ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Radiumtherapie

Inleiding

Radium-223 (Xofigo) is een stof die is ontwikkeld om gebieden te behandelen waar uitzaaiingen het bot aantasten. Het radium wordt voor het grootste deel in de botten opgenomen, het meest op de plaatsen waar de uitzaaiingen zitten. Hierdoor kan de groei van de uitzaaiingen worden geremd en kan soms de pijn ook afnemen.
Uw persoonlijke situatie kan anders zijn dan beschreven in deze folder. Het team van zorgverleners dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw eigen situatie. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.

Doel van de behandeling

U bent door uw hoofdbehandelaar (uroloog of oncoloog) verwezen naar Nucleaire geneeskunde voor een behandeling met radium. Deze behandeling vindt plaats bij patiënten met prostaatkanker, als hormonale therapie niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd. De behandeling is gericht op uitzaaiingen in de botten; deze heten ook wel botmetastasen, botuitzaaiingen of skeletmetastasen.

Een behandeling met radium heeft geen effect op uitzaaiingen buiten de botten. De behandeling duurt zes maanden en er kunnen bijwerkingen optreden. Daarom wordt deze behandeling alleen gegeven aan patiënten met voldoende conditie.

Werking van radium

Botuitzaaiingen nemen radioactief radium op. Hierdoor worden deze uitzaaiingen lokaal bestraald. Het doel van deze bestraling is het vernietigen van tumorcellen. Hierdoor nemen de uitzaaiingen af in grootte en de ziekte wordt geremd.


De belangrijkste reden om te kiezen voor radium is dat patiënten die deze behandeling krijgen gemiddeld een aantal maanden langer leven dan patiënten die deze behandeling niet krijgen. De behandeling met radium vermindert ook de kans op ernstige schade aan de botten als gevolg van de uitzaaiingen, zoals botbreuken. Veel patiënten geven aan dat hun kwaliteit van leven verbetert door de radiumbehandeling. Bij een deel van de patiënten kan pijn in de botten na enkele dagen tot weken verminderen of zelfs helemaal verdwijnen. De behandeling met radium kan u niet genezen.

Voorbespreking

Voordat wij de behandeling inplannen, heeft u een gesprek met de nucleair geneeskundige of een physician assistant. U neemt samen kort de behandeling door.

Het is belangrijk dat uw lichaam is hersteld van eerdere zware behandelingen die invloed kunnen hebben op de botten en het beenmerg. U mag daarom in de zes weken voorafgaand aan een radiumbehandeling geen chemotherapie of uitgebreide bestraling op een groot deel van uw lichaam gehad hebben. Het is daarom belangrijk dat u bij het intakegesprek meldt of u de afgelopen twee maanden chemotherapie, radiotherapie of een andere behandeling met radioactieve stoffen heeft gehad. Een gerichte bestraling op één of enkele pijnlijke botten voorafgaand aan de radiumbehandeling is geen bezwaar.

Om de kans op bijwerkingen te verminderen zal de nucleair geneeskundige vragen naar andere ziekten, behandelingen of klachten die u heeft, of in het verleden heeft gehad. Het is belangrijk dat u meldt of u last heeft van moeizame of vertraagde stoelgang, omdat het radium via de ontlasting het lichaam weer verlaat.

De meeste medicijnen kunt u tijdens de radiumbehandeling gewoon blijven gebruiken. Maar sommige geneesmiddelen die invloed hebben op de botten mag u tijdelijk niet gebruiken.

Onderstaande medicijnen hebben mogelijk invloed op de botten. Overleg met uw behandelend arts of deze voorafgaand aan een behandeling met radium tijdelijk gestopt moeten worden:

  • Namidroninezuur (APD) via een infuus
  • Zoledroninezuur (Zometa) via een infuus
  • Didrokit tabletten
  • Fosamax tabletten
  • Denosumab tabletten
  • Vitamine D tabletten
  • Cacium tabletten
  • Fosfaat tabletten

Het is belangrijk dat u al uw medicijnen of een lijst daarvan meeneemt naar iedere afspraak.

Voorbereiding op de behandeling

Ongeveer een week voorafgaand aan iedere toediening van radium wordt ter controle bloed geprikt. De bloedwaarden geven de doorslag of de geplande behandeling doorgaat.

Voor de radiumbehandeling is geen speciale voorbereiding nodig. U hoeft niet nuchter te zijn op de dag van de behandeling, u mag normaal eten en drinken. De nucleair geneeskundige heeft met u besproken of u met bepaalde medicijnen moet stoppen. Direct na de toediening van radium mag u weer naar huis. U kunt daarna uw dag normaal voortzetten. De behandeling heeft geen invloed op de rijvaardigheid.

Melden in het ziekenhuis

Voor elke afspraak in Isala meldt u zich met uw identiteitsbewijs (ID, paspoort of rijbewijs) aan bij een digitale aanmeldzuil. Als u de stappen van aanmelden heeft doorlopen, verschijnt op het scherm/ticket hoe laat wij u op onze afdeling verwachten. Vervolgens gaat u naar de afdeling Nucleaire geneeskunde. Daar aangekomen meldt u zich bij de balie en kunt u in de wachtruimte plaatsnemen.

Behandeling

Het behandeltraject bestaat uit zes injecties, met tussen de behandelingen een periode van vier weken.

Wij verwachten u op het afgesproken tijdstip voor een injectie op de afdeling Nucleaire geneeskunde. U krijgt een infuus in een bloedvat in de arm. Via dit infuus krijgt u het radium toegediend, dit duurt slechts enkele minuten. Na de behandeling wordt het infuus uit uw arm verwijderd. De afspraak duurt in totaal ongeveer 20 minuten.

Wij bestellen speciaal voor u de radioactieve stof een week voor uw komst. Deze bestelling kunnen wij niet meer annuleren. Het radium is kostbaar en helaas maar kort houdbaar. Daarom is het belangrijk dat u op tijd contact opneemt met de afdeling Nucleaire geneeskunde, als u verhinderd bent.

Bijwerkingen

De behandeling met radium heeft meestal weinig bijwerkingen. Er zijn geen allergische reacties op de toediening van radium te verwachten. Soms treden na het toedienen van radium wel tijdelijke bijwerkingen op. U kunt zich ziek en misselijk voelen, diarree krijgen, braken, en zwelling krijgen van de benen, enkels en voeten. Deze bijwerkingen trekken meestal snel weg.

Als gevolg van de behandeling kan er een (tijdelijke) afname van het aantal rode bloedcellen, witte bloedcellen en/of bloedplaatjes plaatsvinden. Deze vermindering van de functie van het beenmerg kan gepaard gaan met verhoogde gevoeligheid voor infecties of bloedingen. Wanneer deze bloedwaarden te laag zijn voorafgaande aan een radiumbehandeling, stelt de arts de behandeling uit of stopt hij de behandeling. Als u na een behandeling met radium last krijgt van koorts, infectie of bloedingen, moet u contact opnemen met uw hoofdbehandelaar.

Soms wordt het bot door de behandeling gedurende enkele dagen geprikkeld op de plek van de uitzaaiingen. Dit kan tijdelijk pijnlijk aanvoelen. Deze pijn voelt u vooral in de eerste dagen na toediening en gaat meestal binnen enkele dagen weer over. Ook mensen die eerder geen pijn hadden kunnen tijdelijk toch enige pijn ervaren. Als het nodig is kunt u in deze periode extra pijnstillers gebruiken. Uw hoofdbehandelaar kan u hierbij adviseren.

Een zeer zeldzame bijwerking is afgestorven weefsel in het kaakbot (osteonecrose). Dit gaat gepaard met symptomen zoals pijn, zwelling of gevoelloosheid van de kaak, een zwaar gevoel in de kaak of los zitten van tanden of kiezen. Neem bij deze klachten contact op met uw arts.

Belangrijke bijwerkingen waarvoor u contact moet opnemen met uw behandelend arts:

  • Als u een ongewone bloeduitstorting ziet
  • Als u meer bloedt dan normaal na een verwonding
  • Als u koorts heeft boven de 38 graden
  • Bij ernstige toename van pijn in de botten
  • Loszitten van tanden, pijn, zwelling of gevoelloosheid van de kaak

Straling en leefregels

De botuitzaaiingen nemen een groot deel van het toegediende radium op. Het radium zendt straling uit die wel de uitzaaiingen behandelt, maar die niet of nauwelijks buiten uw lichaam komt. Deze straling bereikt mensen om u heen niet. U hoeft geen afstand te houden, ook niet van jonge kinderen of zwangere vrouwen.

Leefregels

In de eerste week na toediening van radium bevindt zich wel een deel van de radioactieve stof in uw bloed en ontlasting, en een zeer klein deel in de urine. Andere mensen zouden hiermee wel in aanraking kunnen komen. Daarom krijgt u een aantal leefregels mee voor hygiëne en veiligheid. Deze regels zijn erop gericht andere personen (zoals verzorgers of huisgenoten) niet met de radioactiviteit in contact te laten komen.

Toiletgebruik

Het deel van de radioactieve stof dat de uitzaaiingen niet opnemen, verlaat het lichaam vooral via de ontlasting. Omdat een klein gedeelte het lichaam ook verlaat via de urine, is het belangrijk om zittend te plassen om besmetting van de toiletruimte te voorkomen. Spoel het toilet tweemaal door na elk gebruik en was meteen daarna heel goed uw handen.

Opruimen van besmettingen

Wanneer u morst met lichaamsvloeistoffen zoals ontlasting, urine, bloed, wondvocht of braaksel moet dit volledig en direct worden opgeruimd. Gebruik hierbij plastic handschoenen. Doe alle gebruikte materialen in een plastic zak; deze zak mag u via het gewone huisvuil weggooien. Daarna moet u, of de persoon die u helpt, heel goed de handen wassen. Als de besmetting op uw kleding terecht is gekomen, was deze kleding dan het liefst meteen apart in een wasmachine. Ook het ondergoed en beddengoed dat u tijdens de eerste week na injectie heeft gebruikt moet u apart in een wasmachine wassen.
U kunt het normale wasprogramma gebruiken. Als u last heeft van diarree of licht urineverlies, gebruik dan incontinentiemateriaal (luierbroekjes) tijdens de eerste week na elke injectie met radium om besmetting van uw kleding en huis met radioactiviteit te voorkomen.

Incontinentie en stoma

Als u ernstig incontinent bent voor urine of ontlasting, wilt u dan van tevoren met ons contact opnemen? Als u al een katheter heeft, adviseren wij u dagelijks uw katheter(zak) te vervangen. Gebruik hierbij wegwerphandschoenen.
Als u een stoma heeft, moet u gedurende zeven dagen na de behandeling het stomazakje met handschoenen vastpakken. Gooi het stomazakje en alle gebruikte materialen direct weg bij het gewone afval.

Seksualiteit

Gedurende de behandelperiode met radium mag u gewoon seksuele contacten hebben. Vanwege het mogelijke effect van de straling op het sperma moet u in het eerste halfjaar na de behandeling wel voorkomen dat u een zwangerschap veroorzaakt; het is dus belangrijk om tot minimaal zes maanden na het stoppen van de behandeling een betrouwbare manier van anticonceptie te gebruiken.

Werkhervatting

In principe mag u na een behandeling met radium meteen weer werken. Wanneer u weer kunt werken hangt in de praktijk af van het optreden van bijwerkingen, van uw algemene conditie, en van het soort werk dat u doet. Het is zinvol om met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u weer aan het werk kunt.

Andere medische zorg

In de eerste week na iedere behandeling met radium moeten medewerkers in de zorg weten dat u een behandeling met een radioactieve stof hebt gehad. Meldt u het dus aan de medewerkers als er een andere behandeling, ander onderzoek of een bloedafname plaats gaat vinden. Zij kunnen dan contact opnemen met de afdeling Nucleaire geneeskunde.

Na het afsluiten van de therapie

Nadat u de zes behandelingen met radium heeft gekregen, sluit de nucleair geneeskundige de controles af en begeleidt uw behandelend uroloog of medisch oncoloog u verder.

Contact

Mocht u na het lezen van deze folder nog vragen hebben dan kunt u die gerust stellen als u op de afdeling komt of bellen naar de afdeling Nucleaire geneeskunde, telefoonnummer (038) 424 52 38. Wij zijn bereikbaar op werkdagen van 8.00 tot 17.00 uur.


10 november 2015 7145 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht