ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Beroerte (PID): H3 De opname

Patiënten Informatie Dossier

U bent opgenomen op de Braincare unit van Isala omdat u een beroerte heeft gehad. De Braincare is een onderdeel van de afdeling Neurologie. De Braincare is een grote zaal waar patiënten na een beroerte enige dagen intensief in de gaten gehouden worden. In dit hoofdstuk leest u meer over de opname.

Braincare unit

In principe verblijft u 48 uur op de Braincare unit tenzij de neuroloog besluit dat de tijdsduur aangepast moet worden. De opname op de Braincare is er op gericht om de schade die een beroerte heeft veroorzaakt zo beperkt mogelijk te houden. Het is belangrijk dat de eerste 48 uur de vitale functies goed gecontroleerd worden. Wij meten zeer regelmatig uw bloeddruk, hartfrequentie, lichaamstemperatuur, zuurstofgehalte en de bloedsuikerspiegel. Daarnaast controleren we uw bewustzijn met bepaalde vragen, controle van pupillen middels een lampje en testen wij kracht in ledematen. U wordt hier ’s nachts ook voor wakker gemaakt. Uw hartritme wordt geregistreerd, hiervoor wordt u aangesloten op een monitor. Wij proberen op deze wijze afwijkingen op te sporen en zo nodig te behandelen. Na 48 uur is deze intensieve controle meestal niet meer nodig. U wordt dan overgeplaatst naar een andere kamer op de verpleegafdeling Neurologie.

Onderzoeken

Tijdens de opname zullen wellicht nog enkele onderzoeken verricht worden. Op de Spoedeisende hulp is vaak al een CT-scan gemaakt, lichamelijk onderzoek verricht door de neuroloog of arts-assistent neuroloog, bloedonderzoek gedaan en een hartfilmpje (ECG) gemaakt. Afhankelijk van uw klachten kunnen er nog andere onderzoeken plaatsvinden. De neuroloog bespreekt met u of er nog verder onderzoek nodig is.
Er worden hieronder een aantal standaard onderzoeken benoemd en beschreven.

De verpleegkundige kruist voor u aan wat voor u van toepassing is:

£ Lichamelijk onderzoek (datum en tijd)
______________________________________________________________________
De neuroloog doet in de loop van uw opname lichamelijk onderzoek om uw lichaamsfuncties te controleren.

£ Bloedonderzoek
______________________________________________________________________
De arts bepaalt welk bloedonderzoek voor u van toepassing is.

£ Hartfilmpje (datum en tijd)
______________________________________________________________________
Een hartfilmpje of ECG (electrocardiogram) is een onderzoek dat kijkt naar de functie van het hart, met name het ritme.

£ CT-scan (datum en tijd)
______________________________________________________________________
Een computer-tomografie (CT-scan) heeft u waarschijnlijk al op de Spoedeisende hulp gehad. De scan is alleen van uw hoofd gemaakt. De CT-scan werkt doormiddel van röntgenstralen en is met name bedoeld om onderscheid te maken tussen een hersenbloeding en een herseninfarct.

£ CT-angio (datum en tijd)
______________________________________________________________________
Een CT-angio is een CT-scan van de bloedvaten (angio). Uitleg over de CT-scan vindt u hierboven. Als voorbereiding op de CT-angio moet u voldoende vocht en zout binnenkrijgen. Daarom geldt dat u op de dag voor het onderzoek, op de dag van het onderzoek en op de dag na het onderzoek twee liter water moet drinken en één kop bouillon. Indien u een vochtbeperking heeft, is extra drinken niet noodzakelijk. Op de dag van het onderzoek moet u vanaf drie uur vóór het onderzoek nuchter zijn, dat wil zeggen: niet eten en drinken vanaf drie uur vóór de CT-scan (datum en tijd nuchter).
______________________________________________________________________

Als het onderzoek met spoed plaatsvindt, is een voorbereiding niet noodzakelijk. Voor het onderzoek wordt er gevraagd of u overgevoelig bent voor contrastmiddelen. Tijdens het onderzoek krijgt u via een infuusnaaldje in uw arm jodiumhoudend contrastmiddel ingespoten. Dit is nodig om de vaten in het lichaam op de scan zichtbaar te maken. Het onderzoek duurt ongeveer twintig minuten. Na het onderzoek is het belangrijk dat u extra drinkt, in ieder geval twee liter. Indien nodig krijgt u een infuus, afhankelijk van uw nierfunctie.

Dit onderzoek is bedoeld om te zien of u in aanmerking komt voor een endovasculaire behandeling van het herseninfarct. Deze behandeling kan alleen binnen een aantal uren na het ontstaan van de klachten worden verricht. Verder kan de CT-angio gebruikt worden om te zien of uw slagader in de hals te nauw is, dit kan een oorzaak zijn van een herseninfarct.

Bij een hersenbloeding
Afhankelijk van het soort bloeding dat u heeft wordt dit onderzoek met spoed gedaan op de eerste hulp en soms enkele dagen later. Als het onderzoek niet met spoed wordt verricht is het belangrijk dat u als voorbereiding op de CT-angio voldoende vocht en zout binnenkrijgen. Daarom geldt dat u op de dag voor het onderzoek, op de dag van het onderzoek en op de dag na het onderzoek twee liter water moet drinken en één kop bouillon. Indien u een vochtbeperking heeft, is extra drinken niet noodzakelijk. Op de dag van het onderzoek moet u vanaf drie uur vóór het onderzoek nuchter zijn, dat wil zeggen: niet eten en drinken vanaf drie uur vóór de CT-scan (datum en tijd nuchter).
______________________________________________________________________

Voor het onderzoek wordt er gevraagd of u overgevoelig bent voor contrastmiddelen. Tijdens het onderzoek krijgt u via een infuusnaaldje in uw arm jodiumhoudend contrastmiddel ingespoten. Dit is nodig om de vaten in het lichaam op de scan zichtbaar te maken. Het onderzoek duurt ongeveer twintig minuten. Na het onderzoek is het belangrijk dat u extra drinkt, in ieder geval twee liter. Indien nodig krijgt u een infuus, afhankelijk van uw nierfunctie.

£ Duplex (datum en tijd)
______________________________________________________________________
Bij een duplex van de halsvaten worden de bloedvaten met behulp van ultrageluid onderzocht. Een vernauwde halsvatader kan soms een oorzaak voor het herseninfarct zijn. Voor dit onderzoek is geen speciale voorbereiding nodig. Het onderzoek wordt verricht door een laborant(e) op de afdeling Klinische neurofysiologie (KNF).  

Voor een goed contact doet de laborant(e) wat contactpasta op uw hals. Vervolgens wordt een soort taster die ultrageluidsgolven uitzendt en ontvangt tegen de huid van uw hals gehouden. Met deze taster worden uw bloedvaten zichtbaar gemaakt op een beeldscherm. Ook kan daarbij de stroomsnelheid van het bloed op verschillende plaatsen worden gemeten. U voelt hier niets van, maar u hoort wel uw hartslag.

Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten. Het onderzoek veroorzaakt achteraf geen klachten. Indien u al een CT-angio heeft gehad op de eerste hulp hoeft u geen duplex meer. Als u aan de halsslagader geopereerd zou kunnen worden, moet er wel een duplex gemaakt worden, zelfs als er al een CT-angio is gemaakt.

£ MRI (datum en tijd)
______________________________________________________________________
MRI staat voor Magnetic Resonance Imaging. De MRI bestaat uit een tunnel en een verschuifbare tafel. Tijdens het onderzoek ligt u op deze verschuifbare tafel. Hoe ver de tafel de tunnel inschuift, is afhankelijk van welk MRI-onderzoek de medisch specialist voor u heeft aangevraagd. De tunnel is aan de voor- en achterkant open. De werking van MRI is niet gebaseerd op röntgenstraling, maar op magnetische velden en radiogolven. Met een sterke magneet en radiogolven worden er in het te onderzoeken lichaamsdeel radiogolven opgewekt. Een antenne vangt de signalen op en de computer zet deze om in beelden. Zo kunnen er doorsneden van het lichaam worden weergegeven. Net als bij gewone magneten en radiogolven voelt u hier niets van. Wel hoort u tijdens de opnamen een kloppend/tikkend geluid. Het tikkende geluid is niet continu, maar duurt steeds opnieuw enkele minuten, en het verschilt in sterkte en tempo. U krijgt van de laborant een koptelefoon of oordopjes om dit geluid te dempen.  

Als voorbereiding op het onderzoek is het belangrijk om geen metalen voorwerpen mee te nemen in de MRI-ruimte, denk hierbij aan sleutels, brillen, sierraden, gehoorapparaten, haarspelden, kledingstukken met ritsen of metalen knopen. Gebruik ook geen mascara. Heeft u metalen voorwerpen in uw lichaam, zoals kunstgewrichten, kunstkleppen, een pacemaker, ICD, metalen clips, neem dan contact op met uw behandelend arts. Tijdens het onderzoek krijgt u een hoofdtelefoon op het hoofd en een alarmbelletje in uw hand. Het is belangrijk dat u gedurende het onderzoek stil kunt blijven liggen, omdat bewegingen de opnames kunnen verstoren. Het onderzoek duurt ongeveer dertig minuten, dit betekent dat u gedurende dertig minuten stil moet blijven liggen.

Het is niet bij elke patiënt nodig een MRI-scan te maken. De arts zal aangeven wanneer deze scan bij u nodig is.

£ Ritmeobservatie (datum en tijd)
______________________________________________________________________
Tijdens uw opname op de braincare unit wordt u hartritme in de gaten gehouden via het scherm naast u. Dit is om een eventuele ritmestoornis op te sporen welke een herseninfarct kan veroorzaken (boezemfibrilleren).

£ Cardiologische screening (datum en tijd)
______________________________________________________________________
Soms is er een reden om de cardioloog in consult te vragen voor extra onderzoek naar het hart. Uw zaalarts zal aangeven wanneer dit bij u nodig is en waarom.

Overige onderzoeken

Soms vraagt de neuroloog nog andere onderzoeken aan die niet benoemd zijn hierboven. Deze kunnen hier genoteerd worden:




 

Behandeling

Bij een beroerte spreken we van de acute fase, de fase van revalidatie en herstel, en de chronische fase. Bij het begin van de beroerte is moeilijk in te schatten wat de gevolgen zullen zijn, dat wordt in de loop van de tijd duidelijk. De behandeling in elke fase na de beroerte is erop gericht bij te dragen aan een zo goed mogelijk herstel. Wij beschrijven hieronder de acute fase, waarbij de behandeling van een beroerte verschilt per type beroerte en per patiënt.

Behandeling herseninfarct

De eerste stap in het ziekenhuis is nagaan of er werkelijk sprake is van een herseninfarct of bloeding, dit gebeurt aan de hand van een CT-scan. Behandeling van een herseninfarct moet zo snel mogelijk starten, hoe sneller de verstopping in een hersenvat opgelost is, hoe groter de kans op een goed herstel.

Een deel van de patiënten met een herseninfarct wordt behandeld door middel van trombolyse. Deze behandeling bestaat uit een infuus met stolseloplossende medicijnen (alteplase). Trombolyse moet binnen 4,5 uur starten na het ontstaan van de eerste uitvalsverschijnselen. De trombolyse vindt plaats op de Spoedeisende hulp. 

Indien de trombolyse niet voldoende effect heeft, of u niet in aanmerking komt voor trombolyse kan er soms een endovasculaire behandeling worden uitgevoerd. Dit kan wanneer op de CT-angio een verstopping te zien is in een van de bloedvaten in uw hoofd, indien dit het geval is kan op de afdeling Radiologie onder röntgendoorlichting via een slagader in de lies een dunne opvoerdraad (katheter) ingebracht worden en kan geprobeerd worden het stolsel uit het bloedvat te trekken. Deze behandeling moet binnen zes uren na het ontstaan van de klachten worden uitgevoerd.

Voor beide behandelingen geldt dat er risico’s aan vast zitten, met name een hersenbloeding. De arts bespreekt met u de voordelen en risico’s van de behandeling op de eerste hulp. Indien u zelf niet in staat bent tot spreken wordt het besproken met uw naasten indien zij aanwezig zijn. Indien er niemand aanwezig is, start de arts de behandeling wanneer u hiervoor in aanmerking komt.

In principe krijgt iedereen die een herseninfarct heeft gehad medicatie om proberen te voorkomen dat het nogmaals gebeurt. U krijgt medicatie om het bloed minder snel te laten stollen. Ook kan er medicatie voorgeschreven worden om het cholesterolgehalte en de bloeddruk te verlagen. Daarnaast worden er leefstijladviezen gegeven. U kunt hierbij denken aan adviezen over roken, het gebruik van alcohol, voeding en beweging. Als er sprake is van een ernstige vernauwing(en) kan de neuroloog een operatieve ingreep adviseren om de vernauwing op te heffen of te verminderen.

Behandeling hersenbloeding

De behandeling van een hersenbloeding is afhankelijk van de plaats van de hersenbloeding en de oorzaak. Soms is een operatie mogelijk om de kans op herhaling te verkleinen. Als er geen oorzaak is voor de hersenbloeding, is afwachten de enige optie. Als de oorzaak bekend is, is soms een operatie mogelijk. Dit is bijvoorbeeld het geval als op de CT-scan een verwijd of misvormd bloedvat te zien is.

Revalidatieteam

Zo gauw uw situatie het toelaat zal er gestart worden met de revalidatie. Het is heel belangrijk om snel te starten met oefenen. In de eerste 12 weken treedt namelijk het meeste herstel op. Het lijkt misschien vreemd om te gaan oefenen, terwijl u zich niet goed voelt en erg moe bent. Maar het is wetenschappelijk bewezen dat dit werkt. Wij zullen u stimuleren om zo snel mogelijk uit bed te gaan en zoveel mogelijk alledaagse dingen zelf te doen. Alledaagse handelingen, zoals tanden poetsen, handen wassen, aankleden, haren kammen, geven u een goede gelegenheid om te oefenen. De verpleging en therapeuten zullen u begeleiden bij het oefenen. Daarnaast krijgt u advies van hen wat voor oefeningen u zelf zou kunnen doen. Afhankelijk van uw situatie worden oefeningen aan dit PID toegevoegd die u zelf of met uw naasten kunt doen.

Tijdens het revalidatietraject kunt u te maken krijgen met het multidisciplinaire behandelteam. Dit team kan bestaan uit een ergotherapeut, fysiotherapeut, logopedist, revalidatiearts en geestelijke verzorging. Zij ondersteunen u bij het herstel. Ze analyseren uw problemen op het gebied van vaardigheden en taal. Daarop wordt de therapie afgestemd.

Logopedie

De logopedist bekijkt of de beroerte gevolgen heeft voor het begrijpen en produceren van taal, het lezen en schrijven, het spreken, de mondmotoriek en/of het slikken.

Afname slikproef
Bij opname op de Brain Care unit helpt de verpleegkundige u met een ‘slikproef’. Het doel van de slikproef is beoordelen of en hoe u veilig kunt eten en drinken. Er kunnen tijdelijke aanpassingen in de voedingsconsistenties worden gedaan totdat uw slikfunctie verbetert. Als het eten en drinken niet veilig verloopt, kan er besloten worden om u tijdelijk te voeden via een neus-maagsonde.

Observatie en onderzoek
De logopedist voert een intakegesprek met u. Vervolgens wordt logopedisch onderzoek afgenomen. Het onderzoeken richt zich op:

  • De mondmotoriek
    Er wordt gekeken naar de gevoeligheid en de werking van de spieren in en rond de mond.
  • De slikfunctie
    De slikfunctie wordt beoordeeld en er wordt geadviseerd hoe u veilig kunt eten en drinken.
  • De spraak
    Er wordt gekeken naar de ademhaling, stemgeving, klankkleur, intonatie en het articuleren.
  • Het talig functioneren
    Er wordt gekeken naar het begrijpen van taal, het spreken, lezen en schrijven.

Behandelplan en trainen
Uit het logopedisch onderzoek kunnen behandeldoelen naar voren komen. Tijdens de ziekenhuisopname werkt de logopedist in overleg met u en de verpleging aan deze behandeldoelen. De logopedische behandeling kan gericht zijn op:

  • Het trainen van de mondmotoriek.
  • Het trainen van de slikfunctie en het opwaarderen van de voedingsconsistenties.
  • Het trainen van de articulatie, stemgeving, ademhaling, klankkleur en/of intonatie.
  • Het trainen van het taalbegrip, de taalproductie, het lezen en/of het schrijven.
  • Het inzetten van een ondersteunend communicatiehulpmiddel.
  • Het informeren van u en uw familie over de logopedische problemen.

Fysiotherapie

Het vakgebied van de fysiotherapeut is bewegen. Tijdens het eerste contact komt de fysiotherapeut beoordelen hoe het met u gaat op het gebied van bewegen. Zij zullen een gesprek met u voeren en een onderzoek doen, waarin gekeken wordt naar o.a. spierkracht, gevoel in het lichaam en balans bij houding en beweging. Wanneer er na dit contact behandeldoelen zijn, wordt er in het ziekenhuis gestart met fysiotherapie. Deze fysiotherapeutische behandeling is geheel op u en uw mogelijkheden afgestemd en het plan daarvoor wordt samen met u besproken. U kunt dan denken aan het oefenen van arm en/of been; maar ook het oefenen om rechtop te kunnen zitten, om vanuit bed in de stoel te gaan zitten, om te staan, te lopen, trap te lopen. Dit alles afhankelijk van wat voor u mogelijk is. 

Het oefenen met de fysiotherapeut vindt plaats bij u op de kamer, op de gang of in een aparte ruimte. Naast het oefenen met de fysiotherapeut is het vaak ook belangrijk dat u zelf oefent: alleen of onder begeleiding van de verpleegkundige of met hulp van uw naasten . De fysiotherapeut geeft u hierover advies en u krijgt de oefeningen zo nodig op papier, als geheugensteun. 

Het is belangrijk, dat u naast de nodige rust, meerdere malen op een dag oefent wanneer dit mogelijk is. Dat komt ten goede aan het zo goed mogelijk in conditie houden van uw lichaam. Gedurende de tijd dat u fysiotherapie krijgt zal uw therapeut ook met regelmaat testen blijven doen, dit om de behandeling te kunnen meten of er vooruitgang is of niet. Wanneer het mogelijk is kan het een voordeel zijn wanneer ook uw naasten op de hoogte zijn van uw oefeningen om met u te oefenen. U kunt hierover altijd contact opnemen met uw fysiotherapeut.

Op een gegeven moment hoort u van uw arts dat u met ontslag mag en dan is het belangrijk, dat u op een voor u geschikte vervolgplek komt: samen met de andere zorgprofessionals wordt bekeken wat het beste revalidatietraject voor u is.

Ergotherapie

De ergotherapeut bekijkt of de beroerte gevolgen heeft voor het uitvoeren van alledaagse handelingen.

Onderzoek en observatie
Wanneer u op de Brain Care Unit ligt zal er een intakegesprek plaats vinden. In dit gesprek zal onder andere gevraagd worden naar de klachten die u ervaart en wat het verschil is qua functioneren met voor de ziekenhuisopname. Naast het intakegesprek kan de ergotherapeut testen bij u afnemen om in kaart te brengen wat uw huidig functioneren is. Na deze kennismaking bekijkt de ergotherapeut, wanneer mogelijk, hoe u dagelijkse activiteiten uitvoert. Hierdoor krijgt de ergotherapeut een beeld van de mogelijke lichamelijke en/of cognitieve gevolgen van de beroerte. Treedt er krachtsverlies op in de armen waardoor het zelfstandig aankleden lastiger gaat? Of heeft u moeite om de juiste stappen te vinden of te bedenken voor het smeren van een boterham? Dit zijn slechts voorbeelden en kan voor elke patiënt anders zijn.

Door de ergotherapeutische screening komen wij er achter op welk gebied voor u aandachtspunten en behandeldoelen liggen. Indien mogelijk wordt er in het ziekenhuis al een start gemaakt met de behandeling.

Ontslag uit het ziekenhuis

Met bovenstaande informatie geven de therapeuten een advies aan uw neuroloog en/of revalidatiearts over uw natraject. Indien het nog niet veilig en verantwoord is om naar huis te gaan kan er een advies gegeven worden om te gaan revalideren. Zijn er nog doelen maar kunt u wel naar huis dan wordt er een verwijzing geregeld zodat u elders of vanuit huis therapie kunt krijgen. Uw therapeut zal dan een overdracht sturen naar de vervolginstelling of uw huisadres en dan kunt u deze brief meenemen naar uw therapeut thuis. Dit gebeurt allemaal in nauwe samenwerking met de neuroloog, revalidatiearts, verpleegkundige, fysiotherapeut, logopedist en andere betrokken behandelaars.

Bij vragen of behoefte aan uitleg van de paramedische disciplines kan er op werkdagen tussen 11.00 en 12.00 telefonisch contact opgenomen worden, door de eerste contactpersoon. Dit kan bij de betreffende secretariaten:

  • Logopedie, t (038) 424 31 90
  • Fysiotherapie, t (038) 424 23 05
  • Ergotherapie, t (038) 424 54 28

Wij proberen u dan binnen 48 uur terug te bellen om uw vraag te beantwoorden.

De therapeut kan u een gids meegeven met oefeningen. Deze oefengids is een bijlage van het PID Beroerte.

Revalidatiearts

De neuroloog kan in sommige gevallen tijdens uw opname in het ziekenhuis de revalidatiearts inschakelen. De revalidatiearts adviseert over uw revalidatiemogelijkheden en over het natraject na ontslag uit het ziekenhuis. Mogelijke natrajecten zijn onder andere opname in een medisch specialistisch revalidatiecentrum, opname op een revalidatieafdeling in een verpleeghuis (Geriatrische Revalidatie Zorg), ontslag naar huis met poliklinische begeleiding in een medisch specialistisch revalidatiecentrum of na ontslag naar huis met eerstelijns therapieën en controles bij de revalidatiearts in Isala. De revalidatiearts kijkt naar de gevolgen van de beroerte, herstelprognose en de beperkingen die u ondervindt op het gebied van zelfverzorging, voortbewegen, communicatie, werk, hobby’s en relaties. Daarbij houdt hij/zij ook rekening met uw manier van leven, voordat u een beroerte kreeg. Daarnaast geeft de revalidatiearts tijdens opname in Isala behandeladviezen aan neuroloog, therapeuten en verpleegkundigen.

Transmurale Stroke Service Zwolle en omstreken

De afdeling Neurologie van het Isala ziekenhuis is onderdeel van de zorgketen Transmurale Stroke Service Zwolle en omstreken. Dit is een regionale zorgketen voor mensen die te maken hebben met de gevolgen van een beroerte. Ziekenhuis, verpleeghuizen, revalidatiecentrum en thuiszorg werken samen, om zo goed mogelijk in te kunnen spelen op uw situatie. De zorgketen heeft als doel er voor te zorgen dat u op het juiste moment, op de juiste plek, de juiste zorg en behandeling krijgt.

De zorgketen na een beroerte regio Zwolle bestaat uit:

  • Ziekenhuis Isala
  • Revalidatiecentrum Vogellanden (medisch specialistische revalidatie)
  • Thuiszorgorganisaties Icare - Carinova
  • Langdurige zorg Interakt Contour
  • Verpleeghuizen (Geriatrische Revalidatie Zorg): 
    • Revalidatiecentrum IJsselheem
    • Zonnehuisgroep IJssel-Vecht
    • Het Baken
    • Viattence
    • Zorgspectrum Het Zand
    • Zandhove

Transferverpleegkundige
Om de zorg tijdens uw verblijf in Isala én de periode daarna zo goed mogelijk te kunnen bieden en te coördineren, is het nodig om uw gegevens uit te wisselen met andere, bij uw behandeling en zorg betrokken, zorgverleners en organisaties. Daarom worden uw gegevens geregistreerd en, geanonimiseerd, gebruikt voor de organisatie van de zorgketen en ten behoeve van landelijke kwaliteitsregistratie. Mocht u over bovenstaande vragen hebben of hier bezwaar tegen hebben, dan kunt u dit aangeven bij de transferverpleegkundige.

De transferverpleegkundige is van maandag tot en met vrijdag tussen 09.00 en 16.30 uur aanwezig en bereikbaar via t (038) 424 29 10.

Geestelijke verzorging

Er gebeurt heel veel achter elkaar en tegelijk wanneer u plotseling in het ziekenhuis wordt opgenomen. De hele wereld staat op de kop. De verpleegkundige zal u meestal vragen of u contact met een geestelijk verzorger wilt. Wanneer u dat prettig vindt, komt een geestelijk verzorger zich aan u voorstellen. Het luisteren naar wat u bezig houdt, kan helderheid brengen in wat voor u belangrijk is en wat en wie u nodig heeft ter ondersteuning, en wat bij u past. Geestelijke verzorging is er ook voor uw naasten.
De geestelijk verzorger is geen behandelaar. Het contact duurt zolang u dat wilt. De gesprekken zijn in principe vertrouwelijk. In overleg met u wordt in uw patiënten dossier kort verslag gedaan van de thema’s van het gesprek. Wel kan de geestelijk verzorger deelnemen aan het Multi Disciplinair Overleg van het behandelteam.

MDO

Elke week vindt er op de afdeling een multidisciplinair overleg (MDO) plaats waarbij de arts, revalidatiearts, verpleegkundige, logopedist, ergotherapeut, fysiotherapeut, geestelijke verzorging, transferverpleegkundige en een specialist ouderengeneeskunde aanwezig zijn. Gezamenlijk worden hierbij behandeldoelen voor u opgesteld en een advies gegeven voor wat betreft het natraject.

Soms is het nodig om het herstel nog iets langer af te wachten en wordt u de week erop in het MDO opnieuw besproken. Bij ontslag uit het ziekenhuis wordt er een overdracht verzorgd naar de vervolginstelling, de verwijzers en/of de huisarts. 


22 juni 2017 7318 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht