ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Blaaskanker (PID): H2 Blaaskanker en onderzoeken

Patiënten Informatie Dossier

​Blaaskanker

Anatomie en functie van de blaas

De blaas dient als opslag voor urine. Het is een min of meer bolvormig, elastisch reservoir dat de urine verzamelt die vanuit de nieren via de urineleiders wordt aangevoerd. De blaas ligt onder in het bekken. Leeg is de blaas niet veel groter dan een biljartbal. Bij volwassenen kan de blaas gemiddeld 400 milliliter urine bevatten. Als de blaas helemaal gevuld is, ontstaat door de rekking van de blaaswand een prikkel tot plassen. Als de sluitspier van de blaas verslapt, kan de urine door samentrekking van de blaasspier via de plasbuis uit het lichaam worden geloosd.

 
Afbeelding 1: anatomie van de blaas
1 = ribben
2 = nieren
3 = urineleiders (ureters)
4 = bekken
5 = blaas
6 = plasbuis (urethra)
 

De plasbuis, blaas, urineleiders en nieren vormen samen de urinewegen. De binnenkant van de urinewegen is bekleed met slijmvlies. Dit slijmvlies wordt het urotheel genoemd. Urotheel komt alleen voor in de urinewegen. De blaas bestaat verder uit een spierwand. Om de blaas heen bevinden zich een vetlaagje en lymfvaten.

Blaaskanker

Kanker is een verzamelnaam voor meerdere aandoeningen. Blaaskanker is er één van. Bij blaaskanker is er een kwaadaardige tumor (gezwel) in de blaas ontstaan. Kwaadaardig betekent:

  • Dat een tumor in de omliggende weefsels groeit en deze beschadigt, waardoor klachten kunnen ontstaan.
  • Dat de tumor steeds blijft groeien, waardoor het op de plaats waar het zich bevindt, steeds meer schade aanricht.
  • Dat de tumor kan uitzaaien: uit de tumor kunnen cellen naar andere plaatsen in het lichaam worden vervoerd, waar ze tot nieuwe tumoren kunnen uitgroeien.

Tumoren van de blaas kunnen goedaardig zijn, maar zijn meestal kwaadaardig. Als de tumor kwaadaardig is, wordt dat blaaskanker genoemd. Goedaardige tumoren van de blaas worden goedaardige poliepen genoemd. De kans dat een poliep goedaardig blijkt te zijn, is vijf procent. De overige 95 procent zijn kwaadaardige tumoren.

De kwaadaardige tumoren worden onderverdeeld in oppervlakkig en invasief. Oppervlakkig wil zeggen: beperkt tot het slijmvlies (urotheel) of iets daaronder. Invasief houdt in: ingroeiend in de spier. Dit onderscheid is van belang voor de eventuele behandeling.

In Nederland wordt elk jaar bij ongeveer 5200 mensen blaaskanker vastgesteld. De meeste mensen hebben een oppervlakkige blaastumor. Blaaskanker komt bij mannen meer voor dan bij vrouwen. De meeste patiënten zijn ouder dan zestig jaar.

Bij negentig procent van de patiënten ontstaat de tumor vanuit het slijmvlies van de blaas, het urotheel. Het wordt urotheelcelcarcinoom of overgangsepitheelcelcarcinoom genoemd. Carcinoom betekent kanker. Omdat de binnenbekleding van de urineleiders, plasbuis en nierbekken hetzelfde is als van de blaas, kan er op deze plekken ook urotheelcelcarcinoom ontstaan, maar dit komt minder vaak voor.

Oorzaken

Over de oorzaak van blaaskanker is nog niet veel bekend. Wel zijn er zogenoemde risicofactoren waardoor de kans op blaaskanker vergroot is. De belangrijkste risicofactoren zijn:

  • Roken; er wordt aangenomen dat rokers drie keer zo veel kans hebben op het krijgen van blaaskanker als niet-rokers.
  • Contact met bepaalde stoffen; ook mensen die veel in aanraking zijn gekomen met aromatische aminen hebben een groter risico op het krijgen van blaaskanker. Deze stoffen werden veel gebruikt in de textiel-, plastic-, kleurstoffen- en rubberindustrie.
  • Erfelijke aanleg; in bepaalde families komt een erfelijke vorm van blaaskanker voor. Dat kan het geval zijn als er bij twee familieleden in de eerste lijn (ouder, broer, zus) blaaskanker is vastgesteld. Als dit voor u geldt, geef dit dan door aan uw uroloog.

In de eerste twee gevallen (roken en aromatische aminen) gaat het om schadelijke stoffen die via het bloed en de nieren in de blaas terechtkomen. In de blaas krijgen ze de kans om in te werken op de blaaswand, die daardoor geïrriteerd kan raken. Waarschijnlijk speelt deze irritatie een rol bij het krijgen van blaaskanker.

Klachten

Blaaskanker geeft in het beginstadium vrijwel geen klachten. Daardoor is het vaak moeilijk de ziekte in een vroeg stadium vast te stellen. Klachten als gevolg van blaaskanker kunnen zijn:

  • bloed in de urine (meestal pijnloos)
  • klachten die samenhangen met plassen (pijnlijk, moeizaam en/of vaak plassen).

Vooral de laatste klachten worden lang niet altijd veroorzaakt door blaaskanker. Als u deze klachten heeft, is het toch verstandig om naar uw huisarts te gaan. Zeker als er bloed in de urine aanwezig is, is het goed om te laten onderzoeken waar dit vandaan komt.

Onderzoeken

Om de diagnose blaaskanker vast te stellen is het nodig dat de uroloog uw blaas en andere delen van de urinewegen onderzoekt. Zo krijgt hij informatie over de plaats en het stadium van de tumor. Dit bepaalt welke behandeling voor u het best is.

Onderzoeken die gedaan kunnen worden zijn:

  • Urineonderzoek; door het onderzoeken van de urine kan er gekeken worden of er een ontsteking is. Ook kunnen er kwaadaardige cellen gevonden worden in de urine.
  • Cystoscopie; hierbij wordt door middel van een kijker (flexibele slang) in de blaas gekeken. Zo kan de uroloog zien of er een tumor en/of verdachte plekken zijn.
  • Cystoscopie met hexvix; hierbij wordt de blaas één uur vóór de scopie gespoeld met een kleurstof (hexvix). Deze kleurstof wordt via een katheter in de blaas gebracht door de verpleegkundige van de polikliniek Urologie. De gebruikte kleurstof (hex-aminolevulaat) wordt door afwijkend blaasslijmvlies, waaronder kankerweefsel, makkelijker opgenomen dan door het gezonde weefsel. Door met blauw licht in de blaas te kijken kleuren afwijkende delen van de blaas rood op (fluorescentie). Deze afwijkingen zijn soms met gewoon wit licht niet te zien. De uroloog kan op deze manier gebieden met beginnende blaaskanker vroegtijdig opsporen.
  • Echografisch onderzoek; met behulp van een echoapparaat worden er foto’s gemaakt van de urinewegen.

In sommige gevallen kan het nodig zijn om meer onderzoek te doen:

  • X-thorax (longfoto); een longfoto is een röntgenfoto van de borstkas waarmee gekeken wordt of er uitzaaiingen in de longen of daarbij gelegen lymfklieren zijn.
  • CT-scan (computertomografie); een computertomograaf is een apparaat waarmee heel gedetailleerd organen en/of weefsels in beeld worden gebracht. Bij blaaskanker wordt een CT-scan gebruikt om de uitgebreidheid en/of eventuele uitzaaiingen aan te tonen.

Tijdens de cystoscopie kunnen de volgende vormen van blaastumoren worden onderscheiden:

  • Een oppervlakkige, soms wat rode, fluweelachtige structuur, waarbij de kwaadaardige cellen zich beperkt hebben tot het slijmvliesweefsel. Dit is vaak het geval bij het zogenoemde carcinoma in situ (CIS). Hoewel carcinoma in situ bij andere soorten van kanker vaak een voorstadium van een tumor is, is dit bij blaaskanker niet het geval. Bij blaaskanker is dit juist een vorm die zich agressiever gedraagt.
  • Een druiventros- of bloemkoolvormig gezwelletje dat met een dun steeltje verbonden is aan de blaaswand.
  • Een gezwel dat met een brede steel verbonden is aan de blaaswand.

Als er tijdens de cystoscopie een dergelijke afwijking gevonden wordt, wordt er een operatie (waarbij het afwijkende weefsel verwijderd wordt) en zo nodig vervolgonderzoek gepland. Een dergelijke operatie heet TURT. Deze operatie is niet alleen nodig om de tumor te kunnen verwijderen, maar ook om meer informatie te krijgen over het type en het stadium van de tumor.

Stadia van blaaskanker

De uroloog zal het stadium van uw ziekte aan de hand van verschillende indelingen met u bespreken. Aangezien de termen van deze stadia veel gebruikt worden in gesprekken, worden ze hieronder genoemd en uitgelegd. Over het algemeen kan het stadium pas worden vastgesteld als het tumorweefsel is onderzocht door de patholoog, dat wil zeggen: na de TURT-operatie.

Stadium Ta en CIS
De tumor is oppervlakkig en groeit alleen in het slijmvlies (urotheel).

Stadium T1
De tumor is nog oppervlakkig en groeit dus niet in de spierlaag, maar al wel in de bindweefsellaag onder het slijmvlies.

Stadium T2
Een tumor die ingroeit in de spier (spierinvasief).

Stadium T3
Een tumor die ook doorgroeit in het omliggende vetweefsel.

Stadium T4
Nabije organen of weefselstructuren zoals de prostaat, baarmoeder, vagina, bekkenwand of buikwand zijn aangetast.

Stadium N+ of M+
De tumor heeft zich uitgebreid naar de lymfklieren of naar andere organen of botten.

 
Afbeelding 2: stadia van blaaskanker

20 juni 2014 6628 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht