ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Verwijdering van nier en urineleider

​U heeft van uw uroloog te horen gekregen dat er een kwaadaardige tumor in het nierbekken en/of urineleider aanwezig is, en dat het belangrijk is om de aangedane nier en urineleider te verwijderen. Hier leest u meer informatie over de operatie.

Deze folder vervangt niet de persoonlijke gesprekken met uw uroloog. Met problemen of vragen, ook naar aanleiding van de informatie in deze folder, kunt u altijd bij uw uroloog terecht, of een afspraak maken bij een van de regieverpleegkundigen.

Nieren en urineleiders

De nier heeft een nierschors en een nierbekken. In de nierschors wordt het bloed gefilterd en het overtollige water wordt samen met de afvalstoffen uit het bloed als urine uitgescheiden in het nierbekken. Vanuit het nierbekken gaat de urine via de urineleider naar de blaas.

   

 

Tumor in nierbekken of urineleider

Bij u is een kwaadaardige tumor in het nierbekken (pyelum) of urineleider (ureter) vastgesteld. Deze tumor ontstaat uit slijmvlies (‘binnenbekleding’) van het nierbekken en urineleider. Dit slijmvlies wordt urotheel genoemd en bevindt zich in beide nierbekken, de urineleiders en ook in de blaas. Daarom is voor de operatie uw blaas aan de binnenzijde bekeken (cystoscopie) en zijn beide nieren en urineleiders, met een CT-scan en urine-onderzoek, onderzocht. Soms belemmerd een tumor in de urineleider de afvloed van urine uit het nierbekken. De druk in het nierbekken neemt dan toe waardoor de nier kan opzwellen. Deze afvloedbelemmering van het nierbekken hoeft geen klachten te geven en kan zelfs bij toeval ontdekt worden. Soms kunnen er nierkolieken optreden, vergelijkbaar met niersteenaanvallen.

Wat is een kijkoperatie (laparoscopie)?

Bij een kijkoperatie wordt in principe hetzelfde gedaan als bij een ‘gewone’ open operatie, dus het wegnemen van een ziek orgaan of het herstellen van een probleem. Bij een kijkoperatie wordt er alleen niet geopereerd via een snee, maar door kleine gaatjes. Om te beginnen wordt de buik opgeblazen met lucht om zo meer ruimte te maken. Dit is nodig om veilig te kunnen opereren. Daarna worden er 3 tot 5 buisjes met een dikte van 0,5 tot 1 centimeter inde buik gebracht. Door één van de buisjes wordt een camera ingebracht zodat de uroloog op een televisiescherm het operatiegebied kan zien. Door de camera wordt het beeld ongeveer 10 maal vergroot ten opzichte van het blote oog. Door de andere buisjes worden de instrumenten waarmee geopereerd wordt ingebracht. Het opereren zelf gebeurt dus helemaal via het televisiescherm, vandaar de naam ‘kijkoperatie’. 

De nier en urineleider worden via de kijkoperatie ‘losgemaakt’, maar uiteindelijk zal de nier met urineleider moeten worden verwijderd. De urineleider wordt losgemaakt van de blaas. Hiervoor wordt een sneetje van ongeveer 10 tot 15 centimeter gemaakt in uw onderbuik.

Waarom een kijkoperatie?

Omdat er een camera met beeldvergroting wordt gebruikt kan de uroloog heel goed alle details van het operatiegebied zien. Hierdoor kan de operatie nauwkeurig worden uitgevoerd. Het gevolg is dat het bloedverlies veelal zeer beperkt is en dat belangrijke structuren, zoals bijvoorbeeld zenuwen en bloedvaten, doorgaans gespaard kunnen worden. Omdat de operatie via kleine gaatjes gaat in plaats van door een snee, heeft u doorgaans minder narcose en pijnstillers nodig. Meestal gaat het herstel sneller en is het ziekenhuisverblijf korter. Ook thuis zal het herstel sneller zijn. Daarnaast is er een cosmetisch aspect: de wondjes en dus de littekens zijn veel kleiner. Tegenwoordig wordt er ook steeds vaker gebruik gemaakt van de Da Vinci operatierobot.

Lukt het altijd via een kijkoperatie?

Het antwoord hierop is ‘nee’. Soms blijkt dat toch een open operatie nodig is. Hiervoor kunnen veel verschillende redenen zijn. Zo kan het zijn dat de uroloog de belangrijke bloedvaten en zenuwen in het bekken niet goed in beeld kan brengen. Dit kan komen doordat er bijvoorbeeld verklevingen zijn door eerdere operaties of door overgewicht, of doordat de lymfeklieren vergroeid zijn met het omliggende weefsel. Het belangrijkste is natuurlijk dat de operatie goed en veilig gebeurt. Wanneer de uroloog niet 100 procent zeker is hoe het zit, zal hij toch een ‘open operatie’ moeten doen. De uroloog heeft dit voor de ingreep met u besproken.

Kunnen er complicaties optreden bij een kijkoperatie?

Het antwoord hierop is ‘ja’. Bij elke ingreep, hoe klein ook, kunnen er problemen optreden. Na een kijkoperatie kunnen er, net als na een open operatie, complicaties optreden zoals bijvoorbeeld een nabloeding of een wondinfectie. Kort na de ingreep kunt u door de ingeblazen lucht schouderpijn hebben. Ook kan het voorkomen dat er beschadiging aan andere organen, zoals bijvoorbeeld de dikke darm, optreedt, maar dit komt gelukkig maar zeer zelden voor.

Vooronderzoek

Nadat u met uw behandelend uroloog heeft besproken dat u een operatieve ingreep zult ondergaan, volgt een afspraak bij de anesthesioloog op het Preoperatief bureau. De anesthesioloog is verantwoordelijk voor de verdoving (anesthesie) tijdens de operatie.

Voorafgaand aan de operatie heeft de anesthesioloog gegevens nodig over uw gezondheid om eventuele risico’s uit te sluiten. Soms is aanvullend onderzoek nodig, hij bespreekt dit met u. Hij zal u onder andere vragen of u al eerder geopereerd bent en of u medicijnen gebruikt. Als u medicijnen gebruikt, neemt u deze dan in de originele verpakking mee naar uw afspraak op het Preoperatief bureau. Bij ‘Anesthesie’ kunt u meer informatie vinden.

Oproep voor opname

Ongeveer een week vóór uw operatie neemt de planningscoördinator van de polikliniek Urologie telefonisch contact met u op. Als u telefonisch niet bereikbaar bent, ontvangt u een brief. Zij geeft u de opnamedag, het opnametijdstip en de operatiedag door.

  • Wanneer u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, zal zij namens de uroloog doorgeven wanneer u daarmee moet stoppen.
  • Ook zal zij u vragen om bij opname de medicijnen die u gebruikt, in originele verpakking mee te nemen naar het ziekenhuis.
  • Hebt u vragen over uw opnameperiode, dan kunt u deze stellen aan de planningscoördinator.

Ter voorbereiding kunt u de folder ‘Opname in Isala' lezen.

Dag van opname

U wordt zo mogelijk op de dag van de operatie opgenomen op de verpleegafdeling.
Eenmaal op de verpleegafdeling bespreekt een verpleegkundige met u de gang van zaken op de afdeling. Aansluitend krijgt u een korte rondleiding. Zij zal vragen wie als contactpersoon voor u mag optreden.

De verpleegkundige zal u tijdens uw opnameperiode zo veel mogelijk begeleiden. Als u vragen hebt, stelt u deze gerust, de verpleegkundige zal u graag te woord staan.

Operatie

Gemiddeld duurt de operatie vier uur.
U wordt op een operatietafel geholpen en naar de operatiekamer gereden. Alles wat wordt gedaan, wordt u van tevoren verteld.

  • De anesthesieassistent sluit u aan op de hartbewaking (monitor).
  • U krijgt een bloeddrukband om en een infuus in uw arm.
  • De operatie gebeurt altijd onder algehele verdoving (narcose). Via het infuus spuit de anesthesioloog slaapmiddelen in waardoor u langzaam in slaap valt (narcose). Als u slaapt wordt de operatie uitgevoerd en nemen verschillende apparaten uw ademhaling en andere lichaamsfuncties over. Daar merkt u allemaal niets van omdat u dan diep slaapt.
  • Nadat de anesthesioloog de verdoving heeft toegediend begint de operatie.
  • De verwijderde nier en urineleider gaan naar het laboratorium voor weefselonderzoek.

Na de operatie

  • Na de operatie gaat u voor korte tijd naar de uitslaapkamer (recovery) waar u langzaam wakker wordt.
  • U hebt een katheter in uw plasbuis (blaaskatheter).
  • U hebt meestal een slangetje in uw onderrug waardoor pijnbestrijding wordt gegeven (epiduraal)
  • Ook hebt u soms een slangetje in uw wond (een wonddrain) dat het wondvocht afvoert.
  • Via een infuus in uw arm krijgt u vocht en eventueel medicijnen toegediend.
  • Als u weer goed wakker bent en uw bloeddruk en ademhaling zijn in orde, geeft de anesthesist toestemming dat u terug kunt naar de verpleegafdeling. De verpleegkundige van de afdeling haalt u op.
  • Weer terug op de verpleegafdeling zal de verpleegkundige regelmatig uw bloeddruk, pols en ademhaling controleren.
  • Als u niet misselijk bent, mag u weer water drinken.

Pijn

Na de operatie krijgt u, naast de pijnbestrijding via het slangetje in uw onderrug, ook vier maal per dag twee tabletten paracetamol. Het is belangrijk deze pijnstillers in te nemen, ook als u geen pijn heeft. Als het slangetje in uw rug verwijderd mag worden, hebben de pijnstillers er tijdig voor gezorgd dat u ook zonder epiduraal zo min mogelijk pijn ervaart. Om te weten of wij u goede pijnbehandeling geven, vraagt de verpleegkundige regelmatig of u pijn ervaart. De paracetamol kunt u thuis afbouwen indien de pijn dit toestaat.

Blijft u ondanks deze medicijnen pijn houden, geeft u dat dan door aan de verpleegkundige. Zij zal u in overleg met de arts extra of andere medicijnen geven.

Katheter

Na de operatie heeft u een blaaskatheter. De katheter is tijdens de narcose ingebracht. De katheter blijft ongeveer tot 5 dagen na de operatie zitten. Veelal zit er wat bloed bij de urine. Als daarna blijkt dat u goed kunt plassen, mag u naar huis.

Drain

U heeft een drain, die via een van de operatiegaatjes naar buiten gaat. Deze drain blijft 1 tot 2 dagen na de operatie zitten, om het wondvocht af te voeren. Het verwijderen van de drain voelt u wel maar is niet pijnlijk.

Eten en drinken

Op de operatiedag hebt u een infuus waardoor vocht wordt toegediend. Wanneer u zin heeft mag u de eerste dag gaan eten en drinken. Wanneer dat goed gaat, kan het infuus worden afgekoppeld.

Beweging

De eerste dag na de operatie zult u gestimuleerd worden (even) uit bed te komen. Hoe eerder u uit bed kunt, hoe vlotter het herstel zal gaan. Snelle mobilisatie na de operatie voorkomt trombose en (luchtweg)infecties. Ook is het belangrijk dat u regelmatig diep adem haalt om het risico op longontsteking te beperken.

Moeheid

Moeheid na de operatie is een bekend verschijnsel, maar verdwijnt meestal binnen enkele weken.

Naar huis

Waarschijnlijk gaat u op de vijfde dag naar huis. U kunt naar huis als:

  • U geen koorts heeft.
  • De wondjes er goed uitzien.
  • U zichzelf goed kunt verzorgen.
  • U weer normaal eet.
  • U normale ontlasting heeft.
  • U goed kunt plassen.
  • De ontslagpapieren in orde zijn en een polikliniekafspraak is gemaakt.
  • U weet wanneer en hoe u een arts of verpleegkundige moet
    waarschuwen.

Wat u thuis kunt verwachten

Pijn

Ook thuis kunt u nog wat last hebben van de wondjes, en kunt u paracetamol gebruiken.

Douchen/wondverzorging

U kunt thuis rustig onder de douche. In bad gaan raden wij u de eerste week na de operatie af, omdat de hechtingen snel oplossen in water. De hechtingen zijn meestal binnen 2 weken opgelost. Droog houden van de wond bevordert een goede wondgenezing. U kunt dus beter ook geen afsluitende pleister op de wond gebruiken, deze maakt de wond vochtig. U kunt de eerste zes weken beter niet baden of zwemmen in openbare gelegenheden.

Activiteiten

Om zo snel mogelijk op uw oude conditieniveau te komen, is het raadzaam om dagelijks een stuk te wandelen. Langdurig op bed liggen of in de stoel zitten, draagt niet bij aan het
herstel en kan leiden tot trombose. U mag na een week wel autorijden, maar kunt fietsen, zwaar tillen, zwaar huishoudelijk werk doen (zoals stofzuigen) beter langzaam opbouwen.

Werkhervatting

Meestal bent u na ongeveer zes weken weer (gedeeltelijk) aan het werk. De bedrijfsarts kan u begeleiden bij de terugkeer naar uw werk.

Uitslag weefselonderzoek

De verwijderde nier en urineleider worden altijd door de patholoog nagekeken. Het weefsel wordt onder de microscoop bekeken. De uitslag is ongeveer twee weken na de ingreep bekend. De uroloog bespreekt het resultaat met u bij de poliklinische controle ongeveer twee weken na de operatie. U krijgt dan ook een afspraak bij de regieverpleegkundige.

Vragen

Uw uroloog bespreekt met u de verdere gang van zaken na de operatie. Een operatie in verband met een tumor in het nierbekken en/of urineleider is een ingrijpende gebeurtenis voor u en uw naasten. Het is dan ook vanzelfsprekend dat u vragen hebt over de operatie en de gevolgen ervan. Bespreek deze samen met uw partner of directe naaste met uw behandelend arts of uw regieverpleegkundige.

Contact

Heeft u nog vragen, stelt u die dan aan uw behandelend uroloog of aan een (regie)verpleegkundige van de afdeling. Als u thuis bent, kunt u telefonisch contact opnemen via:

Polikliniek Urologie

(038) 424 27 40

Verpleegafdeling

(038) 424 12 56 

Als u verhinderd bent uw afspraak na te komen, neem dan zo snel mogelijk contact op. In uw plaats kunnen we dan een andere patiënt helpen.


19 maart 2015 7965 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht