ISALA

Over de afdeling

​Wordt u geopereerd in het Behandelcentrum van Isala? U kunt zich met onderstaand fotoalbum al enigszins voorbereiden op de operatie.

Let op
In het fotoalbum tonen wij meerdere trajecten. De groene 'tabbladen' geven de verschillende trajecten weer. 

 

  • Welkom in het Behandelcentrum.
  • U meldt zich bij de secretaresse aan de balie.
  • De verpleegkundige haalt u op en brengt u naar uw bed.
  • U krijgt een polsbandje om met uw naam en geboortedatum.
  • Uw medicijnen bewaart u in een afgesloten kluisje naast uw bed.
  • U mag géén sieraden dragen.
  • Ook geen bodylotion, lippenstift, oogschaduw, nagellak en kunstnagels. Hetzelfde geldt voor een bril en kunstgebit; dit kunt u op uw kamer opbergen.
  • De verpleegkundige geeft u een OK-jasje, een onderbroek, sokken en een muts.
  • U krijgt alvast medicijnen tegen de pijn.
  • U gaat naar de voorbereidingsruimte.
  • De verpleegkundige meet uw bloeddruk.
  • U krijgt plakkers op uw borst om uw hart te controleren.
  • De verpleegkundige meet het zuurstofgehalte in uw bloed via een ‘knijpertje’ aan uw vinger.
  • De verpleegkundige brengt een infuus aan.
  • U krijgt een prikje bij uw sleutelbeen, zodat uw arm verdoofd wordt. Dit heet een plexus anesthesie.
  • Op de operatiekamer vraagt de arts uw naam en geboortedatum. Ook informeert de arts naar eventuele allergieën. De arts legt de operatie kort uit.
  • In de voorbereidingsruimte stapt u over naar een operatiebed.
  • Op de operatiekamer vraagt de arts uw naam en geboortedatum. Ook informeert de arts naar eventuele allergieën. De arts legt de operatie kort uit.
  • U buigt voorover; waarna de anesthesioloog u een prikje geeft. Vervolgens krijgt u de verdoving en worden uw benen gevoelloos. Dit is een spinale anesthesie.
  • In de voorbereidingsruimte stapt u over naar een operatiebed.
  • Op de operatiekamer vraagt de arts uw naam en geboortedatum. Ook informeert de arts naar eventuele allergieën. De arts legt de operatie kort uit.
  • Bij een volledige verdoving krijgt u via het infuus pijnstillers, slaapmiddel en spierontspanners toegediend.
  • Na de operatie wordt u wakker op de uitslaapkamer en vraagt de verpleegkundige ook naar uw pijn. U kunt met speciale meetlatjes aangeven hoeveel pijn u heeft.
  • Als u zich weer goed voelt, mag u terug naar de afdeling.
  • De verpleegkundige doet enkele (na)controles zoals een wondcontrole.
  • Op de afdeling krijgt u wat te eten en drinken.
  • Zodra u geplast heeft, weten wij dat ‘alles weer werkt’.
  • De verpleegkundige verwijdert het infuus.
  • De arts bezoekt u op de afdeling.
  • De verpleegkundige geeft u uw ontslagpapieren.
  • Als u zich goed voelt, mag u (onder begeleiding van een naaste) weer naar huis.