ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Baarmoederhalskanker (PID): H3 Behandeling van baarmoederhalskanker

​Behandeling van baarmoederhalskanker

Welke behandeling voor u het beste is, is afhankelijk van het soort kankercellen, de mate van kwaadaardigheid van deze cellen en van het stadium van baarmoederhalskanker. Ook is bij het kiezen van een behandeling van belang wat u zelf wilt en aankunt.
De behandeling van baarmoederkanker wordt samen met gespecialiseerde centra uitgevoerd, meestal in het UMCG.

Mogelijke behandelingen bij baarmoederhalskanker zijn:

Operatie

  • Verwijdering van een gedeelte van de baarmoederhals
  • Verwijdering van de baarmoeder, eventueel de eierstokken en eileiders, en lymfklieren in het bekken.

Bestraling (radiotherapie)

  • Inwendig (brachytherapie)
  • Uitwendig.

Medicijnen

  • Chemotherapie om het effect van de radiotherapie te versterken
  • Hormonen.

Warmtebehandeling (hyperthermie)

Een combinatie van deze behandelingen

In principe vindt er één behandeling plaats, maar soms komt een combinatie van behandelingen in aanmerking. Zo zal bestraling vóór een operatie de kanker zo klein mogelijk maken; met bestraling na een operatie kunnen eventuele, niet met het blote oog zichtbare, uitzaaiingen worden bestreden.
De bestraling wordt in dat geval adjuvante (aanvullende) behandeling genoemd.
Of zo'n combinatie nodig is, hangt af van de grootte van de kanker en van de aanwezigheid van kankercellen in de randen van het weefsel of in de lymfklieren.

Als baarmoederhalskanker niet meer te genezen is, kan de gynaecoloog een behandeling voorstellen waarbij de groei van de kanker zo goed mogelijk geremd wordt of waarbij uw klachten worden verminderd.
Zo kan bestraling het bloedverlies verminderen of doen stoppen. Deze vorm van
behandelen heet ook wel palliatieve (ondersteunende) behandeling: u geneest niet, maar u hebt door de behandeling minder of geen klachten.

Operatie ten behoeve van diagnostiek

Hoe uitgebreid de operatie moet zijn, hangt af van het stadium van de baarmoederhalskanker.

Verwijdering van een gedeelte van de baarmoederhals

In een voorstadium of een vroeg stadium van kanker kan er eventueel alleen een klein gedeelte van de baarmoederhals worden verwijderd. Hierbij worden kleine plakjes van de baarmoedermond afgehaald door te branden (een lisexcisie) of wordt een kegeltje uit de baarmoedermond gesneden (conisatie). De baarmoeder zelf blijft intact.

De lisexcisie kan poliklinisch of in dagbehandeling plaatsvinden; de conisatie vindt plaats in dagbehandeling of tijdens een opname in het ziekenhuis. De gynaecoloog bespreekt met u wat de beste behandeling voor u is. Soms, bij een kinderwens, kan het mogelijk zijn alleen de baarmoederhals te verwijderen via de schede en de lymfklieren via een kijkoperatie in de buik. Deze techniek, heet een trachelectomie. Hierbij kan de baarmoeder behouden blijven. Bespreek of dit mogelijk is met uw gynaecoloog.

Verwijdering van de baarmoeder, eierstokken en eileiders, en lymfklieren

Bij een verder gevorderd stadium vindt een meer ingrijpende operatie plaats waarbij de gehele baarmoeder wordt verwijderd eventueel samen met de eierstokken en eileiders, het bovenste deel van de schede en een deel van het steunweefsel.
Bij deze operatie worden ook de lymfklieren uit het bekken verwijderd om eventuele uitzaaiingen te ontdekken of weg te halen. De operatie vindt plaats door middel van een snede in de onderbuik, vanaf het schaambeen tot de navel of net daarboven. Tijdens de operatie voelt de gynaecoloog in de buikholte naar eventuele uitzaaiingen in de lymfklieren, in de lever of in het vetschort van de buik.

Bestraling (radiotherapie)

Bestraling is een plaatselijke behandeling waarbij kankercellen geheel of gedeeltelijk door straling worden vernietigd. Kankercellen verdragen straling slechter dan gezonde cellen. Door straling herstellen beschadigde kankercellen zich niet of nauwelijks. Gezonde cellen herstellen zich in het algemeen wel. Bestraling kan gebruikt worden om te genezen maar ook als een aanvullende (adjuvante) of ondersteunende (palliatieve) behandeling.
Bij een verder gevorderd stadium van baarmoederhalskanker wordt bestraling als eerste behandeling geadviseerd.
Meestal bestaat bestraling uit een combinatie van inwendige en uitwendige bestraling van de baarmoeder, eileiders, eierstokken, het bovenste deel van de vagina en de lymfklieren in het bekken.

Uitwendige bestraling

Bij uitwendige bestraling dient de arts de straling toe met behulp van een bestralingstoestel. De bestraling vindt van buitenaf - door de huid heen - van verschillende kanten plaats. De radiotherapeut berekent hoeveel straling u nodig heeft.
De bestraling vindt plaats gedurende een aantal minuten en gedurende vijf weken op elke werkdag. Voor uitwendige bestraling is geen opname in het ziekenhuis nodig.
Als u uitwendige bestraling krijgt als aanvullende behandeling na de operatie begint de bestraling enkele weken na de operatie.

Om het effect van de radiotherapie te optimaliseren krijgt u ook 1 keer in de week chemotherapie (Cisplatin). Chemotherapie kan de kankercellen gevoeliger maken voor de bestraling.
Daarnaast is de mogelijkheid van de kankercellen om zich te herstellen van de schade van de bestraling minder bij gelijktijdige toediening van chemotherapie. Bovendien houdt de chemotherapie ook zijn eigen celdodend effect.
Gelijktijdige chemo-radiotherapie heeft een aantal voordelen boven bestraling alleen, maar veroorzaakt ook meer bijwerkingen. Uw arts informeert u nader over deze voor- en nadelen.

Inwendige bestraling

Bij inwendige bestraling (brachytherapie) plaatst de arts een stralingsbron in de baarmoeder en/of het bovenste gedeelte van de vagina en vindt bestraling van binnenuit plaats. Het inbrengen van de stralingsbron gebeurt onder narcose. Na het inbrengen wordt er een MRI-scan gemaakt om te bepalen of de stralingsbron goed geplaatst is en welk gebied er precies bestraald moet worden.
Tijdens de inwendige bestraling verblijft u, vanwege de straling, in een speciale kamer. Daar wordt u door medewerkers van de afdeling Radiotherapie aangesloten via slangen aan een 'after-loading apparaat' waarin radioactief materiaal zit. De radiotherapeut berekent hoeveel straling u nodig heeft. De duur van de bestraling is in totaal 29 uur en u wordt om die reden dan ook enkele dagen opgenomen in het UMCG.
Als de bestraling klaar is, bent u gelijk vrij van straling. En kunt u vlot weer naar huis.
De inwendige bestraling vindt twee keer plaats en tussen de twee inwendige bestralingen door, krijgt u de laatste chemokuur toegediend.

Medicijnen

Behandeling met medicijnen bij baarmoederhalskanker kan bestaan uit chemotherapie of uit tabletten met hormonen.
Chemotherapie wordt vaak als aanvullende behandeling bij bestraling of bij een
operatie geadviseerd; de hormoontabletten vormen vaak een ondersteunende behandeling om het bloedverlies te verminderen of te stoppen.

Chemotherapie

Bij chemotherapie wordt de deling van de kankercellen geremd. In het geval van baarmoederhalskanker wordt u in dit ziekenhuis behandeld met het middel Cisplatin.
U krijgt gedurende de dag via een infuus een aantal middelen toegediend waaronder de kuur Cisplatin.
Om uw nieren te beschermen tegen het middel, krijgt u daarnaast ook extra vocht toegediend.
Ook kan chemotherapie helpen de klachten te verminderen bij een vergevorderd stadium van baarmoederhalskanker.

Warmtebehandeling (hyperthermie)

Deze behandeling vindt alleen plaats in gespecialiseerde ziekenhuizen.
Hyperthermie betekent letterlijk 'verhoogde temperatuur'. Bij deze behandeling wordt de kanker verwarmd tot een temperatuur van 40-45 graden om de kankercellen te vernietigen of ze gevoeliger te maken voor een andere behandeling.
Hyperthermie wordt bij vergevorderde baarmoederhalskanker gegeven en altijd in combinatie met andere behandelingen.

Kunt u zelf kiezen?

De gynaecoloog zal de beste behandeling met u bespreken. De behandeling is in principe afhankelijk van de resultaten die gevonden zijn bij de verschillende onderzoeken.
U bent zelf echter degene die beslist of u de voorgestelde behandeling wilt ondergaan. Het kan zijn dat de belasting of de mogelijke bijwerkingen of gevolgen van een behandeling voor u niet meer opwegen tegen de te verwachten resultaten.
Het kan ook zijn dat u niet meer genezen kunt, maar uw leven verder zo aangenaam mogelijk wilt maken. Dit kan met ondersteunende behandelingen zoals het verminderen of stoppen van bloedverlies door bestraling.
Bespreek uw klachten en ideeën met uw arts en regieverpleegkundige.

Mogelijke bijwerkingen en complicaties

In de meeste gevallen is de behandeling van baarmoederhalskanker een intensieve behandeling die veel energie vraagt. Vermoeidheidsklachten en een verminderde conditie kunnen maanden tot soms jaren aanhouden.
Om uw klachten zoveel mogelijk te beperken is het mogelijk om tijdens de behandeling deel te nemen aan het programma ‘Fysiek herstel’. Dit is een programma waarbij u in groepsverband uw conditie op peil probeert te houden.
Wilt u liever na de behandeling werken aan uw conditie, dan kunt u in uw eigen woonplaats contact opnemen met een fysiotherapiepraktijk waar speciale programma’s zijn voor mensen die behandeld worden of zijn voor kanker.

Gevolgen van de operatie

Gevolgen op korte termijn
Zoals bij elke operatie kunnen complicaties optreden bij een operatie voor baarmoederhalskanker.

Gevolgen op lange termijn
Gevolgen voor de vruchtbaarheid
Als de baarmoeder verwijderd moet worden, kunt u niet meer zwanger worden. Wel bestaat er soms een mogelijkheid om één of beide eierstokken te behouden. Bespreek dit met uw gynaecoloog. Hij of zij kan u doorverwijzen naar de fertiliteitskliniek om daar de mogelijkheden samen te bespreken.

Ongewenst urineverlies
Sommige vrouwen hebben na de operatie moeite met het ophouden van de urine. Dit kan komen doordat bij de operatie kleine zenuwen van de blaas beschadigd zijn. Dat is niet altijd te voorkomen.
Als deze zenuwen niet goed meer werken, kan de blaas te vol raken. U verliest dan plotseling urine. De eerste maanden na de operatie is het daarom verstandig op geregelde tijden te gaan plassen. Meestal keert het signaal dat u moet plassen, na enige tijd geleidelijk weer terug.

Lymfoedeem
Na de operatie kan er vocht ophopen in de benen (zie ook www.kwfkankerbestrijding.nl).

Vervroegd in de overgang
Voor vrouwen die nog niet in de overgang waren, betekent verwijdering van de eierstokken dat zij vervroegd in de overgang komen. Net als de natuurlijke overgang kan dit verschijnselen veroorzaken als ‘opvliegers’, overmatige transpiratie en het afwisselend warm en koud hebben. Ook het krijgen van een droge vagina kan voorkomen.
Als u nog niet in de overgang bent, zal ook de bestraling van de eierstokken tot gevolg hebben dat u in de overgang komt. Soms is het mogelijk om van tevoren een of beide eierstokken buiten het bestralingsgebied te plaatsen. Bespreek dit van te voren met uw arts.

Seksualiteit
Elke gynaecologische klacht, aandoening, onderzoek of behandeling kan gevolgen hebben voor uw seksueel functioneren. Ook hormonale veranderingen kunnen hierop van invloed zijn.
Omdat het schedeweefsel bij de baarmoederhals is verwijderd, kan de schede iets korter zijn geworden. Hierdoor kan het vrijen anders aanvoelen.
Door de verwijdering van de eierstokken kan een tekort aan geslachtshormonen zijn ontstaan, waardoor de zin in vrijen kan zijn verminderd.
Seksualiteit is een belangrijk onderdeel van het leven en problemen kunnen een bron van spanning geven, vaak ook binnen een relatie. Seksuele problemen komen vaker voor dan de meeste mensen denken, maar niemand komt er gemakkelijk openlijk voor uit.
Vaak is met deskundige hulp goed mogelijk seksuele problemen te verhelpen of ze meer draaglijk te maken.
Aarzel niet om ook deze problemen met uw behandelend specialist, regieverpleegkundige of huisarts te bespreken en vraag zonodig verwijzing naar een seksuoloog.

Gevolgen van de bestraling

Gevolgen op korte termijn
Bij de bestraling worden ook gezonde cellen beschadigd. Hierdoor kunt u last hebben van vermoeidheid, frequente aandrang tot ontlasting, buikkrampen of diarree en soms kunnen er klachten optreden alsof er een blaasontsteking bestaat.
Na inwendige bestraling hebt u meestal weinig klachten. Soms is het plassen enkele dagen wat gevoelig.

Gevolgen van de chemotherapie

Gevolgen op korte termijn
De chemotherapie tast ook gezonde cellen aan. Als gevolg hiervan kunnen er bijwerkingen optreden. Dunner wordend haar, misselijkheid, braken, darmstoornissen, een verhoogde kans op infecties, neuropathie (zenuwbeschadiging) en vermoeidheid zijn hiervan enkele voorbeelden. De behandeling met chemotherapie kan dan ook zwaar zijn.
Sommige bijwerkingen kunnen met medicijnen worden tegengegaan.
De bijwerkingen van de chemotherapie verminderen geleidelijk na het stoppen.

Gevolgen op lange termijn
Veel vrouwen zijn na een behandeling met chemotherapie nog lang moe.

Kans op genezing

De kans op genezing bij kanker, en dus ook bij baarmoederhalskanker, is in een vroegstadium heel gunstig.
Naarmate er na de behandeling gedurende langere tijd geen aanwijzingen zijn dat de baarmoederhalskanker terug is gekomen, wordt de kans dát deze terugkomt, steeds kleiner; twee jaar na de behandeling is deze kans zo klein geworden dat u niet meer gecontroleerd hoeft te worden.
Wat u als individuele patiënt voor de toekomst mag verwachten, kunt u het beste met uw arts bespreken.

Herstel thuis

Zowel de ziekte als de behandeling die u ondergaat, kunnen veel stress veroorzaken. Dit vraagt vaak veel van u, terwijl uw weerbaarheid juist minder is. Ook kan ziekte en behandeling veel gevolgen hebben voor uw dagelijks leven. Bijvoorbeeld in de omgang met anderen (partner, familie, vrienden), bij het vinden of hervatten van werk en het huishouden en het weer doen van activiteiten die altijd belangrijk voor u waren.

Werkzaamheden

Bekijk goed welke werkzaamheden u thuis aan kunt en in welk tempo. Probeer balans te vinden tussen activiteit en rust.
Het kan zijn dat extra hulp thuis noodzakelijk is. Misschien kunt u dat in eigen familie- of vriendenkring regelen. Zo niet, dan kunt u in overleg met uw huisarts of met de afdelingsverpleegkundige aanvullende thuiszorg aanvragen.
Als u een baan buitenshuis hebt, kunt u in overleg met uw arts na verloop van tijd uw werk weer hervatten. Hiervoor is geen bepaalde tijd te geven. Ieder mens is anders en uw herstel hangt nauw samen met de intensiteit van uw behandeling.
Het is aan te raden om eerst bijvoorbeeld halve dagen te gaan werken en dit langzaam uit te breiden.

Controles

Het eerste jaar na de behandeling voor baarmoederhalskanker komt u geregeld op controle bij de gynaecoloog en/of radiotherapeut. De arts verricht inwendig onderzoek en maakt meestal een uitstrijkje.
Vaak wordt ook bloedonderzoek en zo nodig radiologisch of echoscopisch
onderzoek verricht.
De nieuwste richtlijnen adviseren dat u 2 jaar onder controle blijft bij uw gynaecoloog.
Bij bloedverlies uit de schede moet u altijd contact opnemen met de gynaecoloog.

Omgaan met veranderde situatie

Het kan moeilijk zijn om met deze veranderde situatie om te gaan en hierin een nieuwe weg te vinden. Soms roept het gevoelens op waarin u uzelf niet meer herkent.
U kunt het gevoel hebben dat alles u overspoelt en dat u weinig greep meer op uw eigen situatie hebt.
Om weer grip op uw situatie te krijgen kunt u het volgende ondernemen:

  • (meer) Informatie zoeken.
  • Professionele (medische) hulp of psychische ondersteuning zoeken bij uw huisarts of binnen het ziekenhuis bij de regieverpleegkundige, maatschappelijk werker, psycholoog of diëtist.
  • Gespreksgroepen bijwonen of deelnemen aan een revalidatieprogramma of Intermezzo.
  • Erover blijven praten, wanneer u dat wilt. Uw omgeving kan denken dat als de behandeling voorbij is, u ook weer als vanouds functioneert. Zoek daarom iemand die naar u wilt luisteren en u begrijpt.

Ook kunnen er klachten ontstaan zoals slapeloosheid, vermoeidheid, concentratiestoornissen, seksuele problemen, lusteloosheid of onrust.
Daarbij kan er, zeker wanneer u nog zwanger had willen worden, veel in uw toekomstbeeld veranderen.
Het plotseling in de overgang komen vraagt ook veel aanpassingen.
Vermoeidheid komt vaak voor. Neem dus, zeker in het begin, de tijd voor uzelf en uw lichaam.
Wanneer dit zo is, is het verstandig extra begeleiding te zoeken om te voorkomen dat u in een vicieuze cirkel terecht komt.
BinnenIsala is een aantal zorgverleners gespecialiseerd in het begeleiden van (ex-)kankerpatiënten. Er zijn maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers en psychologen.
Met uw arts of de regieverpleegkundige kunt u bespreken wat in uw situatie het beste is. Zij kunnen voor u een afspraak maken met een van deze zorgverleners. Ook patiëntenverenigingen kunnen veel herkenning en steun bieden.


22 december 2015 7211 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht