ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Omleidingsoperatie (CABG)

Een omleidingsoperatie is nodig wanneer iemand meerdere vernauwingen in de kransslagaderen heeft of wanneer de vernauwing op een plaats zit waar niet gedotterd kan worden.  Bij een omleiding wordt de vernauwing zelf ongemoeid gelaten. De cardiothoracaal chirurg (hart- en longchirurg) gebruikt een stukje bloedvat uit een ander deel van het lichaam om het bloed om de vernauwing heen te leiden.

Ziekte van de kransslagaderen is de meest voorkomende oorzaak van een hartaanval. De ziekte wordt veroorzaakt door de vorming van plaques in de vaatwand van de kransslagader, waardoor deze vernauwd raakt (afbeelding 1). Deze vernauwing (stenose) veroorzaakt hiermee een verminderde bloedtoevoer, en daarmee zuurstoftransport, naar de hartspier.  

 

Afbeelding 1: vernauwing in de kransslagader

Risicofactoren vernauwing kransslagader

Risicofactoren op het ontwikkelen van een vernauwing van de kransslagader zijn:

  • roken
  • niet bewegen
  • overgewicht (Body Mass Index >25)
  • hoge bloeddruk (bloeddruk > 140/90)
  • diabetes mellitus
  • hoog cholesterol (totaal cholesterol > 4.5 mmol/L, LDL cholesterol > 2.5mmol/L)
  • erfelijk belast.

Leeftijd

Doordat de hartspier te weinig zuurstof krijgt ontstaat zuurstoftekort (ischemie) van de hartspier (myocard). Hierbij kunnen klachten als kortademigheid en pijn op de borst ontstaan, ook wel angina pectoris klachten genoemd.

Bij aanhoudend gebrek aan zuurstof kan een deel van de hartspier beschadigd raken en afsterven. Dan is er sprake van een hartinfarct.

Behandeling

De behandeling van een kransslagadervernauwing is gericht op het herstel van de doorbloeding van de hartspier. Al sinds een halve eeuw wordt dit gedaan door middel van een bypassoperatie, de CABG (Coronary Artery Bypass Grafting).
Later, sinds de jaren tachtig, is hier ook de hartkatheterisatie bijgekomen.   

Beide methodes hebben een grote ontwikkeling doorgemaakt en er wordt nog steeds veel onderzoek gedaan naar resultaten van de verschillende technieken.

Belangrijkste verschil tussen een CABG en een katheterisatie is, dat bij een CABG-operatie een omleiding wordt gemaakt voorbij het afgesloten bloedvat (afbeelding 2). Op die manier wordt de bloedvoorziening en daarmee de zuurstoftoevoer naar de hartspier hersteld.

Bij een hartkatheterisatie wordt de vernauwing zelf aangepakt, door middel van een stent, waarmee de oorspronkelijke bloedvoorziening wordt hersteld (afbeelding 3).

 

Afbeelding 2: coronaire bypass

 

Afbeelding 3: coronair stent

Onderzoek

Alle patiënten die de cardioloog verwijst voor een eventuele omleidingsoperatie, worden besproken in het Hartteam. Het Hartteam bestaat uit een cardioloog en een cardiothoracaal chirurg die dagelijks patiënten bespreken en beslissen welke behandeling voor u de beste is. Dit kan een behandeling door middel van het plaatsen van een stent zijn of een hartoperatie.

Elektrocardiogram (ECG)
Dit is een hartfilmpje waarop veranderingen gezien kunnen worden die veroorzaakt zijn door een doorbloedingsprobleem van de hartspier of door een hartinfarct. Verder kan het hartritme worden beoordeeld. 

Fietsergometrie (fietsproef)
Hierbij wordt gekeken naar de functie van het hart tijdens inspanning. Tijdens het onderzoek wordt de bloeddruk gemeten en het ECG continue beoordeeld door een laborant.

Dit inspanningsonderzoek geeft de cardioloog veel informatie over de werking van uw hart wanneer dat belast wordt. Het hartritme, zuurstoftekort van het hart en uw inspanningvermogen kunnen met dit onderzoek in kaart gebracht worden. Een inspanningsonderzoek is een relatief eenvoudige en onschadelijke manier om het functioneren van uw hart in beeld te brengen.

Coronair angiogram CAG (hartkatheterisatie)
Bij een coronair angiografie wordt met behulp van röntgenstraling en contrastvloeistof een afbeelding van de kransslagaderen van het hart verkregen. Ook kan de linker hartkamer in beeld gebracht worden en kunnen wij de druk in het hart meten. Op deze wijze kunnen wij vernauwingen in de kransslagaderen in beeld brengen. De vernauwingen kunnen de oorzaak zijn van pijn op de borst. Het onderzoek kan uitgevoerd worden via een slagader in de lies of via een slagader in de pols.

Echocardiografie
Dit is een onderzoek met geluidsgolven via de borstkas of via de slokdarm die het hart, zijn functie en de functie van de kleppen in beeld brengt. Ook kan beoordeeld worden wat de knijpkracht van de hartspier is en of er schade aan de hartspier is geweest.

Spirometrie (longfunctie test)
Door middel van deze test wordt de hoeveelheid lucht gemeten die u maximaal kan in- en uitademen.

De operatie

Voor het maken van een bypass kan gebruik gemaakt worden van een stuk ader uit het been, een slagader uit de onderarm, of een slagader uit de borstkas. Een combinatie van deze drie is ook mogelijk.

De bypass wordt op de kransslagader gehecht na de vernauwing ('stroomafwaarts'). De andere kant van de bypass wordt op de grote lichaamsslagader gehecht, zodat van daaruit het zuurstofrijke bloed door de bypass voorbij de vernauwing in de kransslagader stroomt (afbeelding 4).

 

 Afbeelding 4: bypass 

Hoeveel omleidingen er precies gemaakt worden kan pas tijdens de operatie worden vastgesteld. De beelden die tijdens de hartkatheterisatie gemaakt zijn, geven nooit helemaal nauwkeurig de toestand van de kransslagaders weer. Tijdens de operatie kan namelijk een kransslagader wel eens kleiner zijn dan gedacht. De meeste kransslagaders zijn niet groter dan 1,5 tot 2 mm.

Voor de omleidingsoperatie wordt meestal gebruikgemaakt van de hartlongmachine. Het hart wordt stilgelegd en de functie van hart en longen wordt overgenomen door de hartlongmachine. Soms is het mogelijk de omleidingsoperatie zonder hartlongmachine uit te voeren (CABG off-pump). Het hart wordt dan tijdens de ingreep niet stilgelegd. Met een speciaal apparaat wordt maar een klein deel van het hart gestabiliseerd, zodat er toch geopereerd kan worden. De cardiothoracaal chirurg beslist of u hiervoor in aanmerking komt.

Na de operatie gaat de patiënt normaal gesproken 24 uur naar de Intensive care. Wanneer de patiënt stabiel en goed wakker is, kan hij worden overgeplaatst naar de verpleegafdeling Thoraxchirurgie.

Risico's

Bij een hartoperatie kunnen verschillende complicaties ontstaan:

  • Nabloeding. Vaak gebeurt dit aansluitend aan de operatie, waarvoor soms zelfs een tweede operatie noodzakelijk is.
  • Hartritmestoornissen. Meestal is het hartritme na de operatie normaal, regelmatig. Het is echter mogelijk dat het hart te snel en onregelmatig klopt. Dit laatste komt vaak voor na hartoperaties en dit noemen we boezemfibrilleren. Dit is relatief een onschuldige ritmestoornis die verholpen wordt met medicijnen die het hartritme vertragen.
  • Longproblemen. Belangrijk na de operatie is dat u vrij kunt (in)ademen. Pijn moet u dus niet hinderen bij de ademhaling en ook niet om te bewegen. Als de ademhaling (en het eventuele hoesten) niet goed gaat, dan is het mogelijk dat u een longontsteking ontwikkelt. Onze fysiotherapeuten helpen u na de operatie met uw ademhaling en met het mobiliseren.
  • (Wond) infecties. Infecties aan de borstwond zijn zeldzaam (<1 procent), maar hebben grote consequenties als ze optreden. U bent dan veel langer in het ziekenhuis en dient behandeld te worden met antibiotica en wordt nogmaals geopereerd.
  • Langer verblijf op de Intensive care. Dit kan meerdere oorzaken hebben en is in het algemeen moeilijk te voorspellen. Als u risicofactoren heeft die hiertoe kunnen leiden, bespreekt de behandelend cardiothoracaal chirurg dit voorafgaand aan de operatie met u.

Beleid na ontslag

Na de operatie kunt u zich nog een lange tijd vermoeid voelen. U gaat thuis weer meer doen dan in het ziekenhuis en de conditie zal zijn afgenomen na de operatie.

Na ontslag komt u onder controle van de cardioloog. U wordt poliklinisch vervolgd.

Hartrevalidatie

Veel patiënten zijn na een ingreep aan het hart erg onzeker over hun lichaam. Wat kan ik wel, wat kan ik niet? Thuis komen de vragen over bewegen, voeding, werk en leefstijl. Vaak kunt u en mag u meer dan u denkt. Het is ook belangrijk dat u nieuwe klachten voorkomt.
In Zwolle kunt u een hartrevalidatieprogramma volgen bij het Isala Harthuis. Wij bekijken samen met u wat het beste past bij uw persoonlijke doelen en situatie. Dit doen we volgens de Richtlijn Hartrevalidatie van de Nederlandse Hartstichting.
Na uw behandeling in Isala bespreekt uw cardioloog met u de mogelijkheid om een hartrevalidatieprogramma te volgen. Als dat niet het geval is vraag dat dan gerust.
Lees voor meer informatie ook de folder Hartrevalidatie

Maatregelen na ontslag

  • Wond. Roodheid, zwelling of wondvocht zijn alarmsymptomen voor een eventuele wondinfectie. Meldt u zich dan bij de afdeling cardiothoracale chirurgie van Isala in Zwolle.
  • Pijn. Rondom het borstbeen kunt u nog pijn voelen. Met name bij hoesten, niezen of lachen. Verder zitten aan de borstkas nogal wat spieren en pezen vast die bij normale dagelijkse bewegingen gebruikt worden. Tijdens de operatie kunnen de spieren en pezen wat ontwricht zijn.
  • Koorts. Een lichte verhoging van de lichaamstemperatuur is normaal. Bij koorts boven de 38,5°C is het belangrijk om contact op te nemen met uw huisarts.
  • Hartritmestoornissen. Soms is er sprake van een onregelmatige hartslag of u ervaart dat het hart heftig bonst. Neem ook dan contact op met uw huisart. Deze kan u eventueel doorverwijzen naar een cardioloog.
  • Belasting. Na de operatie is het belangrijk om weer te gaan bewegen. Dit kunt u thuis langzaam uitbreiden, maar het is belangrijk grenzen niet te overschrijden. Wissel bewegen af met rust, zodat uw lichaam de tijd krijgt om energie op te doen. 

Voor uitgebreidere informatie na ontslag, zie patiëntenfolder Hartoperatie PID: H5, herstel thuis.

Contact

Deze informatie is een aanvulling op de mondelinge informatie. Zo kunt u alles nog eens rustig nalezen. Heeft u na het lezen nog vragen of wilt u meer informatie, dan kunt u tijdens kantoortijden contact opnemen met het secretariaat van de afdelingThoraxchirurgie, te bereiken op telefoonnummer (038) 424 28 66. Het kan handig zijn uw vragen van tevoren op papier te zetten.
Heeft u binnenkort een afspraak? Dan vindt u tijd en plaats waar u verwacht wordt in uw afspraakbevestiging.


22 mei 2017 7928 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht