ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Verdoving (anesthesie) bij borstkanker of DCIS

Uitleg en voorbereiding

​​Hier leest u alles over de verschillende vormen van verdoving en pijnbestrijding tijdens en na een operatie.

Voorbereiding op uw operatie

Binnenkort ondergaat u een operatie. Uw behandelend specialist heeft u daarover geïnformeerd. Bij de operatie is een vorm van anesthesie (verdoving) nodig. De anesthesioloog is de arts die gespecialiseerd is in het toedienen van anesthesie. Tijdens de operatie is hij verantwoordelijk voor het goed en veilig verlopen van de anesthesie en voor de overige zorg rondom de operatie.

Preoperatief onderzoek

Met uw behandelend arts heeft u besproken dat u een operatieve ingreep zult ondergaan. Als voorbereiding op de operatie, vindt er een preoperatief onderzoek plaats. De secretaresse van uw behandelend arts bespreekt met u hoe de afspraak op de polikliniek Preoperatief onderzoek gemaakt kan worden. Het kan zijn dat u al op het preoperatief spreekuur bent geweest op het moment dat u deze brochure leest. In dat geval kunt u de informatie over het preoperatief onderzoek overslaan.

Afspraak voor preoperatief onderzoek

Wanneer u voor het preoperatief onderzoek komt, is het belangrijk dat u het volgende meeneemt:
een geldig identiteitsbewijs (die is nodig om u aan te melden via de aanmeldzuilen) een actuele verstrekkingslijst van alle medicijnen die u gebruikt. Heeft u deze niet, neem dan de originele verpakkingen mee van uw medicijnen en een volledig ingevulde preoperatieve vragenlijst (ook de achterkant).
Het kan voorkomen dat u op het afgesproken tijdstip bent verhinderd. Wij vragen u met nadruk om in dat geval zo spoedig mogelijk af te bellen. In uw plaats kunnen we dan een andere patiënt helpen.

Tijdens het preoperatief onderzoek heeft u een gesprek met de anesthesioloog en een gesprek met een verpleegkundige.

Gesprek met anesthesioloog

Anesthesie is meer dan alleen verdoven of in slaap brengen. Als u geopereerd wordt, heeft dit invloed op belangrijke lichaamsfuncties zoals uw bloedsomloop en ademhaling. De anesthesioloog controleert met behulp van apparatuur deze functies en behandelt zo nodig de verstoringen. Zo zorgt hij ervoor dat u de ingreep veilig doorstaat.

Het is dan ook van groot belang dat hij uitgebreid op de hoogte is van uw gezondheidstoestand, zodat eventueel extra maatregelen voor of tijdens uw ingreep kunnen worden getroffen. Om deze reden zal hij u tijdens het preoperatieve onderzoek onder andere vragen of u al eerder bent geopereerd en of u medicijnen gebruikt. Ook onderzoekt hij uw hart en longen. Soms zijn aanvullende onderzoeken noodzakelijk voordat u de operatie kunt ondergaan. De anesthesioloog zal dat met u bespreken.

Wanneer u zich zorgen maakt of vragen heeft over de anesthesie, kunt u dat in dit gesprek aangeven. De anesthesioloog kan u misschien geruststellen en antwoord geven op uw vragen. Overigens kan de anesthesioloog die u tijdens de operatie begeleidt, een ander zijn dan degene die het preoperatief onderzoek bij u uitvoert. Maar alle benodigde gegevens voor de anesthesie tijdens de operatie zijn op de operatiekamer aanwezig. De dienstdoende anesthesioloog is dus altijd op de hoogte van uw gegevens.

Als u bloedverdunners gebruikt, is het belangrijk dat u dit meldt tijdens uw gesprek met de anesthesioloog. Als u medicijnen gebruikt waarvoor u onder controle bent bij de trombosedienst moet u, zodra de operatiedatum bekend is, de trombosedienst van Isala bellen om hen te melden dat u een ingreep zult ondergaan. Het telefoonnummer van de trombosedienst is (038) 424 25 21.

Gesprek met de verpleegkundige

De verpleegkundige bespreekt met u welke afspraken zijn gemaakt over de voorbereiding op de operatie en over de nazorg. Tijdens het gesprek neemt ze een aantal vragen met u door die van belang zijn voor de verpleegafdeling. Ook inventariseert ze uw thuissituatie en de te verwachten nazorg. Daarnaast informeert ze u over eventuele hulpmiddelen en bij welke instantie u die kunt regelen.

Uw voorbereiding

Om de anesthesie zo goed en zo veilig mogelijk te laten verlopen is uw voorbereiding erg belangrijk. Hieronder staan de belangrijkste adviezen en afspraken op een rij.

Nuchter voor de operatie

Om ernstige complicaties zoals longontsteking te voorkomen, moet u voor de operatie nuchter zijn. Dit geldt voor zowel kinderen als volwassenen die geopereerd worden. Ouders en begeleiders vragen wij uitdrukkelijk hierop attent te zijn.

Bent u niet nuchter, dan kan de operatie niet doorgaan en wordt deze uitgesteld. De afdeling kan uw operatie in rekening brengen.

Let op

Voor een operatie moet u nuchter zijn om ernstige complicaties te voorkomen.
Dit houdt in:

  • Vanaf zes uur voor de opname in het ziekenhuis niets meer eten.
  • Tot twee uur vóór de opname alleen heldere vloeibare dranken gebruiken (thee, water of appelsap).
  • Vanaf twee uur voor de opname in het ziekenhuis niets meer drinken.

Voorbeeld

U wordt om 15.00 uur verwacht in het ziekenhuis. Dit wordt ook wel de opnametijd genoemd. U mag dan vanaf 09.00 uur niets meer eten. Vanaf 13.00 uur mag u niets meer drinken.

Zes uur niet eten
Als u opgenomen wordt op de dag van de operatie mag u vanaf zes uur voor de opname in het ziekenhuis niets meer eten. Het is van groot belang dat uw maag tijdens de operatie leeg is, anders bestaat de kans dat er maaginhoud in uw longen terechtkomt. Dit kan een ernstige longontsteking veroorzaken.
Als u een dag vóór de operatie opgenomen wordt, hoeft u bij opname nog niet nuchter te zijn. U krijgt verdere instructies op de afdeling.

Twee uur niet drinken

Tot twee uur vóór de opname mag u nog heldere vloeibare dranken gebruiken (thee, water, appelsap), tenzij de anesthesioloog dit anders met u heeft afgesproken.
Als u al vóór de dag van de operatie wordt opgenomen, krijgt u deze instructies op de afdeling.

Let op

Wanneer bij u een schildwachtklierprocedure plaatsvindt geldt het volgende:

  • Vindt de scan op dezelfde dag plaats als de operatie, dan mag u tot twee uur voor het tijdstip van de scan (op de afdeling nucleaire geneeskunde) nog heldere vloeibare dranken drinken en tot zes uur voor de scan nog eten.
  • Vindt de scan op de dag voorafgaand aan de operatie plaats, dan hoeft u niet nuchter te zijn voor de scan. Voor de operatie gelden de regels rondom nuchter zijn zoals beschreven in deze folder.

Medicijnen

U kunt uw medicijnen gewoon innemen zoals u gewend bent, tenzij de arts anders met u heeft afgesproken. Het gebruik van bloedverdunnende medicijnen moet meestal drie tot zeven dagen vóór de operatie worden gestaakt. De anesthesioloog geeft u hierover instructies.

Niet roken

Het is verstandig om in de uren voor de operatie niet te roken. De ademhalingswegen van rokers zijn vaak geïrriteerd en daardoor gevoeliger voor ontstekingen. Bovendien kan hoesten na de operatie erg pijnlijk zijn. Ook heeft roken een negatieve invloed op de wondgenezing.

Cosmetica

U wordt met nadruk verzocht om op de dag van de operatie geen bodycrème, make-up of nagellak te gebruiken. Draagt u kunstnagels? Verwijder dan de kunstnagel van uw linkerwijsvinger. Wordt u aan uw linkerarm geopereerd, verwijder dan de kunstnagel van uw rechterwijsvinger.

Sieraden en hulpmiddelen

Vlak voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u een operatiehemd aan. Draagt u sieraden of piercings zoals een horloge, ringen of oorbellen, dan vragen wij u deze af/uit te doen. U kunt deze het beste thuislaten of in overleg met de verpleegkundige op een veilige plek bewaren. Draagt u een bril of gebitsprotheses, laat deze dan ook achter op de verpleegafdeling. Een gehoorapparaat hoeft niet altijd verwijderd te worden.

Onze voorbereiding

Op de dag dat u zich meldt voor opname, krijgt u een vragenlijst. Vult u op deze lijst in of er sinds het preoperatief onderzoek (het gesprek met de anesthesioloog) veranderingen zijn opgetreden in uw gezondheidstoestand en/of medicijngebruik. Wanneer het van belang is, zal de anesthesioloog voor de operatie nog contact met u opnemen of langskomen.

Vóór de operatie zal de verpleegkundige eventueel nog enkele voorbereidende handelingen verrichten. Zo kan het zijn dat uw darmen leeg moeten zijn: u krijgt dan laxeermiddelen toegediend. Soms krijgt u van de verpleegkundige een tabletje en/of injectie om u voor te bereiden op de anesthesie; dit heet premedicatie. Hiervan kunt u slaperig worden. U krijgt vóór de operatie pijnstillende medicijnen. Deze kunnen tijdens de operatie inwerken, zodat u na de operatie minder pijn heeft. 

Naar de operatiekamer

De verpleegkundige brengt u liggend in bed naar de operatiekamer. Daar ziet u de anesthesioloog en de anesthesiemedewerker. U wordt aangesloten op de bewakingsapparatuur. U krijgt plakkers op de borst om uw hartslag te meten en een klemmetje op de vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed te controleren. De bloeddruk wordt via uw arm gemeten. Ook krijgt u in uw arm een infuus, zodat de anesthesioloog u tijdens de operatie zo nodig medicijnen kan toedienen.

Anesthesie tijdens de operatie

Er zijn verschillende vormen van anesthesie. Uw operatie zal plaatsvinden onder algehele anesthesie (narcose). Bij operaties onder narcose spuit de anesthesioloog via het infuus de anesthesiemiddelen in. Deze middelen werken zeer snel. U wordt volledig verdoofd en valt tijdelijk in een diepe slaap (narcose).

Bij algehele anesthesie wordt uw hele lichaam verdoofd. Doordat u tijdelijk buiten bewustzijn bent, merkt u niets van de operatie en zult u zich ook na afloop niets van de operatie herinneren. Tijdens de anesthesie zorgen de anesthesioloog en de anesthesieassistent voor de controle van uw ademhaling, hartslag en bloedsomloop. Omdat door de anesthesie de ademhaling vertraagt, wordt deze lichaamsfunctie bewaakt en eventueel overgenomen door middel van beademing.

Voor en tijdens de operatie

In de voorbereidingsruimte (holding) van de operatieafdeling wordt u op de bewakingsapparatuur aangesloten. Verder wordt een infuus in uw arm ingebracht, waardoor u vocht krijgt toegediend. Op de operatiekamer spuit de anesthesioloog via het infuus de narcosemiddelen in. U valt daarna binnen een halve minuut in een diepe slaap.

Voordat de operatie begint, plaatst de anesthesioloog een kunststof buis in uw keel voor de beademing. U merkt van het inbrengen van de buis niets want u bent dan al onder narcose.

Tijdens de operatie houdt de anesthesioloog of diens assistent u nauwlettend in de gaten. De anesthesioloog bewaakt en bestuurt tijdens de operatie de functies van uw lichaam. De bewakingsapparatuur stelt precies vast hoe uw lichaam op de operatie reageert. De anesthesioloog kan zo nodig uw ademhaling en bloedsomloop bijsturen. Ook dient hij medicijnen toe om de narcose te sturen of op peil te houden.

Na de operatie

Na de operatie brengen de anesthesioloog en de anesthesiemedewerker u naar de uitslaapkamer (recovery of verkoeverkamer). Dat is een aparte ruimte vlakbij de operatiekamer. Hier liggen patiënten die net zijn geopereerd en bijkomen van de anesthesie. Gespecialiseerde verpleegkundigen houden voortdurend uw toestand in de gaten, zorgen voor alles wat u nodig heeft en dienen eventueel voorgeschreven medicijnen toe. Het infuus blijft nog enige tijd zitten, afhankelijk van de operatie en uw toestand. Door het infuus kunnen vocht en medicijnen worden toegediend. De arm met het infuus mag u gewoon bewegen.

Het is niet toegestaan bezoek te ontvangen op de uitslaapkamer. Er zijn echter uitzonderingen. De recoveryverpleegkundige bepaalt of bezoek al dan niet mogelijk is.
Het kan zijn dat u op de recovery een slangetje in de neus heeft. Dit is voor het toedienen van extra zuurstof of om de maag leeg te houden. Een eventueel slangetje naar de blaas (katheter) zorgt ervoor dat de urine makkelijk wegvloeit. Het ziet er allemaal wat ongewoon uit, maar het zal uw herstel aanzienlijk bevorderen.

U wordt opgehaald door een verpleegkundige van uw verpleegafdeling zodra:

  • de narcose voldoende is uitgewerkt
  • uw bloeddruk en ademhaling stabiel zijn
  • pijn en/of misselijkheid onder controle zijn.

Na het ontwaken, kunt u last hebben van spierpijn, keelpijn en pijnlijke gewrichten. Dit komt doordat u tijdens de gehele operatie steeds in dezelfde houding heeft gelegen. Ook kunt u zich misselijk voelen. Deze klachten zijn tijdelijk en gaan vanzelf weer over. Bedenk dat uw lichaam zich aan het herstellen is van een ongewone situatie. De gebruikte anesthesiemiddelen zijn binnen een dag uitgewerkt. Uw lichaam zal echter nog enkele dagen tot weken nodig hebben om volledig te herstellen.

Intensive care

Het kan gebeuren dat u na de operatie nog enige tijd op een speciale bewakingsafdeling moet blijven omdat u intensieve zorg (intensive care) nodig heeft. Over het algemeen weet uw behandelend arts dit al vóór de operatie. Hij zal dit dan van tevoren met u bespreken.

Pijn

Bij het ontwaken uit de narcose kunt u pijn hebben aan de operatiewond. Onder het kopje Pijnbestrijding en pijnregistratie leest u hoe de verpleegkundigen met uw eventuele pijnklachten omgaan.

Bijwerkingen van narcose
Als u onder algehele anesthesie bent geopereerd, kunt u zich kort na de operatie nog slaperig voelen en af en toe wegdommelen. Dat is heel normaal. Ook kunt u misselijk zijn en moet u misschien overgeven. Helaas is misselijkheid na een ingreep niet altijd te voorkomen. Eventueel kunt u de verpleegkundige vragen om een pijnstiller of een middel tegen misselijkheid.

Het buisje dat tijdens de operatie in uw keel zat, kan door irritatie keelpijn geven. Die keelpijn verdwijnt vanzelf binnen een aantal dagen.

Veel mensen hebben dorst na een operatie. Als u mag drinken, doet u dit dan voorzichtig. Mag u niet drinken, dan kan de verpleegkundige uw mond nat maken om de ergste dorst weg te nemen.

Complicaties van de anesthesie

Anesthesie is tegenwoordig zeer veilig. Dit komt door verbetering van de bewakingsapparatuur, het beschikbaar komen van moderne geneesmiddelen en goede opleidingen van anesthesiologen en anesthesiemedewerkers.

Ondanks alle zorgvuldigheid zijn complicaties niet altijd te voorkomen. Zo kunnen er allergische reacties op medicijnen optreden. Ook kan uw gebit beschadigd worden tijdens het inbrengen van het beademingsbuisje. En door een ongelukkige houding tijdens de operatie kan een zenuw in de arm of het been beklemd raken, waardoor tintelingen en krachtverlies ontstaan.

Het optreden van ernstige complicaties door anesthesie is vrijwel altijd te wijten aan een calamiteit of hangt samen met uw gezondheidstoestand voor de operatie. Vraagt u daarom aan uw anesthesioloog of de anesthesie in uw geval bijzondere risico’s met zich meebrengt.

Naar huis

Door de anesthesie kunt u tijdelijk minder snel reageren. Wanneer u op de operatiedag naar huis mag, dan moet u ervoor zorgen dat u de eerste 24 uur na ontslag uit het ziekenhuis niet alleen thuis bent. Ook mag u niet zelf naar huis rijden en moet iemand u begeleiden bij het naar huis gaan. Verder mag u die dag geen gevaarlijke machines bedienen en geen belangrijke beslissingen nemen.

Let op

Mocht u geen vervoer of opvang kunnen regelen op de operatiedag, dan moet u dit melden. U blijft dan een nacht in ons ziekenhuis. Zorg dat u voldoende pijnstillers in huis hebt zoals paracetamol, ibuprofen of diclofenac. Doe het thuis de eerste 24 uur na de operatie rustig aan. U kunt het beste licht verteerbare voedingsmiddelen eten en drinken. Houdt u zich verder goed aan de instructies die u krijgt van de arts die u heeft geopereerd.

Het is heel gewoon dat u zich na een operatie nog enige tijd niet fit voelt. Dat ligt niet alleen aan de anesthesie, maar ook aan de ingrijpende gebeurtenis die iedere operatie nu eenmaal is. Het lichaam moet zich in zijn eigen tempo herstellen. Dat heeft tijd nodig.

Pijnbestrijding en pijnregistratie

Na uw operatie wordt u mogelijk geconfronteerd met pijn. Pijn is een vervelende bijkomstigheid van veel ziektes en van operaties. Goede pijnstilling is noodzakelijk omdat dit bijdraagt aan een vlotter herstel. Onvoldoende pijnstilling kan effectief hoesten belemmeren, uw slaap verstoren en uw herstel vertragen. Maar te veel pijnmedicatie geeft kans op bijwerkingen. Pijn is echter van patiënt tot patiënt verschillend. Daarom is goede pijnbestrijding maatwerk. Op de verpleegafdelingen van Isala wordt pijn geregistreerd aan de hand van de pijnscore.

Pijnscore

Om een duidelijk beeld te krijgen hoe uw pijn verloopt en of de pijnverlichtende maatregelen voldoende effect hebben, zal de verpleegkundige u een aantal keren per dag vragen hoeveel pijn u heeft. U kunt uw pijn op twee manieren aangeven: met een cijfer op de NRS-schaal of met een plaatje op de VAS-schaal.

Met een cijfer op de NRS-schaal

NRS staat voor ‘numeric rating scale’ en is een aanduiding op een schaal van 0 (geen pijn) tot en met 10 (meest erge pijn die u zich kunt voorstellen). Bij het geven van een pijncijfer kunt u het beste terugdenken aan de pijn die u voorheen had en die vergelijken met uw huidige situatie. Pijnscore 4 of lager is acceptabele pijn. U kunt nooit een verkeerd cijfer geven; het gaat immers om de pijn die u ervaart.

Met een plaatje op de VAS-schaal

U kunt ook gebruik maken van een liniaal met gezichtjes. VAS staat voor visueel-analoge schaal. Aan de linkerzijde staat de uitspraak ‘geen pijn’ en aan de rechterzijde ‘de grootst mogelijke pijn die ik me kan voorstellen’.

Het kan zijn dat u op meerdere plaatsen pijn heeft. Bijvoorbeeld pijn als gevolg van de operatie of behandeling en pijn als gevolg van het verkeerd of langdurig in bed liggen. Het is de bedoeling dat u de pijn die u als ergst ervaart, uitdrukt in een cijfer of plaatje. Alle informatie die u kunt geven over uw pijnbeleving helpt ons om u gerichter te kunnen behandelen.

Aan de hand van uw pijnscore zal de verpleegkundige al dan niet uw pijnmedicatie aanpassen. Als er onduidelijkheden zijn, zal ze overleggen met de arts. Overigens zult u niet geheel pijnvrij zijn, maar de pijn moet wel draaglijk zijn.

Verschillende manieren van pijnbestrijding
De anesthesioloog heeft met u afgesproken welke vorm van pijnbestrijding u zult krijgen. Hieronder staan de drie vormen.

Medicijnen

Tijdens uw opname kunt u pijnbestrijding krijgen in de vorm van tabletten, zetpillen of via het infuus. U krijgt als basispijnstilling paracetamol, al dan niet in combinatie met diclofenac. Dit kan aangevuld worden met een sterker medicijn of andere vormen van pijnstilling.

Contact

Deze informatie vormt een aanvulling op de mondelinge informatie van uw behandelend arts en/of anesthesioloog. Mocht u vragen hebben of wilt u graag een toelichting, dan staan de anesthesioloog of de verpleegkundige u graag te woord. U kunt dan telefonisch contact opnemen met de polikliniek Preoperatief onderzoek, t (038) 424 21 39. Voor vragen over de ingreep en informatie over de operatiedatum kunt u bellen met de verwijzende polikliniek.


25 oktober 2016 7146 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht