ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Kijkoperatie nier en urineleider (uretero-reno-scopie)

​Bij een uretero-reno-scopie wordt met een kleine flexibele camera (scoop), via de blaas in de urineleider en in de nier gekeken. In deze folder leest u wat het onderzoek inhoudt en hoe het wordt uitgevoerd.

Een uretero-reno-scopie wordt uitgevoerd als er een afwijking aanwezig is in de nier of in de ureter (urineleider). De ureter is de afvoerende buis van de nier naar de blaas. Is de afwijking een niersteen, dan kan deze tijdens de kijkoperatie worden verwijderd. Als niet duidelijk is wat de oorzaak is van de afwijking, dan wordt de kijkoperatie gebruikt om uit te zoeken waar uw klachten vandaan komen.

Voor de operatie

  • Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen? Meld dit dan van tevoren aan uw uroloog. In overleg met de behandelend arts moet u het gebruik van deze medicijnen een bepaalde tijd vóór de operatie stoppen.
  • Meestal wordt u de dag van de operatie opgenomen in het ziekenhuis. Bij een niersteen wordt er vaak nog een röntgenfoto van de buik gemaakt om de precieze locatie van de niersteen vast te stellen.
  • Voor de operatie moet u nuchter zijn. Wat dit precies inhoudt, krijgt u uitgelegd tijdens het preoperatief spreekuur.

Operatie

Tijdens de kijkoperatie ligt u op uw rug met opgetrokken benen. Via de plasbuis wordt de uretero-reno-scoop in de blaas en vervolgens in de leiding naar de nier geplaatst. De uroloog kan nu uw blaas, urineleider en nier van binnen zien. De uroloog bekijkt of er een niersteen, een tumor of een litteken aanwezig is. Een niersteen kan direct met een kleine laser in stukjes worden getrild. Ontdekt de uroloog een tumor of andere afwijking, dan neemt hij een biopt (hapje weefsel) voor onderzoek. Soms kan de afwijking ook direct met de laser worden verwijderd.

Aan het einde van de ingreep wordt een tijdelijke blaaskatheter achtergelaten. Soms wordt ook een inwendige katheter van de nier naar de blaas geplaatst. Dit is een dubbel J-katheter, die na enkele weken poliklinisch verwijderd wordt via een blaasonderzoek. Dit duurt ongeveer drie minuten. Het is niet pijnlijk, maar geeft een beetje een vervelend gevoel.

Na de operatie

Op de operatiedag controleert de verpleegkundige regelmatig uw bloeddruk, pols en temperatuur. Ook bespreekt de verpleegkundige elke dag met u de verpleegkundige zorg. Dagelijks komt de uroloog of zijn assistent bij u langs om te kijken hoe het met u gaat en om eventuele vragen te beantwoorden. Na de verwijdering van een niersteen laat de uroloog soms een röntgenfoto maken om te controleren of alle steenfragmenten verwijderd zijn. Als u voldoende bent hersteld, mag u naar huis.

Bijwerkingen

  • Uw urine kan geruime tijd na de ingreep wat bloederig zijn. Het is ook mogelijk dat u nog wat reststeentjes uitplast. Soms gaat dit gepaard met een schrijnende pijn.
  • U kunt koliekpijnen krijgen na de ingreep. Meestal verdwijnen deze binnen enkele dagen. Ze kunnen worden behandeld met medicijnen.
  • Heeft u koorts boven de 38,5 graden Celsius of hevige pijn? Neem dan contact op met het ziekenhuis.

Controle

Na ontslag uit het ziekenhuis komt u, volgens afspraak, op controle bij uw uroloog. Hij zal eventueel een echografisch onderzoek van de nier verrichten om vast te stellen of er sprake is van stuwing in de nier. Ook kan hij een röntgenfoto van uw buik laten maken om het resultaat van de operatie te beoordelen. Indien er weefsel verwijderd is, krijgt u de uitslag hiervan via uw uroloog.

Risico’s en complicaties

Een uretero-reno-scopieis een veilige operatie. Complicaties zijn zeldzaam. Mogelijke complicaties zijn:

  • De ureteroscoop kan niet altijd gemakkelijk in de urineleider worden gebracht. De urineleider is soms vernauwd of gekronkeld, waardoor de ureteroscoop niet kan worden opgeschoven. Soms raakt de wand van de urineleider beschadigd (perforatie). In dat geval wordt de ingreep doorgaans gestopt, omdat de spoelvloeistof die nodig is om de urineleider te verwijden, bij een perforatie buiten de urineleider kan komen. Een ‘open operatie’ is dan soms nodig om de steen alsnog te verwijderen. De beschadiging aan de urineleider sluit meestal spontaan, maar soms is een operatie noodzakelijk om het defect te herstellen.
  • Soms ontstaat na de operatie een urineweginfectie. Om dit te voorkomen, kunnen tijdens en na de ingreep antibiotica worden toegediend.
  • Soms ontstaat een vernauwing van de plasbuis (bij mannen) of urineleider.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u meer weten? Uw uroloog staat u tijdens het spreekuur graag te woord. Het kan handig zijn uw vragen van tevoren op papier te zetten. Ook kunt u bellen naar de polikliniek Urologie, telefoon (038) 424 27 40.

Bent u verhinderd? Neem dan zo snel mogelijk contact met ons op om een nieuwe afspraak te maken.


10 maart 2017 8141 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht