ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Hartfalen (PID): H7 Meest gebruikte medicijnen bij hartfalen

Patiënten Informatie Dossier

Meest gebruikte medicijnen bij hartfalen

Medicijnen kunnen erg veel effect hebben op de kwaliteit van leven. Ze kunnen de gevolgen van hartfalen onderdrukken en daardoor het leven voor u aangenamer maken. Het is daarom belangrijk dat u uw medicijnen nauwkeurig, volgens voorschrift inneemt. Stop medicijnen nooit zonder overleg met een van de genoemde zorgverleners en verander de hoeveelheid niet!

Medicijnen kunnen bijwerkingen hebben. Lees de bijsluiter van uw medicijnen goed. Als u problemen opmerkt, overleg dan met de verpleegkundig consulent cardiologie, uw huisarts of de cardioloog. Het kan nodig zijn de hoeveelheid of de soort medicijnen aan te passen.

Medicijnen en hun bijwerkingen

De belangrijkste medicijnen en hun meest voorkomende bijwerkingen zijn:

  1. Diuretica
    Dit zijn plasmiddelen (bijvoorbeeld lasix, burinex, hydrochloorthiazide, aldactone).

    Werking
    Stimuleren de urineproductie waardoor het bloedvatenstelsel minder gevuld wordt; met als gevolg:
    o de bloeddruk daalt
    o het hart wordt ontlast doordat het niet zoveel bloed hoeft rond te pompen.

    Bijwerkingen
    o dorstgevoel
    o duizeligheid
    o kramp in de benen
    o laag kaliumgehalte (hiervoor worden vaak kaliumsparende plastabletten toegevoegd of soms kaliumdrank/kaliumdurettes voorgeschreven)
    o nierfunctiestoornissen
    o jicht (de verschijnselen zijn te behandelen).
  2. ACE-remmers
    ACE-remmers (voluit: Angiotensine Converting Enzyme-remmers) nemen een centrale plaats in bij de behandeling van chronisch hartfalen. De ACE-remmers hebben diverse eigenschappen. Voorbeelden zijn capoten, renitec, zestril, coversyl, acupril.

    Werking
    o Ze hebben een vaatverwijdend en daardoor bloeddrukverlagend effect, waardoor het hart minder belast wordt.
    o Verder is er een gunstig effect op de werking van de hartspier.
    o Verergering van de klachten die optreden bij chronisch hartfalen, worden met de ACE-remmers duidelijk verminderd.

    Bijwerkingen
    o duizeligheid ten gevolge van een lage bloeddruk
    o kriebelhoest
    o nierfunctiestoornissen
    o huiduitslag, jeuk.
  3. A II-remmers
    A II-remmers (voluit: Angiotensine II receptor blokkers) zijn bijvoorbeeld cozaar, diovan, aprovel.

    Werking
    o De werking van de A II-remmer is vrijwel gelijk aan die van de ACE-remmers.

    Bijwerkingen
    o vergelijkbaar met die van de ACE-remmers, maar minder kriebelhoest.
  4. Beta-blokkers
    Voorbeelden van beta-blokkers zijn selokeen, emcor, bisobloc, eucardic.

    Werking
    o Door blokkering van de werking van onder andere adrenaline worden het hartritme en de bloeddruk verlaagd, waardoor de werklast voor het hart vermindert.
    o Beta-blokkers verergeren hartfalen niet, mits men deze in lage dosering start en langzaam ophoogt.
    o Ook is duidelijk geworden dat door deze medicijnen de verschijnselen van hartfalen kunnen verminderen en de levensverwachting kan verbeteren.

    Bijwerkingen
    o trage hartslag
    o duizeligheid
    o koude handen en voeten
    o vermoeidheid
    o minder zin in seks hebben / erectieproblemen
    o kortademigheid en ‘piepen op de borst’; daarom worden beta-blokkers alleen na overleg met de cardioloog bij patiënten met longproblemen voorgeschreven.
  5. Digoxine
    Een voorbeeld hiervan is lanoxin.

    Werking
    o Vertraagt het hartritme en vergroot de contractiekracht van het hart.
    o Het nadeel is dat dit het hart ook meer energie kost. Vandaar dat digoxine niet een eerste keus medicijn is om aan de patiënt met hartfalen voor te schrijven.
    o Digoxine wordt wel veel gebruikt bij mensen met hartfalen die ook boezemfibrilleren hebben om de hartfrequentie te normaliseren.

    Bijwerkingen (wijzen doorgaans op overdosering)
    o verminderde eetlust
    o verminderd gezichtsvermogen
    o misselijkheid
    o diarree
    o ritme- en geleidingsstoornissen.
  6. Nitraten
    Voorbeelden zijn promocard, mono-cedocard, cedocard, nitropleisters, nitrostat spray.

    Werking
    o Verwijden de bloedvaten waardoor het hart het bloed makkelijker rondpompt. Hierdoor neemt de zuurstofvoorziening van het hart toe en de kans op klachten af.

    Bijwerkingen
    o lage bloeddruk
    o duizeligheid
    o hoofdpijn.
  7. Ritme-medicijnen
    Voorbeelden zijn cordarone, kinidine, isoptin.

    Werking
    o Voorkomen of verminderen van hartritmestoornissen.

    Bijwerkingen
    o verhoogde gevoeligheid van de huid voor zonlicht (met name bij cordarone)
    o schildklier- en leverfunctiestoornissen.
  8. Bloedverdunners
    Voorbeelden zijn sintrom(mitis), marcoumar.

    Werking
    o Ze hebben invloed op de stolling van het bloed. Bloedverdunners worden vaak gegeven bij: boezemfibrilleren, een zeer wijd hart, na een kunstklepimplantatie en ter voorkoming van trombose (bloedstolling) en longembolieën.
    o Alcohol versterkt het effect van bloedverdunnende middelen; wees daarom spaarzaam met alcohol.

    Bijwerkingen
    o verhoogde kans op bloedingen.
  9. Bloedplaatjesremmers
    Voorbeelden zijn ascal, persantin.

    Werking
    o Ze hebben invloed op de stolling van het bloed. Bloedplaatjesremmers worden vaak gegeven na een hartinfarct, dotterprocedure, vaat- of omleidingsoperatie of beroerte (herseninfarct).

    Bijwerkingen
    o overgevoeligheid
    o maagklachten
    o verhoogde kans op bloedingen.

13 juli 2016 8046 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht