ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Groeiremming door een operatie

Uitleg over de behandeling en operatie

Van sommige jongens en meisjes is de verwachting dat ze erg lang worden. Een kinderarts die ervaring heeft met dit soort voorspellingen, stelt dit vast. Met een operatie kan de groei worden afgeremd. Deze operatie heet percutane epifysiodese. Op basis van de prognose én het gewenste eindresultaat kan een lengte gekozen worden. Op basis daarvan wordt de operatie gedaan.

Percutane epifysiodese

Met percutane epifysiodese wordt een operatie bedoeld, waarbij via een kleine snee in de huid de groeischijf van het bot beschadigd wordt. Het gevolg daarvan is dat de groei van dit bot in de lengte geremd wordt. Hiermee kunnen we extreme lengtegroei beperken.

Voor wie?

Jongens met een lengteprognose van meer dan 205 cm en meisjes met een verwachting van meer dan 185 cm, kunnen in aanmerking komen voor deze operatie.

Betrouwbare voorspelling

We willen komen tot een zo betrouwbaar mogelijke voorspelling van je lengte. Daarom is het belangrijk om naar alle oude groeigegevens te kijken. We willen een voorspelling doen op het moment dat je een bepaalde lengte bereikt hebt.

  • Bij meisjes is dit de lengte van 170 tot 175 cm.
  • Bij jongens is dit de lengte van 185 tot 190 cm.

We meten dan je lengte en gewicht en de lengte van je rug en benen. Ook voeren we een lichamelijk onderzoek uit. Tot slot maakt röntgenonderzoek deel uit van deze prognose. We maken een röntgenfoto van je linkerhand en linkerknie.

Lengtegroei

Een groeischijf is de plaats waar lengtegroei plaatsvindt. Onder in het bovenbeen en boven in het onderbeen zitten de twee belangrijkste groeischijven van het been. Hier komt het overgrote deel van de lengtegroei van het been vandaan. Door de groei van deze groeischijven rond de knie met een operatie te remmen, remmen we een belangrijk deel van de lengtegroei. De groeischijf wordt met een boortje en lepeltje voor circa 50% beschadigd. Er ontstaat een zogeheten ‘incomplete botbreuk’. Het restant van de groeischijf blijft intact. Op de plaats waar de groeischijf beschadigd wordt, groeit binnen enkele weken normaal botweefsel. Hierdoor wordt de lengtetoename van het bot bijna helemaal geremd. Zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant van het boven- en onderbeen worden de groeischijven deels kapotgemaakt. Een vijfde groeischijf is de groeischijf van het kuitbeen, die ook beschadigd wordt. In totaal ontstaan er dus vijf littekens van ongeveer 1 cm elk.

Orthopedisch chirurg

Als we samen kiezen voor deze vorm van groeiremming (percutane epifisiodese), word je door de kinderarts verwezen naar de orthopedisch chirurg, die de operatie doet. Uiteraard moeten zowel jij als je ouders gemotiveerd zijn voor de operatie. De definitieve beslissing om te opereren neem je samen tijdens het gesprek met de orthopedisch chirurg.

Voor de operatie

Preoperatief onderzoek

Als voorbereiding op de operatie, vindt er een preoperatief onderzoek plaats. De secretaresse van uw behandelend arts bespreekt met u hoe de afspraak op de polikliniek Preoperatief onderzoek gemaakt kan worden.

Dit preoperatief onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of uw lichamelijke conditie de geplande operatie toelaat. Bovendien zal met u worden afgesproken welke verdovingstechniek toegepast zal worden. Ook zal de anesthesioloog proberen uw lichamelijke conditie te optimaliseren om zodoende de kans op complicaties rond de operatie te verkleinen.

  • Het onderzoek zelf bestaat uit twee delen. Allereerst zal een doktersassistente een vragenlijst doornemen die u vooraf heeft ingevuld. Daarna bepaalt zij lengte, gewicht en bloeddruk en maakt ze in bepaalde gevallen een hartfilmpje (ECG).
  • Vervolgens bespreekt de anesthesioloog een aantal zaken met u. Aansluitend wordt lichamelijk onderzoek verricht met speciale aandacht voor hart, longen en gebit. Dit laatste in verband met eventuele algehele verdoving (narcose). De resultaten worden met u besproken. De voorkeur gaat meestal uit naar de ruggenprik, eventueel met een ‘roesje’.
  • Ook hoort u of u uw eigen medicijnen tot de operatie mag blijven gebruiken.
  • Verder bespreekt de anesthesioloog of u in aanmerking komt voor de toediening van Eprex, een medicijn dat uw bloedgehalte kunstmatig ophoogt. Hiermee probeert de anesthesioloog uw lichamelijke conditie zodanig te optimaliseren dat de kans op complicaties rond de operatie zo klein mogelijk is.
  • Zonodig moet u daarna nog een bloedonderzoek ondergaan en een enkele keer laat de anesthesioloog een röntgenfoto maken van hart en longen. Als er aanleiding voor is, wordt u doorverwezen naar een cardioloog of longarts.
  • Tijdens dit gesprek kunt u al uw vragen stellen met betrekking tot de verdoving. De anesthesioloog zal proberen zo volledig mogelijk informatie te geven zodat u goed op de verdoving en de operatie bent voorbereid.

In principe hoort u direct van de anesthesioloog of de operatie doorgang kan vinden. Overigens is de anesthesioloog die het onderzoek verricht, meestal niet degene die de verdoving later zal uitvoeren, want dit is organisatorisch namelijk niet te realiseren. Meer kunt u lezen in de gerelateerde folder 'Verdoving'.

Aansluitend heeft u een gesprek met een verpleegkundige van het Preoperatief bureau. Zij bespreekt met u onder andere uw ziektegeschiedenis (anamnese), uw zelfredzaamheid en de manier waarop u tegen de operatie aankijkt. Een belangrijk onderdeel van dit gesprek is het bespreken van uw thuissituatie. Tevens bespreekt zij met u de medicatie die u gebruikt, het is daarom belangrijk dat u een medicatie paspoort meeneemt van uw thuisapotheek of de medicatie in originele verpakking.

Voorbereiding

Je mag na de operatie niet lopen en in de eerste twee weken je benen nauwelijks belasten. Een rolstoel met twee beensteunen waarop je benen gestrekt kunnen rusten, is dan ook handig. Neem deze rolstoel met beensteunen en twee elleboogkrukken mee naar het ziekenhuis voor na de operatie. Vergeet niet iemand te regelen die je komt ophalen bij ontslag. Je kunt de eerste dagen je benen niet buigen. Dat betekent dat je met gestrekte benen naar huis gaat. Probeer van te voren even uit of jullie auto daarvoor groot genoeg is. De dag na de operatie leer je een fysiotherapeut kennen. Je mag je verplaatsen met twee krukken, bijvoorbeeld om vanuit de rolstoel naar de WC te gaan. Echt lopen met krukken mag pas na twee weken. Het is goed om hierover thuis voor de operatie al na te denken en eventueel voorzorgsmaatregelen te nemen. Een rolstoel en krukken zijn vrijwel altijd nodig. 

De operatie

Je wordt de dag voor of op de dag van de operatie opgenomen in het Amalia kindercentrum. Soms word je op een andere verpleegafdeling opgenomen, maar dat hoor je dan van tevoren. Als je medicijnen gebruikt, meld dit dan meteen bij je opname. Ook als je koorts hebt, is het belangrijk dat je dit vertelt. Een verpleegkundige zorgt ervoor dat je ‘s ochtends klaar bent voor de operatie. Je krijgt speciale kleding aan voor de operatiekamer, dus niet je eigen pyjama. Als je aan de beurt bent, rijdt de verpleegkundige je met je bed naar de voorbereidingskamer op de eerste etage. Eén van je ouders of begeleiders mag met je meekomen. In de voorbereidingsruimte loopt iedereen al in blauwe operatiekleding. Ook dragen ze beschermende mutsen en mondkapjes. Zodra de operatiekamer vrij is en alle materialen klaarliggen, haalt de operatieassistent je op. Je vader of moeder mag met je mee totdat je slaapt of de ruggenprik gegeven is. Dan krijg je een infuus. Als een ruggenprik afgesproken is, brengt de anesthesist een slangetje in je rug aan hiervoor. Of je krijgt narcose toegediend, net wat met je afgesproken is.

Duur van de operatie

De operatie duurt ongeveer 30 minuten per been.

Complicaties en risico’s

Bij elke operatie zijn problemen en complicaties mogelijk. Naast algemene problemen, zoals een infectie of trombose, kan door de operatie een beschadiging van bloedvaten, zenuwen of het gewricht ontstaan. De kans hierop is zeer klein. Ook is het mogelijk dat de remming van de groei niet symmetrisch verloopt, waardoor een standafwijking van het been kan ontstaan, zoals een O-been of X-been. Als dit in een vroeg stadium wordt opgemerkt, is soms een tweede operatie noodzakelijk om het restant van de groeischijf te beschadigen of om de stand te corrigeren. Tijdens de controleafspraak op de polikliniek van de orthopedisch chirurg wordt hiernaar gekeken.

Na de operatie

Na afloop komt er een drukverband (watten en een zwachtel) om je knieën. Het verband blijft drie dagen zitten en is bedoeld om de bloeduitstorting in je been te verminderen. Daarna krijg je een elastische band (tubigrip) mee. Die kun je om je been doen ter ondersteuning. De tubigrip komt in plaats van het verband.

Verder krijg je een kunststof spalk om je knie voor de eerste veertien dagen. Deze spalk is vooral bedoeld om je benen voldoende rust te geven, zodat je minder last hebt van de pijn. Je mag je been na drie dagen uit de spalk halen en buigen en strekken zonder erop te steunen. Als je dit prettiger vindt, mag je de spalken in bed af doen. Na de operatie ga je naar de uitslaapkamer. Als je goed wakker bent, ga je terug naar de afdeling, waar je werd opgenomen. Direct na de operatie heb je een infuus in je arm. Hierdoor kunnen we in overleg met de kinderarts medicijnen tegen de pijn geven. Kan en mag je weer eten? Dan krijg je de pijnstillende medicijnen niet meer via het infuus. Het infuus kan dan verwijderd worden, in overleg met de kinderarts.

Weer naar huis

Zodra je jezelf goed kunt redden met de krukken, mag je naar huis. De opname duurt één tot twee dagen. Je hebt krukken nodig tijdens en na ontslag. Afhankelijk van hoe het gaat bij ontslag, volgt thuis nog fysiotherapie. Het is vaak in de eerste twee weken handig om beneden een bed neer te zetten en gebruik te kunnen maken van een toiletstoel (po-stoel).

Wanneer moet je contact opnemen met het ziekenhuis?

  • Als de operatiewond gaat bloeden.
  • Als de operatiewond rood en/of warm aanvoelt.
  • Bij pijn die niet reageert op de pijnstillers; maximaal drie keer per dag 1000 mg paracetamol. De eerste twee dagen een NSAID-tablet (ontstekingsremmende geneesmiddelen) erbij. 

Nazorg en controle

De hechtingen zijn oplosbaar en hoeven niet verwijderd te worden. Na de operatie moet je zes weken met twee krukken lopen. Er is namelijk een incomplete botbreuk gemaakt. Hierdoor bestaat het risico dat je een volledige botbreuk krijgt als je je niet aan de afgesproken regels houdt. Zodra de spalken niet meer gedragen worden (meestal na 14 dagen) mag je met krukken je benen weer volledig belasten met steun van de krukken. Na drie maanden kun je vrijwel alles weer doen, inclusief sporten. Dit komt ter sprake bij de controle op de polikliniek Orthopedie, zes weken na de ingreep. Voor de nacontrole vragen we je drie keer terug te komen naar het ziekenhuis:

Twee weken na de operatie heb je een controleafspraak op de polikliniek Orthopedie. Deze afspraak wordt voor je gemaakt bij ontslag.

  • Achttien weken na de operatie heb je een controleafspraak op de polikliniek Orthopedie. Deze afspraak wordt voor je gemaakt bij ontslag.
  • Zes maanden na de operatie volgt een controleafspraak op de polikliniek Kindergeneeskunde. Deze afspraak is bedoeld om het uiteindelijke resultaat van de groeiremming te kunnen beoordelen. Deze afspraak wordt ook voor je gemaakt bij ontslag. 

Resultaten

Veel ouders en kinderen vragen zich af of ze geen ‘King Kong-uiterlijk’ krijgen, waarbij de armen en rug te lang lijken voor de beenlengte. Dit blijkt in onze ervaring niet het geval te zijn. Hoe dit uitpakt hangt af van de lichaamsverhoudingen vooraf en vooral van het moment van de ingreep (bij welke lengte). In een gepubliceerd onderzoek vanuit het Universitair Medisch Centrum Groningen werd 1,5 tot 12 centimeter vermindering van de berekende eindlengte bereikt bij een groep lange jongens. Gemiddeld was de vermindering 8 cm. Voor extreem lange mensen is dit een aanzienlijk resultaat.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling of polikliniek Orthopedie. Zij kunnen uw vragen beantwoorden of u naar de juiste persoon doorverwijzen.

Polikliniek Orthopedie
t (038) 424 56 56

Afdeling Orthopedie
t (038) 424 12 40

Steunpunt Zorg
t (038) 424 56 00

Heeft u binnenkort een afspraak? Dan vindt u tijd en plaats waar u verwacht wordt in uw afspraakbevestiging.


20 oktober 2016 7937 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht