ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Plaatsen van trommelvliesbuisjes bij kinderen (Meppel)

Uitleg en behandeling

In overleg met u heeft de keel-, neus- en oorarts (KNO-arts) besloten trommelvliesbuisjes bij uw kind te plaatsen. Deze folder geeft informatie over de operatie, de voorbereiding op de opname en de eerste tijd thuis. Om uw kind zo goed mogelijk op de ingreep voor te bereiden, is het aan te raden vooraf te vertellen wat er gaat gebeuren.

Let op
Deze behandeling vindt plaats in Meppel

Hoe werkt het oor?

In een gezond oor bereikt het geluid via de gehoorgang het trommelvlies en brengt dat in trilling. Deze trilling gaat via de gehoorbeentjes in het middenoor (de hamer, het aambeeld en de stijgbeugel) naar het binnenoor. Daar bevinden zich de zintuigcellen en wordt het geluid omgezet in zenuwprikkels naar de hersenen. Het trommelvlies en de gehoorbeentjes kunnen alleen goed trillen als er aan beide kanten van het trommelvlies lucht zit. Daarom staat het middenoor via de buis van Eustachius in verbinding met
de neus-keelholte. Tijdens het slikken komt er telkens een beetje lucht in het middenoor.

Vocht in de oren

Onder andere door ontstekingen in de neus, een te grote neusamandel, allergie of passief roken kan deze luchttoevoer verstopt raken. De buis van Eustachius is dan afgesloten. Hierdoor krijgt het middenoor een tekort aan verse lucht, waardoor een onderdruk ontstaat. Het middenoor is bekleed met een dun laagje slijmvlies. Door de onderdruk gaat het eerst teveel dun vocht produceren dat na enige tijd taai slijm wordt. Dit dikke slijm remt de trillingen van het trommelvlies en de gehoorbeentjes. Zo ontstaat een vorm van slechthorendheid, die ook wel ‘lijmoor’ wordt genoemd. Deze slechthorendheid is goed te behandelen door het plaatsen van trommelvliesbuisjes. De beluchting van het middenoor wordt dan tijdelijk overgenomen door het trommelvliesbuisje.

Het plaatsen van trommelvliesbuisjes

Het trommelvliesbuisje maakt een verbinding tussen de gehoorgang en het middenoor. Hierdoor krijgt het middenoor weer lucht en verdwijnt de slechthorendheid als gevolg van het lijmoor. Onder narcose wordt een klein gaatje in het trommelvlies gemaakt. Het slijm wordt uit het middenoor gezogen en om te voorkomen dat het gaatje direct weer dichtgroeit wordt het buisje erin geplaatst. Het oor kan nu weer normaal functioneren. De eerste paar dagen zit het buisje nog wat los, maar na een week groeit het
trommelvlies er passend omheen en zit het stevig vast. Het kan enkele maanden tot zelfs enkele jaren blijven zitten. Het buisje valt er ter zijner tijd spontaan uit en het gaatje sluit meestal vanzelf. Soms moeten er opnieuw buisjes worden geplaatst, omdat de klachten terugkomen.

Mogelijke complicaties

De eerste dagen na het plaatsen van een trommelvliesbuisje zit het buisje nog niet vastgegroeid. Met name als er sprake is van een loopoor bestaat de kans dat het buisje los in de gehoorgang komt te liggen.

Voorbereidingen thuis

Narcose is alleen veilig als uw kind nuchter is. Tijdens het pre-operatieve onderzoek bespreekt de anesthesioloog de narcose met u. Ook krijgt u tijdens dit spreekuur van de anesthesist een briefje met
nuchteradviezen. U moet zich hier strikt aan houden omdat anders de operatie niet door kan gaan. Het is aan te bevelen uw kind de dag voor de ingreep voldoende te laten eten en drinken. Indien uw kind ’s morgens wordt geholpen hoeft u uw kind ’s nachts niet wakker te maken om te laten eten of drinken. Mocht uw kind door een vergissing na de genoemde tijd toch gegeten of gedronken hebben, bel dan zo spoedig mogelijk de verpleegkundige van de kinder- en jeugdafdeling via telefoonnummer (0522) 23 31 22.

Uw kind mag tijdens de ingreep geen sieraden dragen, oorbellen, ringen en kettingen kunt u het beste thuis laten. Ook mag uw kind geen nagellak dragen.

Het is belangrijk dat u met uw kind praat over wat er gaat gebeuren in het ziekenhuis. Als u uw kind het verhaal in eigen woorden laat navertellen, ontdekt u of uw kind het goed heeft begrepen. Met spelmateriaal kunt u het verhaal nog duidelijker maken. U kunt het dan nog eens uitleggen of naspelen met een dokterskoffertje, poppen, knuffeldieren of een boekje. Het stelt uw kind gerust als u alles zo goed en eerlijk mogelijk vertelt.

Pre-operatief spreekuur

Voordat uw kind geopereerd wordt krijgt u een afspraak bij de anesthesioloog op het pre-operatief spreekuur. De anesthesioloog is een arts die zich bezighoudt met de verschillende vormen van anesthesie (verdoving), de zorg rondom de operatie en de pijnbestrijding na de operatie. De anesthesioloog zal samen met u het vragenformulier invullen waarin alle gegevens van uw kind opgenomen worden. Dit is nodig om de vorm van anesthesie te bepalen.

De anesthesioloog:

  • bespreekt verder met u de algemene gezondheidstoestand van uw kind;
  • geeft uitleg welke vorm van anesthesie er toegepast kan worden in de
  • situatie van uw kind;
  • vraagt welke medicijnen uw kind gebruikt, spreek met de anesthesioloog af welke medicijnen op de dag van de operatie wel of niet ingenomen mogen worden;
  • vraagt of uw kind allergisch (overgevoelig) is voor bepaalde stoffen en/of medicijnen;
  • verricht lichamelijk onderzoek (bijvoorbeeld luisteren naar hart en longen);
  • laat zonodig aanvullend onderzoek doen zoals bloedonderzoek, ECG (hartfilmpje), longfoto of een consult bij een andere specialist (bijvoorbeeld de kinderarts).
  • bepaalt of uw kind een kapje of prikje krijgt.
  • Wanneer dit gesprek afgerond is, krijgt u aansluitend een gesprek met een kinderverpleegkundige, die u uitleg geeft over de opname.

Ziekte

Wilt u telefonisch contact opnemen met de secretaresse van de KNO-arts als uw kind ziek is of koorts heeft (dat wil zeggen meer dan 38º Celcius), zweertjes of andere ontstekingen heeft. Wilt u dit ook doen als uw kind drie weken voor de opname in contact is geweest met kinderziekten zoals bof, mazelen, rode hond, kinkhoest, roodvonk en waterpokken.

Medicijnen

Als uw kind medicijnen gebruikt, geef deze dan ook op de dag van de operatie.

Verhinderd?

Wanneer u op de afgesproken datum niet kunt komen, is het belangrijk dat u dit zo snel mogelijk doorgeeft aan het secretariaat van de KNO-arts, telefoon (0522) 23 32 48.

Wat neemt u mee?
U neemt het volgende mee naar het ziekenhuis:

  • afsprakenkaart
  • pyjama + broek, pantoffels
  • favoriete knuffel van uw kind
  • een fopspeen als uw kind hieraan gehecht is
  • eventueel medicijnen die uw kind gebruikt.
  • We verzoeken u geen broertjes of zusjes mee te nemen. Ook niet naar het spreekuur van de anesthesist en verpleegkundig spreekuur.

Pijnbestrijding

Na de ingreep heeft uw kind soms oorpijn. Daarom is het van belang om uw kind vóór vertrek naar het ziekenhuis een paracetamol zetpil te geven. Paracetamol moet u zelf aanschaffen. De dosering van de paracetamol wordt bepaald door het gewicht van uw kind.

Gewicht kind (in kg) Dosering Paracetamol zetpil (in mg).

​6 tot 10​ 4 maal daags 120
​10 tot 12​3 maal daags 240
​12 tot 18​ 4 maal daags 240
​18 tot 25​ 3 maal daags 500
​25 tot 35​ 4 maal daags 500
​35 tot 45​ 3 maal daags 1000
​> 45​4 maal daags 1000


In het ziekenhuis

Waar moet u zijn?

U meldt zich om 07.15 uur bij de receptie van het ziekenhuis als uw kind ’s morgens wordt geopereerd. Als uw kind ’s middags wordt geopereerd dan wordt u 1 dag tevoren gebeld door de afdeling opname en krijgt u het tijdstip te horen. Een verpleegkundige brengt u met uw kind naar de kinderafdeling en geeft
u nadere uitleg over de gang van zaken. Daar krijgt uw kind een bedje aangewezen en kunt u uw kind helpen met uitkleden en aantrekken een operatiejasje. Uw kind krijgt een polsbandje om met de naam en geboortedatum erop vermeld. Daarna wacht u met uw kind tot het aan de beurt is.

De ingreep

De ingreep vindt plaats op de operatiekamer. Eén van de ouders brengt samen met de verpleegkundige uw kind naar de operatiekamer. Bij het betreden van de operatiekamer moet u een over-all aantrekken, en een muts op (op de kinderafdeling krijgt u hierover nadere uitleg). De ingreep zelf duurt slechts enkele minuten.
Begeleiding van uw kind bij de anesthesie. U mag als ouder (één ouder/verzorger) aanwezig zijn bij het in slaap brengen van uw kind. De anesthesist bepaalt of uw kind tijdens het in slaap brengen op schoot mag zitten of op de bank moet liggen. Tijdens het toedienen van de narcose is het belangrijk dat u als ouder probeert zelf zo rustig mogelijk te blijven, want dit straalt u dan ook uit naar uw kind. Het onder narcose brengen met een kapje duurt vrij lang. Het is mogelijk dat uw kind bij het begin van de narcose wat onrustig gaat bewegen of wegdraait met de ogen. Dit zijn normale reacties. Als uw kind slaapt wordt u door één van de verpleegkundigen vanuit de operatiekamer naar uw wachtplek gebracht.

Mocht u zwanger zijn of mogelijk zwanger zijn, dan adviseren wij u niet zelf met uw kind mee naar de operatiekamer te gaan in verband met mogelijke lekkage van narcosegas en eventuele schadelijke invloed hiervan voor de ongeboren vrucht.

Na de ingreep

Zodra uw kind na de ingreep op de uitslaapkamer ligt, wordt u weer naar uw kind gebracht. Uw kind wordt snel weer wakker en kan wat pijn aan de oortjes hebben. Soms heeft een kind nog een plastic pijpje in de mond om het ademen te vergemakkelijken. Als uw kind goed wakker is wordt het pijpje uit de mond gehaald. Als de oortjes erg ontstoken waren, komt er soms nog wat bloederig vocht uit de oren, dit is niet verontrustend en stopt vanzelf weer. Als u bij uw kind wordt teruggebracht slaapt hij of zij meestal nog. Het wakker worden kan wel 10 minuten duren, en uw kind kan onrustig zijn en huilen. Het is daarom prettig dat uw kind direkt weer één van de ouders ziet zodra hij of zij wakker wordt. Zodra uw kind weer goed wakker is mag hij of zij weer eten en drinken.

Weer thuis

Het is mogelijk dat uw kind wat vocht uit de oortjes blijft houden na de ingreep. Soms krijgt u na de operatie een recept mee voor oordruppels, op advies van de arts kunt u deze enkele dagen gebruiken. Het is belangrijk dat de oren de eerste 14 dagen na de ingreep droog blijven. Dat wil zeggen dat er geen water in mag komen. U moet vooral voorzichtig zijn met zeep en shampoo.

Zwemmen

Na twee weken mag uw kind weer gewoon zonder bescherming zwemmen, ook van de kant afspringen of duiken is toegestaan, maar het is raadzaam niet te diep onder water te gaan (tot 1,5 meter). Klaagt uw kind tijdens of na het zwemmen over oorpijn of heeft hij of zij telkens na het zwemmen een loopoor (dat wil zeggen pus uit het oor), dan is het raadzaam hem of haar voortaan oordopjes te laten dragen tijdens het zwemmen. Oordopjes kunt u kant en klaar bij de drogist of apotheek kopen, u kunt ze ook laten aanmeten
bij de audicien (een bedrijf dat hoortoestellen verkoopt), dezen werken vaak het beste.

Looporen en indicatie gebruik Sofradex oordruppels?

Uw kind heeft trommelvliesbuisjes gekregen omdat hij/zij minder hoort of dat er sprake is van terugkerende ooronstekingen. Omdat er bij het plaatsen van de buisjes een snee gezet wordt in het trommelvlies, kan de pus of het vocht er eindelijk goed uit. Dit kan leiden tot een loopoor na de ingreep. Wanneer het oor na drie dagen nog steeds loopt, is dit een indicatie om oordruppels te gaan gebruiken. Ook bloed uit het oor is een indicatie voor het gebruik van oordruppels, omdat het bloed hierdoor beter oplost. De kinderen die buisjes hebben gekregen, krijgen standaard een recept Sofradex oordruppels mee. Deze mag u dus gaan gebruiken in bovengenoemde situaties. Bij vragen hierover, kunt u contact met ons opnemen, telefoon (0522) 23 32 48.

Controle na de ingreep

Tijdens de controles op de poli is in het verleden vaak gebleken dat u ‘voor niks komt’. Uw kind maakt het goed, wij bevestigen dat en binnen een minuut staat u weer buiten. Wij hebben daarom besloten dat onze
assistentes u drie tot vier weken na de greep bellen om te horen hoe het met uw zoon of dochter gaat. Er zullen enkele vragen aan u gesteld worden en alleen bij vragen of klachten zal er een afspraak op de polikliniek gemaakt worden.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Meppel en Steenwijk

Keel-, neus- en oorheelkunde
(0522) 23 32 48 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 16.30 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.


19 december 2016 8085 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht