactatiekundige. Zij kan u adviseren over de maat, het aanleggen en het gebruik van het tepelhoedje.

Baby

Plasluiers en ontlastingspatroon

Plasluiers
In de eerste dagen na de geboorte plast een baby die alleen colostrum krijgt één of twee luiers per dag. Als de melkproductie op dag drie of vier op gang komt, heeft de baby ongeveer 6 tot 8 natte luiers per 24 uur. Urine hoort helder en licht van kleur te zijn.

Ontlastingspatroon
De eerste ontlasting, meconium, is plakkerig en donkergroen tot zwart van kleur. Als de melkproductie op de derde of vierde dag op gang komt, verandert de ontlasting geleidelijk van kleur en samenstelling. Als colostrum is overgegaan in rijpe moedermelk wordt de ontlasting gewone borstvoedingspoep: smeuïg, soms waterig met vlokjes of klontjes en friszuur ruikend. Veel baby's produceren dagelijks meerdere keren ontlasting. Indien de ontlasting groen blijft, is het reden om een zorgverlener met u mee te laten kijken naar het voedingspatroon van uw kindje.

Na ongeveer 6 weken verandert het ontlastingspatroon bij veel borstgevoede baby’s naar stevigere ontlasting. De frequentie kan afnemen tot slechts één keer per week. Er zijn zelfs baby's die twee tot drie weken geen ontlasting hebben, zonder daar last van te hebben.

Gewicht

De meeste baby’s vallen na de geboorte af. Een verlies tot 7% van het geboortegewicht is normaal. De meeste baby’s zijn na 10 tot 14 dagen weer op hun geboortegewicht. In de eerste twee maanden groeit een baby gemiddeld tussen de 180 en 300 gram (of meer) per week.

Voldoende voeding?
Of uw kindje voldoende voeding heeft gehad, kunt u aan de volgende signalen herkennen:

  • Is uw kindje tevreden en alert na het wakker worden?
  • Is uw kindje tevreden na een voeding en slaapt hij weer rustig in?
  • Heeft uw kindje voldoende (zie eerdere omschrijving) natte luiers per dag?
  • Toename (na een aantal dagen) in gewicht is ook een aanwijzing om te zien of uw kindje genoeg krijgt, geleidelijk komt uw kindje op zijn eigen ‘groeilijn’ terecht.

Regeldagen

Uw kindje kan zogenaamde 'regeldagen' hebben. Hij zal zich vaker melden voor de voeding tijdens deze dagen, door meer melk te ‘vragen’ zal de melkproductie verhogen. Dit is een normale ontwikkeling van kindjes omdat ze de hoeveelheid voeding gaan afstemmen op hun groei. Dit gebeurt meestal rond de 10 tot 14 dagen, 6 weken en rond 3 maanden. Per keer kan het 2 à 3 dagen duren dat uw kindje wat ontregelt is. Uw kindje kan onrustig zijn en veel huilen. Het beste kunt u gewoon doorgaan met voeden op verzoek. Blijf er vooral kalm onder, het gaat weer over en voordat u het weet heeft uw kindje weer een nieuw ritme gevonden.

Vitamine K en D

Vitamine K

Alle pasgeborenen krijgen de dag van de geboorte eenmalig 1 milligram vitamine K toegediend, om daarmee bloedingen te voorkomen. Als u borstvoeding geeft is het advies om uw kindje vanaf de 8e dag na uw bevalling dagelijks 150 microgram vitamine K te geven.

Vitamine D

Vanaf 1 week krijgen alle kinderen die borstvoeding en flesvoeding krijgen 10 microgram vitamine D per dag gedurende de eerste 4 levensjaren.

Deze vitamine D en K druppels zijn verkrijgbaar bij de drogist en apotheek. Tijdens de ziekenhuisopname van uw kindje zal uw kindje de vitamines op de afdeling krijgen. Voor het gebruik en inname van Vitamine K en D adviseren we u de richtlijnen van het Voedingscentrum na te lezen.

Voedingssignalen en een slaperige baby

Door het herkennen van de voedingssignalen van uw kindje kunt u inspringen op de behoefte van uw kindje en tijdig aanleggen. Ook tijdens het slapen laat een kindje voedingssignalen zien waar u op kunt inspringen. Voedingssignalen zijn:

  • Uw baby is in lichte slaap.
  • Uw baby beweegt met de oogjes (gaat wakker worden).
  • Uw baby sabbelt op de handjes/likt aan de handjes.
  • Uw baby maakt zoekbewegingen.
  • Uw baby maakt smakgeluidjes/bewegingen met het mondje.
  • Uw baby likt met het tongetje.

Huilen is een laat voedingssignaal. Uw baby moet dan eerst weer gekalmeerd raken voordat hij aan de borst kan drinken. Wacht daarom niet te lang met aanleggen, omdat uw baby moe kan worden en weer in slaap kan vallen waardoor een voeding wordt gemist.

Een slaperige baby

Als u merkt dat uw kindje zich niet tijdig meldt, is het (vooral de eerste weken na de geboorte) verstandig uw kind toch om de 2 á 3 uur wakker te maken. Manieren om uw kind voor de voeding te interesseren:

  • Zorg voor een lichte ruimte, daglicht.
  • Kleed uw kind uit, pas huid- op huidcontact toe (zie afbeelding 1 eerder in deze folder over houdingen bij borstvoeding).
  • Verwissel de luier.
  • Pas babymassage toe.
  • ‘Loop’ met uw vingers over de rug langs de ruggengraat van uw kind.
  • Beïnvloed het evenwicht van uw kind, door het kind op schoot te laten zitten en beweeg het hoofdje en romp voor en achteruit.
  • Wissel regelmatig van borst, als uw kind de interesse in het zuigen verliest en/of pas borstcompressie toe.
  • Druppel iets moedermelk op de lipjes.

Darmkrampjes

Darmkrampjes komen vaak vooral de 12 weken voor. Ze ontstaan door de onrijpheid van de maag en darmpjes en de gewenning aan toename van hoeveelheid voeding. Darmkrampjes komen voor bij kinderen die borstvoeding krijgen en ook bij kinderen die flesvoeding krijgen. Er zijn verschillende oorzaken die darmkrampjes bij uw kind teweeg kunnen brengen. Vraag aan uw zorgverlener wat verlichtend kan werken voor uw kindje. 

Spruw

Spruw is een schimmelinfectie. Na gebruik van antibiotica, bij verminderde weerstand of bij tepelkloven is er een verhoogde kans op een schimmelinfectie. Veel moeders zijn draagster van deze schimmel, maar hebben hier geen last van.  Voor meer informatie over het ontstaan, de verschijnselen en de behandeling van spruw verwijzen we u naar de Isala-folder ‘Candidasis en Spruw bij borstvoeding’.

Bijvoeden

Bijvoeding is alles wat een baby drinkt, naast de borstvoeding. Soms is bijvoeding nodig, bijvoorbeeld omdat uw kindje te veel is afgevallen. Een verloskundige, kinderarts, huisarts of lactatiekundige beoordeelt of er reden is voor bijvoeding en overlegt met u de juiste aanpak.

Bijvoedmethoden
Als uw kindje in de eerste dagen na de geboorte bijvoeding nodig heeft, pakken we dit in Isala op de volgende manieren aan:

  • Colostrum (eventueel met de hand afgekolfd) kan op een lepeltje of met een 1 – 2 cc spuitje in druppeltjes gegeven worden aan de baby.
  • Een borstvoedingshulpset voor bijvoeden aan de borst met een sonde langs de tepel. De verpleegkundige of kraamverzorgende kan u meer uitleg geven over deze manier van bijvoeden. Deze methode heeft de voorkeur boven bijvoeden met een fles.
  • Therapeutisch flesvoeden. De fles wordt aangeboden op een manier die lijkt op het drinken aan de borst. In Isala gebruiken we hiervoor speciale fles-spenen. U kunt ook uw eigen borstvoedingsfles meebrengen, zolang de flow (stroom van de melk) laag is. Uw verpleegkundige en/of kraamverzorgende kan u helpen om deze u begeleiden bij het eigen maken van deze techniek.

Bijvoeden = Kolven
Als uw kindje bijvoeding nodig heeft, krijgt u het advies om ook te gaan starten met kolven. Het beste is als de bijvoeding kan bestaan uit moedermelk. Op de afdeling waar u en/of uw kindje ligt opgenomen zijn kolven beschikbaar en kan een kraamverzorgende of verpleegkundige u begeleiden bij het juiste gebruik. Bij eventuele problemen bij de borstvoeding en het kolven kunt u ook advies vragen van een lactatiekundige.
Meer informatie over kolven en het bewaren van de moedermelk vindt u in de Isala-folder ‘Afkolven en bewaren van moedermelk’.

Huren van een kolfapparaat
Na uw ontslag uit het ziekenhuis zijn er verschillende mogelijkheden om een kolf te huren. De verpleegkundige of kraamverzorgende geeft u hierover informatie als u met ontslag gaat.

Uiteraard kunt u ook een eigen kolf kopen of huren in uw eigen regio. Voor meer informatie over verschillende kolven kunt u op de site www.borstkolven.net kijken.

Borstvoeding in bijzondere situaties

Extra steun en hulp

Soms zijn er situaties waarbij u als moeder extra steun en hulp nodig heeft bij het geven van borstvoeding. Daarom is ons advies: Wacht niet te lang met het vragen om advies of ondersteuning!
Als voor de bevalling al duidelijk is dat er problemen kunnen ontstaan bij de borstvoeding kunt u al in de zwangerschap een adviesgesprek met een lactatiekundige hebben. In Isala kan dat via het lactatiekundig spreekuur, mits u onder controle bent bij een gynaecoloog. Vraag ook gerust om hulp en advies van uw kraamverzorgende en/ of (wijk)verpleegkundige. 

Lactatiekundigen

De verpleegkundigen en kraamverzorgenden in Isala zijn geschoold voor de begeleiding bij borstvoeding. Mochten er problemen zijn, dan kunnen zij een lactatiekundige inschakelen voor meer adviezen voor u en uw kindje. Ook kunt u op elk moment zelf vragen om extra informatie of een consult van de lactatiekundige.

We geven u in het kort wat informatie over een aantal specifieke situaties en het geven van borstvoeding.

Borstvoeding na een keizersnede

De melkproductie komt ook na een keizersnede gewoon op gang. Zorg voor een goede houding en steun in verband met wondpijn. Halfzittend of liggend voeden kan de eerste dagen prettig zijn. Na een keizersnee is het belangrijk om frequent (minimaal 8x in 24 uur) te voeden.

Borstvoeding bij een tweeling of meerling

Het geven van borstvoeding aan een tweeling of meerling is heel goed mogelijk. Het systeem van vraag en aanbod zorgt in principe voor voldoende melkproductie. In de eerste dagen is het van belang dat u zo vaak mogelijk kan voeden op verzoek of (aanvullend) dubbelzijdig kolven met een apparaat of kolven met de hand voor meer resultaat. Voor meer informatie hierover adviseren wij u de folder ‘Afkolven en bewaren van moedermelk’ te lezen'.

Borstvoeding en een te vroeggeboren baby

Lees de volgende folders: ‘Borstvoeding bij een premature of zieke baby’ en ‘Afkolven en bewaren van moedermelk’. 

Borstvoeding bij een baby met een lip-, kaak- en/of gehemeltespleet

Wanneer uw kindje geboren wordt met een lip-, kaak- en/of gehemeltespleet is borstvoeding geven in bepaalde situaties wel mogelijk. Voor specifieke informatie hierover verwijzen wij u naar de lactatiekundige in Isala of bij u in de buurt. Daarnaast kunt u contact opnemen met het Schisisteam in Isala en/of de Schisisvereniging. 

Borstvoeding na een borstoperatie

Borstvoeding na een borstoperatie is vaak mogelijk. Er zijn wel een aantal factoren waarmee rekening gehouden moet worden. Indien mogelijk kunt u de arts die de operatie heeft gedaan vragen naar de techniek van opereren. Hoe meer bekend is over de ingreep, des te beter kunnen wij u adviseren over het wel of niet slagen van de borstvoeding. We adviseren u om al voor de bevalling hierover advies in te winnen bij een lactatiekundige.

Borstvoeding en een baan

Op de website van het Voedingscentrum, onder het kopje ‘Weer aan het werk’, kunt u lezen waar u recht op heeft ten aanzien van het geven van borstvoeding wanneer u weer aan het werk gaat. Bespreek dit op tijd met uw werkgever, mogelijk al voor uw verlof. We adviseren u om uw kindje rond de vier weken voor het eerst de fles te geven en dagelijks een beetje gekolfde moedermelk aan te bieden via de fles. Zo blijft uw baby de fles accepteren als u gaat werken.

Afbouwen borstvoeding

Indien u niet wilt of kan kolven op uw werk, dan kunt u wel doorgaan met een deel van de borstvoedingen. De voedingen die in uw werktijd vallen, worden dan kunstvoedingen. Het risico van vermindering van melkproductie is aanwezig, als er acht tot tien uur overdag tussen de borstvoedingen zit. De moeder kan dit risico verkleinen met goede zelfzorg, rust en vooral door thuis vaker te voeden. Eventueel ’s nachts en naast flesvoeding, de borst (frequent) aanbieden op verzoek. Maar ook door geleidelijk af te bouwen en lange werkdagen te spreiden over de week. U kunt ook van uw recht op 25% werktijd voor borstvoeding/kolven gebruik maken en later beginnen met werken en eerder naar huis gaan om te voeden.

Bij het afbouwen is het belangrijk dat zowel u als uw kindje zich zo prettig mogelijk voelen. Er is niet één manier waarop het mogelijk is; je kunt je eigen gevoel volgen. Je kunt bijvoorbeeld een voeding die altijd prettig verloopt, pas als laatste afbouwen. Voor de een zal dat de eerste voeding ’s ochtends zijn, voor een ander de laatste avondvoeding. Voorbeelden en verdere adviezen van afbouwschema’s kunt u vinden op de websites van de verschillende borstvoedingsverenigingen.

Anticonceptie

Zie www.anticonceptie.nl of bespreek het met uw verloskundige, gynaecoloog, huisarts of lactatiekundige.

Meer weten?

Wilt u nog meer informatie over borstvoeding? Online is veel informatie te vinden. Bijvoorbeeld via:

Borstvoedingsorganisatie La Leche League
Postbus 212
4300 AE Zierikzee
(0111) 41 31 89
www.lalecheleague.nl

Vereniging Borstvoeding Natuurlijk
Postbus 119
3960 BC Wijk bij Duurstede
(0343) 57 66 26
www.borstvoedingnatuurlijk.nl

U kunt ook contact opnemen met een lactatiekundige bij u in de buurt:

Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen
Postbus 1444
1300 BK Almere
(0900) 522 82 84 of (0900)-lactatie
www.nvlborstvoeding.nl

Op internet kunt u informatie over borstvoeding en de bovengenoemde organisaties vinden op www.borstvoeding.nl.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, stel ze gerust aan de verpleegkundige of kraamverzorgende die voor u zorgt.

Lactatiekundigen
(038) 424 74 10
lactatiekundige@isala.nl 


2 augustus 2017 7083 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht