ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Platvoet (knikplatvoet, pes planus, planovalgus)

​Bij een platvoet is de lengteboog van de voet ingezakt. Dit is een normaal beeld gedurende de kinderleeftijd, mits de platvoet niet stijf is. Als er geen klachten bestaan zijn steunzolen niet nodig. Als u op latere leeftijd een platvoet krijgt, noemen we dit een verworven platvoet. Een behandeling door de orthopedisch chirurg kan zinvol zijn als de achtervoet verder wegzakt of de binnenkant van de lengteboog bijna de grond raakt (een knikplatvoet). 

Een (knik)platvoet kan voor verschillende (pijn)klachten zorgen:

  • pijn aan de binnenzijde van de midden- en achtervoet. 
  • toenemende klachten als de achtervoet/hiel verder doorzakt.
  • als de pees die vastzit aan de hiel (tibialis posterior) de verschuiving niet meer aankan, wordt deze slapper en slijt verder weg. Het lopen wordt daardoor steeds moeilijker.

Een (knik)platvoet kan verschillende oorzaken hebben:

  • geen duidelijke oorzaak (dit noemen we idiopathisch)
  • artrose: slijtage, kan ook na een ongeval (botbreuk)
  • coalitie: een aangeboren vergroeiing van twee botten in de achtervoet (bar)
  • reuma
  • neuro-artropathie (Charcotvoet): inzakking van de voet door een zenuwafwijking
  • andere neurologische aandoeningen zoals spasticiteit en verlammingen
  • slappe banden zoals bij een bindweefselziekte, bijvoorbeeld de ziekte van Marfan.

Onderzoek en diagnose

De orthopedisch chirurg kan in de meeste gevallen de diagnose stellen door te luisteren naar uw klachten en het doen van lichamelijk onderzoek. Een röntgenfoto kan gemaakt worden om de mate van eventuele slijtage vast te stellen. Soms wordt nog een botscan met (spe)CT gemaakt. Dit kan een zinvolle techniek zijn om te zien welke gewrichten “meedoen” aan slijtage.

Ook kan een injectie onder de röntgencamera gegeven worden om te kijken of de pijn na verdoving tijdelijk minder is; dit kan helpen bij het starten van de juiste behandeling.

Behandeling

Hoeveel last u heeft van uw platvoet en hoe ernstig de afwijking is, bepalen de behandeling. Meestal wordt gestart met het aanpassen van de schoen, maar een operatie kan soms ook direct de beste behandeloptie zijn.

Niet-opereren

Een behandeling zonder operatie kan bestaan uit (een combinatie van):

  • steunzool: bij milde platvoet
  • schoenadvies: wat stevigere schoen waarbij gelet moet worden op een stijvere loopzool en goede afwikkeling
  • schoenaanpassing: aan bestaande schoenen of aanmeten van een maatschoen door de orthopedisch schoenmaker.

Operatie

Er zijn verschillende operaties mogelijk. Elke operatie heeft als doel een stabiele (achter)voet te krijgen, die in de juiste positie staat. Welke operatie voor u het beste is hangt af van veel factoren. Bijvoorbeeld de ernst van de afwijking, maar ook wat voor werk u doet, welke sport u beoefent, uw leeftijd en uw gezondheid.

Vaak worden verschillende operaties gecombineerd. Zo kan bijvoorbeeld de achillespees verlengd worden, pezen versterkt of verlegd, botten verschoven (osteotomie) of aan elkaar vastgezet (artrodese van één of meerdere gewrichten). Ook kan er een kunstband worden geïmplanteerd. De juiste mix van ingrepen bepaalt in hoge mate het succes van de operatie.

Na de operatie

Na de operatie verblijft u 1 tot 3 nachten in het ziekenhuis. Na de operatie volgt meestal een lange periode van verschillende soorten gips: 8 tot 12 weken, zeker als botten moeten vastgroeien. Over het algemeen krijgt u de volgende soorten gips: 10 tot 14 dagen een achterspalk, gevolgd door 4 weken (rondom) onderbeensgips. Daarna krijgt u nog een periode loopgips of brace.

Complicaties

Algemene complicaties

  • Infectie: helaas is infectie een mogelijke complicatie bij elke operatie. Een infectie komt na een platvoethersteloperaties niet vaak voor, maar als het gebeurt kan operatief spoelen noodzakelijk zijn.
  • Trombose: verstopping van een ader doordat het been minder beweegt. Het wel of niet geven van bloedverdunners is een lastige afweging omdat bloedverdunners ook risico’s (bloeding) met zich meebrengen. 
  • Doofheid rondom het litteken: door de huidsnede worden de huidzenuwen beschadigd. Dit geeft een doof gevoel in een gedeelte van de huid rondom de operatiewond. Meestal verdwijnen deze klachten in de loop van de tijd vanzelf. Soms zijn ze echter blijvend.
  • CRPS (dystrofie): ontregeling van de balans in de voet door de operatie wat zich kan uiten in diverse klachten zoals pijn, zwelling, verkleuring, temperatuursveranderingen, plaatselijk meer zweten of meer haargroei. Bij verdenking hierop wordt u naar de (pijn)poli van de anesthesie (narcotiseur) verwezen, zij zijn hierin gespecialiseerd.

Botten groeien vast, maar niet in de juiste stand

Ondercorrectie, dus het niet bereiken van de ideale voetvorm komt met regelmaat voor omdat het zeker niet altijd mogelijk is de juiste voetvorm te bereiken.

Bot groeit niet vast (non-union, pseudo-artrose)

Bij een platvoethersteloperaties groeit in meer dan 20% van de gevallen het bot niet voldoende vast. Gelukkig is dit niet altijd een reden voor heroperatie, omdat het niet veel klachten hoeft te geven als bijvoorbeeld één van de drie gewrichten die is vastgezet niet vastgroeit

Last van metalen schroeven/staples/plaatjes

Omdat de implantaten vrijwel direct onder de huid liggen – er ligt geen spier of vetweefsel overheen dat als stootkussen kan dienen - kunt u last krijgen van het materiaal. In overleg met uw orthopeed kan het raadzaam zijn het materiaal operatief te verwijderen. Uiteraard moet de röntgenfoto wel aantonen dat het bot goed is vastgegroeid.

Stoppen met roken

Het is bekend dat voetoperaties bij rokers aanzienlijk vaker problemen geven met wondinfecties en niet goed vastgroeien van de botten dan bij niet-rokers. Wij raden u dan ook sterk aan om het roken te staken vanaf 4 weken voor de geplande operatiedatum, in ieder geval tot dat de röntgenfoto laat zien dat de botten aan elkaar gegroeid zijn. Door te stoppen met roken wordt de kans op wondgenezingstoornissen na een voetoperatie duidelijk minder.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle, Kampen of Heerde

Orthopedie
(038) 424 56 56 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Meppel of Steenwijk

Orthopedie
(0522) 23 32 41 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 16.30 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.


31 augustus 2017 8132 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht