ISALA

Over het centrum

Fotoboek van het Amalia kindercentrum. Wat gebeurt er als uw kind naar de operatiekamer gaat? Help uw kind voorbereiden door de foto's alvast samen te bekijken en bespreken.

  • Welkom bij Isala! Je komt binnen via de voor-of achterzijde.
  • Dit is Anna. Zij moet net als jij vandaag in het ziekenhuis zijn. Haar moeder gaat met haar mee.
  • Bij de balie meldt de moeder van Anna haar aan (met een geldig identiteitsbewijs).
  • Op de kinderafdeling meld je je bij de secretaresse achter de balie.
  • Daarna maak je kennis met de verpleegkundige.
  • Vaak moet je nog wel even wachten op de afdeling. Bijvoorbeeld in de Ronald McDonald huiskamer of in de speelkamer.
  • De verpleegkundige stelt wat vragen.
  • De verpleegkundige laat je bed zien.
  • De verpleegkundige doet een armbandje om met je naam en geboortedatum.
  • De verpleegkundige meet je temperatuur met de oorthermometer.
  • En je krijgt medicijnen: zetpillen of tabletjes.
  • De verpleegkundige of pedagogisch medewerker informeert je over het verloop van de dag.
  • Dan krijg je een OK-jasje.
  • Oorbellen worden afgeplakt met tape of uitgedaan.
  • Met OK-jasje aan in bed. Houd jij je knuffel goed bij je?
  • In bed naar de OK. Mama of papa en de verpleegkundige gaan mee.
  • Met de lift naar de vierde verdieping.
  • En via de lange gang...
  • ... kom je bij de deur van de holding. Dat is de wachtruimte voor de
OK.
  • Daar doet mama of papa een blauwe overall aan en een muts op.
Jij krijgt ook een muts op. Daarna nog even wachten.
  • Kennismaken met de OK-verpleegkundige.
  • Wij vragen jou regelmatig: je naam, geboortedatum en waarom
je hier bent.
  • Naar de operatiekamer.
  • Mama blijft bij je en je knuffel mag mee.
  • Op de operatiekamer stap je over op een ander bed.
  • Daarna krijg je een warme deken over je heen.
  • Je krijgt drie plakkers om je hartslag te controleren.
  • Een saturatiemeter, die het zuurstofgehalte meet.
  • Je krijgt ook een bloeddrukband om.
  • Via het computerscherm controleren wij hartslag, zuurstofgehalte in het bloed, ademhaling en bloeddruk.
  • De anesthesioloog pakt het kapje voor de verdoving. Daar komt een vies luchtje uit, blaas die maar weg!
  • En zoek een mooie droom uit...
  • Kus van mama, jij slaapt dan al.
  • Je krijgt toverzalf op je hand...
  • ... die met een doorzichtige pleister wordt afgeplakt.
  • De toverzalf verdooft je huid.
  • De zalf wordt verwijderd en...
  • ... er wordt een bandje om je arm gedaan.
  • De anesthesioloog prikt het infuus.
  • Het buigzame buisje blijft achter onder een pleister.
  • De medicijnen voor de verdoving in de spuit worden via het infuus
ingebracht. Zoek maar een mooie droom uit.
  • Kus van mama, jij slaapt dan al.
  • Wachtruimte voor papa’s en mama’s (V3.4).
  • Je wordt weer wakker op de uitslaapkamer (recovery) naast de wachtruimte (holding). Mama is weer bij je.
  • Overdracht door de OK-verpleegkundige. Als je weer goed wakker bent, mag je mee terug naar de afdeling.
  • Weer terug op de kinderafdeling.
  • Je krijgt vocht via het infuus.
  • Je mag weer wat drinken en eten.
  • Als het infuus niet meer nodig is, haalt de verpleegkundige het eruit.
  • Het kan zijn dat je een of meer nachten blijft slapen in het ziekenhuis, dan mag er één ouder bij je blijven slapen, dat noemen ze inroomen. Soms mag je dezelfde dag weer mee naar huis.