ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Diabetes mellitus en zwangerschap

​Het hebben van diabetes mellitus is voor vrouwen geen medische reden om af te zien van en zwangerschap. De kans om zwanger te raken wordt door de diabetes niet beïnvloed, mits de regulatie goed is. Een goede voorbereiding en intensieve controle voorafgaande en tijdens de zwangerschap zijn wel noodzakelijk. In deze folder leest u hier meer over.

Zwangerschapsdiabetes is een vorm van diabetes die ontstaat tijdens de zwangerschap, hiervoor is andere begeleiding nodig. Hierover kunt u meer lezen in de folder Zwangerschapsdiabetes, de link naar de folder vindt u onderaan de pagina.    

Voor de zwangerschap

Heeft u diabetes mellitus type 1 of 2, dan is het belangrijk een zwangerschap goed voor te bereiden. Laat daarom in een vroeg stadium, het liefste een half jaar tot een jaar van tevoren, aan uw diabetesverpleegkundige en internist weten dat u graag zwanger wil worden. Ook kan er een adviesgesprek bij de gynaecoloog plaatsvinden.

Scherpe glucoseregulatie is van belang om het risico op aangeboren afwijkingen te verkleinen. Als u een half jaar tot een jaar van tevoren begint, heeft u genoeg tijd om tot een stabiele en goede glucoseregulatie te komen. In de hele zwangerschap is goede glucoseregulatie belangrijk. Hoe scherper de gemiddelde waarde is tijdens de eerste drie maanden van de zwangerschap, hoe beter voor het kindje. Helaas weten we dat zelfs bij vrouwen die een scherpe glucoseregulatie bereiken in de eerste drie maanden (HbA1c <53 mmol/mol; 7%), er een licht verhoogd risico bestaat op een kindje met een aangeboren afwijking, zoals bijvoorbeeld een open ruggetje, hartafwijking of nierafwijking, in vergelijking met leeftijdsgenoten zonder diabetes. Ook zwangerschapsvergiftiging en vroeggeboorte komen iets vaker voor bij vrouwen met diabetes. Kinderen van moeders met diabetes zijn over het algemeen zwaarder dan van moeders zonder diabetes.

Foliumzuur

We raden alle vrouwen die zwanger willen worden aan om dagelijks 400-500 mcg foliumzuur te gebruiken, te beginnen vier weken voor de verwachte bevruchting, tot tien weken erna. Het is niet erg als u eerder begint of later stopt, maar daarvan is geen meerwaarde aangetoond.

Vitamine D

Er wordt gespeculeerd dat vitamine D tekort een rol speelt bij het ontstaan van diabetes type 1. Of extra vitamine D inname door de moeder voor en tijdens de zwangerschap het kindje beschermt tegen type 1 diabetes is onbekend. Vitamine D in zeer hoge dosering kan schadelijk zijn. Als u extra vitamine D wil gebruiken, bespreek dit dan met uw internist.

Medicijngebruik in de zwangerschap

Sommige vrouwen, met name vrouwen met diabetes type 2, gebruiken tabletten om de glucosewaarde te verlagen, (bijvoorbeeld: metformine of gliclazide) bloeddrukverlagende medicijnen (bijvoorbeeld: lisinopril of enalapril) of cholesterolverlagende medicatie (bijvoorbeeld: simvastatine of atorvastatine). Van sommige medicijnen weten we dat ze schadelijk kunnen zijn voor het kindje, en van veel medicijnen weten we niet of ze eventueel schadelijk kunnen zijn. Deze medicijnen moeten allemaal voor de zwangerschap worden gestaakt. Van de medicijnen waarvan het aannemelijk is dat ze niet schadelijk zijn proberen we een zo laagmogelijke dosis voor te schrijven.

Complicaties van diabetes

Vrouwen die nierschade hebben als gevolg van diabetes hebben waarschijnlijk meer kans op problemen in de zwangerschap, zoals zwangerschapsvergiftiging, groeivertraging en vroeggeboorte. Ook vrouwen die een hart- of herseninfarct hebben gehad, lopen extra risico.

Kans op diabetes

Kinderen van vrouwen met diabetes type 1 hebben een iets groter risico om ook diabetes type 1 te krijgen. De kans dat het diabetes krijgt is hoger als de vader (en niet de moeder) diabetes type 1 heeft:

  • Moeder heeft type 1 diabetes: kind heeft 1-4% kans om tijdens zijn of haar leven diabetes type 1 te ontwikkelen.
  • Vader heeft type 1 diabetes: kind heeft 3-8% kans om tijdens zijn of haar leven diabetes type 1 te ontwikkelen.
  • Beide ouders hebben type 1 diabetes: kind heeft mogelijk tot 30% kans om tijdens zijn of haar leven diabetes type 1 te ontwikkelen.
  • Kinderen van moeders met diabetes type 2 hebben een hogere kans diabetes type 2 te ontwikkelen. Gewicht is naast erfelijkheid de belangrijkste risicofactor voor het ontwikkelen van diabetes type 2. Het is daarom voor kinderen van ouders met type 2 diabetes extra belangrijk om een gezond gewicht te hebben. 
  • Moeder heeft type 2 diabetes: kind heeft 10-20% om diabetes te ontwikkelen.
 Als beide ouders type 2 diabetes hebben: kind heeft 20-40% om diabetes te ontwikkelen.

*Deze cijfers zijn overgenomen van www.erfelijkheid.nl.

'Groen licht'

Als u een stabiele goede bloedglucosecontrole bereikt hebt, liefst een HbA1c lager dan 48 mmol/mol (6,5%), u foliumzuur gebruikt, en u geen medicijnen gebruikt die mogelijk schadelijk kunnen zijn in de zwangerschap, krijgt u van uw internist ‘groen licht’ om zwanger te worden. Tot die tijd is het belangrijk goede anticonceptie maatregelen te nemen. 

Gedurende de zwangerschap

Alle vrouwen met diabetes worden tijdens de zwangerschap door een gynaecoloog gecontroleerd (niet door een verloskundige) en de bevalling vindt plaats in het ziekenhuis. De diabetescontrole is tijdens de zwangerschap intensiever dan daarbuiten. Met name bij vrouwen met diabetes type 2 helpen dieetadviezen om de glucoseregulatie te verbeteren. Als dit voor u van toepassing is, wordt u vroeg in de zwangerschap verwezen naar een diëtiste.

In het eerste trimester neemt de insulinebehoefte af waarbij er meer kans is op hypo’s. Er zijn geen aanwijzingen dat hypo’s schadelijk zijn voor de ontwikkeling van het kindje. Ze zijn voor u wel heel vervelend, en als u hypo’s niet goed aanvoelt kunnen ze voor u wel tot gevaarlijke situaties leiden. Het is zeer lastig, soms onmogelijk, om een scherpe regulatie te bereiken zonder dat er hypo’s optreden. De internist en de diabetesverpleegkundige zullen u helpen om het aantal hypo’s tot een minimum te beperken.

Wat verder in de zwangerschap neemt de behoefte aan insuline toe, vooral tussen de 16e en de 35e week. Na de 35e week kan de behoefte aan insuline weer afnemen. Om tijdens de hele zwangerschap een scherpe bloedglucoseregulatie te handhaven moet de hoeveelheid insuline die u nodig hebt dan ook steeds worden aangepast. Vrouwen met diabetes type 1 en 2 hebben een grotere kans op een kindje met een hoog geboortegewicht. De kans op een keizersnede of een kunstverlossing is daardoor iets groter. Hoe beter de glucoseregulatie in het tweede en derde trimester van de zwangerschap, hoe kleiner de kans op problemen rondom de bevalling. 

Streefwaarden

Normaliter wordt er gestreefd naar de volgende bloedglucoses:

  • Nuchtere bloedglucose < 6 mmol/l
  • Na de maaltijden bloedglucose < 7 mmol/l

In individuele gevallen kan er in overleg met uw diabetesverpleegkundige of internist voor gekozen worden hiervan af te wijken.

Extra controle bij oogarts

Met name als de glucoseregulatie snel verbeterd is, bijvoorbeeld bij een onvoorbereide of ongeplande zwangerschap, is er risico op oogschade in de zwangerschap. In principe gaan alle zwangere vrouwen met diabetes rond de 20e week van de zwangerschap voor een extra controle naar de oogarts.

Wat te doen bij misselijkheid en/of braken

Adviezen bij misselijkheid

  • Ochtendmisselijkheid vermindert soms door een cracker of beschuit te eten voor het opstaan. Blijf nog een half uur liggen en sta dan pas rustig op om klachten te voorkomen.
  • Het nemen van een klein tussendoortje, wanneer u ’s nachts wakker wordt kan ervoor zorgen dat u de volgende ochtend bij het wakker worden niet zo misselijk voelt.
  • Misselijkheid kan worden veroorzaakt of verergeren door een lege maag. Neem om de 2 à 3 uur iets kleins te eten. Dit kan een cracker zijn of een (halve) boterham, maar ook een beetje vla of yoghurt.
  • Een te kort aan vocht verergert de misselijkheid. Probeer daarom elke dag voldoende te drinken: dat is 1,5 – 2 liter vocht per dag.
  • Soms kan koken al resulteren in misselijkheid. Probeer of iemand voor u kan koken. Maak eventueel af en toe gebruik van kant-en-klaarproducten. Koken, stoven of pocheren of het klaarmaken van de maaltijd in de magnetron, kunnen minder hinderlijke geuren geven dan bakken en braden.
  • Neem een koude maaltijd als u dit beter verdraagt dan een warme maaltijd. Koud voedsel geurt minder. U kan denken aan een sandwich, pasta-, aardappel- of groente/maaltijdsalade.
  • Vermijd sterke geuren die de misselijkheid verergeren, zoals sterk gekruid voedsel, koffie, en tandpasta.
  • Een vieze smaak in de mond kan worden veroorzaakt doordat u te weinig drinkt. Soms verdwijnt een vieze smaak door iets met een sterke smaak te eten, bijvoorbeeld een pepermuntje. Of zuig op iets zuurs, bijvoorbeeld een schijfje citroen of een stukje augurk.

Adviezen bij braken

  • Continue braken/niks binnen houden: overleg met uw diabetesverpleegkundige.
  • Braken na het eten en u heeft al insuline gespoten/gebolust: proberen alsnog iets te eten/drinken met koolhydraten.
  • Soms stijgt de bloedglucosewaarde juist na het braken en soms daalt deze, dit is per persoon verschillend. Daarom is het belangrijk contact te houden met uw diabetesverpleegkundige. 

De bevalling

Bij vrouwen met diabetes zal de bevalling doorgaans vóór de uitgerekende datum ingeleid worden. Meestal gebeurt dit bij een zwangerschapsduur van 38 weken. Tijdens de bevalling kan de bloedglucosewaarde schommelen. Bevallen is topsport! De glucosewaarden kunnen snel dalen tijdens de bevalling. Ook zal u merken dat u tijdens de bevalling niet veel zal eten. Voor de bevalling maakt u samen met de diabetesverpleegkundige een plan voor de insulinebehandeling tijdens de bevalling. De glucosewaarde wordt elk uur gecontroleerd, indien mogelijk door uwzelf, door uw partner of door de afdelingsverpleegkundige. Soms is het prettig dat uw partner uw eigen insulinepomp kan bedienen en bijstellen waar nodig. Het bedienen van uw eigen insulinepomp kan niet door de afdelingsverpleegkundige overgenomen worden. Soms is het nodig om een infuus met glucose en insuline te geven. De conditie van de baby wordt tijdens de bevalling gecontroleerd door bewaking van het hartritme (cardiotocogram, CTG). 

Na de bevalling

Na de bevalling neemt de insulinebehoefte direct af. Neem uw insulineschema van voor de zwangerschap mee voor na de bevalling. Soms is een aanpassing van dat schema nodig, dit wordt dan door de internist of diabetesverpleegkundige aangegeven. Omdat de glucosewaarde bij het kindje na de geboorte kan dalen, worden na de bevalling bij het kindje ook glucosewaarden gecontroleerd. Overigens gelden voor glucosewaarden bij kinderen andere normaalwaarden dan voor volwassenen, u kan de waarden van uw kindje dus niet goed vergelijken met uw eigen glucosewaarden! Als de kinderarts de glucosewaarde van uw kindje te laag vindt kan hij of zij adviseren het kindje bij te voeden met kunstvoeding of eventueel een glucose-infuus te geven. Zo nodig moet het kindje even ter observatie opgenomen worden. Vrouwen met diabetes kunnen gewoon borstvoeding geven. Informeer vooraf wel of alle medicijnen die u gebruikt veilig zijn tijdens de borstvoeding.

Contact

Heeft u nog vragen, aarzel dan niet om die met uw diabetesverpleegkundige, internist of gynaecoloog te bespreken. Het kan handig zijn uw vragen van tevoren op papier te zetten. De Diabetespoli is telefonisch bereikbaar via t (038) 424 23 29.

Ook kunt u met uw vragen terecht bij de de polikliniek Gynaecologie. Zij zijn bereikbaar op werkdagen van 8.30 tot 17.00 uur via t (038) 424 35 55.

Heeft u binnenkort een afspraak? Dan vindt u de tijd waarop en de plaats waar u verwacht wordt in uw afspraakbevestiging.

Meer informatie


16 januari 2017 7188 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht