ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Galblaasoperatie (Isala Diaconessenhuis)

​In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten om uw galblaas telaten verwijderen. In deze brochure vindt u informatie over de functie van de galblaas, de gang van zaken rondom de operatie, het herstel daarna en richtlijnen voor als u weer thuis bent.

Functie van de galblaas

De galblaas is een klein orgaan, dat aan de onderkant van de lever ligt, rechts boven in de buik. De galblaas is via gangetjes (de galwegen) verbonden met de lever en de dunne darm.

De lever produceert gal, een vloeistof die belangrijk is voor de vertering van vetten. De gal wordt vanuit de lever afgevoerd naar de galblaas en daar opgeslagen. Als er voedsel in de dunne darm komt, vooral vet voedsel, gaat er vanzelf gal vanuit de galblaas via de galwegen naar de darm toe. Als er geen gal nodig is om de spijsvertering goed te laten verlopen, blijft de gal in de galblaas bewaard.

Wanneer de galblaas verwijderd is nemen de lever en galwegen de functies van de galblaas over.

Galblaasaandoeningen

De galblaas kan ontstoken raken. Ook komen galstenen vaak voor. Het is niet bekend wat de oorzaak hiervan is. Aandoeningen van de galblaas komen vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Ook hebben mensen met overgewicht en mensen boven de 45 jaar meer risico op galblaasproblemen.

Klachten

Soms hebben mensen met galstenen geen klachten. In dat geval hoeven de galstenen niet verwijderd te worden. Galstenen kunnen ook klachten veroorzaken, waardoor een ingreep wel noodzakelijk is. De volgende problemen kunnen optreden:

  • aanvallen van misselijkheid, of een onprettig gevoel in de bovenbuik. Dit komt vaak voor na het eten van bepaalde groenten zoals kool;
  • opboeren of branderige pijn in de maagstreek achter het borstbeen;
  • hevige pijn rechts boven in de buik, die uit kan stralen naar de rug. Deze pijn kan ontstaan als een galsteen vast komt te zitten in de galgang tussen de galblaas en de grote galbuis of in de grote galbuis zelf. De pijn houdt op wanneer het steentje doorschiet naar de darm;
  • buikpijn en hoge koorts: Een steen kan zo vastgeklemd zitten in de afvoerbuis dat er geen gal meer uit kan. De galblaas kan dan niet meer werken en raakt ontstoken. Ook kan een ontsteking van de hoofdgalwegen optreden;
  • geelzucht: Dit komt voor als een galsteen vast komt te zitten in de grote galbuis die naar de darm leidt. De gal kan nu niet meer in de darm lopen en komt in het bloed terecht. Dit veroorzaakt een gelige huidskleur. Ook krijgt de ontlasting een stopverfachtige kleur en wordt de urine donkerbruin.
    Er zijn vaak verschillende onderzoeken nodig om te ontdekken wat er precies bij u aan de hand is en welke behandeling voor u het meest geschikt is.

De behandeling

Wanneer de galblaas ontstoken is of wanneer u klachten ten gevolgen van galstenen heeft zal de galblaas meestal verwijderd moeten worden. Soms zitten er ook steentjes in de galgangen. Als dat zo is, dan worden deze steentjes ook verwijderd. De galwegen zelf worden niet verwijderd, zodat zij door kunnen gaan met het vervoer van gal. Er zijn twee manieren om een galblaas te verwijderen: via een kijkoperatie en via een gewone operatie. Een kijkoperatie heeft het voordeel dat de operatiewond niet zo groot is. Het herstel na de kijkoperatie verloopt over het algemeen wat sneller dan bij een gewone operatie. Een kijkoperatie is echter niet altijd mogelijk. Uw chirurg bespreekt met u welke operatie in uw geval het beste is.

Voorbereiding

Op de dag van de opname bereidt een verpleegkundige u voor op de operatie:

  • u krijgt een injectie op de operatiekamer om trombose te voorkomen. Deze injectie krijgt u dagelijks tot u naar huis gaat.
  • u hoort van de anesthesioloog vanaf welk moment u nuchter moet blijven.

De kijkoperatie

Bij de kijkoperatie maakt de chirurg een paar kleine sneetjes in de buikwand. Hierdoor brengt hij de laparoscoop en de operatie-instrumenten naar binnen. Een laparoscoop is een lange, rechte pijp met aan het eind een kleine videocamera. Deze camera is verbonden met een beeldscherm. Aan de hand van de beelden die op het scherm verschijnen kan de chirurg van buitenaf opereren. Voordat de laparoscoop wordt ingebracht vult de chirurg de buik met koolzuurgas. Dit is nodig om te buik van binnen goed te kunnen bekijken. Via één van de sneetjes wordt de galblaas verwijderd.

  • om het wondvocht af te voeren is het soms nodig om een drain achter te laten via een kleine opening in de buikwand;
  • soms stuit de chirurg tijdens een kijkoperatie op een probleem dat alleen met een gewone operatie opgelost kan worden. Bijvoorbeeld een ernstig zieke galblaas of een hevige ontsteking. In die gevallen wordt de galblaas alsnog via een gewone operatie verwijderd. Houd er daarom altijd rekening mee, dat er misschien toch een gewone operatie moet plaatsvinden, ook al heeft u een kijkoperatie afgesproken.

Een gewone operatie

Bij een gewone operatie maakt de chirurg een snee, die ofwel in de lengte over de bovenbuik loopt ofwel schuin onder de rechterkant van de ribbenkast loopt. Via deze snee wordt de galblaas verwijderd.

Na het weghalen van de galblaas maakt de chirurg de operatiewond dicht. Om het wondvocht te laten afvloeien wordt soms een drain in de buik achtergelaten. De drain wordt via een kleine opening in de buikwand of via de operatiewond naar buiten geleid. Als blijkt dat er nog galstenen in de galwegen zitten opent de chirurg de galwegen en haalt de steentjes eruit. Bij het sluiten van de galwegen brengt
de chirurg hierin een drain aan, waardoor de gal naar buiten kan lopen. Het afvloeien van de gal voorkomt dat de galwegen in het begin teveel onder druk komen te staan.

Complicaties

Een galblaasoperatie is een veelvoorkomende ingreep, die normaal gesproken weinig complicaties met zich meebrengt. Dit geldt zowel voor de kijkoperatie als de gewone operatie. Net als bij andere operaties kunnen bij een galblaasoperatie complicaties optreden zoals trombose, wondinfectie, nabloeding en longontsteking. De kans hierop is echter klein. Ook is er een kleine risico op beschadiging van de galwegen. Bij een
kijkoperatie is de kans hierop groter dan bij een gewone operatie. Deze complicatie doet zich echter zelden voor.

Na de operatie

  • de eerste dagen na de operatie (vooral na een gewone operatie) is de wond nog gevoelig. Bewegen is dan pijnlijk, evenals diep ademhalen en hoesten. Als u veel pijn heeft kunt u een extra pijnstiller vragen aan de verpleegkundige;
  • meteen na de operatie bent u vaak wat misselijk. Tegen de misselijkheid kunt u medicijnen krijgen;
  • eten of drinken mag u na de operatie nog niet. Zodra de darmen weer goed gaan werken mag u wat gaan drinken. Geleidelijk kan het dieet uitgebreid worden. Indien u via een kijkoperatie bent geopereerd mag u ’s avonds vloeibaar of normaal eten;
  • om ervoor te zorgen dat u voldoende vocht krijgt hebt u direct na de operatie een infuus in uw arm. Zodra u zelf weer voldoende kunt drinken zal het infuus verwijderd worden;
  • de drain die in uw buik is achtergebleven om het wondvocht af te voeren kan meestal na twee of drie dagen verwijderd worden;
  • er bestaat een kleine kans dat u na de operatie wakker wordt met een sonde. Dit is een slangetje dat via uw neus naar uw maag loopt. Het zorgt ervoor zorgt dat uw maag leeg blijft. Zo wordt voorkomen dat u moet braken. Meestal kan de sonde snel verwijderd worden;
  • het kan zijn dat u tot een aantal dagen na de kijkoperatie een gevoelige schouder heeft Dit komt door het inbrengen van het koolzuurgas in de buik. De pijn verdwijnt na verloop van tijd vanzelf;
  • de hechtingen worden verwijderd door uw chirurg of doktersassistente op de polikliek of uw huisarts. Wie dit doet hangt af van de soort operatie. Meestal worden de hechtingen na ongeveer zeven tot tien dagen verwijderd. Soms lossen de hechtingen vanzelf op en hoeven ze niet verwijderd te worden.

Naar huis

  • na een kijkoperatie kunt u meestal binnen ongeveer een tot twee dagen weer naar huis;
  • na een gewone operatie moet u meestal wat langer in het ziekenhuis blijven. U hoort van uw arts wanneer u naar huis kunt. Van belang is dat u koortsvrij bent, dat de wond goed geneest en dat uw ontlasting weer goed verloopt.

Controle

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor een controlebezoek.

Weer thuis

Als u weer thuis bent gelden de volgende richtlijnen:

  • de operatiewond heeft geen speciale verzorging nodig;
  • u kunt gewoon wassen of douchen;
  • u hoeft geen vetarm dieet te volgen. Met grote hoeveelheden vet moet u wel voorzichtig zijn. Probeer zelf uit wat u kunt verdragen. Hebt u klachten na het eten van bepaalde voedingsmiddelen, dan kunt u deze het beste nog even laten staan en het later nog eens proberen. Het is de bedoeling dat u na een tijdje weer eet wat u gewend was;
  • wees in het begin voorzichtig met bewegen en activiteiten die pijnlijk zijn. Als de operatiewond genezen is kunt u uw normale activiteiten weer hervatten;
  • in het begin bent u vaak nog moe. Probeer het daarom rustig aan te doen. Meestal kunt u drie weken na de operatie weer werken. Na de kijkoperatie is dat vaak al eerder. Zwaar lichamelijk werk mag pas na zes weken hervat worden.

Verdere informatie

Als u vragen heeft stelt u ze dan gerust. De chirurg en verpleegkundige willen uw vragen graag beantwoorden. Als u na het lezen van deze brochure nog vragen heeft kunt u ook contact
opnemen met:
Secretariaat chirurgie
Telefoon (0522) 23 32 52 of
Verpleegafdeling B3
Telefoon (0522) 23 31 28.


20 december 2016 8091 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht